Eenzaamheid is een gevoel dat bijna iedereen kent. Maar het is veel meer dan dat, weet sociologe Leen Heylen van de Thomas More Hogeschool. 'Het is ook een maatschappelijk fenomeen. Eentje waar bovendien veel misvattingen over bestaan.' De meest voorkomende, zeker nu we al een tijdje op afstand leven, is het idee dat je alleen voelen steeds het gevolg is van effectief alleen zijn. Dat klopt niet, stelt Heylen. 'Eenzaamheid heeft te maken met je niet verbonden weten, en met het gevoel hebben dat je niet van betekenis bent.' Daarom gebruikt Heylen een duidelijke definitie. 'Eenzaamheid is een subjectieve, pijnlijke ervaring die voortkomt uit het gemis aan kwaliteit of kwantiteit van je sociale relaties. Het is subjectief. Je kunt veel mensen gezien hebben en je toch heel eenzaam voelen, en je kunt weken thuiszitten zonder je eenzaam te voelen. Het is onaangenaam, er hangt een taboe rond en mensen voelen zich bovendien mislukt.'
...

Eenzaamheid is een gevoel dat bijna iedereen kent. Maar het is veel meer dan dat, weet sociologe Leen Heylen van de Thomas More Hogeschool. 'Het is ook een maatschappelijk fenomeen. Eentje waar bovendien veel misvattingen over bestaan.' De meest voorkomende, zeker nu we al een tijdje op afstand leven, is het idee dat je alleen voelen steeds het gevolg is van effectief alleen zijn. Dat klopt niet, stelt Heylen. 'Eenzaamheid heeft te maken met je niet verbonden weten, en met het gevoel hebben dat je niet van betekenis bent.' Daarom gebruikt Heylen een duidelijke definitie. 'Eenzaamheid is een subjectieve, pijnlijke ervaring die voortkomt uit het gemis aan kwaliteit of kwantiteit van je sociale relaties. Het is subjectief. Je kunt veel mensen gezien hebben en je toch heel eenzaam voelen, en je kunt weken thuiszitten zonder je eenzaam te voelen. Het is onaangenaam, er hangt een taboe rond en mensen voelen zich bovendien mislukt.' Eenzaamheid is gelinkt aan de kwantiteit én de kwaliteit van je sociale relaties, legt Heylen uit. 'Hoe je dat aanvoelt, heeft met een aantal factoren te maken. Persoonlijkheid, uiteraard. Je hebt introverten en extraverten, einzelgängers die tevreden zijn met weinig contacten, anderen die juist veel mensen willen kennen, en nog anderen die diepe vriendschappen verlangen. Ook je situatie speelt een rol. Heb je een partner, ben je gezond, doe je werk dat je graag doet, moet je aan social distancing doen? Armoede is een belangrijke factor in eenzaamheid, iets waar we zelden bij stilstaan. We zien eenzaamheid als een persoonlijk probleem, en 'kom meer buiten' als de oplossing. Maar het verhaal is genuanceerder dan dat. In armoede leven zorgt voor constante stress en je hebt geen budget voor een sociaal leven. Dat heeft een nefast effect op ons gevoel van verbondenheid. Dus ja, ook de maatschappij speelt een rol. We internaliseren de rol die ons wordt toebedeeld, en wat mensen die op ons lijken doen. 'Ik ben met pensioen en moet veel op stap met mijn partner', 'ik ben een tiener dus moet ik veel Instagramvolgers hebben'. We zien bij onderzoek bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen Noord- en Zuid-Europa. Omdat in het noorden de familiebanden minder sterk zijn, denken we dat de eenzaamheid daar groter is, maar het is omgekeerd. In Zuid-Europa liggen de verwachtingen anders. In Noorwegen is het doodnormaal om alleenwonend te zijn, in Italië veel minder, dus zal een Italiaanse alleenwoner het moeilijker hebben.' En nee, zegt Heylen, vroeger was het niet beter. 'Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid niet toeneemt. Onze maatschappij verandert, en daarmee ook de risicogroepen. Eenoudergezinnen en gescheiden mensen waren er vroeger minder en ze hebben een grotere kans op eenzaamheid, maar het nostalgische idee dat het vroeger beter was, gaat voorbij aan de realiteit van toen en nu.' Het is goed dat eenzaamheid op de maatschappelijke agenda staat, vindt Leen Heylen, maar het taboe blijft groot. 