Een 'gewoon' exemplaar als Theo Francken ziet het mogelijk anders, maar het zijn fantastische tijden om man te zijn. Niet omdat de beautymarkt voor mannen in de lift zit, webshops als Asos aangepaste tutorials aanbieden of omdat luxehuizen als Chanel op de kar springen. Wel omdat denken over mannelijkheid weer een werkwoord is. Met meningsverschillen, akkefietjes en ouderwets machismo, maar bullies hebben al lang niet meer het laatste woord.
...

Een 'gewoon' exemplaar als Theo Francken ziet het mogelijk anders, maar het zijn fantastische tijden om man te zijn. Niet omdat de beautymarkt voor mannen in de lift zit, webshops als Asos aangepaste tutorials aanbieden of omdat luxehuizen als Chanel op de kar springen. Wel omdat denken over mannelijkheid weer een werkwoord is. Met meningsverschillen, akkefietjes en ouderwets machismo, maar bullies hebben al lang niet meer het laatste woord. Van een identiteitscrisis van de man is geen sprake. Het is vooral een crisis van het traditionele mannelijkheidsideaal, en die dateert niet van #metoo. De arbeidsmarkt en het bedrijfsleven vervrouwelijken al decennialang, en thuis liggen het kostwinnersmodel en het traditionele rollenpatroon al langer onder vuur. En dankzij de onthullingen rond ongewenst seksueel gedrag van prominente mannen werd duidelijk waartoe een enge kijk op mannelijkheid allemaal leidt. In de manier waarop mannen met vrouwen omgaan, maar ook voor mannen zelf. Slechtere studieresultaten, een ongezonde levensstijl en risicogedrag, sluimerende depressies en gevoelens van (faal)angst en eenzaamheid, hoge zelfdodingscijfers - de bewijslast is verpletterend. Je zou haast vergeten dat het met veel mannen goed gaat. Zozeer we op jonge leeftijd aangespoord worden om een échte man te zijn, zo vaak ontdekken we mettertijd dat ook anderen er niets van bakken, en dat er gelukkig nog andere manieren zijn om man te zijn. Wel zorgt de smalle kijk op mannelijkheid ervoor dat jongens die niet competitief, stoer en koel zijn zich buitenbeentjes voelen, zegt de Duitse psycholoog Tom Falkenstein. Zijn pleidooi voor een veelzijdiger beeld van mannelijkheid en minder stereotiepe rolmodellen klinkt herkenbaar. Zoals veel mannen ben ik opgegroeid met het cliché dat mannen niet op hun kop laten zitten, huilen of kwetsbaarheid tonen, en dat meer zachtaardige, emotionele types zoals ik minder mannelijk zijn. Het hielp evenmin dat ik elke bal in de goal binnenliet en de turnkring al gauw inruilde voor jazzballet en zangwedstrijden. Aan de gangbare rolmodellen had ik niet veel. Als kind hield ik nog van supersonische types als Superman en Tom Cruise in Top Gun en heldhaftige daddies als Harrison Ford (een dreamdate in elke noodsituatie), nadien overheerste de indruk dat er veel meer getalenteerde en tegelijk roldoorbrekende vrouwen zijn dan mannen. Prince, Jeff Buckley, Eddie Vedder - ik was snel rond. Typisch mannelijk, ontdekte The Book of Man, een Brits online platform voor moderne mannen: slechts één op de drie tussen 18 en 54 jaar slaagt erin er een positief rolmodel te noemen, en dan gaat het vaak nog om fictieve karakters als James Bond en Spider-Man. Jongens krijgen op de sociale media een breder genderbeeld te zien dan in mainstream films, de sportwereld of de modieuze hiphopscene. Velen voelen zich vrij om met mannelijkheid, mode en stijl te experimenteren, leren gesprekken met jonge fashionisto's. Maar ook in het dagelijkse leven zijn mannelijke rolmodellen vaak een pijnpunt. Bij ouders tussen 25 en 39 jaar besteden vaders met jonge kinderen bijna de helft minder tijd aan kinderzorg en opvoeding dan moeders, en het tekort aan mannelijke leerkrachten (13 procent in het lager onderwijs, 36,5 procent in het middelbaar) blijft groot. Gelukkig wordt er aan andere inspirerende voorbeelden gewerkt. Zo publiceerde The Book of Man onlangs een lijst met vijftig nieuwe rolmodellen, gebaseerd op kenmerken als kwetsbaarheid, mededogen en verantwoordelijkheidszin. In Groot-Brittannië werd het kinderboek Stories for Boys Who Dare to be Different ook een besteller. Daarin beschrijft auteur Ben Brooks (26) alternatieve rolmodellen als Alan Turing en Nelson Mandela. Of zoals hij het zelf uitlegde: 'Als we willen dat jongens het beter doen, moeten we hen tonen hoe beter eruitziet.'