Stadslandbouw is geen hobby van een stelletje yuppen dat groenten kweekt op het balkon en bij elk tekort naar de supermarkt holt. Het is een goed georganiseerde en duurzame beweging, die via een economische, ecologische, sociale en duurzame aanpak de stad wil vergroenen. Het is een model dat meesurft op de hype van lekker en gezond eten uit eigen tuin en de stedeling in contact wil brengen met de natuur.

Stadslandbouw is geen nieuw fenomeen. Voor de industriële revolutie opereerden veehouders en melkboeren in en rond de stad, totdat ze naar het platteland werden verdreven uit gezondheidsoverwegingen. Met de actuele lokroep van een nieuwe groene economie zijn er heel wat steden die het voortouw nemen om de landbouw weer dichter bij de mensen te brengen, met New York als koploper.

Het enthousiasme voor stadslandbouw is enorm groot, al zijn er evenveel projecten die starten als falen.

Brooklyn Grange in New York City is met één hectare de grootste eetbare daktuin ter wereld. Verspreid over twee daken levert de jaarlijkse oogst meer dan 22 ton biologische groente en fruit op, die rechtstreeks aan de consument en lokale restaurants worden verkocht.

In Berlijn heb je Prinzessinnengarten, waar een voormalige illegale dumpplaats voor afval tot een vruchtbare moestuin van 6000 m2 werd getransformeerd. Het idee voor stadslandbouw kent ook in België veel bijval, met boeren die zich laten inspireren door DakAkker in Rotterdam, Nederlands eerste grote oogstbare dak met restaurant.

Het enthousiasme voor stadslandbouw is enorm groot, al zijn er evenveel projecten die starten als falen. Stadsmoestuinen hebben immers alleen kans op slagen als ze van bij de start ambitieus en professioneel worden aangepakt, met voldoende aandacht voor ecologie, economie en het sociale. Atelier Groot Eiland in Brussel, Roof Food in Gentbrugge en Villa Augustus in Dordrecht doen het voor.

1. Roof Food: sociale en duurzame ondernemers

Roof Food is een stadsmoestuin van 500 m2 in Gentbrugge, op het dak van bedrijvencentrum De Punt. De opbrengst van de tuin wordt verwerkt in menu's voor bedrijfscatering en dakdiners: bedrijven en organisaties kunnen bij Roof Food terecht voor vegetarische catering, terwijl gewone Gentenaars in de zomermaanden aan hun trekken komen tijdens de dak- diners. 's Zomers wordt er in de tuin een pop-uprestaurant geïnstalleerd, goed voor zo'n duizend couverts per jaar.

© FOTOKULTUUR

Met zijn verschillende activiteiten wil Roof Food gezonde en ecologische voeding dichter bij het publiek brengen en het concept van duurzaamheid verder uitdragen. Oprichtster Sabien Windels licht dit toe: 'Met onze dakmoestuin willen we zoveel mogelijk mensen met de natuur in contact brengen en inspireren om zelf aan het tuinieren te slaan. We zijn sociale ondernemers. Naast impact, streven we naar een rendabel verhaal. Onze dakdiners, catering en rondleidingen brengen geld in het laatje.'

Hoewel er veel onbenutte daken in Gent liggen, is er slechts een handvol geschikt voor landbouw. 'De draagkracht van een dak is heel belangrijk. Als je een intensieve moestuin wilt aanleggen, zit je gemiddeld met een gewicht van vijfhonderd kilo per vierkante meter. Daar moet je ook nog heel wat logistiek bij rekenen, zoals de watertoevoer', zegt Sabien Windels, die veel potentieel ziet in daken van nieuwbouwprojecten.

© FOTOKULTUUR

Haar kennis van het kweken van groenten in een microklimaat haalde ze bij andere stadsboeren én uit experimenten die ze zelf opzette, in overleg met de keuken, die de seizoensoogst nauwgezet volgt. Groenten die het goed doen op het dak zijn bladgewassen zoals winterpostelein, maar ook boerenkool, rucola, venkel en wilde bloemen. Met de komst van een nieuwe dakboer komen daar binnenkort verschillende tomatenvariëteiten bij.

rooffood.be

2. Atelier Groot Eiland: een van de grootste stadsmoestuinen van België

Atelier Groot Eiland is een sociaal tewerkstellingsproject dat drie stadsmoestuinen telt in Brussel: 1500 m2 achter Brouwerij Belle-Vue in Molenbeek, 1100 m2 op het dak van de Abattoir en 1100 m2 bij het rusthuis Armonea in Anderlecht. De opbrengst wordt gebruikt voor de catering in de twee eigen restaurants, Bel Mundo en Bel'O. De rest wordt verkocht in bioshop The Food Hub en aan enkele lokale kwaliteitsrestaurants.