'Geef je toe eenzaam te zijn, dan ben je zielig. Maar het is helemaal niet zielig. Het is ook geen ziekte die we moeten genezen met een pilletje. Het is menselijk, een probleem waar we allemaal weleens mee worstelen, iets wat dus compleet normaal is. Als je een partner verliest, alleen in quarantaine zit of net op kot gaat, zou het raar zijn om je niet af en toe eenzaam te voelen. Omdat het nog zo'n groot taboe is, vinden mensen het pijnlijk om erover te praten. Terwijl ze dat net nodig hebben. Eenzaamheid is er, en dan helpt het als het herkend wordt. Erover kunnen praten zonder dat het weggewuifd wordt, is belangrijk. Als het er gewoon mag zijn, voorkom je misschien dat het een zwaar, chronisch probleem wordt', weet Heylen. 'Als de oorzaak van je eenzaamheid structureel is, is het een stuk moeilijker te doorbreken. Wie chronisch eenzaam is, trekt zich vaak terug, ook door dat gevoel van mislukking.' Onze sociale netwerken zijn fundamenteel voor ons welzijn, en dat onderschatten we nog te veel, vindt Heylen. 'Ze maken ons mens en we hebben allemaal verschillende contacten nodig. Die ene goede band met iemand die je door en door kent en vertrouwt, maar ook losse contacten die oppervlakkiger lijken, maar je het gevoel geven ergens thuis te horen. Eenzaamheid in relaties gaat vaak over een gebrek aan wederkerigheid. Ook dat heeft weer met verwachtingen te maken. Als je diepgaande gesprekken en uitgesproken liefde verwacht, maar die niet krijgt, voel je je eenzaam.' Een van de moeilijkste dingen is van iemand in je omgeving horen dat die zich eenzaam voelt, geeft Heylen toe. 'Het geeft ons een gevoel van machteloosheid, we kunnen dat niet altijd oplossen. Als je moeder haar overleden partner mist, kun je dat als kind niet invullen. Als je dochter vindt dat ze te weinig vriendinnen heeft, kun je niet helpen. Eenzaamheid is complex. Uiteraard helpen gezelschap en bezoek. Luisteren en iemand het gevoel geven dat hij of zij van betekenis is voor jou, kan wel degelijk helpen om die eenzaamheid wat te verlichten.' 'Twee jaar geleden hebben we ons gouden jubileum gevierd. Een mooi feest was dat, maar ik heb na de taart ook een beetje gehuild op het toilet. Ik ben namelijk al mijn hele huwelijk eenzaam. Mijn man ziet me graag, dat weet ik zeker. En hij zorgt goed voor me. Er zit altijd benzine in mijn tank, wat ik vraag wordt opgehangen en ik krijg regelmatig bloemen. Maar hij praat niet en stelt nooit vragen. Toen we net samen waren vond ik dat normaal, mijn vader deed dat ook niet. Maar na een paar jaar huwelijk ging het wegen. Ik weet niet wat er in zijn hoofd omgaat en hij heeft geen idee wie ik ben. Natuurlijk kent hij mijn gewoonten, en weet hij elke rimpel op mijn gezicht liggen. Maar dat ik een hekel heb aan onze ongemanierde schoonzoon of me zorgen maak over het klimaat, daar heeft hij geen idee van. Natuurlijk praat ik met onze drie dochters, en we hebben ook kennissen die we regelmatig zien, maar de enige tegen wie ik echt open kon zijn was mijn zus Lea. Toen zij 23 jaar geleden stierf, kon ik met mijn intense verdriet bij niemand terecht. Toen ik een paar maanden later nog eens weende omdat ik haar miste, was mijn man verbaasd dat ik 'nog altijd' verdrietig was. Hij weet niet dat ik haar vandaag soms nog zo mis dat het fysiek pijn doet. Mijn kleindochter Evie heeft een jaar bij ons gewoond toen ze twintig was, en met haar kan ik ook goed praten. We bellen vaak, en nu ik haar door de coronacrisis al een paar weken niet kan zien, mis ik haar ontzettend. Ik weet dat we geen vriendinnen zijn, ik ben haar oma en zesenveertig jaar ouder, maar zij is echt geïnteresseerd in mijn gedachten en gevoelens, en dat is een ongelofelijk cadeau. Weet je, mijn man heeft nog geen enkele keer gevraagd of ik bang ben om ziek te worden. Geen enkele keer. Hij vindt het allemaal een beetje overdreven. Mijn jongste dochter zei dat ze bang is dat we alleen gaan sterven als we ziek worden. Maar weet je, als ik hier nu op deze sofa doodga, met mijn man naast me, zal ik ook alleen zijn.' 