Op een symposium over duurzaamheid in de Belgische zuivelsector stelt het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) een factbook voor, met daarin allerlei nieuwe cijfers over inspanningen van de sector.

Daaruit blijkt dat melkveehouders de afgelopen jaren heel wat inspanningen hebben gedaan. Ze gingen van gemiddeld 9,3 'duurzaamheidsinitiatieven' in 2014 naar 15,4 in 2018. Zo voederde 56 procent van de melkveehouders in 2018 nevenproducten uit de voedingsindustrie aan hun dieren.

Een ander opmerkelijk cijfer is dat de zuivelindustrie een vermindering van het restafval realiseerde met 45 procent per 1.000 liter melk in 10 jaar tijd. Ook daalde de CO2-uitstoot per 1.000 liter melk met 37 procent. Wel blijft het uiteindelijke effect daarvan beperkt op de totale uitstoot van de sector, want die daalde in diezelfde periode met 2 procent. Reden is de nieuwe stijging van de totale melkproductie sinds de afschaffing van de Europese melkquota, zegt VLAM-woordvoerster Liliane Driesen hierover. Ook is de productiviteit per dier gestegen.

'Heel gemotiveerd'

Normen of verbeteringspercentages legt het duurzaamheidsmonitorrapport niet op. De sector neemt de initiatieven op vrijwillige basis. 'Wel is het zo dat de melkveehouders en de verwerkers heel erg overtuigd zijn van het belang van die blijvende inspanningen op gebied van duurzaamheid', zegt Driesen. 'Ze kunnen ook bekijken hoe ze het zelf doen tegenover collega-producenten, wat nog een extra motivatie oplevert. De beroepsorganisaties wakkeren die motivatie verder aan.' Een motivatie die Driesen niet benadrukt, is de financiële kant van het verhaal. Onder de gedefinieerde duurzaamheidsinspanningen zijn immers ook maatregelen zoals regenwater gebruiken of een nevenactiviteit in maatschappelijke context uitbaten, denk maar aan een hoevewinkel. Dergelijke inspanningen drukken natuurlijk ook de kosten van de boer, of vormen net een nieuwe bron van inkomsten.

Het volledige factbook is hier in te kijken.