Ik heb altijd graag in de tuin gewerkt', vertelt Nils terwijl hij naar zijn tuin wijst. 'Ik ben een natuurmens, ik houd van de buitenlucht. Vroeger werkte ik in mijn tuin om een perfecte tuin te hebben. Nu heb ik een tuin waarin ik graag vertoef omdat het me me rust en energie geeft.'
...

Ik heb altijd graag in de tuin gewerkt', vertelt Nils terwijl hij naar zijn tuin wijst. 'Ik ben een natuurmens, ik houd van de buitenlucht. Vroeger werkte ik in mijn tuin om een perfecte tuin te hebben. Nu heb ik een tuin waarin ik graag vertoef omdat het me me rust en energie geeft.' Het leven van Nils bestaat uit twee hoofdstukken. De breuklijn kwam er twaalf jaar geleden, op een zomerdag in juli. Toen gebeurde er iets wat hij nooit voor mogelijk had gehouden. Sindsdien is er een leven 'voor' en een leven 'na'. 'Mijn leven 'voor' kan ik het best omschrijven als zeer prestatiegericht. Ik ben economist van opleiding en ben altijd bedrijfsleider geweest. Ik was ambitieus en wilde veel bereiken. Een mooie job, een mooi huis, een mooi gezin... Het klassieke plaatje. Ik was een zelfstandige met een drukke baan, die zijn kinderen weinig zag.' En dan is er het leven 'na'. Een leven dat begon met een telefoontje vanuit Griekenland, waar dochter Charlotte op vakantie was met haar beste vriendin en haar ouders. Nog voor de politiecombi met twee agenten aan de overkant van de straat geparkeerd stond, had Nils het nieuws al gehoord: Charlotte was die nacht plots overleden in Griekenland. Ze was zestien jaar. Wat volgde, omschrijft hij als totale stilstand. 'Wat ik de eerste maanden na het overlijden van Charlotte gedaan heb? Ik weet het niet meer. Eten en slapen, de noodzakelijke dingen. In het begin word je opgeslorpt door praktische zaken zoals de repatriëring, het regelen van de begrafenis en het zoeken naar de oorzaak. We hebben vier maanden moeten wachten op de resultaten van de autopsie. Daaruit bleek dat Charlotte overleden was aan hartfalen.' In ons land krijgen werknemers vier dagen rouwverlof wanneer hun kind sterft. Nils was zijn eigen baas en bleef vijf maanden thuis, om nadien nooit meer terug te keren naar zijn job. 'Ik heb vrij snel beslist om mijn baan niet meer verder te zetten. Nu kan ik goed uitleggen waarom, maar toen was het een spontane reflex. Spreadsheets vol cijfers die elk jaar opnieuw ingevuld moeten worden: het zei me allemaal niets meer. Ik was ook bang om mensen onder ogen te komen. Ik was bang dat onbekenden me zouden vragen hoeveel kinderen ik heb, en ik niet zou weten wat ik moest antwoorden. Ik was zelfs bang om naar de supermarkt te gaan. Mijn zelfvertrouwen was compleet weg.' Nils zocht hulp bij een coach, die hem op een bepaald moment uitnodigde voor een wandeling. 'Hij zag dat ik bijzonder veel zelfmedelijden had en confronteerde me daarmee. Dat maakte me boos. Ik vond dat ik daar recht op had. Hij zei ook dat ik moest aanvaarden dat Charlotte niet meer terugkomt. Dat ik de energie die ik in het verleden stak, beter in de toekomst of op z'n minst in het nu kon steken. Voor mij klonk het alsof hij vroeg om Charlotte te vergeten. Pas beetje bij beetje werd ik me bewust van wat hij bedoelde. Beseffen dat je kind niet meer terugkomt, is niet hetzelfde als je kind vergeten.' Naast de woorden van zijn coach waren er ook de woorden van rouwexpert Manu Keirse, zwart op wit op papier. 'Een vriendin van mijn vrouw had ons een boek van hem aangereikt. Niets voor mij, dacht ik, tot ik het op een ochtend toch maar eens vastnam. Wat ik las, leek over mij te gaan. Eén zin is me altijd bijgebleven. Hij schrijft dat mensen zullen zeggen dat tijd alle wonden heelt. Allemaal goed en wel, zegt Manu, maar jij moet wel beslissen wat je met die tijd dóét. Het was de tweede keer op korte tijd dat ik geconfronteerd werd met de vraag: wat doe ik met mijn tijd, met de energie die ik nog heb?' Hij nam een leeg blad papier en begon te schrijven. Een lange lijst van dingen die hij niet meer wilde doen. 