'In onze groep zijn er nu voor het eerst in België twee donorkinderen die een halfbroer en -zus gevonden hebben. Een primeur! Nog straffer: één van hen is mijn zus.' Activiste Steph Raeymaekers glundert wanneer ze het nieuws vertelt. 'Ze vond haar halfzus in Nederland via een DNA-databank. Het meisje lijkt als twee druppels water op haar.'
...

'In onze groep zijn er nu voor het eerst in België twee donorkinderen die een halfbroer en -zus gevonden hebben. Een primeur! Nog straffer: één van hen is mijn zus.' Activiste Steph Raeymaekers glundert wanneer ze het nieuws vertelt. 'Ze vond haar halfzus in Nederland via een DNA-databank. Het meisje lijkt als twee druppels water op haar.' Raeymaekers is een van de zes oprichters van de belangenvereniging Donor Detectives, een organisatie die sinds mei dit jaar donorkinderen helpt met het traceren van hun biologische ouders. Een prijskaartje voor hun advies is er niet, tenzij je aan een professionele DNA-detective vraagt of zij in jouw plaats zich door databanken en stambomen wil ploegen. 'We willen de kennis die wij hebben vergaard beschikbaar stellen voor andere donorkinderen: hoe kan je zelf aan de slag?''Er is heel veel begrip voor mensen die naar een kind verlangen, maar de redenering in de omgekeerde richting stuit vaak op weerstand', zucht Raeymaekers. 'Als ik mijn biologische familie wil leren kennen, moet ik genoegen nemen met het kader waarin ik gecreëerd en opgegroeid ben. Dat vind ik fout. Hoe meer ik van de industrie leer, hoe meer donorkinderen ik leer kennen en hoe meer ouders met schuldgevoel ik ontmoet, des te meer ik besef hoe fout dit systeem is. Niemand denkt aan de gevolgen voor de kinderen en de afkomst die hen wordt ontnomen.'Organisaties als Donor Detectives en de steeds groter wordende groep van donorkinderen die hun afkomst willen achterhalen hangen als een dreigende wolk boven de Belgische spermabanken. Terwijl al herhaaldelijk naar het opheffen van de donoranonimiteit werd gevraagd in de publieke opinie, blijft op politiek niveau het debat telkens uitdraaien op het bewaren van de huidige wetgeving. En dat heeft goede redenen, meent dokter Kaan Osmanagaoglu, fertiliteitsarts van AZ Jan Palfijn Gent.'Twee jaar geleden hebben we het gedragspatroon onderzocht van potentiële spermadonoren in het geval van het opheffen van de anonimiteit. Daarbij hebben we actieve donoren die wekelijks komen niet ondervraagd om hen niet af te schrikken. We stelden de vragen aan de groep mannen die wel wilden doneren, maar door medische of psychologische redenen niet in aanmerking kwamen. In geval van opheffing van anonimiteit zou zeventig procent niet langer bereid zijn hun sperma af te staan. (pauzeert) Dat is een zeer hoog percentage, en uiterst problematisch.'Het cijfer van het aantal spermadonoren kent immers geen vast ritme, duidt Osmanagaoglu. 'Er is altijd een tekort aan donoren. In België is het verboden om reclame te maken voor de rekrutering van donoren. Campagnes zouden ons echter wel erg vooruithelpen om het tekort op te vangen. Maar de overheid laat het niet toe. Ze geven lesbische koppels het recht om te trouwen, maar ontzeggen hen wel het recht om kinderen te krijgen. Je ziet wel dat er telkens een tijdelijke stijging is van het aantal donoren wanneer het onderwerp actueel wordt. Daarna zwakt dat weer af tot iemand in een radioprogramma of iets anders het verhaal weer aanraakt.''Niet iedereen heeft recht op kinderen', dient Raeymaekers de arts van antwoord, 'ook al wordt dat zo gepretendeerd. Wie niet? Wel, de eerste regel is dat je jezelf kan voortplanten. Ik zeg niet dat lesbische koppels dus geen kinderen mogen krijgen, maar ik zeg dat je je niet gediscrimineerd moet voelen als je kiest om met een vrouw samen te zijn. De natuur beslist dat alleen een man en een vrouw zich kunnen voortplanten. Het is de industrie die een soort illusie heeft gecreëerd om te zeggen dat iedereen recht heeft op een kind, en dat ook mogelijk maakt.' 