'Een paar weken geleden begeleidde ik een thuisbevalling. Na een uur persen was er geen vordering en verplaatsten we ons naar het ziekenhuis. Mijn cliënte heeft een forse taalbarrière. Ik spreek haar taal, maar vanwege de coronamaatregelen moest er gekozen worden wie mee binnen mocht: ik of haar partner. Ik werd weggestuurd. De vrouw raakte in paniek terwijl de kamer volstroomde met personeel. Ze huilde heel hard en was aan het gillen toen ik wegliep.'*
...

De berichtgeving over rustige kraamafdelingen met meer uitgeruste ouders en een betere start van de borstvoeding staat in schril contrast met de getuigenissen die de Nederlandse vroedvrouw Margot van Dijk verzamelde en die te lezen zijn bij de Nederlandse GeboorteBeweging. Die organisatie vecht al sinds 2011 voor rechten van vrouwen in de geboortezorg en ziet de problemen die er al waren sinds enkele maanden nog zorgwekkender worden. Sinds de uitbraak van het nieuwe coronavirus horen we verhalen over vrouwen die meteen na de bevalling van hun kind gescheiden worden, partners die niet aanwezig mogen zijn tijdens controles of de bevalling zelf, of protocollen die een persoonlijke ervaring onmogelijk maken. De coronamaatregelen zorgen er dan misschien wel voor dat er zich geen opdringerig bezoek aanbiedt, maar ze maken ook dat doula's (professionele zwangerschapscoaches) uit de verloskwartieren geweerd worden en dat sommige experts denken dat het beter is voor baby's om op twee meter afstand te liggen van hun moeder. 'De coronacrisis toont heel duidelijk aan wat als prioritair wordt gezien en wat niet,' zegt Sophie Van Cauwelaert. Zij is naast vroedvrouw sinds kort ook de medebezieler van Samen voor Respectvolle Geboorte, het nieuwe Vlaamse equivalent van GeboorteBeweging. Samen met Ruth Sneyers wil ze mensenrechten in de geboorte bekend maken. 'Dat zijn twee woorden die mensen vaak nog niet in één zin hebben gehoord', zegt ze. 'Vrouwen krijgen vaak te horen dat een gezonde baby alles is wat telt. Alsof zij er niet toe doen. Maar gezondheid is meer dan fysieke gezondheid alleen. Als een vrouw een geboortetrauma oploopt, heeft dat een zware impact op haar mentale welzijn.'Maar liefst één op drie vrouwen denkt volgens internationaal onderzoek terug aan haar bevalling als traumatiserende ervaring. Het is onduidelijk of dat cijfer helemaal representatief is voor ons land, want in België wordt er maar weinig onderzoek gedaan naar bevallingservaring. 'Ben je gerespecteerd geweest? Heb je alle nodige informatie gekregen? Had je het gevoel dat je zelf kon beslissen? Dat zijn dingen die hier niet gevraagd worden, laat staan bijgehouden', aldus Van Cauwelaert. 'Het zijn ook moeilijke vragen om te stellen, want om er 'juist' op te antwoorden, moet je eigenlijk al weten welke opties je had.'Toch is ze stellig: 'De vrouwen die na hun bevalling achterblijven met een wrang gevoel zijn geen uitzondering. Onze geboortezorg is heel hiërarchisch georganiseerd en zit vol protocollen met het oog op veiligheid en efficiëntie, maar daardoor komt het individu soms op de tweede plaats, of nog lager. Het belangrijkste is het vermijden van urgente complicaties. Een van de meest voorkomende complicaties is echter niet zichtbaar: geboortetrauma.'Een bevalling is nu eenmaal onvoorspelbaar en soms is medisch ingrijpen nodig. Maar je ziet wel dat sommige vrouwen zich achteraf goed voelen over de ingrepen die moesten gebeuren, terwijl anderen achterblijven met het gevoel dat er over hen heen is gewalst. 'Het verschil daartussen zit hem in het gevoel van betrokkenheid', volgens Van Cauwelaert. 