Of je nu naar Madrid trekt voor de zon, voor het levendig cultureel erfgoed of voor de mooie verzameling musea: je eetpauzes zijn er een toeristische attractie op zich. Elke wandeling brengt je langs eethuisjes en restaurants die niet in de toeristische gidsjes staan, maar die wel het binnenstappen waard zijn. Een stad als levend bewijs dat lekker eten niet altijd ingewikkeld hoeft te zijn om je van je sokken te blazen.
...

Of je nu naar Madrid trekt voor de zon, voor het levendig cultureel erfgoed of voor de mooie verzameling musea: je eetpauzes zijn er een toeristische attractie op zich. Elke wandeling brengt je langs eethuisjes en restaurants die niet in de toeristische gidsjes staan, maar die wel het binnenstappen waard zijn. Een stad als levend bewijs dat lekker eten niet altijd ingewikkeld hoeft te zijn om je van je sokken te blazen. Twee en half uur na het vertrek op Zaventem komt de Madrileense warmtegolf ons tegemoet op de Barajas Airport en na nog eens een rit van een kwartier zitten we al van een welkomstcocktail te genieten in het centrum. Een stuk van die rit speelt zich af op de Paseo del Prado, een drukke verkeersader waarlangs je verschillende historische gebouwen, fonteinen en parken kan bewonderen en die door de stad stroomt als een rivier. Gezellig kuieren kan je er niet echt, maar wie snel enkele highlights wil afvinken, weet alvast waar naartoe. Voor een gemoedelijker Madrid sla je een zijstraat in, richting het oude centrum. Wie weet brengt je zwerftocht doorheen de stad je wel terecht bij een overdekte markt. Onze eigen steden Gent en Antwerpen schermen dan wel met erg hippe afkooksels, de ware mercado vindt zijn oorsprong in meer zuiderse landen. De bekendste van Madrid is de Mercado de San Miguel, een mooie constructie van ijzer en glas waar kazen, vis, charcuterie en ander likkebaardend lekkers uitgestald staat. Veel Madrilenen zal je - op de verkopers na dan - hier echter niet tegenkomen: zij vinden de Mercado de San Miguel te druk, te toeristisch en te duur. Gelukkig heb je in de Spaanse hoofdstad nog keuze zat als je een een authentiekere mercado-ervaring wil!Op de Calle de Ayala vind je bijvoorbeeld Mercado de la Paz, een van de oudste exemplaren die de stad kent. De markt in art nouveau-stijl werd gebouwd in 1879 en staat dan misschien wel in een erg moderne buurt; de stalletjes worden toch vaak gerund door verkopers uit families die al generaties lang in het vak staan. Binnen de muren van de markt is Casa Dani een gerenommeerd standje. Het menu verandert elke dag, maar je kan er prat op gaan dat je er Spaanse klassiekers als tortilla of fabada asturiana (een stoofpotje van witte bonen) kan proeven. Als 'de populairste' of 'de oudste' je weinig zegt, kan 'de grootste van Europa' je misschien wel overtuigen. Van pimentón over saffraan, tot jamón en het zachtste melklam: in Mercado Maravillas zou je het allemaal moeten vinden. Zoals ze in Madrid zelf zeggen: "Si buscas algo, vete a Maravillas. Si no lo encuentras, es que no hay." ("Als je iets zoekt, ga naar Maravillas. Als je het daar niet vindt, bestaat het niet.") Je kan er een hemelse picknick samenstellen om later van te genieten in een van de mooie parken die Madrid rijk is, maar je kan er ook ter plekke eten of je keel smeren. Na een middag vol lekkere hapjes, museumbezoeken en een siësta, kan je weer beginnen denken aan eten. En hoe kan je dat in Madrid beter doen dan op typisch Spaanse wijze? Treed in de voetsporen van de stadsbewoners en maak er een walking dinner op grote schaal van! Tapas eten doe je namelijk niet in een tapas-restaurant: daar zijn de hapjes vaak prijzig en afgestemd op wat toeristen verwachten. Nee, voor een echte tapas-ervaring trek je maar beter comfortabele schoenen aan, want daarvoor verzamel je je avondeten in verschillende bars verspreid over de stad. Wij volgden gids Luis David Zapata tot in de Letras-wijk, ook wel Schrijverswijk of Wijk van de Muzen genoemd. Waar tijdens de Gouden Eeuw literaire groten der aarde als Lope de Vega en Miguel de Cervantes wandelden en woonden, is het nu heerlijk vertoeven. Een wandeling doorheen de gezellige straatjes is op zich al een aanrader, maar dat zijn de culinaire tussenstops stiekem nog meer. Het eerste