Wanneer het gaat over partnergeweld wordt er bijna automatisch gesproken over daders en slachtoffers. Dat is niet alleen onjuist, maar ook polariserend en schuldbeladen. Koppels met een gewelddadige relatie zijn daardoor minder snel geneigd om hulp te vragen. En is dat niet exact het omgekeerde van wat we willen bereiken met campagnes, berichten over cijfers of artikels met getuigenissen?

In plaats van te polariseren en te beschuldigen is het waardevoller om te kijken naar de dynamieken die aan de basis liggen van partnergeweld. Meestal is er geen sprake van een dader en een slachtoffer, maar is het geweld tweerichtingsverkeer. Ook het idee dat het mannen zijn die slaan en vrouwen die geslagen worden, klopt niet.

Bij partnergeweld is er vaak geen duidelijke dader of slachtoffer

Dat valt ook te lezen in van een van de grootste studies ooit over dit onderwerp. Twee jaar lang deden 42 wetenschappers en 70 onderzoeksassistenten van 20 universiteiten van over de heel wereld onderzoek naar partnergeweld in relaties. In iets meer dan de helft van de bestudeerde cases (57,9 procent) vertoonden beide partners agressief gedrag tijdens een conflict in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties. In minder dan de helft van de gevallen is er slechts één partner die geweld gebruikt, maar zelfs dan is het moeilijk om te spreken over één dader en één slachtoffer.

Neem nu het verhaal van Frank en Silvia. Frank werd ooit verplicht bij mij agressietherapie tevolgen na incidenten van partnergeweld. Hij vertelde hoe hij zich schaamde over zijn agressie, maar dat hij soms het gevoel had dat hij geen keuze had. Uit zijn verhaal bleek dat zijn partner Silvia enorm gefrustreerd was omdat de liefde tussen hen niet meer voelbaar was. Ze reageerde die frustraties af in de vorm van woede en verwijten. Om daaraan te ontsnappen, probeerde Frank zoveel mogelijk het huis te verlaten. Op de momenten dat zij hem verbood om de deur uit te stappen en hem achtervolgde met vernederende verwijten, liep bij Frank de emmer over, met geweld tot gevolg.

Frank en Silvia zijn geen uitzondering. In de meeste gevallen van partnergeweld zien we een spanningsopbouw waarin beide partners een rol spelen. Als we mensen willen helpen om samen uit de geweldpatronen te raken, doen we er goed aan om geweld te zien als een uitloper van conflicten waarin beide partners fysiek of emotioneel geweld gebruiken.

'Een liefdespartner biedt ons houvast, stabiliteit, zekerheid en verbondenheid. Als we dat alles dreigen te verliezen, kunnen onze reacties hevig zijn.', Getty Images
'Een liefdespartner biedt ons houvast, stabiliteit, zekerheid en verbondenheid. Als we dat alles dreigen te verliezen, kunnen onze reacties hevig zijn.' © Getty Images

Twee vormen van partnergeweld

Verder is het ook belangrijk om in te zien dat er twee vormen van partnergeweld bestaan. De eerste, die ook het meest voorkomt, is het situationeel koppelgeweld. Dat is een vorm van geweld die ontstaat uit conflicten waarbij de spanning bij beide partners hoog oploopt. In zo'n geval zullen ze beiden gaan vechten, hetzij met woorden, hetzij met daden. De tweede vorm, intiem terrorisme, is een vorm van machtsmisbruik door één van de twee partners. Persoon A domineert persoon B, waardoor er ongelijkheid ontstaat. In zo'n geval is er wel degelijk sprake van een dader en een slachtoffer. Relatietherapie kan in deze dynamiek geen heil brengen. Het hanteren van dader-slachtoffer dichotomie lijkt hier aangewezen en relatietherapie is in dit geval onmogelijk.

In de media en in de ruime beeldvorming over partnergeweld gaat het bijna altijd over intiem terrorisme, terwijl de wetenschap ons leert dat deze destructieve dynamiek zelden voorkomt. Wanneer we ons in campagnes en berichtgeving uitsluitend richten op slachtoffers van intiem terrorisme, dan dreigen we een hele grote groep koppels over het hoofd te zien. In deze coronatijd kan het situationeel koppelgeweld toenemen omdat koppels nu extra onder spanning komen te staan. De grote groep mensen die nu te maken hebben met geweld, zullen vastzitten in conflicten die meer te maken hebben met liefde dan met machtsgebruik.

Vechten voor de liefde

Bij situationeel koppelgeweld gaan we ervanuit dat de geweldplegers handelen uit liefde, of uit angst om de liefde te verliezen. Een liefdespartner biedt ons houvast, stabiliteit, zekerheid en verbondenheid. Als we dat alles dreigen te verliezen, kunnen onze reacties hevig zijn. We roepen, schelden, worden boos of sluiten ons net helemaal af. Vaker dan je zou verwachten, loopt die spanning wel eens uit de hand. Er gebeuren dan soms dingen die we zelf niet willen: roepen en beledigen, maar ook duwen, trekken, slaan, stampen of gooien.

