Mannen recycleren minder omdat ze bang zijn om 'verwijfd' over te komen. Nee, dit is geen grap, maar een krantenkop van begin augustus. Uit onderzoek aan de Amerikaanse Penn State University bleek dat mannen ecologisch verantwoord gedrag zoals recycleren en minder met de wagen rijden 'onmannelijk' vinden en het dus minder doen. Dan duikt al snel het begrip toxic masculinity op, een populaire benaming voor het fenomeen dat sommige aspecten van ons klassieke idee van mannelijkheid - het niet tonen van emoties, stoer en competitief zijn, agressie en risico's cultiveren - het diezelfde mannen bepaald lastig maakt. De gevolgen - zowel groot als klein - zijn duidelijk. In 2018 vroeg de Britse schrijfster Caitlin Moran op Twitter aan mannen wat ze moeilijk vinden aan man zijn. Dat mijn vrouw de dure geurkaarsen uitblaast als ze naar bed gaat, was veruit het luchtigste antwoord. Dat mannen vaak het gevoel hebben dat ze per ongeluk ingeschreven zijn in een competitie om de geweldigste man ter wereld te zijn, vond kunstenaar Phillip Harris. Dat we heel slecht zijn in het praten over waar we het moeilijk mee hebben, tweette schrijver Matt Haig. Dat laatste domineerde de duizenden antwoorden.
...

Mannen recycleren minder omdat ze bang zijn om 'verwijfd' over te komen. Nee, dit is geen grap, maar een krantenkop van begin augustus. Uit onderzoek aan de Amerikaanse Penn State University bleek dat mannen ecologisch verantwoord gedrag zoals recycleren en minder met de wagen rijden 'onmannelijk' vinden en het dus minder doen. Dan duikt al snel het begrip toxic masculinity op, een populaire benaming voor het fenomeen dat sommige aspecten van ons klassieke idee van mannelijkheid - het niet tonen van emoties, stoer en competitief zijn, agressie en risico's cultiveren - het diezelfde mannen bepaald lastig maakt. De gevolgen - zowel groot als klein - zijn duidelijk. In 2018 vroeg de Britse schrijfster Caitlin Moran op Twitter aan mannen wat ze moeilijk vinden aan man zijn. Dat mijn vrouw de dure geurkaarsen uitblaast als ze naar bed gaat, was veruit het luchtigste antwoord. Dat mannen vaak het gevoel hebben dat ze per ongeluk ingeschreven zijn in een competitie om de geweldigste man ter wereld te zijn, vond kunstenaar Phillip Harris. Dat we heel slecht zijn in het praten over waar we het moeilijk mee hebben, tweette schrijver Matt Haig. Dat laatste domineerde de duizenden antwoorden.Op macroschaal spreken de cijfers voor zich. Wereldwijd worden mannen vaker met geweld geconfronteerd dan vrouwen, als dader en als slachtoffer. Ze hebben significant meer verslavingsproblemen en maken de grootste brok van de daklozen uit. Uit de recentste cijfers blijkt dat 72% van de mensen die in Vlaanderen uit het leven stapt, man is. Het mannelijk rolmodel kan zelfs meespelen in onze levensverwachting. Die ligt in ons land iets meer dan 4 jaar lager bij mannen dan bij vrouwen. Onderzoek aan het US Center for Disease Control and Prevention wijst uit dat mannen met een 'machohouding' niet op tijd naar de dokter gaan als ze klachten hebben. Gaan ze wel, dan zijn ze niet altijd eerlijk over wat er aan de hand is, omdat ze niet als zwak willen worden gezien. Dat zou een van de redenen zijn waarom mannen minder lang leven dan vrouwen. Death by macho, dus. Geen klein bier, vandaar dat de American Psychological Association in januari een brochure samenstelde met richtlijnen rond de specifieke psychologische problemen van jongens en mannen als gevolg van wat zij de traditionele mannelijke ideologie noemen. Amerikaans onderzoek, Amerikaanse psychologen, de vraag is hoe dat hier bij ons zit. Min of meer hetzelfde, weet Koen Dedoncker, stafmedewerker bij vzw Zijn en coördinator bij Men Engage. 