© LANDER LOECKX

Met 3700 m2 landbouwgrond in Brussel laat Atelier Groot Eiland pionier DakAkker uit Rotterdam ver achter zich. En dat is best bijzonder voor een sociale organisatie die zich voornamelijk focust op de tewerkstelling van kwetsbare Brusselaars. Duurzaamheid is in haar werking een strategisch bindmiddel dat de verschillende activiteiten samenbrengt. Vijf jaar geleden maakte de vzw een ambitieuze switch. Coördinator Tom Dedeurwaerder vertelt: 'Kwalitatieve seizoensgroenten kweken past helemaal in onze visie van duurzaamheid in de stad: een verloren stuk grond recupereren en nieuw leven inblazen. De mosterd voor het initiatief haalden we bij grote chefs, die hun groente en fruit uit hun eigen moestuin halen. Wij dachten: laat ons hetzelfde doen en onze twee restaurants bevoorraden met onze eigen productie.'

© SASKIA VANDERSTICHELE

Wat 's ochtends wordt geoogst, belandt 's middags op het bord van gasten die komen lunchen in de restaurants. De rest wordt verkocht. De producten zijn kraakvers en door het principe van de korte keten leggen ze een extreem korte weg af. Alleen groente- en fruitsoorten die meerdere keren per jaar kunnen worden gekweekt, worden geteeld in de moestuin. Dedeurwaerder wijst op het belang van economische rendabiliteit: 'We mogen niet louter afhankelijk zijn van subsidies. Door ecologie aan economie te koppelen, kunnen we eigen middelen genereren, wat belangrijk is voor het voortbestaan van het project.'

© LANDER LOECKX

Vanuit de eigen werking voegt Atelier Groot Eiland daar een sociaal luik aan toe. Werkloze Brusselaars worden ingezet in de stadsmoestuinen, maar ook in de restaurants, de shop en de schrijnwerkerij, waar lokaal houtafval tot stoelen, tafels, lampen en lampenkappen wordt verwerkt.

ateliergrooteiland.be

3. Villa Augustus: groenten en sfeer in de tuinen

Villa Augustus is een tuin van 1,5 ha met een hotel, een restaurant en een markt in een oude monumentale watertoren in Dordrecht. De opbrengst van de moestuin wordt verwerkt in het restaurant, dat plaats biedt aan tweehonderd gasten.

Waar ooit de waterbekkens van de toren lagen, werd een grote tuin aangelegd, met een entreetuin, een moestuin, een bessentuin en een bloementuin. Het terrein omvat ook een weide met prunussen, een druivenserre en een groentekas. Maar ook een giardino segreto waarin je kunt verdwijnen, een bosje om te wandelen en een boomgaard met appels, peren, pruimen en kersen, en een ommuurde, romantische Italiaanse tuin met uitzicht op het Wantij, de Noord, de Merwede en de Oude Maas.

© RIES VAN WELDEN DE JOODE

De tuin is het paradepaardje van Daan Van der have, eigenaar van Villa Augustus en tuinkenner: 'Met de moestuin hebben we een wereld gecreëerd waarin het prettig toeven is en je de nabijheid van de stad vergeet. We wilden een tuin maken die niet alleen productie oplevert, maar ook mooi is en lekker ruikt.' Inspiratie haalde Van der have in Italië en uit de Romeinse periode van keizer Augustus, waaraan het project zijn naam ontleent. Bij Villa Augustus staan de tuin en de productie van de moestuin, waarop het menu van het restaurant wordt afgestemd, centraal. Van der have bekent dat de eigen oogst niet volstaat om alle bezoekers het jaar rond te voeden. Het aanbod wordt aangevuld met lokale producten van boeren uit de buurt. 'Eten uit je eigen tuin klinkt leuk, maar het vergt enorm veel inspanning. Het is immers veel goedkoper om je groenten bij de groothandel te kopen', zegt hij nuchter. 'Onze tuin is economisch rendabel omdat we Villa Augustus als project groots aanpakken. Er gaat een enorme aantrekkingskracht van de tuin uit. Reclame maken is voor ons overbodig. Daarom stoppen we ons marketingbudget integraal in de aarde, in onze tuin.'

villa-augustus.nl