De hechtingstheorie die ontwikkeld werd door John Bowlby helpt om deze spanningen en conflicten te begrijpen. Wanneer we vanuit hechting kijken naar deze spanningen zijn er twee vormen van geweld: de nabijheidszoekende en de afstandszoekende agressie. Die eerste vormvan geweld is vaak een ultieme poging om tot onze partner door te dringen wanneer we alle gevoel van verbinding kwijt zijn. Vergelijk het met kleine kinderen die agressie vertonen om de aandacht van hun ouders te krijgen.

De afstandszoekende agressie is een poging om halt toe te roepen aan het overweldigende nabijheidszoekende gedrag van de andere partner. Veelal blijkt 'stop' zeggen niet te werken, omdat de andere partner dat aanvoelt als niet verbonden willen zijn. Het strijdtoneel verlaten, omdat we met onze geliefde niet graag in de arena leven, wordt voor de andere partner gezien als een bevestiging dat de liefde in gevaar is. Dit kan hij of zij natuurlijk niet toelaten en die aanhoudende pogingen om contact te zoeken leiden dan tot afstandszoekende agressie. Het gebruik van geweld is een paradoxale manier om de verdere escalatie van het conflict te vermijden.

Wanneer partnergeweld zich voordoet, ontstaat het vaak vanuit een onderliggende, wederzijdse dynamiek tussen partners. Door samen met mensen een logisch geheel te maken van de manier waarop hun conflicten door de wederzijdse beïnvloeding dreigen te escaleren en de onderliggende emotionele betekenis samen met het koppel te doorvoelen en begrijpen, ontstaat er ruimte om hier anders mee om te gaan. Relatietherapie kan dan een uitweg bieden om die dynamiek te herkennen en te veranderen.

Koppels zijn vaak op zoek naar een vorm van hulp die niet polariseert met termen als 'dader' en 'slachtoffer'. Beide partners lijden onder het gebrek aan veilige verbinding en willen daar wat aan doen. Dat erkennen zal voor hen de drempel verlagen om contact op te nemen met hulpverlening. En dat is exact wat wij hopen.

Jef Slootmaeckers is maatschappelijk assistent, contextueel systeemtherapeut en gecertificeerd EFT-therapeut en supervisor. Hij werkte jarenlang uitsluitend met partnergeweld en geeft opleidingen in binnen- en buitenland. Naast zijn privépraktijk is hij verbonden aan verscheidene opleidingsinstellingen.

Lieven Migerode is klinisch psycholoog en relatie- en gezinstherapeut. Hij is verantwoordelijk voor de postgraduaatopleiding in de relatie- en gezinstherapie van de KU Leuven. Samen schreven zijn het boek Partnergeweld en Emotionally Focused Therapy - Vechten voor de liefde, dat uitgegeven is bij Lannoo.