'Mijn collega's en ik trokken de afgelopen twee jaar in heel Vlaanderen naar middelbare scholen met het Equi-x-programma. Daarin wordt gewerkt rond gendergelijkheid en geweld, relaties, seksualiteit, zorg en ook mannelijkheid. We vragen aan jongens en meisjes van 16 of ze ooit al te horen hebben gekregen wat het betekent om een 'echte' man of vrouw te zijn. Dat hebben ze allemaal. Op school, in de sportclub, thuis, in de jeugdbeweging, onder vrienden: hun hele omgeving geeft de lijnen van de 'man box' aan. Stoer zijn, de beste zijn, leiding geven... Wat er zeker niet in past is huilen, je kwetsbaar opstellen, zorgzaam zijn of veel praten. We vroegen ook wat er gebeurde als ze die laatste dingen wel deden. De reacties zijn streng en onmiddellijk en er worden opvallend veel scheldnamen gebruikt. Pussy, sissy, bitch, janet, die common language wordt gehanteerd om elkaar constant te corrigeren. Het is hun dagelijkse realiteit en ze stellen zich er weinig vragen over. Of ze lachen het weg. Het is oké, het is maar om te lachen, je moet maar geen sissy zijn. 'Dedoncker verwachtte dat de zestienjarigen van vandaag iets genderneutraler zouden denken dan oudere generaties. 'Maar dat is dus niet zo. En het is ook geen kwestie van nieuwkomers, het zit zeer diep in onze eigen cultuur ingebakken. Natuurlijk zien we verschillen. In een klas met veel Turkse jongens bleek dat hun definitie van mannelijkheid rond verantwoordelijkheid, respect en familie draait. Ze zetten mannelijkheid ook niet tegenover vrouwelijkheid, zoals hun klasgenoten, maar tegenover onvolwassen zijn. Zij noemen elkaar geen pussy, maar wel kind of baby. Hun korset is anders, maar zit even strak.' Wie al eens de radio aanzet, hoort bands als Idles of rappers als Jordan Stephens de 'Man Box' aanklagen in hun muziek. 'In de popcultuur worden die dingen inderdaad in vraag gesteld,' weet Dedoncker, 'maar je moet al in een bepaalde positie zitten om dat te kunnen. Neem voetballers. Die mogen op het veld huilen als ze winnen of verliezen, maar daarbuiten niet. De socialisatie begint vroeg. Mijn zoontje trok als grote fan van Frozen met een petje van die film op naar de kleuterschool. Maar dat duurde maar een paar weken: zijn vierjarige peers maakten hem snel duidelijk dat dat niet kon. De tieners met wie wij werken, geven allemaal toe dat ze er last van hebben. Ze willen het allemaal anders, maar de groepsdruk is immens. Een zestienjarige zei me: 'Voor ons is het al te laat, meneer.' Ik geloof dat niet. Wij zagen de attitude van onze deelnemers veranderen in de 24 uur dat we met hen werkten. Ze werden opener, gingen vragen stellen, zagen dat meer vrijheid een optie was en wilden dat idee zelfs uitdragen.' Uitstekend, denk je dan. Jonge mannen willen een probleem dat hen persoonlijk raakt aankaarten. Alleen, als ze dat doen is de kans groot dat ze op weerstand stuiten. Veel weerstand. Toen Gillette eerder dit jaar in een reclamefilmpje met de slogan The Best a Man Can Be pleitte tegen pesten, intimidatie, mansplaining en de boys will be boys-excuuscultuur, kwam er lof, maar ook veel tegenwind. Het beledigde mannen, vonden veel mannen, en dus werd er opgeroepen tot een boycot. Toen in januari de richtlijnen van de American Psychological Association uitkwamen, zag je dezelfde reactie, zelfs hier in Vlaanderen. In De Morgen verscheen een column met de titel Mannelijkheid is een aandoening, waarin het aankaarten van een reëel probleem van mentaal mannelijk welzijn gereduceerd werd tot een aanval op alles wat mannelijk is. 'De term giftige mannelijkheid is zélf giftig,' stelt Dedoncker, 'omdat ze veel mannen meteen het gevoel geeft dat er iets mis is met hen. Ik begrijp het mechanisme, maar het verbaast me toch hoe sterk de tegenreacties vaak zijn.' De Amerikaanse genderspecialist Michael Kimmel probeert uit te zoeken waarom zo veel mannen verontwaardigd of zelfs woedend reageren als het over - al dan niet giftige - mannelijkheid gaat. In een interview met Signsjournal.org legt hij uit dat het onevenwicht tussen hun ervaringen als groep en als individu er misschien voor iets tussen zit. 