‘Hey Thijs, heb je zin om mee te gaan op buying trip naar Avignon en Montpellier? ’t Is wel twee dagen erg vroeg opstaan.’ Euh ja… graag! De Knokse vintage dealer Christophe Declercq nam onze journalist op sleeptouw, op zoek naar designparels. ‘Als je geluk hebt, komt er een topstuk uit de vrachtwagen.’
Noem Christophe Declercq gerust een seizoensarbeider deluxe. Als iedereen met vakantie is, draait de zaak van de Luikenaar op volle toeren. ‘In de winter is het zo kalm in Knokke-Heist dat ik mijn vintage boetiek Passé Simple in de Zandstraat zelfs niet open. Maar vanaf de paasvakantie komen de meeste tweedeverblijvers terug naar zee. En in de grote vakantie zijn ze allemaal hier, zeker vanaf het eerste weekend van augustus. Dan moet ik mijn jaar maken en heb ik zeker mooie marchandise in de winkel nodig’, zegt hij. ‘Klanten zijn opvallend relaxter als ze komen interieurshoppen in Knokke-Heist. Ze lopen mijn galerie vaak binnen in korte broek of op slippers. Ze hebben tijd en nemen die ook graag. Een compleet andere ervaring dan in een designgalerie in Brussel.’
Geen serieus beroep
Brussel was nochtans praktischer geweest voor Christophe Declercq. Hij is afkomstig uit Luik, waar hij een tijdlang in een ziekenhuis werkte als kinesist. ‘Ik had één probleem: ik vond het moeilijk om mensen aan te raken’, geeft hij toe. ‘Ik masseerde zelfs met handschoenen aan. Je kunt je niet voorstellen hoe vuil mensen soms zijn.’ In zijn vrije tijd maakte Declerq nochtans wél zijn handen vuil: hij haalde al van jongs af woningen leeg. Zijn buit verkocht hij op brocantemarkten. ‘”Allemaal leuk,” zei mijn vader, die radioloog was, “maar antiquair of brocanteur: dat is toch geen serieus beroep, Christophe?”’

Intussen is Declercq al 25 jaar wél op een serieuze manier actief in de branche. Waarvan de laatste zes jaar met een eigen vintage boetiek in Knokke-Heist. ‘Het is en blijft een unieke markt. Mensen kopen er interieurobjecten voor hun vakantiehuis aan zee. Maar velen hebben ook een buitenverblijf in de bergen. En die chalets moeten natuurlijk ook leuk bemeubeld worden. Daarom zoek ik decoratieve stukken in verschillende stijlen.’
Waar hij die vindt? ‘Er zijn twee mogelijkheden: ofwel schuim je sites als Marktplaats en LeBonCoin af op zoek naar schatten. En dan rij je driehonderd kilometer om één goedkoop stuk op te halen, waar je dan misschien een paar honderd euro op verdient. Ofwel ga je naar déballages waar je veel goede stukken op één plek vindt, weliswaar voor een hogere stukprijs. Ik ga voor dat laatste.’
Kip zonder kop
Die déballages zijn georganiseerde vrachtwagenverkopen, waar handelaars van over de hele wereld komen shoppen. Twee van de belangrijkste gaan door in Avignon en Montpellier. En daar gaan wij, samen met Christophe Declercq, voor het eerst naartoe.

‘Duizenden mensen komen naar hier, zowel dealers, decorateurs als verkopers. Je moet een accreditatie hebben, dus particulieren of niet-professionelen raken niet binnen. Je kunt hier niet zomaar komen shoppen, zoals op de Brussels Design Market’, zegt Declercq.
‘Je zult dit jaar meer Amerikanen zien. Dat komt door de bosbranden die in Californië vele villa’s in de as legden. Al die mensen willen nu een nieuw interieur, samengesteld door interieurarchitecten of decorateurs. Dus komen die in Europa shoppen.’
In Avignon en Montpellier zoekt de Luikenaar vooral vintage om te verkopen in zijn Knokse boetiek. Maar je vindt er evengoed brocante, antieke schilderijen, betonnen tuinmeubilair of zelfs vintage fashion. ‘De eerste keren hier snapte ik helemaal niet hoe dat ecosysteem werkte. Ik liep als een kip zonder kop rond. Nu weet ik wel beter.’
Dat ecosysteem is heel bevreemdend voor een newbie als ik. Om halfzeven ’s morgens staan aan de poorten van het Parc des Expositions in Avignon al honderden mensen te drummen aan het hek, zodat ze om zeven uur als eerste de expohallen kunnen bestormen.

