Sinds de start van de coronacrisis staat niet alleen het fysieke maar ook het mentale welzijn van de bevolking onder druk. Tijdens de eerste lockdown was er een opstoot van depressieve gevoelens en angststoornissen in alle lagen van de bevolking, een tendens die zich tijdens de tweede lockdown voortzet.
...

Sinds de start van de coronacrisis staat niet alleen het fysieke maar ook het mentale welzijn van de bevolking onder druk. Tijdens de eerste lockdown was er een opstoot van depressieve gevoelens en angststoornissen in alle lagen van de bevolking, een tendens die zich tijdens de tweede lockdown voortzet. Volgens Sciensano is de steun van familie en vrienden het beste medicijn tegen de angst en depressieve gevoelens die de crisis veroorzaakt. De vraag dringt zich echter op of en hoe we elkaar kunnen troosten vanop afstand, want de huidige coronamaatregelen beletten ons om elkaar een bemoedigend schouderklopje of een hartelijke knuffel te geven.'Als we elkaar niet meer spontaan kunnen vastpakken, dan moeten we nadenken over manieren om die verminderde fysieke nabijheid te compenseren,' merkt psychiater en hoogleraar Dirk De Wachter (KU Leuven) op. 'Het lijkt me niet noodzakelijk nadelig als we daar nu bewuster mee leren omgaan.'Knuffelen is niet het hoogste goedVolgens De Wachter zit er niet per se veel diepgang in de fysieke gebaren die we soms zonder veel nadenken stellen, een visie die psycholoog en specialist rouwverwerking Manu Keirse (KU Leuven) met hem deelt: 'Soms pakken we iemand vast en zijn we weg zonder dat we echt geluisterd hebben naar wat die persoon bezighoudt.'Keirse waarschuwt dan ook dat fysieke aanrakingen niet het hoogste goed zijn wanneer we iemand willen troosten: 'Een knuffel kan kil overkomen als we hem niet op een gepaste manier geven. Bovendien kwetsen we mensen meer dan dat we hen steunen als we hen aanraken zonder dat ze dat wensen.'Daar is rouwcoach en therapeut Goedele Van Kerschaever het mee eens: 'Als we iemand vastpakken, kunnen we het emotionele proces van die persoon blokkeren. We verhinderen dat de emoties vrij kunnen stromen, waardoor ze zich vastzetten en mogelijks een trauma veroorzaken. Het is niet voor niks dat ik mijn cliënten afraadt om elkaar ogenblikkelijk vast te pakken wanneer ze merken dat iemand het moeilijk heeft. Het doet soms meer kwaad dan goed.' Volgens Van Kerschaever is het verminderde fysieke contact dan ook eerder een zegen dan een vloek voor een aantal mensen. 'Voor herstelgerichte mensen, die zich voluit op het leven storten en weinig met hun verdriet bezig zijn, is het aangenaam dat ze niet "moeten" knuffelen of praten in deze periode. Voor mensen die verliesgericht zijn, en die van nature uit geneigd zijn om zich te isoleren, kan het sociale isolement van de lockdown aanvoelen als een opluchting', legt ze uit. De neiging die we voelen om iemand vast te pakken wanneer die verdrietig of angstig is, stamt volgens Van Kerschaever louter uit onze onkunde om met moeilijke emoties om te gaan. 'We voelen ons ongemakkelijk als mensen verdriet uiten, dus proberen we om de emotie weg te duwen en die persoon te sussen. We willen zorgen dat alles snel weer in orde is, anders voelen we ons machteloos.' Volgens De Wachter is die moeizame omgang met negatieve emoties typerend voor onze samenleving: 'Omgaan met de dood, met verlies en verdriet, met ziekte en met tekorten is in verdrukking geraakt binnen onze maatschappij, die vooral inzet op vrolijkheid en succes.'Daar gaat rouwbegeleidster Saskia Saelens mee akkoord. 'In onze samenleving staan we veel meer open voor blijde verwelkomingen dan voor pijnlijke verliezen. Dat zie je alleen al aan het feit dat het vaderschapsverlof bij een geboorte tien dagen is, terwijl dat bij een sterfgeval maximum vier dagen zijn', vertelt ze. 'We hebben moeite om te aanvaarden dat er ook moeilijke momenten zijn in het leven, dat is tijdens deze lockdown niet anders', gaat ze verder. Dat we nooit hebben geleerd hoe we met gevoelens van angst, verdriet en verlies om moeten gaan is volgens Saelens iets wat ons tijdens de crisis zuur opbreekt: 'We verkeren als het ware in collectieve rouw omdat we allemaal - al is het maar tijdelijk - afscheid moeten nemen van ons oude leven. En nu zitten we ook nog eens collectief met de handen in het haar omdat we niet weten hoe we daarop moeten reageren.'Ook Keirse hekelt het tekort aan aandacht die daar in het verleden naar is uitgegaan: 'Mocht ik minister van onderwijs zijn, dan zou dat een onderwerp zijn dat aan bod kwam vanaf de kleuterschool tot in het hoger onderwijs. Tenslotte wordt iedereen er vroeg of laat mee geconfronteerd, en kennis brengt rust.'Dat we niet weten hoe we elkaar op een correcte manier kunnen troosten, uit zich volgens Keirse maar al te vaak in woorden waar we vaak onbedoeld heel wat schade mee berokkenen: 'Neem bijvoorbeeld het woord "sterkte". Dat is meer een verwijt dan een steun. Want als je verdrietig bent, dan voel je je zwak. Als iedereen je dan sterkte toewenst en je voelt je nadien niet sterker, dan ben je toch wel een sukkelaar hé?' De onderzoeker schuift uitspraken als 'het komt wel goed' eveneens naar voren als lege woorden die ons nauwelijks vooruit helpen.'Als het op gevoelens aankomt, dan hebben we niet genoeg aan platgetreden woorden of voorgekauwde formules zoals "ik ben er voor je"', valt hoogleraar taalkunde Kurt Feyaerts (KU Leuven) hem bij. 