'Als vrouwen het gevoel hebben dat alles hen is overkomen zonder dat ze iets in de pap te brokken hadden, zullen ze hun bevalling veel sneller als traumatisch ervaren.' Autonomie blijkt het sleutelwoord: de eindbeslissing zou altijd bij de vrouw moeten liggen. Dat zegt niet alleen Van Cauwelaert, maar ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de gespecialiseerde moederbeweging White Ribbon Alliance (WRA). Obstetrisch geweld is een vorm van mishandeling van vrouwen rond de periode van hun bevalling. Het kan verschillende vormen aannemen - van het uitspreken van bedreigingen over ongewenste vaginale onderzoeken tot het onnodig plaatsen van een knip - maar altijd is er een constante: er wordt niet geluisterd naar de vrouw in kwestie. Dat kan soms zo'n pijnlijk trauma veroorzaken dat sommigen vrouwen te kampen krijgen met posttraumatisch stresssyndroom, of nooit meer opnieuw zwanger willen worden. Uiteraard handelen dokters, gynaecologen en vroedvrouwen niet uit slechte wil, maar uit een plichtsbewustzijn, omdat ze de baby niet in gevaar willen brengen. 'En soms vergeet men daarbij die andere patiënt: de zwangere', zegt Vlaams parlementslid voor Groen en verdediger van vrouwenrechten Celia Groothedde. 'De regie hoort bij haar te liggen. Zij is niet zomaar het peultje rond een baby - om een zinnetje te lenen van onderzoekster Noëmi Willemen - het gaat om haar lichaam. Het zal bijna nooit voorkomen dat een vrouw haar kind in gevaar wil brengen. Meer overleg zorgt niet voor conflict, maar juist voor een prettigere bevalling, zowel voor de vrouw en het gezin als voor de zorgverlener. We zijn voorbij die paternalistische visie van Meneer De Dokter aan het groeien, en dat is maar goed ook. Het idee dat je moet omgaan met vrouwen als waren ze dat peultje moet voor heel wat leed zorgen bij hulpverleners.'Dat beaamt Van Cauwelaert: 'Zorgverleners zitten vaak met een secundair trauma. Als zij iets heftig meemaken, krijgen zij meestal niet de steun om dat te verwerken, maar ze nemen hun ervaring wel mee naar latere situaties. Daarnaast voelen ze zich niet altijd veilig om hun stukje controle uit handen te geven, omdat ze geen complicaties op hun geweten willen hebben. Maar je zou je ook als zorgverlener gesterkt moeten voelen en weten dat het oké is als de vrouw in kwestie jouw ingreep niet wil, dat haar beslissing dan geen nadelige gevolgen zal hebben voor jou. Om respectvolle zorg te geven, moet je zelf ook gerespecteerd worden. Maar als je dag in dag uit geconfronteerd wordt met enge of dubieuze situaties eist dat op de duur zijn tol. De burnout-cijfers bij zorgverleners zijn torenhoog. Ze geven alles van zichzelf en op een bepaald moment is het op, mede door de werkdruk en alle protocollen in de sector.'Er is op dit moment dus niemand die echt gelukkig wordt van routineuze bevallingen die soms leiden tot een trauma. Enter Samen voor Respectvolle Geboorte, dat ook in Vlaanderen wil helpen zoeken naar oplossingen. Om vrouwen te betrekken bij hun medisch parcours, moeten ze informatie krijgen waarmee ze hun keuzes kunnen maken. 'Een goede manier om te garanderen dat je alle nodige informatie hebt, is de BRAINS-methode volgen', zegt Van Cauwelaert. Dat acroniem staat symbool voor zes vragen die je je over elke ingreep kan stellen. Wat zijn de Beweegredenen? Wat zijn de Risico's? Zijn er Alternatieven? Wat vind Ik er zelf van? Wat als we Niks doen? En tenslotte: laten we even Stilstaan en tijd nemen om na te denken over al die vragen.'Om dit echt goed te doen werken, bespreek je best alles op voorhand met je vroedvrouw en gynaecoloog', vervolgt ze. 