Marijke Denys (53) en Koen Ryckeboer (54) verloren vier jaar geleden hun dochter Louise (21) nadat ze met haar wagen door ijzel van de weg slipte.
...

Koen: 'Enkele dagen na de dood van Louise werd ik 's nachts wakker en schreef ik in één ruk de tekst die ik wilde lezen op haar uitvaart. Ik schreef onder andere over haar tatoeage, een lotusbloem die ze had laten zetten als verwijzing naar een moeilijke tijd die ze in haar middelbareschooltijd had doorgemaakt. Hoe er uit iets lelijks ook iets moois kan voortkomen, was de symboliek erachter. Ik vertelde Louise in mijn tekst dat ik dezelfde tatoeage zou laten zetten als eerbetoon aan haar. Twee weken na haar dood stond de tattoo er.' Marijke: 'Twee jaar later heb ook ik dezelfde tattoo laten zetten. Ik ben nu voor altijd verbonden met Louise, maar ook met Koen. Koen sneed ook drie lotusbloemen uit hout om op de plaats van het ongeval te plaatsen. Drie lotusbloemen voor drie kinderen. Louise zal altijd een schakel van dit gezin blijven. Als mensen ons vragen hoeveel kinderen we hebben, antwoorden we altijd: 'Drie.' Of je nu een, drie of tien kinderen hebt, het verdriet om het kind dat er niet meer is, is even pijnlijk, maar de andere twee sleuren je wel weer mee in het leven. Toen Emilie, Louises oudere zus, net zwanger was van haar eerste kindje, zeiden mensen: 'Nu zal het wel weer goed gaan met jullie.' Dat deed pijn. Het is niet omdat er nieuw leven komt dat ons litteken weg is. Het verdriet wordt wat verzacht, maar het blijft. Het is er altijd. Na de geboorte van Lowie - Emilie vernoemde hem met een knipoog naar haar zus - was ik euforisch, maar onmiddellijk kwam de weerbots: ik kan dit niet met Louise delen. Er is nu een tweede kleinkind onderweg en weer denk ik: wat een onwaarschijnlijke zonde dat Louise dit moet missen. Ze zou meter worden.' Koen: 'Verdriet overheerst je handelen en je denken, het kapt je af van het leven. Daarom heb je mensen om je heen nodig. Er is niets dat zo helpt als over Louise praten. Onlangs vierden we de verjaardag van mijn moeder, dan zetten we Louises foto op tafel. Als een uitnodiging: er mag - moet - nog over haar gepraat worden. We benoemen haar voortdurend. Ze is hier ook nog overal aanwezig. Haar schoenen staan zelfs nog op de trap.' Marijke: 'Haar kamer is zoals zij die heeft achtergelaten. Ik kan niks weggooien. Ik ga er elke avond even zitten. Dan schrijf ik mijn dag neer in een schriftje, zoals ik haar vroeger over mijn dag verteld zou hebben. Ook haar vrienden vergeten haar niet. Vriendinnen komen op hun trouwdag een boeketje op haar graf zetten. En dit weekend liet een vriendin ons weten dat ze zwanger is. Ze zei: 'Louise is de eerste aan wie ik het vertelde.' Natuurlijk is dat confronterend: Louise had zelfs al namen in gedachten voor de kinderen die ze wilde krijgen. Maar het doet deugd dat mensen niet alleen op de droevige momenten, maar ook op de mooiste dagen van hun leven aan haar denken. Ze heeft op het leven van zo veel mensen een grote impact gehad, niet alleen op dat van ons.' Koen: 'Louise heeft geleefd voor twee. De weinige tijd die ze hier gekregen heeft, heeft ze gebruikt. Ze was heel aanwezig in het leven, kende enorm veel mensen. Er was 1400 man op haar afscheidsviering. We hadden geen idee dat ze zo geliefd was.' Marijke: 'Binnenkort begint weer de periode die voor ons het moeilijkste is. Toen ze verongelukte, hing overal de kerstversiering. De lichtjes in de straten brengen bij ons slechte herinneringen naar boven. Een week voor Louise stierf, had ik op haar vraag de kerstboom gezet. Sinds haar dood wil ik geen boom meer in huis.' Koen: 'We zijn altijd blij als de kerstperiode voorbij is en het nieuwe jaar weer goed en wel begonnen is. Een nieuw jaar, een nieuw begin, maar altijd met Louise in onze gedachten.' 'Emilie en ik waren voorbestemd om beste vriendinnen te worden. We kenden elkaar sinds onze geboorte, onze ouders zijn goede vrienden. We waren vriendinnen, maar werden pas echt close toen we in het middelbaar naar dezelfde school gingen en samen een vriendenkring opbouwden. Ik kon me geen leven zonder haar voorstellen. Hoe vaak komt dat voor: een vriendin met wie je werkelijk elke levensfase hebt gedeeld? Het moment waarop mijn moeder belde om te zeggen dat Emilie een ongeluk had gehad en het naar alle waarschijnlijkheid niet zou halen, staat voor altijd in mijn geheugen gebrand. Er is een leven voor en een leven na dat telefoontje. Het leven dat ik ervoor had, vrolijk, naïef, zorgeloos, was in één klap voorbij. We kwamen uit het middelbaar, begonnen aan de volgende grote stap in ons leven. De wereld lag aan onze voeten. We waren kort voor haar dood nog samen op vakantie geweest en hadden daar veel gepraat. We hadden zo veel dromen, zo veel plannen. En toen was dat