'We moeten daarvan leren loskomen, want het zijn vaak gemakzuchtige oplossingen die geen of weinig inlevingsvermogen vragen en waar we ons bijgevolg niet gesteund door voelen.' Met het oog op troosten lijkt het de taalwetenschapper beter om net die fysieke handelingen op te roepen waarvan geweten is dat ze onder normale omstandigheden een weldadig effect zouden hebben. Uitspraken als 'ik knuffel je' of 'ik hou je vast' spreken sterker tot de verbeelding dan de gebruikelijke clichés, en ze brengen meer teweeg dan we denken. 'Binnen de neurowetenschappen is er al lange tijd evidentie dat dezelfde hersengebieden die geactiveerd worden bij een bepaalde lichamelijke handeling, ook geactiveerd worden wanneer we taal gebruiken om over diezelfde handeling te spreken. Dit inzicht helpt mee te verklaren waarom we bij uitspraken over knuffelen een gelijkaardige sensatie lijken op te roepen, al is die sensatie weliswaar beperkter dan het eigenlijke knuffelen,' legt hij uit. Volgens Feyaerts biedt de crisis de ideale gelegenheid om onze blik op communicatie te verruimen: 'Binnen de huidige, beperkende omstandigheden is naast de alom geprezen efficiëntie van online-communicatieplatformen ook het gemis van lichaamstaal als een essentieel kenmerk van face-to-face communicatie duidelijk geworden. Meer dan ooit beseffen we dat we met veel meer communiceren dan alleen maar met woorden.' 'Het hoeft dan ook niet te verbazen dat we net nu fysieke nabijheid oproepen met een uitbundig gebruik van middelen als foto's, beeldspraak, emoji's en videochat', gaat hij verder. 'Vanuit dat besef trekken we taal en communicatie open tot ver voorbij de grenzen van het woord.' Bovendien moedigt de onderzoeker ons aan om vooral zelf actief en creatief met taal bezig te zijn en ons te beroepen op de kracht van de verbeelding: 'We hebben meer aan een boodschap die mooi en origineel geformuleerd is, mede doordat we actiever betrokken worden bij de interpretatie ervan en we bijgevolg uitgedaagd worden om ons in te leven in wat er gezegd wordt.' 'Wat we werkelijk moeten doen is elkaar ondersteunen of nabijheid zoeken,' zegt Saelens, 'wat inhoudt dat we helpen om het verdriet van een persoon mee te dragen in plaats van het weg te nemen.' 'Elkaar ondersteunen kan zonder fysiek contact en zelfs zonder woorden', valt Van Kerschaever haar bij. 'Mensen vragen zich af wat ze moeten doen om elkaar te ondersteunen, maar eigenlijk hebben ze de sleutel al in handen: er gewoon zijn is genoeg. Zelfs als je fysiek niet bij elkaar bent, kan je energetisch toch bij elkaar zijn.' De therapeute haalt verschillende manieren aan waarop mensen elkaar kunnen ondersteunen: 'Door te luisteren, een blik van erkenning te geven, voor elkaar te koken of boodschappen te doen, samen een wandeling in de natuur te maken of een kaarsje te branden en aan elkaar te denken.' Keirse benadrukt het uitzonderlijke belang van aandachtig luisteren als een vorm van ondersteuning: 'Je kan niks veranderen aan de pijn die mensen beleven, maar je kan wel getuige zijn van hun verdriet. Door te luisteren, geef je hen het gevoel dat ze waardevol zijn. De knuffel die je geeft of de woorden die je uitspreekt zijn niet het belangrijkste. Het allerbelangrijkste is dat mensen erkenning voelen doordat je aandachtig luistert.' Daarnaast is het ophalen van herinneringen volgens de onderzoeker heel waardevol: 'Dat kan bijvoorbeeld door elkaar een kaartje of een brief te sturen met herinneringen aan iemand die je verloren bent of iemand die je mist. Je opent de enveloppe pas wanneer je eraan toe bent. Dat zijn kleine dingen waardoor we toch nabijheid kunnen vinden.'Dat we fysieke nabijheid nu al voor lange tijd moeten missen, heeft volgens De Wachter ook zijn voordelen. 'Nabijheid is essentieel menselijk. Door de coronacrisis krijgen we daar opnieuw aandacht voor, want we voelen dat tekort.' Of we er een blijvende les aan zullen overhouden, is volgens hem nog een vraagteken: 'Mijn vrees is dat we er weer slordiger mee zullen omspringen wanneer alles weer wordt zoals voorheen. Nu schreeuwen we bijvoorbeeld moord en brand als er geen bezoek mag zijn in de woonzorgcentra, want we ondervinden nu pas hoe belangrijk die fysieke nabijheid echt is. Maar voor de crisis waren er veel ouderen die geen of nauwelijks bezoek kregen. Mijn hoop is dat we die realisaties zullen meenemen wanneer we weer mogen gaan winkelen en op café mogen gaan.'