'Vrouwen zien een soort symmetrie in hun sociale en individuele leven. Ze hebben als groep minder macht dan mannen, en voelen dat vaak ook in hun persoonlijke leven zo aan. Feminisme heeft geprobeerd om zowel die machteloosheid als groep als die als individu aan te pakken. Mannen horen de hele tijd dat mannelijkheid in onze maatschappij dominant en machtig is. En niemand kan ontkennen dat mannen in onze maatschappij nog vaak de touwtjes in handen hebben. Maar als individu voelen veel mannen zich niet geprivilegieerd en ze hebben ook geen concrete macht. Integendeel, vinden ze, ze moeten luisteren naar hun baas, naar hun vrouw, naar hun kinderen. Zij wijzen dan maar naar het feminisme om hun gevoel van machteloosheid te verklaren. Vrouwen hebben het vandaag voor het zeggen, hoor je dan. Maar dat klopt helemaal niet. Het patriarchaat waar het feminisme tegen vecht heeft niet alleen macht over vrouwen, maar ook over mannen zonder macht.' Dat verklaart volgens Kimmel de sensitiviteit als het over #metoo of giftige mannelijkheid gaat. Mannen krijgen te horen dat ze - collectief - schuldig zijn aan seksuele intimidatie, dat ze glazen plafonds in stand houden en zichzelf en hun vrienden ongelukkig maken door zich overdreven stoer te gedragen. Not all men, is een veelgehoorde reactie. De discrepantie tussen mannen-als-groep en hoe een individuele man naar zichzelf kijkt, dat is hier de crux, denkt Kimmel. 'Veel mannen hebben het gevoel dat ze de verliezers zijn in het hele genderspel.' Mag een vrouw stemmen? Mag ze een eigen bankrekening? Is alleen een moeder een echte vrouw? Wat als ze kinderen heeft en gaat werken? Of lesbisch is en kinderen wil? Allemaal dingen waar we het de laatste decennia uitgebreid en en plein public over gehad hebben, weet Linda Duits, sociaalwetenschapper rond gender en seksualiteit aan de Universiteit van Utrecht. 'Vrouwen reflecteren dankzij het feminisme ontzettend veel over hun eigen positie, ze denken en praten over hoe het is om achtergesteld te zijn, hoe ze zich verhouden tot de rest van de maatschappij, en tot mannen. Omdat het hun dagelijkse realiteit is.' Het leven van een twintigjarige vrouw is vandaag dan ook fundamenteel anders en vrijer dan dat van haar overgrootmoeder. Bij mannen is dat anders, stelt Michael Kimmel. 'Op amper één of twee generaties moesten mannen evolueren van een soort Don Draper-achtig kostwinnersfiguur naar iemand die vlotjes kan meediscussiëren over transgendertoiletten. Ik denk niet dat mannen per se tegen verandering of gendergelijkheid zijn, ik denk dat ze simpelweg verbijsterd zijn over hoe snel de wereld om hen heen veranderd is.' Mannen hebben inderdaad heel wat in te halen, stelt Duits. 'In de jaren zeventig waren mannen, als reactie op de veranderende positie van de vrouw, ook bezig met hun plek in de maatschappij. Maar die discussie is gaan liggen en in de jaren negentig zagen we met het postfeminisme de rollen weer klassieker worden. Ik denk niet dat er vandaag een echte mannelijkheidscrisis is, maar het hele gendersysteem is wel in beweging. We moeten opnieuw nadenken over wie we zijn en hoe we ons tegenover elkaar gaan verhouden. Als het over mannelijkheid gaat, gaat het niet alleen meer over witte middenklassemannen, maar ook over welke plek homo's innemen in dat systeem, of over nieuwe migranten die misschien een ander soort mannelijkheid meebrengen. Nu er steeds minder vaste banen zijn, moeten we ook stilstaan bij hoe we omgaan met mannen die niet langer kostwinner zijn of voor de kinderen zorgen. Of met mannen die zich 'vrouwelijker' gedragen.' Dat vrouwen het makkelijker hebben met dat soort vragen, merkt Dedoncker in de klassen waar hij komt. 'Er zijn duidelijk meerdere vormen van vrouwelijkheid en meisjes zijn een stuk toleranter tegenover elkaar als ze buiten de lijntjes kleuren. Ze zien ook sneller de gevaren in van een te strakke genderrol. Soms lijkt het of vrouwen volwassener omgaan met genderidentiteiten. Mannen en mannelijkheid hebben dat bevrijdingsproces nog niet doorgemaakt en het idee dat er diverse vormen van mannelijkheid zijn, wordt zelden geëxploreerd. Al heb ik wel het gevoel dat dat debat eindelijk op gang komt.' Als mannen als Bruce Springsteen en acteur Dwayne 'The Rock' Johnson over hun depressie praten, of als muzikant Nick Cave interviews geeft over rouwen om zijn zoon, dan zijn we vertrokken, zou je denken. Maar zo eenvoudig is het niet, denkt Dedoncker. 