Ik voelde een schaterlach opkomen toen ik de mail las: Gelieve op tijd te komen en een mondmasker te dragen. Een vrij banale zin anno 2020, maar het was het idee. De combinatie. Een bedekte mond en een ontblote onderkant. Ik zag het voor me, hoe ik bij de gynaecoloog in de beugels zou liggen: als een van zijn collega's uit het operatiekwartier die zich tussen twee ingrepen door platweg aan hem aanbood. Kalmeer, zei ik tegen mezelf, het is normaal. Hoeveel ziet hij er zo op een dag? De secretaresse had me aan de telefoon verteld dat er na mij, om vier uur 's middags, nog twintig anderen ingepland stonden. Twintig! Wellicht v...

Ik voelde een schaterlach opkomen toen ik de mail las: Gelieve op tijd te komen en een mondmasker te dragen. Een vrij banale zin anno 2020, maar het was het idee. De combinatie. Een bedekte mond en een ontblote onderkant. Ik zag het voor me, hoe ik bij de gynaecoloog in de beugels zou liggen: als een van zijn collega's uit het operatiekwartier die zich tussen twee ingrepen door platweg aan hem aanbood. Kalmeer, zei ik tegen mezelf, het is normaal. Hoeveel ziet hij er zo op een dag? De secretaresse had me aan de telefoon verteld dat er na mij, om vier uur 's middags, nog twintig anderen ingepland stonden. Twintig! Wellicht vormden we, met onze verborgen smoelen en bleke billen, nog meer dan anders één amorfe berg vlees die hij nog voor het avondeten vergeten zou zijn. Ik besloot me uit te dossen als de grootste gemene deler. Níét dat masker met bloemetjes op dat mijn zus voor me naaide, maar een flets wegwerpexemplaar. Minder lichaamshaar dan Josiane-van-om-de-hoek, maar méér dan een deelneemster aan Love Island. Zo, ik was klaar voor de spreidstand. Tussen het oude ongemakkelijk en het nieuwe normaal. Het was pas toen ik effectief de spreekkamer binnenstapte dat ik me realiseerde dat er eerst gesproken diende te worden. In plaats van meteen als een naamloos biggetje op de rug te schuiven, zat ik oog in oog met een gemaskerde man wiens ogen me nooit eerder waren opgevallen. We praatten. Het was lang geleden dat ik langsgeweest was. Even kijken in het dossier. We praatten nog meer. Soms schreef hij iets op. Stilte. Wat viel er verder nog te zeggen over mijn lijf? Beeldde ik het me in, of werd hier tijd gerekt? Ik meende me te herinneren dat ik vroeger in no time naar de behandelstoel werd gedirigeerd. Zou het kunnen dat deze man er sinds de nieuwe dresscode op kickte het contrast tussen bedekt en bloot zo groot mogelijk te maken? Vervelende vragen die als vissen naar boven zwommen. Verdomde corona. Gelukkig blijft een eendenbek een eendenbek. En een echografie een echografie. Een medisch onderzoek is uiteindelijk een dans waarvan je de stappen niet vergeet, bedacht ik opgelucht terwijl de arts op een scherm korrelige vormen aanwees en heel artsig het woord 'normaal' uitsprak. Mijn lichaam was normaal, de situatie was normaal. Straks zou ik een normale spaghetti eten. Ik deed mijn benen weer dicht. 'Nog even een borstonderzoek', klonk het. Natuurlijk. Normaal. Gejaagd begon ik mijn blouse open te knopen. 'Nee, naar boven, gewoon naar boven!' Er werd gesjord, door hem en toen ook door mij, tot het kledingstuk als een grote kraag rond mijn nek zat, net onder mijn masker. Dan de beha. Ook die moest blijkbaar met vereende krachten 'naar boven!' in plaats van naar beneden of open. Ik bestond nu uit twee delen: een veelkleurige hoop stof, opgestropt rond en onder een rood hoofd, en een verzameling geschrokken geslachtsorganen. De kers onder de taart: een paar benen die zich in een verwarde reflex wijd opensperden, voor wie eventueel nog interesse zou hebben. Ik kan je vertellen, dat is niet normaal. Dat is het nieuwe gênant.