'Mijn huwelijk liep niet stuk op het klimaat,' vertelt Sofie (52), 'maar ik loop nu wel in een bocht rond mannen die er geen bal om geven. Mijn dochter motiveerde me in haar tienerjaren om duurzamer te gaan leven met ons gezin, maar je partner moet mee willen. Mannen die je wegzetten als een naïeve wereldverbeteraar, die je als een klein kind bij de les moet houden, daar ben ik klaar mee.'
...

'Mijn huwelijk liep niet stuk op het klimaat,' vertelt Sofie (52), 'maar ik loop nu wel in een bocht rond mannen die er geen bal om geven. Mijn dochter motiveerde me in haar tienerjaren om duurzamer te gaan leven met ons gezin, maar je partner moet mee willen. Mannen die je wegzetten als een naïeve wereldverbeteraar, die je als een klein kind bij de les moet houden, daar ben ik klaar mee.' Mannen zijn geen ecologische neanderthalers, maar qua duurzaam gedrag geven vrouwen hun op bijna alle fronten het nakijken. Vrouwen recyclen en composteren niet alleen meer, maar zijn ook zuiniger met hun water- en energieverbruik. Daarnaast kopen vrouwen vaker milieuvriendelijke producten en tweedehands spullen en verbruiken ze minder CO2, onder meer omdat mannen meer autorijden en vaker voor een zwaarder en dus meer vervuilend model kiezen. Niet verwonderlijk dat vrouwen zich ook meer zorgen om het klimaat maken, er meer van afweten en zich vaker schuldig voelen om minder milieuvriendelijke gewoonten. Omgekeerd zijn mannen vaker klimaatsceptisch, en minder gewonnen voor duurzame regelgeving. Het is niet dat het thema níét leeft bij hen - in gedragsonderzoek en opiniepeilingen schommelt het verschil vaak rond tien procentpunten - en op sommige vlakken zijn mannen het duurzamere geslacht. Zo dragen ze hun kleding langer af en vergaren ze minder miskopen. Toch komen onderzoekers wereldwijd tot hetzelfde besluit: mannen hinken achterop in duurzaamheid. Het traditionele rollenpatroon werkt niet mee. De volgens het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) meest ingeburgerde klimaatbewuste handelingen - afvalrecyclage, het mijden van plastic en niet-duurzame verpakkingen en het beperken van voedselverspilling - situeren zich in de huishoudelijke sfeer, een terrein waarop vrouwen dubbel zoveel werk verrichten als mannen. 'Op onze sociale media is tachtig procent van ons publiek vrouwelijk', zegt Ineke Van Nieuwenhove, campagneleider van Mei Plasticvrij. 'We willen wegwerpplastic terugdringen bij voedings-, schoonmaak- en verzorgingsproducten, en dan zijn het toch vooral vrouwen die het aankoopgedrag sturen. Mannen poetsen mee en doen ook de boodschappen, maar het is meestal de vrouw die beslist wat er in huis komt.' Het plastic- en afvalprobleem is geen wij-zijverhaal, benadrukt Van Nieuwenhove. 'Vrouwen drukken een enorme stempel op de klimaatbeweging, en dankzij boegbeelden als Greta Thunberg en de aandacht van vrouwenbladen is ecologisch leven hip geworden bij jonge vrouwen. Maar activisten zoals Nic Balthazar, die mee de vzw Klimaatzaak oprichtte, Tim Corbisier van de Proper Strand Lopers en Boyan Slat van The Ocean Cleanup tonen dat ook mannen zich het plasticprobleem aantrekken.' Veel hangt volgens Van Nieuwenhove van het onderwerp af: 'Achter ByeByeGrass en Groene Gevels, initiatieven rond duurzaam tuinieren, bouwen en verbouwen schuilen mannen, en dat geldt ook voor Peerby, een deelplatform om gereedschap te lenen bij buren. Mannen worden ook anders getriggerd: onze tips voor een plasticvrij huishouden worden vooral geliket en gedeeld door vrouwen, maar bij posts rond technische innovatie schiet de respons van mannen omhoog.' Bij onderzoekers naar de genderkloof rond duurzaamheid zocht men de verklaring lange tijd in waardeverschillen: vrouwen hechten meer belang aan altruïsme, de zorg voor anderen en empathie, en zouden daardoor gemotiveerder zijn tot duurzaam gedrag. Een uitvoerige studie van de Utah State University in 2016 verlegde de aandacht naar de impact van genderstereotypen en genderconformisme. Zowel mannen als vrouwen blijken milieuvriendelijke producten, handelingen en mensen immers als meer vrouwelijk te bestempelen. Zo zien we mensen die met een herbruikbare tas winkelen als vrouwelijker, en beoordelen we ook onszelf als vrouwelijker wanneer we iets doen wat goed is voor het milieu. Om welk duurzaam gedrag het gaat is niet zo belangrijk, ontdekten wetenschappers van de Pennsylvania State University en de Rijksuniversiteit Groningen vorig jaar: windkieren dichten, de autobanden op spanning brengen of energiezuinige lampen indraaien wordt net zozeer als eerder vrouwelijk gezien als de was aan de lijn drogen. En doet een man die dingen allemaal, dan zijn twijfels aan zijn seksuele geaardheid niet ver weg. 'Stereotiepe denkbeelden over mannelijkheid en vrouwelijkheid kunnen mannen afschrikken om duurzame keuzes te maken', zegt Henk de Smaele, historicus aan de Universiteit Antwerpen en docent in de interuniversitaire master Gender en Diversiteit. 