Voor 4:

40 g boter

10 wortels van diverse kleuren

enkele takjes versetijm

1 sinaasappel

10 g honing

1 el witte wijnazijn

kruimeldeeg (1 kant-en-klaarrol of 300 g)

Verwarm de oven voor op 200 °C. Vet de taartvorm in met boter. Schil de wortels en snij ze in schijfjes. Was de tijm en pluk de blaadjes van de takjes. Kook de wortels 3 min., giet ze af en laat ze schrikken in koud water. Laat goed uitlekken.

Smelt de boter in de pan, voeg wortels, tijm, sinaasappelraspen -sap toe en laat 5 min. sudderen op een zacht vuurtje. Roer regelmatig. Voeg op het einde honing en azijn toe en laat nog 1 min. koken.

Schik de wortels in de taartvorm. Snij een lap uit het deeg die iets groter is dan de omtrek van de taartvorm. Bedek met hetdeeg en stop de randen in. Maak gaatjes in het midden om de stoom te laten ontsnappen. Laat een halfuurtje bakken, tot het deeg goudbruin is.

Haal de taart uit de oven en laat even afkoelen. Leg er een bord op en draai om. Serveer warm of lauw.