De ambiance doet ons eerst denken aan een popconcert, waar superfans uren op voorhand arriveren om een plaatsje vooraan het podium te versieren. Maar hoe meer volk er toestroomt, hoe meer de sfeer kantelt naar die van een voetbalmatch. Zonder de hooligans, maar wel met het testosteron. Negentig procent van de mensen aan de poort zijn mannen. Typische sjofele antiquairs, maar ook potige transporteurs en een occasionele decorateur in een frivolere outfit.
Twintigduizend stappen
Goed of slecht gekleed: van een ochtendhumeur lijkt niemand last te hebben. De croissants en espresso’s in kartonnen bekertjes vliegen de deur uit aan het geïmproviseerde kraam, pal naast de omheining. Onder collega-handelaars heerst een afgemeten convivialiteit: iedereen voert beleefdheidsgesprekjes met elkaar, weliswaar zonder in hun kaarten te laten kijken.

In de ongeduldige meute herkennen we Stukken van Mensen-designdealer Boris Devis, maar ook de Brusselse antiquair Henri Vanhoenacker, de Limburgse vintagehandelaar Koen Steen en zijn Gentse collega Bram Notebaert van Depot 09. We wisselen wat vriendelijke knikjes uit, maar voor een gesprek is het duidelijk geen goed moment. Daarvoor is iedereen te gefocust.
De koffie raakt op, de tijd dringt, de spanning stijgt. ‘Ben je klaar voor wat beweging?’ vraagt Christophe Declercq al lachend. ‘Tussen zeven uur en halfnegen heb ik al twintigduizend stappen op de teller.’ En dan zwaaien plots de hekken open. Als een kudde dieren die wordt losgelaten, hollen honderden mensen tegelijk naar een van de hallen op de site, waarbinnen de vrachtwagenverkopen doorgaan.

Christophe loopt beslist naar links en duikt de derde hal in. Tot onze grote verbazing zien we binnen niks, behalve wat vrachtwagens op een rijtje. ‘Die moeten eerst nog gelost worden’, zegt Declercq geëxciteerd. ‘Die verkopers stonden daarnet ook aan het hek te wachten, samen met ons. We moeten wachten tot hun goederen een voor een uit de vrachtwagens komen. Als je geluk hebt, komt er een schat boven, terwijl je erop staat te kijken. Als je pech hebt, sta je in de verkeerde hal, waar helemaal niks interessants in de vrachtwagens zat.’
Kennis is alles
Christophe Declercq doet het zelf niet, maar sommige schattenjagers schijnen met een zaklamp in de vrachtwagens. In de chaotisch gestapelde vrachten zoeken ze naar een designstuk, dat ze menen te herkennen aan een poot of een rugleuning alleen. ‘Parate kennis is op zo’n moment alles. Je hebt geen tijd om modellen of prijzen online op te zoeken, als je snel wilt toeslaan’, zegt Declercq.
‘De stukken die een voor een uit de vrachtwagens tevoorschijn komen, zijn vers op de markt. Iedereen ontdekt de nieuwe handelswaar tegelijkertijd. Wie het snelst beslist en het beste oog heeft, kan de beste deals doen. Er staan hier ongetwijfeld stukken waarmee je de lotto kunt winnen. Er is altijd wel een topstuk dat aangeboden wordt, zonder dat de verkoper weet wat het precies is. Vorige keer had iemand nietsvermoedend een art-decocommode mee, die van architect Robert Mallet-Stevens bleek. Dat superzeldzame stuk was een veelvoud waard van wat de verkoper vroeg.’

Schattenjagen is leuk, de loterij winnen ook. Maar het blijft opletten geblazen. In een van de eerste hallen zien we een Eames lounge chair blinken, die wel héél schappelijk geprijsd is. Een buitenkansje? ‘Je kunt beter de sticker onderaan eerst checken. Het is wellicht geen productie van Herman Miller, maar van ICF. De exemplaren die in dat Italiaanse atelier zijn gemaakt, zijn minder kwalitatief en minder gezocht, dus goedkoper’, weet Declercq.
In diezelfde hal spotte hij ook een prachtige Italiaanse vintage Stilnovo-lamp. ‘Helemaal in de smaak van nu, een gezocht model bovendien’, zegt de designantiquair. ‘Maar ik twijfel over de authenticiteit. De lamp lijkt iets te nieuw. Dit is niet honderd procent zuiver. Ik pas.’
Er staan hier stukken waarmee je de lotto kunt winnen.
Bij andere stukken is het namaakgehalte veel duidelijker. Zowel in Avignon als in Montpellier botsen we op standhouders die zogezegd ‘vintage’ seventies Maison Jansen-palmboomlampen aanbieden. Ze glommen zoveel dat ze duidelijk vers uit het atelier kwamen. ‘Je moet eens naar die patine kijken: nergens is slijtage te merken. Die handelaar doet zelfs geen moeite om te verstoppen dat het fake is’, zegt Declercq. ‘Er is spijtig genoeg helemaal geen controle op wat hier aangeboden wordt. Als koper word je verondersteld kwaliteit van namaak te kunnen onderscheiden.’
Vrachtwagen, open u
Vervalst of niet: om kwart over zeven plakken al op tal van objecten in de hallen stickers met namen van kopers, die rond de middag – aan het einde van de markt – hun vondsten zullen komen oppikken. Ook Christophe reserveert in de eerste paar uur een zevental stukken, van een Italiaanse kuipstoel tot brutalistische krukjes. ‘Het is al gebeurd dat ik stukken vergat op te halen, die ik al betaald had. Het is hier zo groot dat ik soms de standhouder niet meer terugvindt.’

