Tijdens de paasvakantie onderzocht de Universiteit Antwerpen in welke mate mensen de natuur opzoeken tijdens coronatijd en welk effect dat heeft op hun algemene gezondheid en welbevinden. Meer dan elfduizend mensen vulden de enquête in. Het onderzoek bevestigt wat we intuïtief al wisten: de natuur intrekken doet ons deugd.

Meerdere keren per dag

Zo goed als alle respondenten verklaart de afgelopen tijd de natuur te zijn ingetrokken. Een derde doet dat een keer per dag, een ander derde zelfs meerdere keren op een dag. Dat is veel meer dan vroeger en dat is vooral te verklaren doordat mensen nu meer tijd hebben. De onderzoekers zagen ook de eigen tuin als natuur. Bijna tachtig procent van de deelnemers aan de enquête zei daarover te beschikken. Dat is dan ook de plaats met uitstek waar Belgen hun natuurhonger gaan stillen. De tweede populairste plaats is het bos of een natuurgebied.

Enkele mensen, samen goed voor zo'n vijf procent van de ondervraagden, gaven aan niet naar de natuur te trekken. Zij vinden het buiten vooral te druk of zijn bang voor besmetting met het nieuwe coronavirus. Bij de andere groep vallen vooral heel veel positieve gevoelens op rond dat contact met de natuur. Iets meer dan de helft apprecieert die veel meer dan voor de coronacrisis. Dertig procent ontdekte nieuwe elementen of prikkels in de natuur en nog eens dertig procent voelt zich meer verbonden met de natuur.

Voor de gezondheid

De overgrote meerderheid van de Belgen geeft aan dat ze de natuur intrekken belangrijk vinden voor de gezondheid. Dat aantal en de mate waarin we natuur belangrijk vinden zijn allebei toegenomen door de coronacrisis. 85 tot 90 procent van de respondenten zegt zich fitter, positiever, energieker, gelukkiger en ontspannen te voelen na contact met de natuur. Stress, angst en gevoelens van kwetsbaarheid verdwijnen er dan weer volgens eenzelfde aantal mensen.

Het onderzoek vormt volgens Jan De Haes, gedeputeerde bevoegd voor Natuur bij provincie Antwerpen een extra stimulans voor een beleid dat de natuur voor iedereen leefbaar moet maken. 'We moeten verder investeren in nieuwe toegankelijke bossen en een gevarieerd landschap met dreven, poelen, houtkanten en boomgaarden. Zo dragen we zorg voor onze inheemse fauna en flora, maar ook voor onszelf. Een derde van de respondenten vindt het zelfs te druk in de natuur. Dit bevestigt onze beleidskeuzes om meer beleefbare landschappen te creëren zoals bijvoorbeeld in de Antwerpse Zuidrand of in de vallei van de Kleine Nete'

Tijdens de paasvakantie onderzocht de Universiteit Antwerpen in welke mate mensen de natuur opzoeken tijdens coronatijd en welk effect dat heeft op hun algemene gezondheid en welbevinden. Meer dan elfduizend mensen vulden de enquête in. Het onderzoek bevestigt wat we intuïtief al wisten: de natuur intrekken doet ons deugd. Zo goed als alle respondenten verklaart de afgelopen tijd de natuur te zijn ingetrokken. Een derde doet dat een keer per dag, een ander derde zelfs meerdere keren op een dag. Dat is veel meer dan vroeger en dat is vooral te verklaren doordat mensen nu meer tijd hebben. De onderzoekers zagen ook de eigen tuin als natuur. Bijna tachtig procent van de deelnemers aan de enquête zei daarover te beschikken. Dat is dan ook de plaats met uitstek waar Belgen hun natuurhonger gaan stillen. De tweede populairste plaats is het bos of een natuurgebied. Enkele mensen, samen goed voor zo'n vijf procent van de ondervraagden, gaven aan niet naar de natuur te trekken. Zij vinden het buiten vooral te druk of zijn bang voor besmetting met het nieuwe coronavirus. Bij de andere groep vallen vooral heel veel positieve gevoelens op rond dat contact met de natuur. Iets meer dan de helft apprecieert die veel meer dan voor de coronacrisis. Dertig procent ontdekte nieuwe elementen of prikkels in de natuur en nog eens dertig procent voelt zich meer verbonden met de natuur. De overgrote meerderheid van de Belgen geeft aan dat ze de natuur intrekken belangrijk vinden voor de gezondheid. Dat aantal en de mate waarin we natuur belangrijk vinden zijn allebei toegenomen door de coronacrisis. 85 tot 90 procent van de respondenten zegt zich fitter, positiever, energieker, gelukkiger en ontspannen te voelen na contact met de natuur. Stress, angst en gevoelens van kwetsbaarheid verdwijnen er dan weer volgens eenzelfde aantal mensen. Het onderzoek vormt volgens Jan De Haes, gedeputeerde bevoegd voor Natuur bij provincie Antwerpen een extra stimulans voor een beleid dat de natuur voor iedereen leefbaar moet maken. 'We moeten verder investeren in nieuwe toegankelijke bossen en een gevarieerd landschap met dreven, poelen, houtkanten en boomgaarden. Zo dragen we zorg voor onze inheemse fauna en flora, maar ook voor onszelf. Een derde van de respondenten vindt het zelfs te druk in de natuur. Dit bevestigt onze beleidskeuzes om meer beleefbare landschappen te creëren zoals bijvoorbeeld in de Antwerpse Zuidrand of in de vallei van de Kleine Nete'