'Mijn ouders hadden eigenlijk ook geen recht op een kind, ook al waren ze hetero. In mijn ogen discrimineer jij je kind al nog voor het geboren wordt. Want jij wil iets omdat de rest het heeft, ook al betekent dat dat je kind het recht verliest om zijn afkomst te kennen. Ik kan snappen dat je verlangt naar het ouderschap, maar dat mag niet ten koste gaan van het kind. Er is trouwens ook een onderzoek dat zegt dat je niet gelukkiger wordt van een kind, als we dan toch met studies gaan smijten.'Het tekort aan sperma zal Raeymaekers bijgevolg worst wezen. 'Je gaat ook niet aan mensen van GAIA vragen of ze wel stilstaan bij het feit dat minder mensen nu bontjassen kunnen dragen? Ik ga liever voor één gelukkig niet fundamenteel beschadigd kind dan honderd die dat eventueel wel zijn. Ik zie niet waarom het tekort aan spermadonoren mijn probleem zou moeten zijn. Bovendien valt dat hele tekort wel mee als er met zestig procent van de donaties ook Franse koppels en alleenstaanden bevrucht kunnen worden, niet?''Raeymaekers gebruikt dat argument om aan te tonen dat er dus geen tekort aan donoren is', antwoordt Guido Pennings, professor Ethiek van de UGent, 'maar dat klopt alleen bij de huidige regelgeving. Indien klopt wat uit alle onderzoeken blijkt, namelijk dat er nog ongeveer een vijfde tot een kwart van de donoren overblijven bij opheffing van de anonimiteit, zal er een groot tekort ontstaan. Zelfs indien we geen buitenlandse patiënten meer behandelen. We weten dat de Belgische markt gaat verbreden, want het aantal alleenstaande vrouwen die een spermadonor zoekt, neemt toe. Het zal sowieso krap worden. Ik kan ook geen goede reden bedenken waarom we geen Franse koppels zouden behandelen. Dat is een deel van onze patiëntenpoel. En we moeten dus ook daarop voorzien zijn.'Een oplossing voor het dreigende tekort aan sperma, ziet de professor in het meersporenbeleid zoals dat vandaag in Denemarken bestaat. 'De situatie in België zou kunnen verbeteren door de optie van identificeerbare donoren toe te voegen aan de twee andere opties die we wel hebben, die van anonieme en gekende donoren. We zitten met richtlijnen die relatief goed zijn, maar omdat het de mogelijkheid wegneemt voor mensen die om allerlei redenen aan hun kinderen hun afkomst willen kunnen aanbieden, zou ik het een vooruitgang van de wetgeving vinden. Zo ligt de beslissing in ultieme zin steeds bij de ouders.''Ik vind een meersporenbeleid uitstel van executie', reageert Raeymaeckers. 'Je weet niet voor welke kinderen het belangrijk zal zijn om te weten waar ze vandaan komen. Stel dat je de pech hebt dat je ouders voor een anonieme donor kozen, maar jij net die fundamentele drang hebt om het te weten: wat dan? Ik vind dat je sowieso het beslissingsrecht niet in de handen van ouders kan leggen, omdat ze op dat moment geen weloverwogen keuze kunnen maken.'Ook dokter Osmanagaoglu is geen fan van een meersporenbeleid. 'Dan kom je in een systeem met twee versnellingen. Je geeft de keuze nog steeds niet aan het donorkind, maar aan de ouders en de donor zelf. Waar blijven dan de rechten van het donorkind? Zo creëer je verdeeldheid. Dat is ook niet correct. Als je de anonimiteit volledig opheft zoals in Nederland of Groot-Brittannië, zullen dan weer heel veel mensen zonder kinderen moeten leven. Het heeft percussies op een breed maatschappelijk niveau.'Het opheffen van de anonimiteit zou dramatische gevolgen hebben, meent de dokter. 