'Zo groeit het vertrouwen en weten zij wat jouw wensen zijn wanneer er op het beslissende moment te weinig tijd is om lang na te denken. Helaas kan het met ons zorgsysteem goed zijn dat je plots tijdens je bevalling een andere gynaecoloog ziet dan die waar je maandenlang op controle bent geweest. Dat moet anders, maar dat vraagt om een heuse ommezwaai in de geboortezorg.'Meer persoonlijke eerstelijnszorg waarbij vroedvrouwen de bevallingen met laag risico begeleiden en enkel de risicogevallen nog bij de gynaecoloog terechtkomen: ook Groothedde is het idee genegen. Toch zet ze er graag enkele kanttekeningen bij: 'We mogen niet één systeem opleggen aan alle vrouwen, maar we moeten hen ruimte laten om de manier te kiezen die het best bij hen past. Toen eerder dit jaar een sluiting van kleinere materniteiten besproken werd, zeiden we ook al dat schaalvergroting kan leiden tot een standaardisering van de zorg, en dat is niet altijd positief voor de perinatale rechten. Daarnaast vind ik dat we heel wat verschillende mensen uit het werkveld samen aan tafel moeten zetten, want de organisatie van de prenatale zorg moet beter. Bij die mensen horen ook maatschappelijk werkers. Want de zwangeren die zij begeleiden - met een taalbarrière, mensen zonder papieren, gezinnen waarin partnergeweld speelt, kortgeschoolde ouders, zwangeren met een beperking, alleenstaande ouders of mensen met financiële problemen - vallen in een complex zorglandschap helemaal van de wagen. Een hoogopgeleide vrouw kan nu voor haar rechten strijden, maar veel van die andere zwangeren krijgen niet eens de basiszorg die nodig is.''Ten slotte,' vervolgt ze, 'moet het beleid ook inzetten op preventie. Er zijn nu al ongelofelijk veel mensen die niet weten dat ze terechtkunnen bij een vroedvrouw, terwijl dat vaak de gezinnen zijn die er baat bij zouden hebben. Als je de evolutie naar eerstelijnszorg doorzet, moet je ervoor zorgen dat iedereen dat weet, anders heeft het veel weg van een besparingsoperatie waarin juist zwangeren die minder mondig zijn achterblijven met te weinig zorg.'Van Cauwelaert ziet nog een maatregel waarbij heel wat vrouwen gebaat zouden zijn: 'Op dit moment kennen we patiëntenrechten en mensenrechten, maar het zou meer indruk maken als er een duidelijke standaard kwam over wat we van geboortezorg mogen verwachten. In Engeland hanteren zorgverleners de zogenaamde Nice-richtlijnen, een erg uitgebreid document met allerlei situaties die zich kunnen voordoen en bijhorende richtlijnen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke bewijzen. Het zou een grote hulp zijn als ook Belgische zorgverleners op zoiets konden terugvallen. Daarnaast zou het een enorm krachtig signaal zijn als er letterlijk in de wet zou komen te staan dat obstetrisch geweld verboden is.'Pas op het moment dat je als (partner van) een zwangere vrouw op zoek gaat naar informatie, merk je dat heel wat zaken die courant zijn in België eigenlijk helemaal niet nodig zijn of zelfs negatieve gevolgen kunnen hebben. De beruchte knip (of episiotomie) is daar een uitgelezen voorbeeld van. Dat wordt bij bijna veertig procent van de bevallingen in Vlaanderen uitgevoerd, vaak zonder dat er aanleiding toe is. Dat is problematisch, want het is een ingreep waar geen wetenschappelijke fundering voor is. Meer zelfs: het bemoeilijkt het herstel na de bevalling en er komt stilaan meer bewijs dat het littekenweefsel dat erdoor ontstaat verschillende langetermijnsproblemen met zich kan meebrengen. Van Cauwelaert wil liever niet de verantwoordelijkheid om de nodige informatie te vergaren bij de ouders leggen, maar toch is er iets wat zij kunnen doen om vandaag te verzekeren dat ze in goede handen zijn. Zo kan je voor een ziekenhuisbevalling op zoek naar een baby- en moedervriendelijke materniteit. De situatie is immers lang niet overal hetzelfde. 'Elk team kent zijn eigen microcultuur en gewoontes', zegt ze. 