Mijn oma is een Perzische vluchteling die in Nederland terechtkwam jaren geleden. Toch twijfelde ze nooit aan haar eigen kunnen, ze gooide onbevreesd haar leven om en ontwikkelde veel nieuwe talenten. In mijn eigen wereld zie ik juist het tegenovergestelde gebeuren. Ik groeide niet op in mijn geboorteplaats Teheran maar in Nederland, waar ik me van jongs af aan verbaasde over de angst die mensen voelen om iets nieuws te proberen.
...

Mijn oma is een Perzische vluchteling die in Nederland terechtkwam jaren geleden. Toch twijfelde ze nooit aan haar eigen kunnen, ze gooide onbevreesd haar leven om en ontwikkelde veel nieuwe talenten. In mijn eigen wereld zie ik juist het tegenovergestelde gebeuren. Ik groeide niet op in mijn geboorteplaats Teheran maar in Nederland, waar ik me van jongs af aan verbaasde over de angst die mensen voelen om iets nieuws te proberen.In de lagere klassen van de basisschool stond ik weleens naast klasgenoten, bijvoorbeeld tijdens de gymles, die huilden omdat ze iets niet durfden. Dan keek ik ze aan en dacht: Wat een overdreven reactie. Sinds ik volwassen ben wordt er misschien minder bij gehuild, maar het probleem van niet durven lijkt nóg extremer te zijn geworden.In mijn omgeving zijn het niet uitsluitend, maar wel vaker, vrouwen die twijfelen aan hun kunnen - zo erg zelfs dat ze niet doen wat ze eigenlijk willen. Ze hebben een nieuwe baan op het oog, iets in het buitenland; ze mogen hun visie delen op tv, hun kunst vertonen, en stiekem willen ze wel, maar ze aarzelen omdat ze geen garantie hebben dat het lukt. Als we die logica vanaf dag één zouden volgen, dan lagen we nu allemaal als grote baby's in een ledikant te spartelen. Ik weet dat het van een vrouw in deze patriarchale wereld nooit sympathiek wordt gevonden als ze zegt dat ze niet snel aan haar eigen kunnen twijfelt en zelden zenuwachtig is om iets nieuws te doen. Het liefst zeggen we natuurlijk niets - en ik wil ook niet de zóveelste zijn die ons er met de zweep van langs geeft. Maar ik vraag jullie toch om genade: kunnen we onszelf niet wat meer zien als wat we zijn?Al moet ik meteen bekennen dat ik daar zelf ook niet altijd goed in ben geweest. Zo'n zes jaar geleden maakte ik een fout waarover ik nooit aan types als mijn moeder of mijn oma zou vertellen - het zou ze woest maken. Tijdens een kennismakingsgesprek vroeg de chef van een krant mij waarom ík met drie beurzen op zak aan een Ivy-League-universiteit had kunnen studeren. 'Waarom jij?' Waarom ik? 'Geen idee, misschien omdat ik allochtoon ben?'Ik draaide het mes dat ik zonet in mijzelf had gestoken om: ik zei vervolgens dat ik er zelf ook verbaasd over was geweest. Niet alleen beschadigde ik daarmee mijn eigen positie, ik benadeelde ook alle allochtonen ermee. Zijn vraag veronderstelde dat er iets uitzonderlijks was gebeurd.Ik was tijdens het gesprek 23 jaar en net een paar maanden terug uit New York, waar ik mijn tweede mastertitel had gehaald aan de gerenommeerde Columbia Journalism School. Daar had ik de scriptieprijs van mijn klas gewonnen. Maar toen ik tegenover die man kwam te zitten, die dit allemaal op mijn cv had kunnen lezen, een man die mij iets kon bieden dat goed was voor mijn verdere ontwikkeling, zei ik niet dat het lag aan mijn persoonlijke verdiensten, mijn harde werken, mijn intelligentie, mijn doorzettingsvermogen en mijn talenten, maar aan iets anders - iets