Het Instituut lanceerde in april 2020 de nationale seksisme-enquête, waarin seksisme op verschillende levensdomeinen werd onderzocht. Meer dan 4.500 Belgen namen deel aan het onderzoek. Seksuele intimidatie werd bevraagd aan de hand van drie interacties: intiem aangeraakt worden, verwacht worden te flirten of verwacht worden met een leidinggevende of klant naar bed te gaan.

Negen procent van de vrouwen en vier procent van de mannen geeft aan dit ooit mee te maken op het werk. Bovendien lijkt het bij jongeren net iets vaker te gebeuren: daar geeft tien procent van de mannen en zeven procent van vrouwen onder de 25 jaar aan er het afgelopen jaar minstens één ervaring mee te hebben gehad.

Grijze zone

Gevraagd naar hun standpunt, vindt 93 procent van de vrouwen en 73 procent van de mannen het absoluut onaanvaardbaar dat een leidinggevende hen een seksueel voorstel zou doen. Voor seksuele voorstellen van collega's dalen die cijfers naar respectievelijk 82 procent en 59 procent.

Voor minder uitgesproken vormen van mogelijk seksueel getint gedrag lopen de meningen veel meer uiteen. Een collega die je schouder aanraakt: 24 procent van de vrouwen en 39 procent van de mannen vindt dat geen enkel probleem. Bijna de helft van de vrouwen (46 procent) en 41 procent van de mannen vindt dat dit op zich wel kan, maar dat die persoon moet ophouden als daarom gevraagd wordt, al geeft 13 procent van de vrouwen en 7 procent van de mannen aan dat het totaal onaanvaardbaar is.

(Geen) actie ondernemen

Uit getuigenissen blijkt dat mensen die seksuele intimidatie meemaken, niet altijd weten hoe ze hierop moeten reageren. Vaak ondernemen zij niets. Wanneer er toch naar de hiërarchie wordt gestapt, wordt hun probleem vaak niet ernstig genomen. Respondenten geven aan dat hun grenzen aangeven werd afgedaan als 'flauw' of 'asociaal'.

'De werkomgeving moet in de eerste plaats een veilige plek zijn voor iedereen', zegt Liesbet Stevens, adjunct-directrice van het Instituut. 'Er is nood aan een gedeelde gedragscode, waar mensen hun eigen gedrag of dat van een collega aan kunnen aftoetsen. Dit geeft ook een houvast aan vertrouwenspersonen en preventieadviseurs om te reageren op meldingen van seksuele intimidatie. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn dat op het werk seksuele voorstellen van een leidinggevende aan een medewerker niet acceptabel zijn. Ook zou een organisatie extra oog moeten hebben voor de kwetsbare positie van jonge werkkrachten. Een open beleid en goede bedrijfscommunicatie zijn hierin onontbeerlijk.'

Het Instituut lanceerde in april 2020 de nationale seksisme-enquête, waarin seksisme op verschillende levensdomeinen werd onderzocht. Meer dan 4.500 Belgen namen deel aan het onderzoek. Seksuele intimidatie werd bevraagd aan de hand van drie interacties: intiem aangeraakt worden, verwacht worden te flirten of verwacht worden met een leidinggevende of klant naar bed te gaan. Negen procent van de vrouwen en vier procent van de mannen geeft aan dit ooit mee te maken op het werk. Bovendien lijkt het bij jongeren net iets vaker te gebeuren: daar geeft tien procent van de mannen en zeven procent van vrouwen onder de 25 jaar aan er het afgelopen jaar minstens één ervaring mee te hebben gehad. Gevraagd naar hun standpunt, vindt 93 procent van de vrouwen en 73 procent van de mannen het absoluut onaanvaardbaar dat een leidinggevende hen een seksueel voorstel zou doen. Voor seksuele voorstellen van collega's dalen die cijfers naar respectievelijk 82 procent en 59 procent. Voor minder uitgesproken vormen van mogelijk seksueel getint gedrag lopen de meningen veel meer uiteen. Een collega die je schouder aanraakt: 24 procent van de vrouwen en 39 procent van de mannen vindt dat geen enkel probleem. Bijna de helft van de vrouwen (46 procent) en 41 procent van de mannen vindt dat dit op zich wel kan, maar dat die persoon moet ophouden als daarom gevraagd wordt, al geeft 13 procent van de vrouwen en 7 procent van de mannen aan dat het totaal onaanvaardbaar is. Uit getuigenissen blijkt dat mensen die seksuele intimidatie meemaken, niet altijd weten hoe ze hierop moeten reageren. Vaak ondernemen zij niets. Wanneer er toch naar de hiërarchie wordt gestapt, wordt hun probleem vaak niet ernstig genomen. Respondenten geven aan dat hun grenzen aangeven werd afgedaan als 'flauw' of 'asociaal'. 'De werkomgeving moet in de eerste plaats een veilige plek zijn voor iedereen', zegt Liesbet Stevens, adjunct-directrice van het Instituut. 'Er is nood aan een gedeelde gedragscode, waar mensen hun eigen gedrag of dat van een collega aan kunnen aftoetsen. Dit geeft ook een houvast aan vertrouwenspersonen en preventieadviseurs om te reageren op meldingen van seksuele intimidatie. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn dat op het werk seksuele voorstellen van een leidinggevende aan een medewerker niet acceptabel zijn. Ook zou een organisatie extra oog moeten hebben voor de kwetsbare positie van jonge werkkrachten. Een open beleid en goede bedrijfscommunicatie zijn hierin onontbeerlijk.'