Drie kussen en een knuffel, dat kreeg Tamara (59) onlangs tegen haar zin. 'Mijn schoonbroer Sven werd 50 en mijn zus vroeg of ik wou helpen bij het socially distanced tuinfeest. Ik hou me goed aan de covidregels, dus toen de eerste gasten arriveerden, stond ik klaar met mijn breedste glimlach en een wuivend handje. Maar nee, Svens vader nam me vast, en gaf niet één maar drie kussen. Daarna volgden ook zijn moeder, zus en schoonbroer. Bij de eerste knuffel was ik te verbouwereerd om te reageren, maar toen ik daarna probeerde om een stap achterwaarts te zetten, werd dat weggelachen. 'Zo niet hè', lachte iemand. Niemand anders keek op van wat er gebeurde, mijn man, zus en schoonbroer deden ook gewoon mee. En toen dacht ik: aha, dat is dus groepsdruk. Ik ga meestal zonder problemen tegen de stroom in, vandaar dat ze me in de familie een beetje een moeilijke vinden. Maar nu durfde ik niet.'
...

Drie kussen en een knuffel, dat kreeg Tamara (59) onlangs tegen haar zin. 'Mijn schoonbroer Sven werd 50 en mijn zus vroeg of ik wou helpen bij het socially distanced tuinfeest. Ik hou me goed aan de covidregels, dus toen de eerste gasten arriveerden, stond ik klaar met mijn breedste glimlach en een wuivend handje. Maar nee, Svens vader nam me vast, en gaf niet één maar drie kussen. Daarna volgden ook zijn moeder, zus en schoonbroer. Bij de eerste knuffel was ik te verbouwereerd om te reageren, maar toen ik daarna probeerde om een stap achterwaarts te zetten, werd dat weggelachen. 'Zo niet hè', lachte iemand. Niemand anders keek op van wat er gebeurde, mijn man, zus en schoonbroer deden ook gewoon mee. En toen dacht ik: aha, dat is dus groepsdruk. Ik ga meestal zonder problemen tegen de stroom in, vandaar dat ze me in de familie een beetje een moeilijke vinden. Maar nu durfde ik niet.' Een klassiek voorbeeld van sociale druk volgens Frank Van Overwalle, professor sociale psychologie aan de VUB. 'Als de meerderheid in een groep een bepaalde mening heeft of bepaald gedrag vertoont, dan ervaar je als lid van die groep druk om hetzelfde te denken of doen. Het is normatief, de leden van de groep hebben het gevoel dat ze 'moeten' meedoen om uitsluiting te voorkomen. Het is dan ook verwant aan sociale controle, de manier waarop we elkaar onderling op het rechte pad houden. Die druk voelt weleens onaangenaam, maar niet altijd. Een groep heeft ook een grote informatieve invloed. Door overtuigende argumenten te gebruiken, gaat iedereen in de groep zich op de 'juiste' manier gedragen. Dat zien we vandaag bij de coronamaatregelen. Er wordt uitgelegd waarom mondmaskers of bubbels een goed idee zijn, en dus weten we wat ons te doen staat.' Tamara voelde druk binnen haar familie, maar die druk is op veel plekken voelbaar. 'We fronsen de wenkbrauwen als iemand zegt dat we lid zijn van een groep,' schrijft bioloog Mark Nelissen in zijn boek De club van ik, 'maar in werkelijkheid zijn we lid van veel verschillende groepen. De structuur van die groepen is vandaag ingewikkelder dan vroeger en zelfs multidimensionaal. Het zijn er vaak veel, van uiteenlopende aard en elkaar overlappend. (...) En elk uur van de dag kunnen we deel uitmaken van een andere groep.' Van ons gezin en onze familie over onze vriendenkring tot sportclubs, leesgroepen, milieuorganisaties, drukkingsgroepen en kerken, en van onze werkomgeving tot de straat, buurt, stad en staat waar we in leven. Nu een deel van ons leven zich online afspeelt, maken we ook daar deel uit van de verschillende groepen. Anderlecht-supporters, fans van Yotam Ottolenghi, volwassen