buiten mijn macht om. Dit brengt mij op de volgende vraag: zijn wij er zelf wel genoeg van overtuigd dat we invloedrijke ruimtes mogen innemen? Als wij vrouwen ons eigen kunnen niet eens durven te benoemen, zullen we altijd bekeken worden door die kleinerende bril die de anderen maar ook wijzelf opzetten. Zelfs wanneer anderen die bril willen afzetten, duwen wij 'm weer terug.De keren dat ik een vriendin bemoedigend moest toespreken en moest overtuigen om voor die hoge functie te gaan, toch voor die studie te kiezen, die bijzondere kans te grijpen, wél bij die talkshow te gaan zitten schieten door mijn hoofd. Het gevolg van onze nederigheid is desastreus: soms lijkt het alsof ik in een land leef waarin het voor vrouwen wettelijk verboden is om gelijkwaardig deelgenoot te zijn. Kijk maar eens hoe vaak je vrouwen iets ingewikkelds ziet uitleggen op tv, zoals de meting van zwaartekrachtgolven of wat bitcoins precies zijn, en vergelijk dat met hoe vaak mannen dat doen.Terughoudendheid wordt genoemd als reden voor het gebrek aan vrouwen in topposities. Mannen solliciteren sneller op functies die ervaringen vereisen die zij op papier nog niet hebben. 'Ja hoor, dat kan ik!' zeggen ze vol zelfvertrouwen in een sollicitatiegesprek. Het gaat om ruimtes waar wij vrouwen evengoed recht op hebben. Waarom zeggen wij niets? Veel dingen, zoals supervisor worden over alle hotelkamers in het Hilton, leer je pas wanneer je eraan begint.Vrouwen delen makkelijker hun onzekerheden. Als er echt een keer iets misgaat, herkennen ze het en zitten ze eerder tegenover een psycholoog. Maar onze kracht kan ook verworden tot een zwakte, als we hem niet af en toe inperken. Het eindeloos bespreken van potentiële, voorbarige zorgen kan ertoe leiden dat we iets creëren - angst, twijfel, stilstand - wat er eerst niet was. Toen ik een paar jaar terug de kans kreeg om een aflevering van een vpro-serie te presenteren, betrapte ik mezelf erop dat ik het pas in een laat stadium aan anderen vertelde. Omdat ik wist dat ze eindeloos vragen zouden gaan stellen: of ik het niet eng vond, zoiets had ik toch niet eerder gedaan?De eerste paar keer zou ik het zorgeloos kunnen uitleggen, maar na de zoveelste keer zouden de vragen mij moedeloos en sceptisch maken. Alsof het doen van iets nieuws er niet óók toe kan leiden dat je iets ontdekt waar je eerder niet aan had gedacht.Om het evenwicht te herstellen doe ik tegenwoordig hier en daar aan schaamteloze zelfpromotie. Ik bazuin rond dat ik binnen tien jaar chef word van de buitenlandredactie van nrc. Als mensen vragen of ik ooit hoofdredacteur word van mijn krant zeg ik: 'Natúúrlijk word ik dat. Wen alvast maar aan het idee.'We zien het vaak als privilege om ambitieus te zijn, maar is het niet juist een privilege om niet ambitieus te hoeven zijn? Kan het zijn dat onze welvaart een rol speelt in onze laconieke houding - 'Ach, laat die kans maar lopen' - met het accepteren van stilstand als gevolg? Is het niet gemakzuchtig om alles wat we een beetje eng vinden maar niet te doen? Mijn oma zou zeker 'ja' antwoorden op deze vraag. Voor haar was het een kwestie van overleven. Als kind was ik bang voor die strenge oma. Maar ze lieten door hun keuzes zien dat er altijd meer mogelijk was dan ik mij kon voorstellen. Ik leerde dat ook als dingen mislukken, of anders gaan dan je had gehoopt, er altijd nog iets is wat wél kan lukken.