'We hebben nu al minstens een verdubbeling nodig van het aantal donoren. Misschien zelfs een verdriedubbeling. Daarom maak ik me zo'n zorgen telkens er een populistisch debat komt over donorkinderen die per se hun biologische ouders willen kennen. Je gaat wel een groep tevredenstellen, maar ondertussen maak je vele andere levens kapot. Aan de ene kant omdat het gigantische gevolgen heeft voor het aantal donaties, maar aan de andere kant gooit het ook levens van andere mensen overhoop. Wat als je niet weet dat je een donorkind bent, en plots staat er iemand voor je deur die zegt dat ie je broer of zus is? Je hele leven is volledig om zeep. Ik ken verschillende koppels die niet aan hun kinderen vertellen dat ze van een donor zijn. Dat is persoonlijke keuze van de mensen. Ik hoef daarom toch niet met de vinger te wijzen?''Ik denk dat - hoe pijnlijk het ook is voor sommige donorkinderen - het behouden van ons systeem nog steeds de beste optie is. Je beschermt een veel grotere groep. Een zwijgzame groep die zich niet kan verdedigen. Er is een hele grote meerderheid die de anonimiteit niet wilt opheffen, maar omdat ze niet zo georganiseerd en mediatiek zijn, blijven ze in een hoek. Niemand hoort hun stem. Er zijn dan een paar mondige gasten die wel heel veel lawaai maken en zo met hun verhaal tot bij de politici geraken omdat het een sexy onderwerp is. Het opsporen van de donoren is daarbij ook volkomen illegaal. Er is een wet van 2007 die stelt dat de anonimiteit niet opgeheven mag worden. Het is heilig. En er gebeurt niets.''Ik vind het heel straf dat de kinderen worden aangevallen.' Raeymaekers lacht ontzet. 'Wij zijn gewoon het gevolg van een praktijk waarbij artsen heel hard hun best hebben gedaan om geld te halen uit de wanhoop van mensen. Mijn ouders zijn gebonden aan een contract. De donor heeft een contract getekend. Ik niet. Ik mag op zoek gaan naar waar ik vandaan kom. Geadopteerde kinderen hebben recht op dossierinzage, maar voor donorkinderen zou dat dan niet tellen? Komaan! Het is niet illegaal om je DNA in een databank te steken. Het is niet illegaal om een stamboom te maken. Het is niet illegaal om naar iemand te stappen en te vragen of hij misschien familie is. De artsen zijn in mijn ogen fout, omdat ze nooit die anonimiteit hadden mogen garanderen. Je oogst wat je zaait.''Wat mij vooral stoort, is niet dat de donoren niet genoeg aan bod komen, maar wel de ouders en donorkinderen die wel tevreden zijn met hun situatie', wilt professor Pennings nog kwijt. 'Ik zag een Nederlands debat waarin iemand vertelde dat hij niet geïnteresseerd was in zijn donor en er werd meteen een halve demoniseringscampagne opgestart. Terwijl dat wel is hoe de grote meerderheid erover denkt. Dat is wat het debat zou kunnen rechttrekken.''De donoren stappen in principe in een systeem dat vastgelegd is op het moment dat ze erin stappen', gaat Pennings verder. 'Als je je niet wil aanpassen, word je geen donor. Het debat over het aantal donoren is eigenlijk dus een tweederangsdebat. Eigenlijk moet je eerst nagaan of je een goede reden hebt om die anonimiteit op te heffen. Volgens mij heb je die niet. Als je dat dan toch doet, moet je rekening houden met het feit dat mensen zich niet zomaar neerleggen bij een beslissing die de overheid maakt. Dan krijg je reproductief toerisme. Geen donoren? De mensen gaan naar het buitenland, naar landen waar de anonimiteit wel bestaat.'