Met travertijn, zwart glas en notelaar creëerde architectenbureau De Meester Vliegen een New Yorkse vibe in een Antwerps appartement.
Soms kan interieurarchitectuur als expliciete porno zijn: nul sensualiteit, nul opbouw, nul verleiding. Zeker in open lofty ruimtes is dat een valkuil: een interieur waarin je alles in één keer in volle glorie te zien krijgt, is zelden sexy, eerder banaal. Tom De Meester en Tine Vliegen trapten niet in die val in dit Antwerpse appartement. Ook al was het vloeroppervlak 300 m2. ‘Oorspronkelijk waren dit vier woonunits. Die zijn tot één appartement omgevormd. Toen de ruimte nog casco was, vroegen vrienden van de eigenaar hoe hij zo’n balzaal ooit bewoonbaar zou maken’, zegt architect Tom De Meester, die de uitdaging maar al te graag aanging. ‘Het pand had enorm veel kwaliteiten. De oriëntatie is optimaal: er is zon van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Maar het mooist is het frontale zicht op de bocht in de Schelde.’
Verrassend: in plaats van dat uitzicht meteen prijs te geven bij het binnenkomen, bouwden de architecten de spanning liever op. De entree is de suggestieve prequel van het appartement. Geborgen als een juwelendoosje, is die inkom helemaal uitgewerkt in travertijn, notelaar en zwart glas: dat zijn ook de hoofdrolspelers in de rest van het project. Het zicht van de hal richting de leefruimte is al even mysterieus. In plaats van het Scheldepanorama hier uit te spelen, plaatsen de architecten een open stalen kast pal in de looplijn. Waarom? ‘Op het eerste gezicht lijkt het een sta-in-de-weg, maar het effect is heel filmisch’, zegt de eigenaar, een jonge ondernemer die samen is met een juweelontwerpster. ‘De kast is een gedurfde keuze, maar het is wel geniaal hoe dat meubel het appartement ‘huiselijk’ maakt. Het deelt de ruimte intuïtief op in een leefzone, een keuken aan de linkerkant en een salon aan de rechterkant. Tegelijk biedt dat meubel plaats aan mijn wijnkoeler en mijn lievelingsboeken.’
De kast is typisch De Meester Vliegen: zij creëren graag circulatie met architecturale meubelen. Hun sculpturale roomdividers zijn vaak statement pieces, maar staan er nooit zomaar. ‘Ze zijn in de eerste plaats functioneel, want ze creëren een logische flow in een woning. Als je goed kijkt, zie je dat de kast bovenaan het plafond niet raakt. Je voelt dus de ruimte rondom nog’, zegt Tom De Meester. ‘En je kunt tussen de interieurobjecten op de schappen door al een glimp opvangen van het appartement.’ Een soort architecturale ‘lingerie’ dus, die net genoeg teast en toont. Qua suspenseopbouw doet de doorkijkkast denken aan Mies van der Rohes Villa Tugendhat (1928) in het Tsjechische Brno. Daar stoot de bezoeker bij het binnenkomen eerst op een gigantische wand, helemaal uitgewerkt in onyx, zodat het licht er subtiel doorsijpelt. Pas als je helemaal voorbij dat monumentale ’tussenschot’ wandelt, komen het interieur en het landschap tevoorschijn. Zou het toeval zijn dat De Meester Vliegen de lamp boven de keuken in onyx liet maken?
Al even vintage De Meester Vliegen is hoe het bureau hier speelt met volumes en materialen. De horizontale aders in het travertijn verwijzen subtiel naar de Schelde. Maar de verticale nerven in de notelaar én de verticale streep in het schilderij van Pieter Vermeersch zorgen voor tegen- gewicht. Knap ook hoe het salon overloopt in de badkamer en in de slaapkamer: de uitgespaarde nissen in de dressing verspringen tot marmeren wastafel én tot houten wandkast in de masterbedroom. Het is het soort grafische details waar het Antwerpse bureau sterk in is. ‘De duivel zit in de details, zegt men weleens. Maar hier zit hij in het marmer’, aldus De Meester. ‘Toen we de twee marmerplaten achter het bad installeerden in gespiegelde openboekopstelling, zag je in de aders plots een duivelkop opduiken.’
Met het 180 graden zicht op de rivier en de luxueuze materialen doet het appartement heel New Yorks aan. Alsof de Hudson door Antwerpen stroomt en het kosmopolitische Four Seasons Restaurant in het Seagram Building – ook van Mies van der Rohe – naar de kaaien is verhuisd. Ja, het appartement heeft de allures van een James Bond-mancave. Zeker door de glimmende kolommen van zwart glas en het barmeubel van massief brons. Maar die mannelijke killervibe wordt gecounterd door warme materialen: messing, fluweel, notelaar en travertijn. Dat spel van warm en koud, mannelijk en vrouwelijk, open en gesloten, maakt het appartement verduiveld sexy.