'Alsof ik met een auto tegen een muur reed, zo voelde de eenzaamheid de eerste weken op kot. Ik heb superveel vrienden, speel voetbal, zit bij de scouts en ken wel zeven verschillende Jeroenen. Mijn lief studeert in Leuven en mijn twee beste vrienden in Brussel, maar dat was geen probleem, dacht ik. Ik trok naar Gent met het idee dat ik snel kameraden zou vinden. Maar dat was niet zo. Alleen wonen, de lessen, de nieuwe stad, het was best spannend. Ik zocht contact met vrienden van thuis, maar die studeerden heel andere dingen en vonden snel hun draai. De andere studenten van mijn richting gingen niet in op mijn vragen om eens een pintje te gaan drinken, dus zat ik op mijn kot en keek ik eindeloos tv. Die populariteit van Friends? Dat is omdat, als je genoeg afleveringen kijkt, je toch een beetje het gevoel hebt dat het ook jouw vrienden zijn. Ik genoot van mijn drukke weekends vol fuiven, voetbalmatchen en de jeugdbeweging, maar stapte op zondagavond met een knoop in mijn maag weer de trein op. Ik vond het studeren zelf ook best zwaar en zocht midden vorig jaar hulp bij de dienst studieadvies. Daar leerde ik Pol en Lies kennen, die nu vrienden zijn geworden. Ik heb me ook bij een minivoetbalclub van een andere faculteit aangesloten, dus ik heb nu minder last van het alleen zijn. Maar het was een trieste tijd, die eerste maanden, ook omdat ik tegen niemand durfde te vertellen dat ik het zo moeilijk had. Zelfs mijn lief weet niet dat ik me eenzaam voelde. Alleen tegen Lies en Pol heb ik het verteld, en omdat zij hetzelfde hadden, was dat oké. ' 'Drie jaar heb ik fulltime voor mijn man Karl gezorgd. Hij liep bij een auto-ongeluk een zwaar hersenletsel op, maar ik stond erop hem thuis te verzorgen. Hij is mijn man, en ook al is hij nu totaal anders dan de Karl met wie ik getrouwd was, ik zie hem nog altijd even graag. Maar de zorg eiste een zware tol. Ik gaf mijn job in een plantenzaak op en ook al kwamen mijn collega's soms langs, onze contacten werden oppervlakkiger. Ook vriendinnen en mijn zussen zag ik minder. Ik kon mijn man uitzonderlijk weleens in de handen van mijn zoon of dochter achterlaten, maar die zeldzame avondjes uit waren niet genoeg om mijn verpletterende eenzaamheid te verdrijven. Ik ben een babbelaar, ik kan uren kletsen, maar daar had ik geen tijd voor. En ik mis mijn man. Als ik dat tegen mijn kinderen of mijn zussen zeg, worden ze soms kwaad. Hij is er nog, en ik heb hen toch: hoe kan ik dan eenzaam zijn? Het ding is: Karl was mijn beste vriend. Als ik me zorgen maakte, stelde hij me gerust, als ik dingen uitstelde, gaf hij me een duwtje in de rug, als ik twijfelde over een aankoop, zei hij dat het z'n geld meer dan waard was. Nu doet niemand dat meer. Ik sta er alleen voor en dat weegt. Chips en chocola helpen. Het volle gevoel van net te veel eten vult een soort leegte. Maar het blijft zwaar. En sinds kort is het nog moeilijker. Ik kon de zorg voor Karl fysiek steeds moeilijker aan en toen hij in augustus vorig jaar een longinfectie kreeg, kwam hij eerst in het ziekenhuis en dan in een revalidatiecentrum terecht. Ik ging parttime weer aan het werk, zodat ik elke dag kan langsgaan, en begon mijn sociaal leven weer op te bouwen. Maar nu zit ik door die corona dus weer thuis en mag ik Karl zelfs niet gaan bezoeken. Het is hartverscheurend. Toen ik vorige week een hele boodschappentas chips kocht, zag ik de kassierster denken: weer zo'n hamsteraar. Maar dit is niet hamsteren, dit is 100% pijnstilling.' 'Bij het begin van het seizoen heb ik staan huilen op de tribune van Cercle. Ik volg de club al mijn hele leven, samen met twee jeugdvrienden. Eentje overleed drie jaar geleden na een hartaanval, de ander stierf in augustus. Ik had hun wit-groene sjaals aan, ondertussen dun van de ouderdom, en voelde een intense triestheid. Ik ken hen van op het internaat waar ik op mijn veertiende naartoe gestuurd werd. Toen ik hun op mijn achttiende vertelde dat ik homo was, lachten ze het weg. Dat wisten ze al blijkbaar. Terwijl mijn familie me aan de deur zette, bleven zij me opzoeken op mijn kot in Leuven. Ik was getuige bij hun huwelijk en ben peter van twee van hun kinderen. In Leuven vond ik trouwens een hele homogemeenschap, en leerde ik alweer vrienden voor het leven