Betty en haar man stonden niet meteen te springen toen hun zoon en schoondochter het magazijn in hun tuin voor hen tot zorgwoning wilde verbouwen. Maar hun privéoase vlak bij hun familie werd nog beter dan ze hadden durven hopen.
Het voelt vreemd om zomaar rond de woning van de zoon te wandelen. Maar zodra ik de loods in rode baksteen aan het einde van de oprit zie, weet ik dat ik goed zit. Ik word verrast door een weelderig stukje groen, de voortuin van Betty (68) en haar man. Een kronkelend pad brengt me bij de blitse, aluminium voordeur.

‘Iedereen reageert verwonderd’, zegt Betty. ‘Dat vind ik leuk. Vanop afstand oogt het hier als een magazijn, dus ze verwachten iets totaal anders. Ook wij konden ons aanvankelijk moeilijk voorstellen dat dit ooit een gezellige thuis zou zijn.’

We zitten aan de eettafel, gedekt met vers gebak en kopjes koffie. ‘Toen onze zoon en schoondochter met het idee kwamen, moesten we de vraag even laten bezinken’, herinnert ze zich. ‘We woonden heel graag in Ieper, genoten van een weids uitzicht en hadden onze woning net opgeknapt voor onze oude dag.’ Maar de band met hun kleinkinderen en het vooruitzicht op zorg dichtbij gaven de doorslag. En gelukkig stonden de architecten van Veldhuis klaar om de sprong te verzachten.
Liefde op het zesde gezicht
Toch was het ook voor hen geen liefde op het eerste gezicht, geeft medeoprichter Jasper Caenepeel toe wanneer hij mee aan tafel schuift. ‘Eerder op het zesde of zevende gezicht’, lacht hij. ‘Het magazijn was vreemd ingedeeld en heel donker. We moesten het pand volledig herdenken. Bovendien wilden Betty en haar man absoluut blijven uitkijken op groen, zeker met het oog op later.’ Dat zette Veldhuis aan om vanaf het begin landschapsarchitect Karolien Keppens bij het ontwerpproces te betrekken.

© Mr.Frank
Privéoase
‘Het koppel wilde verbonden blijven met het gezin van hun zoon, maar tegelijk een duidelijke eigen plek hebben’, vertelt Caenepeel. Daarom liet Veldhuis aan de voorzijde twee grote ramen slijpen, die contact tussen beide woningen mogelijk maken zonder privacy op te offeren. Aan de linkerzijde kwamen gevelbrede schuiframen, waardoor de keuken en leefruimte vandaag uitkijken op de prachtige bloementuin die Karolien Keppens voor het koppel ontwierp. Een tuinhuis en strategisch geplaatste beplanting schermen die subtiel af van de grote tuin, als een privéoase. ‘Het doet me altijd denken aan de ommuurde tuinen van Engelse landhuizen’, zegt Caenepeel. ‘Het is echt een wereld op zich.’

De grootste transformatie vond binnen plaats. Daar vormt een patio, afgewerkt met aluminium bekleding, het groene hart van de woning, waardoor het interieur voortdurend in licht baadt. ‘We wilden dat elke ruimte ermee in verbinding stond’, aldus de architect. ‘Zo biedt de patio niet alleen nu, maar ook later, wanneer Betty en haar man hier meer tijd zullen doorbrengen, echt een meerwaarde. Je kunt vanuit elke kamer uitkijken op groen.’

Het geheel oogt als een luchtige, eigentijdse interpretatie van een modernistische bungalow met subtiele knipogen naar het industriële verleden van het pand. ‘Het koppel heeft een prachtige verzameling objecten en wilde neutrale ruimtes waarin die echt tot hun recht komen, maar er mocht wel karakter inzitten’, vertelt de architect. Stalen golfplaten aan het plafond zorgen voor textuur, de originele magazijndeuren werden hergebruikt en de ruwe bakstenen muren zitten onder een eenvoudige witte verflaag.
Abdijgevoel
Het plaatje klopt. ‘Ik verwonder me elke dag over hoe mooi het hier geworden is’, zegt Betty. ‘Het past zo goed bij wie we zijn, nog meer dan we hadden durven hopen.’ Zo roept de woning – die ze liefkozend ‘de cabane’ heeft gedoopt – bij haar regelmatig herinneringen op aan de Sint-Sixtusabdij in Westvleteren, een plek die zij en haar man vaak bezoeken. ‘In zo’n abdij wandel je rond een open ruimte, een rustpunt van waaruit je herbront. Dat heeft ons altijd aangesproken, niet omwille van het devote, maar om het feit dat niet alles vol hoeft te zijn. Dat gevoel ervaar ik hier ook: dit huis nodigt uit tot stilstaan.’ Caenepeel glimlacht. ‘Het is mooi als een plek dat effect heeft, zeker als je weet hoeveel werk erin zit.’

En hoe is het nu, om in de tuin van hun zoon te wonen? ‘Voor ons is het een heel mooie fase in ons leven’, vertelt Betty. ‘De verhuizing was niet evident en in het begin was het even aftasten, maar nu voelen we ons vooral vrij.’ De twee huishoudens hebben intussen hun ritme gevonden en zetten een inspirerend voorbeeld van intergenerationeel wonen neer. Tijdens de week ontbijten Betty en haar man in het grote huis, luncht het gezin vaak mee in de cabane en vangen de grootouders de kleinkinderen op na school.

‘Er is geen dag dat hier geen kleinkind over de vloer komt. Dat vinden we heerlijk’, glundert Betty. ‘De band met hen is heel belangrijk in ons leven.’ Toch erkent ze dat samenleven veel kan vragen. ‘Kinderen en kleinkinderen maken je leven voller, maar we hebben ook verstilling nodig. Even in een boek duiken, naar kunst kijken, op adem komen. Dit huis biedt die balans. Het laat ons toe om te genieten van de volheid van ons leven, zonder onszelf te verliezen. Samenwonen is een geschenk en we ontvangen het met open armen.’