'Ziekenhuizen hebben daar vrij spel in, want er bestaat geen duidelijke richtlijn over het doen en laten van materniteiten.'De White Ribbon Alliance probeert dat te introduceren met haar Mother and Baby Friendly label. Daar kan je dus naar uitkijken wanneer je de website van je ziekenhuis uitpluist. Een lijst van Belgische adressen met het keurmerk bestaat helaas (nog) niet. Die bestaat wel voor het BFHI-keurmerk (Baby Friendly Hospital), dat in 1991 werd gelanceerd door de WHO en UNICEF. Van alle 99 materniteiten in België zijn er 28 instellingen die met het label mogen uitpakken. In die ziekenhuizen gebeuren minder invasieve ingrepen zoals het breken van de vliezen, het zetten van een knip, inleidingen of keizersneden. Vrouwen voelen zich er vaker betrokken bij de beslissingen en mogen er bijvoorbeeld zelf kiezen welke houding ze aannemen om te bevallen. ('Eigenlijk mag dat altijd,' voegt Van Cauwelaert nog toe, 'alleen wordt het hier gewoon gerespecteerd.')Verder wil ze ook (toekomstige) ouders aansporen om na te denken over wat ze zelf graag willen, en dat in een geboorteplan te gieten. 'Dat kan je voorleggen aan je vroedvrouw of gynaecoloog tijdens een controle. Zo kan je afstemmen of wat jij belangrijk vindt, ook belangrijk gevonden wordt door de zorgverlener die je voor je hebt zitten. Er is immers niet iets als één goede soort zorg, iedereen heeft iets anders nodig. Een vrouw die liefst een keizersnede wil, zit misschien niet op de juiste plaats bij een gynaecoloog die tijdens bevallingen liefst zo weinig mogelijk ingrijpt. Klikt het niet? Dan hoef je niet bang te zijn om iemand anders te zoeken. Niemand hoeft daar beledigd door te zijn, want dit werkt in beide richtingen. Een zorgverlener voelt zich ook niet altijd comfortabel wanneer diens visie op goede zorg niet dezelfde is als die van de zwangere vrouw. Dat is gewoon een kwestie van goede, eerlijke communicatie.'Rest er ons nog dat duivels stemmetje dat iets fluistert over zwangere of pas bevallen vrouwen, hun hormonen en emoties. Groothedde moet vooral hard lachen wanneer ze zo'n uitspraken hoort: 'Ik hoop dat mensen die zeggen dat vrouwen enkel handelen uit emoties beseffen dat dat iets heel emotioneel is om te zeggen.' Toch schuilt er een waarheid in de constatatie dat emoties hun rol spelen tijdens de bevalling. 'De mens is een zoogdier', vervolgt Groothedde. 'En die bevallen goed in rust en een veilige omgeving, vaak in het donker. Mankeren die punten, dan valt de bevalling vaak stil zodat het dier zichzelf in veiligheid kan brengen. Dat gaat dus niet om een subjectief idee: veiligheid is dus een essentieel element om goed te kunnen bevallen. Dat is bij mensen niet anders. Eisen dat er aan dat gevoel tegemoet gekomen wordt, is niet emotioneel, maar zo rationeel als maar kan!''Iedereen heeft recht op emoties en die zijn geldig', vervolgt ze. 'Je hebt zwangeren die een keizersnede vragen, bijvoorbeeld omdat ze een geschiedenis hebben van vaginisme of van misbruik. Is het dan irrationeel om die emoties te hebben? Als die vrouw weet waar ze het over heeft, is het haar zelfbeschikkingsrecht om een keizersnede te willen. Uitspraken over vrouwelijke emotionaliteit passen in een groter kader. We kennen een erg lange geschiedenis met het reguleren van vrouwenlichamen, van victoriaanse ingrepen tot gedwongen sterilisaties. Het idee dat een vrouw te emotioneel zou zijn om zelf te beslissen over haar eigen lichaam heeft daar zo vaak een rol in gespeeld. Het is een heel oud argument, maar dat maakt het geen goed argument.'Nog een keer keren we terug naar Van Cauwelaert, die misschien wel dé vraag stelt die zorgverleners over de streep moet trekken. 'De vraag is niet 'waarom accepteren vrouwen onze zorg niet?', maar wel 'waarom bieden wij zorg die vrouwen niet accepteren?''.