Wanneer het gaat over partnergeweld wordt er bijna automatisch gesproken over daders en slachtoffers. Dat is niet alleen onjuist, maar ook polariserend en schuldbeladen. Koppels met een gewelddadige relatie zijn daardoor minder snel geneigd om hulp te vragen. En is dat niet exact het omgekeerde van wat we willen bereiken met campagnes, berichten over cijfers of artikels met getuigenissen? In plaats van te polariseren en te beschuldigen is het waardevoller om te kijken naar de dynamieken die aan de basis liggen van partnergeweld. Meestal is er geen sprake van een dader en een slachtoffer, maar is het geweld tweerichtingsverkeer. Ook het idee dat het mannen zijn die slaan en vrouwen die geslagen worden, klopt niet. Dat valt ook te lezen in van een van de grootste studies ooit over dit onderwerp. Twee jaar lang deden 42 wetenschappers en 70 onderzoeksassistenten van 20 universiteiten van over de heel wereld onderzoek naar partnergeweld in relaties. In iets meer dan de helft van de bestudeerde cases (57,9 procent) vertoonden beide partners agressief gedrag tijdens een conflict in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties. In minder dan de helft van de gevallen is er slechts één partner die geweld gebruikt, maar zelfs dan is het moeilijk om te spreken over één dader en één slachtoffer. Neem nu het verhaal van Frank en Silvia. Frank werd ooit verplicht bij mij agressietherapie tevolgen na incidenten van partnergeweld. Hij vertelde hoe hij zich schaamde over zijn agressie, maar dat hij soms het gevoel had dat hij geen keuze had. Uit zijn verhaal bleek dat zijn partner Silvia enorm gefrustreerd was omdat de liefde tussen hen niet meer voelbaar was. Ze reageerde die frustraties af in de vorm van woede en verwijten. Om daaraan te ontsnappen, probeerde Frank zoveel mogelijk het huis te verlaten. Op de momenten dat zij hem verbood om de deur uit te stappen en hem achtervolgde met vernederende verwijten, liep bij Frank de emmer over, met geweld tot gevolg. Frank en Silvia zijn geen uitzondering. In de meeste gevallen van partnergeweld zien we een spanningsopbouw waarin beide partners een rol spelen. Als we mensen willen helpen om samen uit de geweldpatronen te raken, doen we er goed aan om geweld te zien als een uitloper van conflicten waarin beide partners fysiek of emotioneel geweld gebruiken.Verder is het ook belangrijk om in te zien dat er twee vormen van partnergeweld bestaan. De eerste, die ook het meest voorkomt, is het situationeel koppelgeweld. Dat is een vorm van geweld die ontstaat uit conflicten waarbij de spanning bij beide partners hoog oploopt. In zo'n geval zullen ze beiden gaan vechten, hetzij met woorden, hetzij met daden. De tweede vorm, intiem terrorisme, is een vorm van machtsmisbruik door één van de twee partners. Persoon A domineert persoon B, waardoor er ongelijkheid ontstaat. In zo'n geval is er wel degelijk sprake van een dader en een slachtoffer. Relatietherapie kan in deze dynamiek geen heil brengen. Het hanteren van dader-slachtoffer dichotomie lijkt hier aangewezen en relatietherapie is in dit geval onmogelijk. In de media en in de ruime beeldvorming over partnergeweld gaat het bijna altijd over intiem terrorisme, terwijl de wetenschap ons leert dat deze destructieve dynamiek zelden voorkomt. Wanneer we ons in campagnes en berichtgeving uitsluitend richten op slachtoffers van intiem terrorisme, dan dreigen we een hele grote groep koppels over het hoofd te zien. In deze coronatijd kan het situationeel koppelgeweld toenemen omdat koppels nu extra onder spanning komen te staan. De grote groep mensen die nu te maken hebben met geweld, zullen vastzitten in conflicten die meer te maken hebben met liefde dan met machtsgebruik.Bij situationeel koppelgeweld gaan we ervanuit dat de geweldplegers handelen uit liefde, of uit angst om de liefde te verliezen. Een liefdespartner biedt ons houvast, stabiliteit, zekerheid en verbondenheid. Als we dat alles dreigen te verliezen, kunnen onze reacties hevig zijn. We roepen, schelden, worden boos of sluiten ons net helemaal af. Vaker dan je zou verwachten, loopt die spanning wel eens uit de hand. Er gebeuren dan soms dingen die we zelf niet willen: roepen en beledigen, maar ook duwen, trekken, slaan, stampen of gooien. De hechtingstheorie die ontwikkeld werd door John Bowlby helpt om deze spanningen en conflicten te begrijpen. Wanneer we vanuit hechting kijken naar deze spanningen zijn er twee vormen van geweld: de nabijheidszoekende en de afstandszoekende agressie. Die eerste vormvan geweld is vaak een ultieme poging om tot onze partner door te dringen wanneer we alle gevoel van verbinding kwijt zijn. Vergelijk het met kleine kinderen die agressie vertonen om de aandacht van hun ouders te krijgen. De afstandszoekende agressie is een poging om halt toe te roepen aan het overweldigende nabijheidszoekende gedrag van de andere partner. Veelal blijkt 'stop' zeggen niet te werken, omdat de andere partner dat aanvoelt als niet verbonden willen zijn. Het strijdtoneel verlaten, omdat we met onze geliefde niet graag in de arena leven, wordt voor de andere partner gezien als een bevestiging dat de liefde in gevaar is. Dit kan hij of zij natuurlijk niet toelaten en die aanhoudende pogingen om contact te zoeken leiden dan tot afstandszoekende agressie. Het gebruik van geweld is een paradoxale manier om de verdere escalatie van het conflict te vermijden. Wanneer partnergeweld zich voordoet, ontstaat het vaak vanuit een onderliggende, wederzijdse dynamiek tussen partners. Door samen met mensen een logisch geheel te maken van de manier waarop hun conflicten door de wederzijdse beïnvloeding dreigen te escaleren en de onderliggende emotionele betekenis samen met het koppel te doorvoelen en begrijpen, ontstaat er ruimte om hier anders mee om te gaan. Relatietherapie kan dan een uitweg bieden om die dynamiek te herkennen en te veranderen. Koppels zijn vaak op zoek naar een vorm van hulp die niet polariseert met termen als 'dader' en 'slachtoffer'. Beide partners lijden onder het gebrek aan veilige verbinding en willen daar wat aan doen. Dat erkennen zal voor hen de drempel verlagen om contact op te nemen met hulpverlening. En dat is exact wat wij hopen.