'Mannen zijn nog heel erg bezig met hun genderidentiteit en de angst om zich niet op de 'juiste' manier te gedragen. De druk om niet vrouwelijk te zijn is groot.' Het probleem is niet dat ze geen interesse hebben in duurzaamheid, benadrukt De Smaele: 'Denk maar aan zonnepanelen, elektrische wagens en andere duurzame technologie. Daar speelt fragiele mannelijkheid niet. De voedingsbodem daarvoor verdwijnt ook: er wordt aan vastgeroeste ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid gemorreld, en de hipstercultuur illustreert dat het klassieke manbeeld niet meer het enige is. Mannen vullen het vaderschap vandaag anders in dan vroeger, dat doen ze straks wellicht ook met duurzaamheid.' De kloof in duurzame keuzes is nergens zo groot als in onze vleesconsumptie. Wereldwijd maken vrouwen de overgrote meerderheid van vegetariërs en veganisten uit - in de Verenigde Staten zelfs driekwart. 'Vlees eten wordt tot vandaag als iets typisch mannelijks gezien', zegt Tobias Leenaert, de activist die in 2000 EVA mee oprichtte, de vegetarische vereniging achter Donderdag Veggiedag. 'Dat denkbeeld gaat terug tot de rol van mannen als jagers: vlees vergaren was iets gevaarlijks en stoers. In patriarchale samenlevingen bepaalden de mannen ook wie dat felbegeerde vlees zou toekomen, namelijk henzelf. Dat werkt nog steeds door: vlees is krachtig en sterk, groenten en tofoe niet.' Uit studies blijkt dat vegetariërs en veganisten als minder mannelijk beoordeeld worden. 'Tenzij ze daar niet zelf voor kiezen,' vult Leenaert aan, 'maar niet anders kunnen omwille van hun gezondheid. Vegetarische en veganistische mannen stoten ook op shaming. Sommigen zullen in het bijzijn van andere mannen toch vlees eten, uit schaamte of om vervelende commentaar te vermijden.' Een mannencampagne van het Nederlandse Voedingscentrum probeerde de clichés enkele jaren geleden te counteren met ludieke slogans en onder meer de vegetarische rapper Dio en kickbokser Luis Tavares. In dezelfde lijn ligt The Game Changers van James Cameron, een docu met succesverhalen van veganistische atleten. 'Het idee is dat je ook als veganist een 'echte man' bent,' zegt Leenaert, 'al kan zulke beeldvorming genderstereotypen bevestigen. Mannen vormen wel de helft van de wereldbevolking - je moet iets proberen om ze mee te krijgen.' Mannen informeren over de klimaatimpact van vlees en de omgang met dieren in de vleesindustrie volstaat niet, denkt Leenaert. 'Onderzoek naar cognitieve dissonantie (wanneer ons gedrag in strijd blijkt te zijn met onze overtuigingen, red.) leert dat vrouwen dan sneller geneigd zijn om hun gedrag aan te passen, terwijl mannen eerder hun ideeën bijstellen. De betrokken dieren voelen geen pijn, voeren ze dan aan, of dat een gezonde man nu eenmaal vlees nodig heeft.' Dat mannen duurzame producten en initiatieven positiever beoordelen wanneer ze zich bevestigd voelen in hun mannelijkheid, ontdekten ook de onderzoekers van de Utah State University. Ecologische producten die ook mannen willen aanspreken, gebruiken volgens hen het best 'mannelijke' kleuren, lettertypes en aangepast taalgebruik - een beetje zoals Coca-Cola Zero en Pepsi Max lightdrankjes aantrekkelijk maakten voor mannen. 'Veel huishoudproducten hebben nog een zachte, vrouwelijke uitstraling', zegt Julie Proesmans van Bonka Circus, een Leuvens communicatieadviesbureau dat zich in gedragsverandering specialiseert en onder meer Ecover begeleidt. 'Dat helpt niet om mannen te bereiken. Maar uitgesproken mannelijke branding is net zo rolbevestigend. Met het oog op gedragsverandering heb je meer aan een genderneutrale aanpak: je wilt zo veel mogelijk mensen meekrijgen, zonder te discrimineren.' Andere onderzoekers stellen voor om de genderkloof te dichten door merken niet rond de duurzame eigenschappen en het ecologische aspect te bouwen. Ook het circulaire zonnebrillenmerk Yuma Labs en het duurzame mannenlabel Wolk Antwerp zeggen dat ze in de eerste plaats een eigentijds, comfortabel en kwalitatief product willen bieden. Het duurzame aspect telt mee en wordt helder gecommuniceerd, maar is vooral een instelling:de manier waarop de oprichters nu eenmaal ondernemen. 'Als merk moet je naast duurzaamheid ook iets anders te bieden hebben, zegt Lenja Doms van Yuma Labs: 'Wij hadden dankzij technische innovaties en als toffe start-up meteen heel wat mannen mee, maar als duurzaamheid je enige bestaansrecht is, vang je bot. Vrouwen zijn daar echt mee bezig, zij vereenzelvigen zich met een groene lifestyle en waarden. Vrouwen delen hun vondsten en tips ook met elkaar - zover zijn mannen nog niet.' Van duurzame tips gesproken: bied gerust een beetje tegenwicht de volgende keer dat iemand een man met een herbuikbare tote bag scheef bekijkt of beweert dat een plantaardig dieet voor vrouwen is - het zijn niet de mannen die het milieu schaden, maar genderclichés.