Lego-bouwers, architecten, borduuraficionado's, langeafstandslopers, sudokuoplossers, whiskydrinkers of ballonvaarders, je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaan Facebookgroepen, LinkedIn-gemeenschappen en Instagrampagina's voor. Want ja, zo vindt Nelissen, ook de denkbeeldige verbondenheid die we hebben met gelijkgezinden in onze voorkeur voor een automerk, kunstrichting of dieet, maakt ons lid van een specifieke groep. En in al die groepen zijn er voorwaarden waar we aan moeten voldoen en regels waar we ons aan moeten houden om er deel van uit te maken. Die worden gehandhaafd door middel van sociale controle, en als we ervan afwijken, dan is de kans zeer reëel dat we sociale druk voelen.Maar niet elke groep heeft ons even stevig in zijn greep, volgens Van Overwalle. 'Als de buurt een barbecue organiseert, kun je een excuus bedenken, als een collega dat doet, kom je er minder gemakkelijk onderuit omdat je elke dag samenwerkt.' 'Sociale druk zien we als: doen wat verplicht is door de groep. Dat insinueert dat het individu moet opkomen voor zichzelf', stelt professor moraalfilosofie Bart Pattyn van de KU Leuven. 'Maar binnen de filosofie zien we een verschuiving naar een minder negatief idee van sociale druk. In groep zijn we meer dan de optelsom van de individuen, we kunnen meer als we samenwerken. Daarom stappen we vaak volledig vrijwillig in een groep, ook al beseffen we dat niet. Een mooi voorbeeld is een piano verhuizen. Vier mensen tillen samen voorzichtig het instrument op en werken met zorg samen, mooi op elkaar inspelend. Ze werken vanuit een wij-perspectief tot de piano op zijn plaats staat. Dat is een joint commitment, of gedeelde betrokkenheid. Daarbij verwacht iedereen van al de deelnemers dat ze doen wat er samen beslist is.' Mooi, natuurlijk, maar als een van die mensen niet doet wat in lijn ligt met de groepsbeslissing, raakt die piano niet verhuisd. 'Vandaar sociale druk,' legt Pattyn uit, 'en verontwaardiging als iemand niet meedoet zoals afgesproken. Die sociale druk is dus niet negatief maar net zeer nuttig, hij komt uit een verlangen om te voldoen aan het doel dat we samen willen realiseren.' Conformeren is een vies woord, legt Pattyn uit, maar dat is wat je doet als je bij een groep wilt horen. 'Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat je eruit gegooid wordt.' Laura (28) herkent dat. 'Ik weet dat het de foute kant opgaat met het klimaat, maar ik heb vaak het gevoel dat ik er als individu bitter weinig aan kan doen. Maar de eerste keer dat Mei Plasticvrij werd georganiseerd, deed heel mijn vriendenkring mee. We voelden ons verplicht om mee te doen, en vermeden een maand lang zo veel mogelijk plastic verpakkingen. Dat lukte wonderwel, en twee jaar later zijn onze koopgewoontes nog altijd veranderd.' In het derde middelbaar werden drie jongens van zijn klas van school gestuurd, vertelt Kobe (37). 'Het waren afschuwelijke pesters, en ze hadden het leven van twee klasgenoten echt tot een hel gemaakt. Verbaal maar ook fysiek geweld, eindeloos vernederen, de hele klas wist wat er aan de hand was, maar niemand durfde te reageren. Ook ik niet. Ik heb het daar lang moeilijk mee gehad, maar het was pure angst. Ik wist dat ik aan de beurt zou zijn als ik voor de slachtoffers opkwam. Dat schooljaar heeft me wel bewust gemaakt van hoe fout het kan lopen als niemand zijn mond opentrekt. Ik ben vandaag een stuk moediger. Denk ik.' Dat een groep geweldige dingen kan bereiken staat niet ter discussie, maar er is ook een keerzijde. Van onnozele reclamecampagnes en oliedomme bedrijfsbeslissingen tot dodelijke studentendopen en genocides in concentratiekampen, de geschiedenis leert ons dat het van een beetje tot afschuwelijk mis kan gaan wanneer groepsdruk iedereen de mond snoert. De ontploffing van NASA's Challenger in 1983 is daar een voorbeeld van, vertelt Van Overwalle. 