'Leiding geven. Opnieuw een zaak uitbouwen. Onzinnige dingen, of omgekeerd: dingen die geen zin hebben. Op de andere zijde van het blad zou ik schrijven wat ik dan wél wou. Er kwam niks.' Hij volgde een opleiding tot managementcoach - hij wilde met mensen bezig zijn, niet met geld - maar dat was het niet, voelde hij snel. Het was een vriendin die hem aanspoorde om te gaan praten met een man die nieuwe profielen zocht om in te zetten als loopbaancoach. Nils twijfelde, maakte uit beleefdheid toch maar een afspraak en werd op slag verliefd op het werk dat hij nu nog steeds doet. 'Als loopbaancoach help je mensen stappen vooruit te zetten. Niet alleen wat hun loopbaan betreft, ook als mens. Ik heb heel sterk het gevoel dat mijn bijdrage echt zin heeft. Dat gevoel is fantastisch.' Het bleef niet bij de nieuwe start als loopbaancoach. Er kwam ook een nieuwe missie op Nils' pad: die van uitgever. 'Op een dag kreeg ik een waardevol manuscript onder ogen, over de zoektocht naar levenssleutels voor een leven met positievere gevoelens. Het boeide me meteen, en ik dacht: dat moet ik uitgeven. Het voelde alsof het zo moest zijn.' Over een naam voor zijn eigen uitgeverij moest Nils niet lang nadenken. Uitgeverij Charlotte bracht intussen vier boeken uit over persoonlijke groei. De laatste worp, Anders nabij, is misschien wel de bijzonderste. In dit boek vertellen vijf ouders, onder wie Nils, over het leven na de dood van een kind. Het idee is gegroeid op een vijfdaagse in Frankrijk, waar psycholoog en relatie- en gezinstherapeute An Hooghe ouders van overleden kinderen samengebracht had om ervaringen en emoties uit te wisselen. Het boek is bedoeld voor lotgenoten die het 'rauwe' van rouw kennen, maar ook voor iedereen die beter wil begrijpen waar ouders doorheen gaan als ze een kind verliezen. 'Het eerste jaar nadat je kind is overleden, zijn mensen rondom je begripvol wanneer je verdriet hebt en over je kind wilt praten. Maar na die eerste verjaardag lijkt dat voorbij. Niemand vraagt nog naar je kind, terwijl je er zo graag over wilt vertellen. Je komt terecht in een soort eenzaamheid. Je kind wordt letterlijk doodgezwegen. Mensen doen dat misschien uit ongemak of uit angst, maar daar heb ik weinig begrip voor. Je kind mag dan fysiek verdwenen zijn, het blijft je kind. Je doet niemand een plezier door erover te zwijgen.' Het boek gaat over verdriet en machteloosheid, maar vooral over de stille kracht van ouders die een kind verliezen. Over zoeken naar een manier om met jezelf en je omgeving om te gaan, over beseffen dat niets nog is zoals voorheen. 'Een overleden kind verandert alles. Ik kan niets opnoemen dat nog hetzelfde is, maar daarom is het nog niet slechter. Je moet vooral aanvaarden dat het anders mág zijn, en een nieuw leven durven op te bouwen. Een kind verliezen is verschrikkelijk, maar het kan ook moois meebrengen. Je leert hoe relatief alles is, en hoe je daarmee kunt omgaan. Je leert keuzes maken, en nadenken over waar je tijd en energie in wilt steken. Je krijgt kansen.' De rijkdom van de tragedie, noemt hij het. 'Vroeger was ik heel rationeel. Over gevoelens werd thuis niet gesproken. Na het verlies van Charlotte moest ik wel over mijn emoties leren praten. Ik zeg niet dat ik een perfect mens ben geworden, maar wel veel meer een gevoelsmens. De relatie met mijn oudste zoon, die achttien was toen Charlotte overleed, is helemaal veranderd. Ik stel me meer open en daardoor ervaar ik onze gesprekken als intenser en diepgaander. Ik ben ook een aanweziger vader voor mijn jongste dochter en minder streng dan ik vroeger voor Charlotte was.' Hij noemt zichzelf gelukkig, anders gelukkig. 'Ik heb altijd wel geweten wie ik was, maar ik heb er nooit naar geleefd. Ik denk dat ik nu dichter bij mezelf ben dan ooit. Dat is niet alleen fijn, maar ook de enige mogelijkheid.' Hij heeft nog één grote wens. Een onuitvoerbare wens, dat weet hij. 'Een gesprek hebben met Charlotte. Eén keer. Zodat ik haar ten minste kan uitleggen wat ze voor mij gedaan heeft.'