Slechts 18 was Boyan Slat (nu 24) toen hij een plasticvanger bedacht om het plastic in de zee op te ruimen: een gevaarte met drijvende armen in een U-vorm die zeshonderd meter lang zijn. Daaronder hangt een scherm dat het plastic als een trechter opvangt.
...

Slechts 18 was Boyan Slat (nu 24) toen hij een plasticvanger bedacht om het plastic in de zee op te ruimen: een gevaarte met drijvende armen in een U-vorm die zeshonderd meter lang zijn. Daaronder hangt een scherm dat het plastic als een trechter opvangt.Slat kapte met zijn opleiding lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft, deed een beroep op crowdfunding en bouwde uiteindelijk zijn plasticvanger. Na zes jaar voorbereiding ligt die sinds vorige maand in de Great Pacific Garbage Patch (GPGP), een drijvende vuilnisbelt in de Stille Oceaan. Slat wordt er vergezeld door 85 ingenieurs en andere experts, en schepen die het plastic weer aan land brengen. 'Het is een complexe installatie', zegt Slat. 'Eén element kan de hele werking beïnvloeden. Bovendien is dit nooit eerder gedaan en is de stap van computersimulaties en schaalmodellen naar de echte zee groot. Zo moesten we het snelheidsverschil tussen onze drijvende installatie en het plastic aanpassen, omdat de opgevangen troep er soms weer uit glipte. We moeten dus enkele weken of maanden finetunen voor we ons streefdoel van 1000 kilo opgeruimd plastic per week kunnen halen.' Er zijn wel wat onzekerheden, zoals het effect van stormen, corrosie en algen op de installatie en diens impact op het zeeleven.'Dat laatste volgen we nauwgezet op. Onze impactstudie was positief, en de marinebiologen aan boord zijn onafhankelijk. We zullen hun bevindingen later ook bekendmaken. Verder gebruiken we kennis van de offshore-industrie, want men bouwt al meer dan zestig jaar dingen op zee. We gaan niet over één nacht ijs. Maar nog meer tijd en geld stoppen in modellen heeft geen zin meer. Nu leren we meer door het systeem daadwerkelijk te testen. Alleen zo kunnen we starten met schaalvergroting, en die is gezien de urgentie van het probleem hoognodig.' De GPGP omvat slechts een derde van alle plastic in de oceaan. Om de helft van deze patch in vijf jaar op te ruimen, zijn zestig plasticvangers nodig. Hoe ga je dat ooit financieren?'We schatten dat elke vanger vijf miljoen euro kost, dus vergt de helft van de GPGP opruimen driehonderd miljoen, afgeschreven over twintig jaar. Die 15 miljoen per jaar is niets als je weet dat de plasticvervuiling ons volgens de VN 13 miljard per jaar kost. Negentig procent van alle patches opruimen moet dus mogelijk zijn voor 2040. De echte moeilijkheid is dat er geen probleemeigenaar is: het plastic in de internationale wateren is een probleem van iedereen en niemand. De Nederlandse overheid heeft ons geholpen om de plasticvanger in de patch te leggen, maar ik ga er niet zomaar van uit dat landen verantwoordelijkheid zullen nemen voor die patches. Ik verwacht meer van filantropen en bedrijven voor wie dit een mooie marketingkans is, en van de waarde die we uit het opgeruimde plastic kunnen halen. Daar willen we kwalitatieve, duurzame producten van gaan maken, zodat consumenten de clean-up mee kunnen steunen.'