'De economische druk was immens, en de technici van een bedrijf dat bepaalde onderdelen had geleverd, hielden hun twijfels voor zich. Die delen veroorzaakten de ontploffing, en een onderzoekscommissie besliste dat het ongeval voor een deel te wijten was aan groupthink, waarbij overeenstemming binnen de groep belangrijker is dan kritisch denken. Daarom bouwen organisaties en groepen daar best een mechanisme voor in. Zelf heb ik bijvoorbeeld iemand in mijn team die als een soort advocaat van de duivel functioneert en durft te onderbreken en kritiek geven. Dissidentie moet gekoesterd en bevorderd worden.' Niet elke groep staat even open voor dissidenten, dus kent niet elke groep evenveel groepsdruk. Alles hangt af van de kwaliteit van de verstandhouding in de groep en de leiding. 'Er zijn drie soorten groepen', legt Pattyn uit. 'In statische groepen staat men erop dat iedereen zich zonder vragen achter de ideeën schaart, men wil geen tijd verspillen aan onenigheid. Zo'n groep kan verstikkend zijn. In dynamische groepen kunnen individuen ideeën bijdragen en zaken in twijfel trekken. Door wat men gelooft te ondergraven, hoopt men vooruitgang te creëren. De wetenschappelijke wereld is daar een goed voorbeeld van, en ook in onze moderne rechtstaat hebben we allemaal het recht om gehoord te worden. Een derde soort groep is een onverschillige groep, waarin iedereen zijn zin doet en er te veel meningen zijn. Een gevaarlijke groep omdat daar de gedeelde betrokkenheid in gevaar is.' Groepsdruk hangt ook af van het leiderschap, stelt Van Overwalle. 'Als afgevaardigde van de groep bepaalt de leider wat er wel en niet kan. Tolereert hij of zij kritiek en non-conformisme, dan zal de groepsdruk minder groot zijn.' Naast verstikking houden groepen nog gevaren in, legt Pattyn uit. 'We zijn geneigd om te denken in een in- en een out-groep, waarbij onze groep het juist heeft, en de anderen niet. Extreem voorbeeld van de gevolgen van een sterk vervormde groepsdynamiek zijn fascisme en communisme. Als tegenreactie schoof de maatschappij op naar meer individualisme, maar ik heb het gevoel dat de slinger nu weer een beetje naar het groepsbelang terugkeert.' Om als groep en dus als maatschappij goed te functioneren, heb je dus een evenwicht nodig tussen groepsbewustzijn en conformisme aan de ene kant, en kritisch denken en dissidentie aan de andere kant. 'Ik heb nooit gerookt, geblowd of mezelf zat gedronken, heb geen skinny jeans in mijn kast en ben geen fan van Beyoncé.' Fleur (35) vindt van zichzelf dat ze niet erg vatbaar is voor groepsdruk. 'Ik ben altijd al een loner geweest en voel me prima als buitenbeentje. Ik heb ooit een groepsreis gemaakt, en de reisleidster wilde ons langs een gevaarlijk pad een werkende vulkaan op leiden. Ik heb zelfs niet overwogen om haar te volgen, maar was de enige in de groep die protesteerde, ook al waren mijn medereizigers stuk voor stuk slimme mensen en ervaren reizigers. Iedereen vond me lastig toen ik een ander pad nam, tot een lokale man hen kwaad wegstuurde wegens levensgevaarlijk en ze me even later gewoon inhaalden. Het Groucho Marx-grapje dat ik liever geen deel uitmaak van een groep die mij als lid wil is mijn levensmotto.' Als je niet wakker ligt van hoe andere mensen naar je kijken, zul je waarschijnlijk minder last hebben van groepsdruk. Dus ja, uiteraard speelt onze persoonlijkheid een rol en gaan we niet allemaal op dezelfde manier om met sociale druk, vertelt Van Overwalle. 