Damya Laoui: 'Beste Kurt, ik ga heel eerlijk zijn. Ik ken je helemaal niet en daar voel ik me schuldig over. Jij bent een bekende Vlaming? Ik ben tweetalig, woon in Wallonië en volg de Vlaamse media eigenlijk niet. Ik heb thuis ook geen televisie.'

Kurt Van Eeghem: 'Wat heerlijk, want ik weet ook niet wie jij bent, en daar voel ik mij nog veel schuldiger over. Ik zal mezelf even voorstellen: ik ben afgestudeerd aan de Theaterschool in Amsterdam en heb daarna veertig jaar lang televisie gemaakt en op Vlaamse podia gestaan.'

Laoui: 'Maar vandaag ontmoeten we elkaar om over kanker te praten. Ik onderzoek de ziekte, en jij overwon dit jaar prostaatkanker?'

Van Eeghem: 'Ik heb inderdaad heel wat te vieren vandaag. Alleen al het feit dat ik er nog ben en hier gezellig met jou zit te praten, stemt me gelukkig. Toch zit ik hier ook met een dubbel gevoel, want ik mis mijn jongere broer (acteur Marc Van Eeghem, red.) die bijna een jaar geleden overleed aan prostaatkanker.'

Nu kan ik zeggen: kijk, het kan ook goed aflopen.

Laoui: 'Wanneer ontdekte je dat je zelf ziek was?'

Van Eeghem: 'Meteen na de dood van Marc heb ik mezelf preventief laten onderzoeken. Dezelfde kanker bleek ook in mijn lichaam aanwezig, in een zeer agressieve vorm. Gelukkig was die nog niet uitgezaaid, omdat ik er zo vroeg bij was. Mijn chirurg stelde meteen verschillende behandelingen voor. Ik koos voor een operatie, en daarna heb ik maanden met het zwaard van Damocles boven het hoofd geleefd. Zou het goed komen? Tot het verlossende telefoontje kwam: de kanker was niet langer detecteerbaar in mijn bloed. 2018 was een hels jaar waarin ik van het diepste dal naar de hoogste piek ben gegaan. Toch kan ik vandaag opnieuw voluit genieten. Ik probeer lotgenoten ook altijd een hoopvolle boodschap mee te geven: geef niet op, want er bestaan al zoveel technieken om kanker te bestrijden. Dat hoef ik jou niet te vertellen. Jij werd dit jaar bekroond voor je onderzoek naar kankertherapieën?'

Laoui: 'Het vakblad New Scientist riep mij inderdaad uit tot grootste wetenschapstalent van 2018. Dat nieuws kwam voor mij heel onverwacht. Voor de prijsuitreiking in Utrecht had ik zelfs geen dankwoord voorbereid. Ik ontving een bos bloemen en een grote onhandige cheque van 2500 euro, die ik nadien met moeite op de trein terug naar huis kreeg.' (lacht)

Van Eeghem: 'Ik stel me jou voor zoals een wetenschapper uit de films: elke dag in de weer met pipetjes en microscopen in een witte jas. '

Laoui: 'Dat klopt ook. Ik doe onderzoek naar nieuwe kankertherapieën aan de VUB en het VIB, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Ik bestudeer hoe ons immuunsysteem werkt. Mijn team en ik werken daarvoor op muizen en onze werkdag begint vaak 's ochtends in het animalarium, in witte labjas. Daar halen we tumorweefsel uit muizen met kanker, om vervolgens de kankercellen in die tumor te bestuderen. In een tumor zitten ook gezonde cellen, die de kankercellen eigenlijk vernietigen. Helaas werkt ons afweersysteem niet altijd mee, waardoor die goede cellen zich soms corrupt gedragen en de kankercellen gaan helpen. Ik onderzoek hoe we van die corrupte cellen toch weer goede soldaten kunnen maken. Die wetenschapsprijs kreeg ik omdat ik met mijn team onder de microscoop ook één specifieke ultragoede cel heb ontdekt, die we in de toekomst kunnen gebruiken om een vaccin te ontwikkelen dat moet voorkomen dat kankerpatiënten hervallen.'

© Klaartje Lambrechts

Van Eeghem: 'Volgens mijn chirurg zijn wetenschappers momenteel bezig met onderzoek dat zal maken dat hij straks geen kankergezwellen meer hoeft weg te snijden. Ben jij zo iemand die ervoor zorgt dat oncologische chirurgen in de toekomst geen werk meer zullen hebben?'

Laoui: 'Dat is mijn hoop en bedoeling, ja. Maar zover zijn we nog lang niet. Je chirurg zal zijn carrière zeker nog kunnen afmaken .' (lacht)

Van Eeghem: 'Wat bepaalt eigenlijk of iemand een goede onderzoeker is?'

Laoui: 'Je moet in de eerste plaats een goede en relevante onderzoeksvraag hebben. Sommige wetenschappers doen onderzoek dat eigenlijk niet relevant is, of stellen hun hypothese niet goed. Vervolgens moet je deels geluk hebben en deels hard werken. Heel slim hoef je niet per se te zijn. Ik ben niet zo slim, maar ik werk wel hard.'(lacht)

Van Eeghem: 'Toen ik elf was, wist ik: ik sta later op een podium. Was jij iemand die dacht: ik ga mensen genezen?'

Laoui: 'Nee, ik wou ook op een podium staan. Op mijn elfde speelde ik altviool en wou ik violiste worden, maar toen ik moest kiezen tussen het conservatorium of de universiteit koos ik toch voor klassieke studies. Als muzikant word je niet meteen rijk en dat was voor mij wel een drijfveer. Ik groeide op in een redelijk moeilijk en arm gezin. Niet dat ik vandaag zo rijk ben, maar goed. Ik doe een job die ik nuttig én leuk vind.'