plots voorbij. Voor Emilie stierf, kende ik geen donkerte. Mijn leven was all sunshine. Net daarom hakte haar dood zo zwaar op me in. De eerste jaren na haar dood stond mijn leven stil: ik kon letterlijk niet meer bewegen. Ik stopte met studeren, raakte sommige dagen amper uit bed. Ik heb jaren nodig gehad om haar dood een plaats te geven. Troost vond ik in vriendschap. Emilie had twee vriendenkringen: de vrienden van de scouts en die van school. Pas na haar dood zijn die twee werelden samengekomen. We hebben als vrienden sindsdien een onverbrekelijke band: door dat gedeelde trauma begrijpen we elkaar zonder woorden. Met z'n allen zetten we ons ook in voor het Fonds Emilie Leus, na haar dood opgezet door haar ouders en vrienden om de bewustwording rond rijden onder invloed te vergroten. Wanneer we afspreken komt Emilie vaak ter sprake. We zitten nu allemaal in de fase van trouwen en kinderen krijgen. Dan vragen we ons af: wat zou ze doen als ze geleefd had? Hoe zou zij in het leven staan? Ik denk dat dat het belangrijkste is: dat we over haar blijven praten. Thuis verzin ik elke avond voor het slapengaan voor mijn dochter Maxence een verhaaltje met Emilie als heldin in de hoofdrol. ( lacht) Emilie is misschien dood, maar met z'n allen zorgen we ervoor dat ze niet vergeten wordt. Sinds ze gestorven is, heb ik vaak denkbeeldige conversaties met haar. Maar hoe ouder ik word, hoe moeilijker het wordt om me die gesprekken in te beelden. Vroeger kon ik me haar reacties probleemloos voorstellen, maar haar leefwereld is gestopt op achttien. Alles wat ik nu nog mag meemaken, de grote stappen die ik zet, dat zijn dingen die zij ook wilde, maar die haar ontnomen zijn. Ik heb nu meer creativiteit nodig om onze gesprekken in te vullen. Daar heb ik het moeilijk mee. Ik mis haar op de grote momenten in het leven - wanneer ik trouw, ga ik haar zo hard missen - maar ook op de kleine. Een avond heel hard lachen met vrienden en dan beseffen: wat was Emilie hier graag bij geweest. Ik denk niet dat het missen ooit voorbijgaat. Ik hoop oprecht van niet, want haar vergeten is zoveel erger. Ik zal me altijd haar vrolijkheid herinneren. Emilie heeft de achttien jaar die ze gekregen heeft intens gelukkig geleefd. Dat is wat me uiteindelijk uit de depressie getrokken heeft, de gedachte dat ik nu ook voor haar moet leven. Ik mag haar levenslust, de sparkle die zij had, niet verloren laten gaan.' fondsemilieleus.bedie dag herinner: ik weet nog wat ik aanhad en wat we gegeten hebben. Ik weet nog hoe ze ons uit de klas kwamen halen om het nieuws te vertellen. Maar van het eerste jaar na haar dood herinner ik me niets. Alsof je je focust op die details om wat er echt gaande is te verdringen. Ik was vijftien jaar toen Roos stierf, aan het begin van mijn puberteit. Het veranderde alles. Terugkijkend besef ik dat ik een deel jeugd heb gemist. Ik heb nooit gerebelleerd. De dingen waar mijn vriendinnen in geïnteresseerd waren, boeiden me niet. Ik ging uit omdat dat nu eenmaal zo hoorde. Dan zat ik daar met mijn verdriet te midden van de vrolijkheid. Vaak bleef ik liever thuis, in de cocon van ons gezin. Ik had geen favoriete bands, geen interesses, geen eigen stijl. Ik leefde afgevlakt. Alle energie ging naar dat rouwen. Op mijn twintigste had ik geen benul wie ik was. Ik had zo lang op automatische piloot geleefd, geleid door mijn verdriet. Rouw is zo'n individueel proces, ik heb me vaak alleen gevoeld. We zijn een gezin dat voor altijd veranderd is. We maken weer plezier, lachen, praten over het dagelijkse leven, maar alle vier zijn we getekend door wat er gebeurd is. De eerste tijd na haar dood trokken we ons allemaal een beetje terug op ons eigen eilandje. Elk zat met zijn eigen verdriet en wilde daar de anderen niet mee belasten. We hebben moeten zoeken en aftasten om elkaar terug te vinden. Maar er was altijd ruimte. We zijn altijd over Roos blijven praten, ook al was dat soms pijnlijk. Op mijn achttiende ging ik op kot in Leuven. De nieuwe omgeving was een verademing. Hier in het dorp was ik voor iedereen 'de zus van'. Ik werd ontzien, zelfs een beetje gemeden. Door vriendinnen voelde ik me in de steek gelaten. Nu begrijp ik dat: een tiener weet niet hoe om te gaan met het immense verdriet van een vriendin, dus negeerden ze het onderwerp maar. Tijdens mijn studententijd kon ik iemand anders worden. Ik kon er stoer doen zonder dat iemand wist dat het gespeeld was. Ik maakte goede vriendinnen bij wie ik altijd terechtkon. Ik leerde dat iedereen z'n bagage heeft en dat niemand zorgenvrij door het leven gaat. Sinds Roos' dood besef ik hoe belangrijk het is om in het nu te leven. Ik heb geen grote plannen, behalve gelukkig en gezond zijn en genieten van het leven. Ik leef dag per dag. Het kan zomaar ineens gedaan zijn.'