Ik heb nooit van verjaardagen gehouden. Als kind, wanneer elk jaar dat erbij komt je een gevoel van groeiend belang geeft, vond ik de hele zaak al gênant. Momenten van gedwongen vrolijkheid geven me een gevoel van vervreemding. Oudejaarsavond is al erg, maar ik ben amper een week later jarig en nooit klaar voor het spervuur van goede wensen. Het is er in de loop der jaren niet beter op geworden, maar soms ontsnap ik aan de ongein. De afgelopen jaren bracht ik mijn verjaardag in Australië door, waar ik doorwerkte, zonder er verder woorden aan vuil te maken. Maar dit jaar was ik thuis en de druk om te vieren voelde een beetje oncomfortabel.
...

Ik heb nooit van verjaardagen gehouden. Als kind, wanneer elk jaar dat erbij komt je een gevoel van groeiend belang geeft, vond ik de hele zaak al gênant. Momenten van gedwongen vrolijkheid geven me een gevoel van vervreemding. Oudejaarsavond is al erg, maar ik ben amper een week later jarig en nooit klaar voor het spervuur van goede wensen. Het is er in de loop der jaren niet beter op geworden, maar soms ontsnap ik aan de ongein. De afgelopen jaren bracht ik mijn verjaardag in Australië door, waar ik doorwerkte, zonder er verder woorden aan vuil te maken. Maar dit jaar was ik thuis en de druk om te vieren voelde een beetje oncomfortabel. Waarom schrijf ik er dan over, wil je misschien weten? Wij mensen zijn hopeloos complexe wezens. Ik vind het idee om kaarsen uit te blazen afschuwelijk, maar heb het gevoel dat mijn verjaardag negeren, zeker dit jaar, zou kunnen omslaan in schaamte over mijn leeftijd, een gevoel waar ik me altijd fel tegen verzet heb.Natuurlijk ziet zestig er vandaag anders uit en voelt het anders. Maar ook al ben ik nog niet hoogbejaard, ik ben ver voorbij de middelbare leeftijd en verwacht niet dat ik honderdtwintig ga worden. Dat baart me op zich geen zorgen, ik wil me niet jong voordoen. En als je mensen van wie je houdt jong hebt zien sterven, heeft klagen over ouder worden bijna iets weerzinwekkends. Mijn moeder stierf toen ze 48 was, een van mijn zussen was maar 32 en mijn eerste man werd 47. Het is een vreemd gevoel dat ik vandaag heel wat jaren ouder ben dan zij. Eerlijk gezegd was mijn moeilijkste verjaardag mijn 49ste. Dat zal iedereen die ouder wordt dan zijn moeder - of vader - herkennen. Als ik iets lees over een vrouw van 48, denk ik meteen: dat is de leeftijd van mijn moeder. Hoe kan een dochter ouder zijn dan haar moeder? In vergelijking daarmee was 50 worden kinderspel. Er was, weliswaar op het laatste nippertje, zelfs een feestje dat jaar. Ik wilde niet echt een feest, maar wilde ook geen zelfmedelijden. En geef toe, zelfs wie een hekel heeft aan feesten voelt zich een beetje somber als zijn verjaardag ongemerkt voorbijgaat. Omdat alles beter is dan zelfmedelijden, beet ik op mijn tanden. Ik organiseerde een diner, verbood cadeautjes, toespraken of gezang en heb er nooit spijt van gehad. Misschien was ik vooral opgelucht dat ik geen 49 meer was, het cijfer dat me een verrader van mijn moeder maakte. Dochters zetten zich bovendien graag af tegen hun moeders. Als dochter van een moeder die beweerde opgelucht te zijn dat ze zou sterven op haar 48ste, omdat ze dan niet oud hoefde te worden, kan ik niet anders dan besluiten dat ouder worden niets is om over te zwijgen. Dat vermoedde ik drie decennia geleden al, toen ik besloot om op de uitnodigingen voor mijn feestje nadrukkelijk te vermelden dat het mijn 30ste verjaardag was. Zo voorkwam ik meteen dat ik er in de toekomst over zou kunnen liegen. Ik ben, zoals veel vrouwen, opgevoed met het idee dat oud worden iets was om je voor te schamen, en wilde me daartegen verzetten. Maar zelfs als je oud worden niet ziet als een persoonlijk falen is het even wennen. Toen ik op mijn 23ste op de redactie van The Sunday Times ging werken, was ik de jongste werknemer op de krant. Lange tijd was ik, waar ik ook kwam, de jongste in de kamer. Vandaag ben ik bijna overal waar ik kom de oudste. Als een vorm van overcompensatie schep ik er dan maar over op. Al is dat misschien even beschamend als liegen over mijn leeftijd. Ik wil hier geen van beide doen, maar eerder proberen te begrijpen wat zestig zijn vandaag betekent. Voor een vrouw, want van een man wordt dat soort reflectie niet gevraagd. Ik vind dat best een moeilijke vraag, ook omdat ik eigenlijk een heel decennium nodig had om te wennen aan mijn leeftijdscategorie. Pas nu ik de 59 voorbij ben, ben ik gewend aan het idee dat dit mijn vijftiger jaren waren. Bovendien leef ik niet op een eiland. De meeste van mijn vrienden zijn in de zestig en we verouderen allemaal samen zonder er echt bij stil te staan. Ook omdat het traject van ons leven zo anders is dan dat van de vrouwen die ons zijn voorgegaan. Tegen de tijd dat mijn beide grootmoeders in de zestig waren, hadden ze hun leeftijd en de bijbehorende grijze haren volledig omarmd. Ik ken vandaag maar drie vrouwen van mijn leeftijd die grijs haar hebben, en ook al zien ze er prachtig uit, ik ben er nog niet klaar voor. Ik laat nog om de paar