Een goed evenwicht in de combinatie van werk en gezin blijkt zowel voor mannen als vrouwen moeilijk. Dat geven ze zelf aan, maar toch is het de vrouw die vaker concrete aanpassingen doet om dat goede evenwicht te bewaren. Bijna de helft, 46 procent van de vrouwen met jonge kinderen, doet toegevingen, tegenover maar 22 procent van de mannen in dezelfde situatie. Liefst 24 procent, een kwart van de jonge moeders dus, gaat minder uren werken, terwijl slechts 6 procent van de jonge vaders deze beslissing neemt.

Deeltijds werken

De zorgkloof verklaart tegelijkertijd het grote verschil in deeltijdse arbeidsgraad. Bij de vrouwen werkt 45 procent deeltijds, maar bij de mannen is dat amper 12 procent. Het geslacht speelt een voorname rol in dit bestaande onevenwicht tussen man en vrouw, maar ook arbeidsstatuut en scholingsniveau wegen door.

Jonge vaders die als zelfstandige werken, passen tweemaal vaker hun werk aan (28 procent) dan arbeiders (14 procent). Dezelfde cijfers zijn terug te vinden op vlak van scholingsniveau, waar 28 procent van de hooggeschoolde jonge vaders toegevingen doet, tegenover 14 procent van de laaggeschoolden. Ook bij moeders kan dat patroon worden teruggevonden, al zijn de verschillen minder uitgesproken.

Een goed evenwicht in de combinatie van werk en gezin blijkt zowel voor mannen als vrouwen moeilijk. Dat geven ze zelf aan, maar toch is het de vrouw die vaker concrete aanpassingen doet om dat goede evenwicht te bewaren. Bijna de helft, 46 procent van de vrouwen met jonge kinderen, doet toegevingen, tegenover maar 22 procent van de mannen in dezelfde situatie. Liefst 24 procent, een kwart van de jonge moeders dus, gaat minder uren werken, terwijl slechts 6 procent van de jonge vaders deze beslissing neemt. De zorgkloof verklaart tegelijkertijd het grote verschil in deeltijdse arbeidsgraad. Bij de vrouwen werkt 45 procent deeltijds, maar bij de mannen is dat amper 12 procent. Het geslacht speelt een voorname rol in dit bestaande onevenwicht tussen man en vrouw, maar ook arbeidsstatuut en scholingsniveau wegen door.Jonge vaders die als zelfstandige werken, passen tweemaal vaker hun werk aan (28 procent) dan arbeiders (14 procent). Dezelfde cijfers zijn terug te vinden op vlak van scholingsniveau, waar 28 procent van de hooggeschoolde jonge vaders toegevingen doet, tegenover 14 procent van de laaggeschoolden. Ook bij moeders kan dat patroon worden teruggevonden, al zijn de verschillen minder uitgesproken.