'Binnen de klassieke persoonlijkheidskenmerken zullen introverten misschien sneller hun mond houden, maar zij hechten wel minder belang aan groepen dan extraverten. Openheid voor nieuwe dingen betekent dat je nieuwsgierig bent, wat tot kritisch denken en non-conformisme kan leiden. Bij angstige mensen zou je denken dat ze makkelijker toegeven aan groepsdruk,net omdat ze bang zijn, maar wanneer je ergens schrik voor hebt, kan die angst ook de motor zijn om je aan de druk van een groep te onttrekken.' Wie groepsdruk googelt komt vooral studies rond tieners tegen. 'Jongeren lijken extra gevoelig voor peer pressure', legt Van Overwalle uit. 'De puberteit is het moment dat je je losmaakt van je gezin en op zoek gaat naar een eigen identiteit. Vaak vind je die via vrienden, je peers. Maar tieners zijn impulsiever dan volwassenen en zijn meer geneigd tot risicogedrag. Dat heeft te maken met hun hormonen en de ontwikkeling van hun brein, en is de reden waarom ouders zich zorgen maken over wat hun tieners, al dan niet onder invloed van vrienden, uitspoken.' Maar ook hier zit een zilveren randje aan. 'Tieners pikken nieuwe ideeën en culturele fenomenen sneller op. Kijk naar de hele klimaatbeweging, die gedreven wordt door jongeren en waarin ze elkaar ook voortstuwen.' Wat niet wil zeggen dat ze zich niet bewust zijn van hoe lastig groepsdruk kan zijn. Dat weet Jef (17) maar al te goed. 'Ik zit sinds vorig jaar op de kunsthumaniora, maar pas er niet. Ik voetbal nogal intensief, en blijf weg van drank en drugs. Dus ben ik volgens klasgenoten te braaf. Ze stellen wel op prijs dat ik mooie dingen maak en hen help als ze dat vragen, maar ik word nooit uitgenodigd om mee op stap te gaan. Wat niet erg is hoor, ik heb vrienden genoeg buiten school.' Iemand als Fleur ligt niet wakker van de vraag of ze uit een groep gegooid wordt als ze zich niet aan de regels houdt. Maar de meesten doen dat wel. Toch kun je tegen groepsdruk ingaan, legt Van Overwalle uit, als je het goed aanpakt. De voorwaarde is wel dat je krediet hebt opgebouwd. 'Heb je beslist dat iets belangrijk genoeg is om eventueel negatieve reacties te oogsten, dan is de beste strategie een vriendelijke, respectvolle benadering. Rookt iemand waar dat niet mag, doet iemand uitspraken waar je het niet mee eens bent of verwacht iemand iets van je wat je niet wilt, reageer dan met een glimlach en leg uit dat het niet beleefd is, dat je het niet met die uitspraak eens bent of dat je dat niet ziet zitten. Appelleren aan solidariteit en elementaire beleefdheid, en laten merken dat je vindt dat de ander zich niet goed gedraagt, werken beter dan eindeloos zeuren. Als je binnen een groep op de een of andere manier veel krediet hebt opgebouwd, zul je met minder gevaar voor uitsluiting aan groepsdruk kunnen ontkomen, en het helpt uiteraard ook als je bondgenoten hebt.' Iets waar Adam (61) zich in herkent. 'Mijn schoonfamilie houdt er andere politieke ideeën op na dan mijn vrouw en ik. Het is niet ongebruikelijk dat er racisme, seksisme, homofobie en antisemitisme opborrelen tijdens gesprekken. Ik ga daar altijd tegenin. Maar ze pikken dat van mij, omdat ik beleefd blijf, en ook omdat mijn vrouw en ik degenen zijn die het initiatief nemen voor veel familieactiviteiten. We helpen bij elke verhuizing, sturen bloemen bij elke verjaardag, noem maar op. Kill them with kindness, zo heb ik het van mijn ouders geleerd.'