kennen. Met een kliek van zeven hebben we de wereld rondgereisd, wat makkelijk was, want er woonde altijd wel een van ons in Brazilië of Naïrobi. Ook van die vrienden zijn er al drie gestorven, en ik mis hen enorm. Pas op, ik ben niet alleen hè. Ik ben getrouwd, al vijftien jaar. Mijn man is een parel, en we zijn heel gelukkig samen. Maar hij is achtentwintig jaar jonger, en dat is soms moeilijk. Niet als het op de belangrijke dingen aankomt, daar hebben we elkaar wonderwel in gevonden. Ons dagelijkse, emotionele en seksuele leven loopt op rolletjes. Maar hij weet niet wie Chroesjtsjov is, houdt niet van voetbal en vindt The Kinks en The Small Faces maar niets. Soms, als ik een moeilijk moment heb, komt hij naast me staan en vraagt hij of ik weer eenzaam ben. Eerst nam hij dat persoonlijk, ondertussen begrijpt hij dat het eigenlijk niets met onze relatie te maken heeft. Want hoe geweldig hij ook is, het verlies van de vrienden die me kenden toen ik al mijn haar nog had, sloeg een gat dat hij niet kan vullen.' 'Het zal wel overgaan als je een lief vindt, zegt mijn moeder altijd. Ze weet dat ik me vaak alleen voel, en vraagt er ook weleens naar. Maar ik praat er niet graag over. Hoe durf ik eenzaam te zijn: ik heb uitstekende vrienden, schitterende ouders en een broer die me overal bij helpt. Dat is nodig, want ik zit sinds mijn vierde in een rolstoel. Ik woon zelfstandig, werk als IT'er en heb een druk leven, en toch voel ik me soms helemaal alleen. Dat heeft met die rolstoel te maken. Hoe graag ze me ook zien en hoe ik ook van hun gezelschap geniet, wie niet in mijn positie zit, letterlijk, zal sommige dingen nooit echt begrijpen en dat wringt soms. Hoe ik in bijna geen enkel café gewoon naar het toilet kan, omdat die niet rolstoeltoegankelijk zijn. Hoe ik vaak gewoon over het hoofd word gezien op straat of door nieuwe mensen op het werk, omdat ik neerzit. Hoe zelfs mensen van goede wil altijd meteen een mening over me hebben. Ik heb twee lange relaties achter de rug, maar ik twijfel over kinderen, omdat ik ongerust ben over het soort vader dat ik kan zijn, en dat is al twee keer een breekpunt gebleken. Als tiener had ik een goede vriend die ook in een rolstoel zat, we hebben elkaar op de kine leren kennen. Met hem kon ik over rolstoeldingen praten en dat was echt geweldig. Maar zijn gezin verhuisde naar Frankrijk. We hebben nog wel contact en zien elkaar om de paar jaar. Hij is getrouwd met een meisje dat ook in een rolstoel zit en soms denk ik: misschien moet ik dat ook doen. Iemand zoeken in dezelfde situatie als ik. Dan kunnen we samen buitenbeentjes zijn. En om stomme woordgrapjes lachen.' 'Ik ben voor mijn werk vaak onder de mensen, en vind dat eerlijk gezegd uitputtend. Als ik ergens moet gaan spreken, blijf ik nooit voor de receptie achteraf, maar maak ik me meteen uit de voeten. Ik heb geen talent voor smalltalk. Zoals nu in coronatijd hele dagen alleen thuiszitten, dat is me eigenlijk op het lijf geschreven. Ik had dat als kind al. Ik bracht veel tijd alleen op mijn kamer door en als tiener had ik eindeloze discussies met mijn ouders. Over politiek, over hun tradities, dat soort dingen. Dat vonden ze soms fijn, maar niet altijd. Ik had gehoopt dat ik tijdens mijn studie meer mensen zou tegenkomen die net als ik op zoek waren naar dat soort diepgang, maar dat viel wat tegen. En daarin zit 'm mijn eenzaamheid. Ik ben graag alleen, en heb vrienden en familie genoeg die me graag zien. Wat ik mis zijn echt goede, diepgaande gesprekken over de dingen die me bezighouden. Er is een vriend met wie ik dat wel kan en van onze avonden samen geniet ik oprecht. Maar hij heeft niet alle tijd van de wereld en ik ook niet. Gelukkig heb ik ook boeken. Ik lach weleens dat dat mijn beste vrienden zijn. Mensen denken dat lezen eenrichtingsverkeer is, maar dat is niet zo. Boeken lezen is voor mij een constant gesprek, elke zin is een antwoord. Ze zijn uitstekend gezelschap, geloof me. Dus ja, op dit moment geniet ik ervan om amper sociaal contact te hebben. Al vraag ik me wel af hoelang ik het kan volhouden.'