weken mijn uitgroei bijwerken. Ik heb weliswaar een paar grijze haren, maar ben nog niet echt grijs. Denk ik, en voorlopig ben ik niet bereid om dat idee aan de werkelijkheid te toetsen. Ik maak mezelf wijs dat ik mijn haar helemaal niet kleur om er jonger uit te zien, maar omdat ik dat al sinds mijn tienerjaren doe. Vroeger keek ik oprecht uit naar mijn Anne Bancroft/Susan Sontag/Cruella de Vil-jaren en de dramatische donkere bob met opvallende lok wit haar die daarbij hoort. Maar om de een of andere reden schuif ik het moment dat ik voor die look ga steeds weer voor me uit. Verder heb ik de grote luxe om vast te kunnen houden aan mijn eigen stijl. Een luxe, omdat ik me uit mijn jeugd herinner dat vrouwen zich net iets anders gingen kleden als ze ouder werden. Gelukkig is de tijd van oubollige bloemenjurken en verstandige schoenen gepasseerd. Uiteraard verwacht je niet van een vrouw van in de zestig dat ze voor een cropped top en hotpants kiest, maar dat waren dingen die ik ook al niet kon dragen toen ik jong was, dus veel aanpassingen aan mijn garderobe heb ik niet gedaan. Al is er één uitzondering. Ik heb hoge hakken nooit comfortabel gevonden, en vandaag kom ik er nog meer tegen in opstand. Al is mijn weigering om ze te dragen eerlijk gezegd geen gevolg van mijn verworven wijsheid als volwassene. Ik heb het eerder te danken aan de wijsheid van de jeugd. Omdat jonge vrouwen weigeren hoge hakken dragen terwijl ze van hier naar daar hollen, zijn platte schoenen en sneakers vandaag zelfs voor fashionista's aanvaardbaar. Dat geeft mij het gevoel dat op sportschoenen rondrennen simpelweg funky is, en helemaal niet grootmoederachtig. Daarvoor ben ik de jonge vrouwen van vandaag buitengewoon dankbaar. Toch geloof ik de mensen niet die zeggen dat het grote voordeel van ouder worden is dat je je helemaal niets meer aantrekt van wat anderen van je denken. We blijven sociale wezens en vertrouwen dus altijd een beetje op de reacties van de mensen om ons heen. Maar ik merk wel dat ik die reacties steeds minder belangrijk ga vinden. Of liever, ik heb de energie niet meer om het me aan te trekken. Of we dat nu leuk vinden of niet, we worden ouder. Daarvan wakker liggen heeft geen nut en is een verspilling van energie. Ontkenning heeft onterecht een slechte reputatie. Er zijn tekenen van mijn leeftijd die me ongelukkig zouden maken als ik me erop zou concentreren, dus ben ik blij dat ik ze gewoon kan negeren. Hoezeer je je ook focust op alle goede dingen die het passeren van de tijd met zich meebrengt, toch heeft ouder worden, dat langzame verwelken aan de wijnstok, iets verontrustends. Negeren is dan de beste optie. En geef toe, als ik de zeventig niet haal, dan is ouder ogen het minste van mijn problemen. Maar ook al accepteer ik mijn leeftijd, toch wil ik de minder flatterende tekenen ervan voorkomen. Ik heb geen grote antiaginggeheimen, en huiver zelfs een beetje van dat woord. Volgens mij zijn er twee dingen belangrijk: tandzorg en beweging. Het heeft geen zin dure gezichtscrèmes te smeren als je bij elke glimlach terugtrekkend tandvlees toont. In het Engels bestaat niet voor niets de uitdrukking long in the tooth, voor iets wat aan de oude kant is. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat mobiel zijn cruciaal is bij het voorkomen van de grootste problemen van ouder worden. Ik heb nooit gesport toen ik jong was, nu weet ik dat beweging essentieel is. Maar tot zover de slechtste aspecten van de oude dag. Hoe zit het met de beste? De belangrijkste les die ik geleerd heb, is dat je moet genieten van tijd alleen. Ik besef dat ik extreem veel geluk heb, want eenzaamheid is een van de zwaarste gesels van oud worden. Toen ik jong was, vond ik het vaak moeilijk om van mijn eigen gezelschap te genieten, maar nu savoureer ik solitude. Dat klinkt misschien een beetje zelfvoldaan, maar dat trek ik me niet aan. Tijd alleen is vandaag even belangrijk voor mij als eten. Ik ben redelijk sociaal en heb goede vrienden die ik niet kan missen, maar mijn sociale kant is anders dan toen ik jong was. Toen was ik als een koelkast: het licht ging pas aan als de deur werd geopend. Omringd door mijn vrienden wist ik wie ik was, alleen voelde ik me bijna blanco. Nu ben ik het meest mezelf als ik alleen ben. Op een goede manier. En dat was het wachten waard. Het andere, en misschien wel meest opwindende aspect van ouder worden lijkt contradictorisch. Het voortschrijden der jaren wordt bijna altijd gezien als een afsluiting van kansen, maar ik heb net het gevoel dat de rest van mijn leven een groot ontrafelend mysterie is. De afgelopen vier decennia ben ik opgegroeid, heb ik carrière gemaakt en kinderen gekregen, en wist ik de hele tijd hoe mijn leven er van dag tot dag uit zou zien.Vandaag heb ik het gevoel dat er van alles kan gebeuren. Anything could happen. Ik ben gelukkig met mijn leven, gelukkiger dan ik in mijn angstige twintiger jaren had kunnen vermoeden. Bovendien sta ik veel meer open voor alles en iedereen. En dat is een prachtige manier om de toekomst in te gaan.'