Als gemaksvoeding voeding is die het ons gemakkelijk maakt, is de stap naar 'lui' snel gezet. In het Engels wordt convenience food soms zelfs ook lazy food genoemd: de bereider is keukenlui. In de jaren vijftig van de vorige eeuw baarde professor Mason Haire veel opzien met een studie waaruit bleek dat vrouwen die oploskoffie kochten als 'lui' en 'minder zorgzaam' werden gezien in vergelijking met vrouwen die reguliere koffie kochten. In 1970 voerde men de studie opnieuw uit, maar werd dat resultaat niet weer gevonden. En dat kan twee dingen betekenen: ofwel was de studie van Haire puur toeval, ofwel is de visie op oploskoffie in twintig jaar tijd sterk veranderd, omdat de context veranderd is en gemaksvoeding over het algemeen sociaal meer aanvaard is.

Het lijkt alsof gemaksvoeding ons bevrijd heeft van het koken, zodat we meer tijd kunnen besteden aan wat 'echt telt': andere activiteiten met ons gezin, familie en vrienden. In de praktijk blijken we daardoor verder van elkaar verwijderd dan ooit tevoren

Is het dat nu ook? Vinden we gemaksvoeding helemaal oké? Dat blijkt niet zo te zijn. Uit een recente studie, waarbij alles geanalyseerd werd wat we tegenwoordig op sociale media over eten delen (en dat is heel wat), blijkt dat veel mensen tot op de dag van vandaag een erg negatief beeld hebben van mensen die gemaksvoeding gebruiken. Ze worden er niet alleen van verdacht niet te kunnen koken, maar worden ook gezien als lui en verwend.

Die vooroordelen houden ons in de praktijk blijkbaar niet tegen. Onze keukenkasten, winkelrekken en winkelkarren puilen uit van producten die we lang kunnen bewaren en snel kunnen bereiden. Ze passen immers perfect in die andere kenteringen van de twintigste eeuw: de heropleving na enkele barre decennia van oorlog en voedselschaarste. Tweeverdieners werden het nieuwe normaal. Daardoor ontstond wat meer financiële vrijheid, en vrouwen werden verlost van de dagelijkse huishoudsleur. Vrije tijd moest maximaal benut worden en werd ingevuld met onder andere plezierreizen. Gemaksvoeding paste perfect in dit nieuwe plaatje. Als je na een lange werkdag nog een lekkere maaltijd op tafel wilde zetten, dan kon dat gewoon, voor het eerst. Alles lag binnen handbereik en niemand hoefde zich nog uit te sloven in de keuken. De gewonnen tijd kon je dan invullen met gezelschapsspelletjes, uitstapjes en reizen.

Sluimerende pandemie

Het geluk had echter een prijs, zowel op fysiek als op mentaal en sociaal vlak. Sinds de opkomst van gemaksvoeding en de bijkomende vervreemding van voeding zijn er namelijk enkele stille vijanden binnengeslopen: obesitas en sociale vervreemding. Obesitas leek eerst eerder een sluimerend gevaar, niet iets als een virus dat van mens op mens wordt overgedragen (hoewel sommige studies uitwijzen dat obesitas wel degelijk erfelijk is en dat je kans om obees te worden toeneemt als de mensen in je omgeving er ook aan lijden).

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft obesitas echter tot een pandemie uitgeroepen, en tot een van de grootste uitdagingen van onze eeuw. Het gevaar van obesitas loert dan ook om vele hoeken en de bijdrage van gemaksvoeding valt niet te ontkennen. Hoe gemakkelijker het is om aan lekker eten te komen, hoe vaker we er immers ook van kunnen en zullen genieten. Veel onderzoek focust dan ook op hoe we overgewicht kunnen aanpakken en voorkomen. Die aanpak is complex en zal vanuit verschillende spelers, waaronder de voedingsindustrie, reclame, marketing en het bredere mediaveld, gedragen moeten worden om erin te slagen deze pandemie de wereld uit te helpen. Ook wijzelf moeten ons gedrag veranderen: zoals bij elke pandemie is samenwerking door iedereen en vanuit elke laag van de bevolking van belang.

De uren in de keuken zijn een vat vol liefde. Serveer je kant-en-klare kost, dan is het vaatje eigenlijk leeg, en is wat overblijft de seks.

Gemaksvoeding heeft ons vervreemd van voeding en van anderen. We weten steeds minder waar ons eten vandaan komt, en we eten steeds minder samen met anderen. Dit gezegd hebbende: in Vlaanderen en Nederland valt het nog enigszins mee. Dat wil zeggen: we besteden nog bijna een halfuur per dag in de keuken en ongeveer een halfuur per dag samen aan tafel. Dat geldt echter niet voor iedereen en het is ook beduidend minder dan wat onze ouders, nog maar een generatie terug, deden. In andere landen, de Angelsaksische in het bijzonder, is de tijd die wordt besteed aan koken en samen tafelen sinds de jaren tachtig zelfs drastisch afgenomen. En dat is niet vrijblijvend: te weinig samen eten blijkt aan ons mentale welbevinden te knagen en obesitas te voeden.

Uit studies onder mensen die noodgedwongen meestal alleen eten, vaak ouderen, weten we dat zij zich vaker ongelukkig voelen. Als men deze personen opnieuw toegang geeft tot een (misschien andere) vorm van samen eten, zoals samen eten in de cafetaria van een zorgcentrum of gemeenschapskeuken, dan voelen ze zich opnieuw gelukkiger.