Christophe Declercq vloekt bij een originele tafel van Pierre Chapo die net voor zijn neus werd weggekaapt, maar hij treft wel een andere Stilnovo-tafellamp met een grafische vorm: ideaal voor zijn Knokse zaak. Plots gaat pal voor onze neus een vrachtwagen open, waar vader en zoon voorzichtig een open kartonnen doos uit tillen. Bovenaan piept er een stukje van een lampenkap uit. Al op de laadbrug herkent Declercq het meteen: een XL-vloerlamp van Georges Pelletier. ‘Precies wat ik zocht’, zegt hij. ‘Ik wil morgen met een camionette vol lampen, vintage en decoratieve meubelen naar huis gaan.’
Eyecatchers gevonden
Pelletier is de dada van Declercq. De Belgische keramist vestigde zich in Frankrijk, waar hij carrière maakte vanuit zijn ateliers in Parijs en later Cannes. Zijn speelse totems, wandappliques en keramieken lampen zijn erg gezocht, zowel nieuw als vintage. ‘Je herkent ze aan hun perforaties, die voor een interessant schaduwspel zorgen’, zegt Declercq. ‘Op veilingen en op de secundaire markt gaan topstukken soms tot twintigduizend euro. De marktwaarde stijgt nog steeds. Daarom legde ik ook zelf een grote verzameling aan.’
Na een korte onderhandeling betaalde de Knokse dealer uiteindelijk meer dan tweeduizend euro voor de staande lamp. ‘Een stevige prijs, ik weet het, maar ook logisch, want ik was de eerste die de Pelletier uit de vrachtwagen zag komen’, zegt hij trots.

Op de twee déballages samen zal de Knokse dealer uiteindelijk een vijftiental keramieken lampjes van Pelletier spotten. ‘Sommige handelaars weten donders goed dat ik zijn ontwerpen zoek. Ze bieden me proactief stukken aan of tonen foto’s van de Pelletiers uit hun privécollectie, die ze “misschien ooit eens” zullen lossen.’ Uiteindelijk koopt Declercq vijf stuks van zijn fetisjkeramist, die ook in Knokke-Heist intussen veel fans heeft. ‘Het worden deze zomer zeker eyecatchers in de galerie’, zegt hij.
Froufroulamp
Rond halfnegen kijken we voor het eerst op ons horloge. Ons energiepeil zakt aanzienlijk. En we zijn duidelijk niet alleen. De opwinding van de chaotische beginmomenten is grotendeels weg. ‘De belangrijke stukken zijn toegewezen. Als je nu nog geen deals gedaan hebt, heb je niet goed gewerkt’, zegt Christophe Declercq. ‘Als je goed rondkijkt, zie je meteen dat het vintage Scandinavisch design is blijven staan. Die markt is ingestort.’
De tweede koffie van de dag is welverdiend, als we even pauzeren na zo’n vijftienduizend stappen. Declercq is voorzichtig positief over zijn buit. Hij vond een Italiaanse bureaustoel, anonieme boerenkrukjes, bijzettafels in de stijl van George Nakashima, maar ook originele banken en stoelen uit Charlotte Perriands Franse skioord Les Arcs.

‘Nu zoek ik nog wat gewone decoratieve stukken voor de galerie’, zegt hij. We wijzen hem op een tafellampje waarvan de kap rondom is afgewerkt met koddige strassen. ‘Die froufroulamp zou iets kunnen zijn voor de boetiek,’ zegt hij, ‘maar hij kost hier al vierhonderd euro. Als ik daar een paar honderd euro winst op moet pakken, krijg ik dat nooit meer verkocht in de boetiek. Dus laat ik hem liever staan. En ik weet ook niet of die handelaar een bonne main heeft.’
Een wat? ‘Ken je de theorie van la bonne main niet?’ vraagt Declercq verwonderd. ‘Het is een ongeschreven regel onder handelaars. Als je koopt van mensen die een bonne main hebben, dan zul je die stukken ook nog goed kunnen doorverkopen. Handelaars met een bonne main kun je vertrouwen en leveren je winst op, zelfs als je duur aankoopt. Als je iets aankoopt van een persoon zonder bonne main, blijf je er vaak jaren mee zitten. Dat stuk plakt aan je handen, het blijft onverkocht in je stock staan. Eerst begreep ik die theorie niet. Maar na vijfentwintig jaar in de branche kan ik zeggen: ze klopt.’
Of Declercq ook een bonne main heeft? En zit daar dan een handschoen rond? We houden de vraag in beraad tot de volgende déballage, na zijn Knokse zomer.
Passé Simple, Zandstraat,18 Knokke @passesimplevintagegallery