'We beginnen in te zien dat er een aantal problemen zijn die we moeten oplossen, maar het zal niet makkelijk zijn, denk ik. In het gesprek over mannelijkheid willen sommige groepen een soort nucleus van mannelijkheid vastpinnen, maar daardoor blijven ze steken in de oude hokjes. Je ziet dat ook wereldwijd bij de alt-rightbeweging, en in Vlaanderen bij een fenomeen als Schild & Vrienden. Boze jonge mannen willen terug naar vroeger, toen het beter was. Voor mannen toch. En ze willen vooral weer duidelijkheid. Hokjes zijn niet vrij, maar ze zijn wel veilig. Je weet wat er van je verwacht wordt. Als je daarbuiten stapt, moet je je eigen regels maken.' Iets wat ook Linda Duits ziet. 'Als zo'n heel systeem gaat bewegen, is het natuurlijk de groep die het meest baat had bij het oude systeem die terugslaat. In Nederland zijn dat mannen als Thierry Baudet, die antifeministisch reageren.' Maar er is duidelijk nood aan ruimte waar mannen een gesprek over mannelijkheid kunnen aangaan, vindt Duits. 'Kijk naar het succes van iemand als Jordan Peterson. Zelfs als je zijn ideeën over mannelijkheid, vrouwen en onze maatschappij kwalijk vindt, kun je niet om de gretigheid waarmee mannen aan zijn lippen hangen heen.' Dat de alt-rightbeweging en figuren als Peterson zo veel bijval kennen, heeft volgens Kimmel niet eens te maken met de ideologie die ze presenteren. 'Mannen zijn op zoek naar een gevoel van verbondenheid, naar een plek waar ze kunnen praten over dingen die aan de hand zijn in hun leven. Maar als je hen wilt behoeden voor extreme of schadelijke ideeën over mannelijkheid, helpt het niet om hun te vertellen dat wat ze denken dom of giftig is. Je moet hun een alternatief bieden, een manier om een man te zijn die hunzelf en de maatschappij geen schade berokkent.' Wat mannen moeten beseffen, vindt Kimmel, is dat ze een keuze hebben. 'Ofwel worden ze kicking and screaming de onvermijdelijke toekomst ingesleurd, ofwel zoeken ze uit hoe de veranderende maatschappij ook voordelen kan opleveren.'Vrouwen hebben volgens Kimmel dankzij het feminisme ontdekt dat ze hun klassieke genderrol kunnen afgooien, om complexe te wezens zijn. 'Ze kunnen zorgend en liefdevol en zacht zijn, maar tegelijk ook assertief, ambitieus en competitief. Mannen herkennen zichzelf vandaag prima in die laatste trekken, maar hebben het nog altijd moeilijk met de zachtere eigenschappen. Zo snijden ze zich af van de helft van de menselijke ervaring.' We moeten die klassieke 'man box' opentrekken en verschillende vormen van mannelijkheid onderzoeken, denkt Koen Dedoncker. 'Zie het als een soort individueel bevrijdingsproces voor mannen.' Misschien kan het helpen om niet naar mannelijkheid te kijken, maar naar de rollen die je als mens in te vullen hebt, stelt Duits. 'Je bent tenslotte een vader, partner, zoon, werknemer en vriend.' Meer nog, stelt Kimmel, om mannen en vrouwen evenveel vrijheid te geven om hun individuele draai te vinden, is het een goed idee om de eigenschappen die we nu als vrouwelijk en mannelijk zien, te ontgenderen. Zorg en ambitie, samenwerking en competitie, kwetsbaarheid en stoerheid, als we die niet langer zien als vrouwen- en mannentrekken maar als mensentrekken, dan zijn we al een heel eind op weg. Probleem daarbij, stelt Duits, is dat mannen mannelijke waarden nog altijd boven de vrouwelijke plaatsen. 'Natuurlijk zijn vrouwen blij dat ze ook ambitieus, assertief en competitief mogen zijn, het maakt hun leven interessanter. Maar zolang mannen het nut niet inzien van zorgzaamheid of kwetsbaarheid, zolang ze dat nog altijd beschouwen als een stap omlaag, blijft het moeilijk.' Toch is Koen Dedoncker optimistisch. 'Er is een paradigmawissel nodig, in veel lagen van de maatschappij, dus het zal een werk van lange adem zijn. Zoiets verander je niet in vijf of tien jaar. Maar ik zie een bereidwilligheid om eraan te werken. Onze maatschappij is er klaar voor.'