Van Eeghem: 'Dat kankervaccin waar jij momenteel aan werkt, hoelang nog voor dat effectief op markt is? Ik wil jou namelijk goed te vriend houden tot het zover is.' (lacht)

Laoui: 'Wetenschappelijk onderzoek gaat helaas heel traag. De komende twee à drie jaar moet ik eerst nog meer data op muizen verzamelen. Als daarna de eerste tests plaatsvinden op kankerpatiënten, weten we pas vijf à tien jaar later met zekerheid of ze niet meer hervallen. Of het vaccin effectief werkt op mensen, is dus nog verre toekomstmuziek.'

Van Eeghem: 'De prijs die je dit jaar ontving, is dus geen reden tot instant gejuich?'

© Klaartje Lambrechts

Laoui: 'Als wetenschapper mag je nooit te vroeg juichen. Iets kan op het eerste gezicht werken, maar je weet nooit meteen wat de neveneffecten kunnen zijn. Dat neemt niet weg dat ik blij ben met mijn prijs. Het is een mooie erkenning die deuren opent. Als ik straks de dienst oncologie van een ziekenhuis contacteer om bijvoorbeeld stalen op te vragen van longkankerpatiënten, zal ik dat sneller gedaan krijgen dan een onbekende wetenschapper. Maar genoeg over mij. Ik heb nog wat vragen voorbereid voor jou, want in mijn lab krijg ik zelden de kans om kankerpatiënten te interviewen.'

Van Eeghem: 'Prima, vraag maar!'

Laoui: 'Waarom zijn mensen volgens jou zo bang om te sterven? Of waarom wou jij zo graag overleven?'

Van Eeghem: 'Toen ik hoorde dat ik kanker had, flitsten meteen een aantal zaken door mijn hoofd. Ik wist onmiddellijk dat ik absoluut niet wou aftakelen, zoals bij mijn broer het geval is geweest. Ik heb al een fantastisch leven gehad en wil ook in comfort eindigen. Mijn chirurg begreep meteen wat ik bedoelde en antwoordde: 'Geen probleem, ik ben een alumnus van de VUB, niet van een katholieke universiteit.' Ik denk dat ik zo graag wou overleven omdat ik ongelooflijk van het leven geniet. Maar ik wil geen leven dat zonder kwaliteit is.'

Laoui: 'Als hun iets heel erg overkomt, hoor je mensen vaak zeggen dat ze anders zouden geleefd hebben als ze hadden geweten dat het leven zo broos is. Heb jij dat ook gedacht?'

Van Eeghem: 'Nee, want ik héb al een heel mooi leven gehad, met veel liefde en gevarieerd werk. Mijn ouders hebben mij op een prachtige manier in het leven gegooid en ik ben nooit iets tekortgekomen. Ik heb bovendien het enorme geluk in België te wonen, waar mensen niet moeten sterven omdat ze kanker hebben en bijna gratis behandeld worden. Ik merk wel dat ik door die kanker minder jachtig in het leven sta. Ik leef vandaag bewuster en ben oprecht blij als ik kan gaan zwemmen, of soep sta te maken.'

Laoui: 'Waarom heb je zo lang voor de buitenwereld verzwegen dat je kanker had?'

Als wetenschapper mag je nooit te vroeg juichen.

Van Eeghem: 'Dat had natuurlijk te maken met het feit dat ik net mijn broer verloren had en we allebei publieke figuren zijn. Ik wou niet meespelen in het melodrama dat de media ervan zouden maken. Maar vandaag wil ik praten, nu het achter de rug is en ik tegen mensen kan zeggen: 'Kijk, het kan ook goed aflopen.''

Laoui: 'Heb je na je operatie ook radiotherapie gekregen?'

Van Eeghem: 'Nee, de tumor kon volledig weggesneden worden. Vlak na de operatie voelde het wel alsof er een vrachtwagen over mij was gereden, maar die periode duurde niet zo lang. Na een week of drie kon ik alweer bewegen, en na drie maanden kwam dat verlossende telefoontje. Op dat moment heb ik geleerd dat tranen echt uit je ogen kunnen springen van geluk, zoals je het in de strips ziet. Ik zat in de auto toen ik het nieuws kreeg en nadien was de voorruit helemaal nat .' (lacht)

Laoui: 'Je grootste redding is niet de kankerbehandeling geweest, maar het feit dat je je op tijd liet controleren, nog voor je je ziek voelde. Ik hamer in lezingen ook altijd op het belang van preventie. Zou je een rolmodel kunnen zijn op dat vlak?'

Van Eeghem: 'Misschien wel. Ik ben begonnen met een halfjaarlijks bloedonderzoek te laten doen en een jaarlijks onderzoek van mijn hele lichaam. Ik raad dat ook iedereen in mijn familie aan, zelfs gasten die nu nog maar achttien zijn. Kanker zit in onze familiegenen, maar door regelmatig bloed te laten nemen kun je veel schade voorkomen. Ik denk dat ik met deze levenshouding wel 110 kan worden. (lacht) En wat wil jij in de nabije toekomst nog verwezenlijken?'

Laoui: 'Ik wil het vaccin dat we nu ontwikkeld hebben heel graag tot in de ziekenhuizen krijgen. Daarnaast hoop ik een vaste positie te krijgen in de academische wereld. Ik heb nog heel wat hypotheses die ik wil onderzoeken.'

Van Eeghem: 'Wat jij doet, is echt belangrijk voor de mensheid. Ik hoop dan ook dat je nog verschrikkelijk vaak met een ongemakkelijk grote cheque op de trein mag zitten.' (lacht)

Laoui:'Dat zou mooi zijn.' (lacht)