barretje waar we halt houden, is Los Gatos in de Calle Jesús (dat overigens zo onhip is dat het geen eigen site heeft, maar dat vinden wij eerder een extra pluspunt). In het rijkelijk versierde café blijven we als echte Madrilenen rechtstaan en bestellen we enkel iets om te drinken: de simpele - maar smakelijke - tapas krijgen we er immers vanzelf bij. Zo zou keizer Karel V het gewild hebben toen hij zo'n vijf eeuwen geleden ordonneerde dat Spaanse herbergen iets om te eten moesten aanbieden bij alcoholische dranken. Dat zou hij hebben gedaan om te vermijden dat zijn boodschappers te paard tijdens rustpauzes enkel alcohol zouden drinken zonder dat ze daarbij ook zouden eten - met alle gevolgen vandien. Een andere verklaring voor de populaire hapjes ligt in het woord tapa (letterlijk: 'deksel') zelf. In plaats van dronkenschap voorkomen, zou het eerder bedoeld zijn om te voorkomen dat er vliegen en andere beestjes in het glas terecht zouden komen. Welke verklaring ook de juiste is: de tapas smaken naar meer. Casa Alberto is op zich dan misschien best een ruime zaak, op het spitsuur kan je beter maken dat je op tijd aankomt. Om negen uur 's avonds is het er dringen om een plekje aan de bar te krijgen en de Croquetas de Jamón en Chistorra con Pimientos vliegen je haast om de oren als je een drankje bestelt. Als je geluk hebt, kan je een glimp opvangen van het authentieke Spaanse interieur dat eruitziet alsof het al twintig jaar niet veranderd is. De kans is echter groot dat je daar niet eens op let, doordat je te druk in gesprek bent met een Madrileen die je allerlei verhalen over zijn stad wil leren kennen. Afsluiten doen we aan tafel in het karaktervolle Viva Madrid. Hoewel de magen al goed gevuld zijn, worden de schaaltjes olijven, groene pepertjes met zeezout, kabeljauwkroketjes, flinterdun gesneden Iberische ham en patatas bravas gretig doorgegeven. Het enige probleem dat zich die dag nog stelt, is het terugstappen naar het hotel: dat blijkt nogal een opgave met een maag waar echt niets meer bij kan. Spaanse keuken roept - niet onterecht - beelden op van overdadige tapas, stoofpotjes en stevige kost, maar er is meer dan dat. Mede door het enorme succes van de broers Adrià en hun befaamde restaurant El Bulli nam de Spaanse keuken ook een plaats in op de gastronomische wereldkaart. De Spanjaarden zijn trots op hun eetbaar erfgoed en dat laat zich ook voelen in Madrid: van de veertien met Michelin-sterren bekroonde restaurants in de stad, zijn er verschillenden die de traditionele keuken en streekproducten centraal stellen. Naast Ferran en Albert Adrià zijn er ook de hermanos Torres, ofwel de Spaanse versie van onze Jeroen Meus, maar dan in tweevoud. De sympathieke tweelingbroers die hun volk opnieuw leren koken, openden onlangs ook het restaurant Dos Cielos. Het doel is ambitieus maar niet onmogelijk: zo snel als het kan een Michelin-ster binnenhalen. En dat zou hen wel eens kunnen lukken: met hun eigentijdse interpretaties van klassiekers laten ze een frisse wind waaien door de Spaanse keuken. De vernieuwing in de Spaanse keuken is dan wel voelbaar, toch verliest ze nooit de oorsprong uit het oog. Die oorsprong kan je zelf ook aan de lijve ondervinden in het oudste restaurant ter wereld. Restaurante Botin op de Calle Cuchilleros serveert al speenvarkentjes en inktvis in eigen inkt sinds 1725, wat het volgens Guinness World Records officieel het oudste eethuis ter wereld maakt. Dat is meer dan een toeristen lokkend verkooppraatje, want wat je er geserveerd krijgt, is ook écht lekker. Zo lekker dat ook Madrilenen zelf er erg vaak over de vloer komen en je er geen tafeltje kan bemachtigen als je geen weken op voorhand hebt gereserveerd. Inwoners van Madrid zijn gigantisch trots op de stad waar ze leven. Hun liefde voor de verzameling straten, huizen, parken en de gezellige sfeer werd dan ook al generaties geleden samengevat in een gezegde: De Madrid al Cielo (y un agujerito para verlo), of: Van Madrid naar de hemel (met een gaatje om de stad te kunnen zien). Als je het ons vraagt doelt dat gaatje niet op een venster door het wolkendek, maar op het gaatje dat je altijd moet reserveren in je maag. Je weet immers nooit wat voor lekkers in deze stad om de hoek loert.