Niet wát we eten, maar hoé

De gedachte dat uitgerekend samen koken en tafelen wel eens belangrijk zou kunnen zijn in de strijd tegen obesitas, is een nog vrij nieuw en weinig belicht, maar zeker hoopgevend inzicht.

Al jarenlang wordt het mediterrane dieet geprezen als een gezond dieet. We zijn er in minder mediterrane regio's volop olijfolie en aubergines door gaan consumeren, maar zonder het verhoopte succes: op de weegschaal heeft het maar weinig effect. Recentelijk zijn een aantal onderzoekers hun vizier op iets anders gaan richten: ze zijn minder aandacht gaan besteden aan wát het mediterrane dieet inhoudt, maar meer aan hóé het wordt gegeten. En dat is samen, en sociaal. Er wordt eerst samen gekookt, veel gelachen en dan samen gegeten. Het bereiden en opeten van het voedsel vraagt tijd en veel mensen: in de klassieke mediterrane keuken eet niemand alleen. Dat kennen we van de Italiaanse keuken. Er wordt samen gekookt met la mama en la nonna aan het hoofd, lang getafeld met een rits kleinkinderen en een hoop mannen en tantes erbij, en het eten zelf is niet los te koppelen van sociaal gedrag.

In Italië is de Slow Food Movement gestart in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Carlo Petrini was de eerste activist die moeite deed om onze aandacht voor culinaire tradities en het genieten van lekker eten niet te verliezen. De beweging bestaat wereldwijd nu uit meer dan 1600 gemeenschappen (slowfood.com) en roept op om meer aandacht te besteden aan het genot van samen tafelen, met oog voor lekker en duurzaam eten. Hun manifest is geen gezondheidsmanifest, maar een manifest voor een goed leven.

Terug naar de liefde

Het lijkt alsof gemaksvoeding ons bevrijd heeft van de sleur van het koken, zodat we meer tijd kunnen besteden aan wat 'echt telt': andere activiteiten met ons gezin, familie en vrienden. In de praktijk blijken we daardoor verder van elkaar, dikker en ongelukkiger te zijn dan ooit tevoren. Wat echt telt, is blijkbaar de tijd in de keuken waar we vanaf wilden zijn. Als je kookt voor anderen, communiceer je ook hoeveel je om hen geeft. De uren in de keuken zijn een vat vol liefde. Serveer je kant-en-klare kost, dan is het vaatje eigenlijk leeg, en is wat overblijft de seks. Zonder liefde.

Dit is een fragment uit zeer lezenswaardige 'Niet iedereen kan een bizon schieten' van Charlotte De Backer, docent Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen. Het boek is een pleidooi om stil te staan bij wat misschien meer van belang is dan we beseffen: voedsel als brandstof voor ons sociale leven. 'Wie samen eet, leeft samen. Wie samen leeft, eet samen.' Het verschijnt op 27 oktober bij Uitgeverij Manteau.

Manteau
© Manteau

Als gemaksvoeding voeding is die het ons gemakkelijk maakt, is de stap naar 'lui' snel gezet. In het Engels wordt convenience food soms zelfs ook lazy food genoemd: de bereider is keukenlui. In de jaren vijftig van de vorige eeuw baarde professor Mason Haire veel opzien met een studie waaruit bleek dat vrouwen die oploskoffie kochten als 'lui' en 'minder zorgzaam' werden gezien in vergelijking met vrouwen die reguliere koffie kochten. In 1970 voerde men de studie opnieuw uit, maar werd dat resultaat niet weer gevonden. En dat kan twee dingen betekenen: ofwel was de studie van Haire puur toeval, ofwel is de visie op oploskoffie in twintig jaar tijd sterk veranderd, omdat de context veranderd is en gemaksvoeding over het algemeen sociaal meer aanvaard is. Is het dat nu ook? Vinden we gemaksvoeding helemaal oké? Dat blijkt niet zo te zijn. Uit een recente studie, waarbij alles geanalyseerd werd wat we tegenwoordig op sociale media over eten delen (en dat is heel wat), blijkt dat veel mensen tot op de dag van vandaag een erg negatief beeld hebben van mensen die gemaksvoeding gebruiken. Ze worden er niet alleen van verdacht niet te kunnen koken, maar worden ook gezien als lui en verwend. Die vooroordelen houden ons in de praktijk blijkbaar niet tegen. Onze keukenkasten, winkelrekken en winkelkarren puilen uit van producten die we lang kunnen bewaren en snel kunnen bereiden. Ze passen immers perfect in die andere kenteringen van de twintigste eeuw: de heropleving na enkele barre decennia van oorlog en voedselschaarste. Tweeverdieners werden het nieuwe normaal. Daardoor ontstond wat meer financiële vrijheid, en vrouwen werden verlost van de dagelijkse huishoudsleur. Vrije tijd moest maximaal benut worden en werd ingevuld met onder andere plezierreizen. Gemaksvoeding paste perfect in dit nieuwe plaatje. Als je na een lange werkdag nog een lekkere maaltijd op tafel wilde zetten, dan kon dat gewoon, voor het eerst. Alles lag binnen handbereik en niemand hoefde zich nog uit te sloven in de keuken. De gewonnen tijd kon je dan invullen met gezelschapsspelletjes, uitstapjes en reizen. Het geluk had echter een prijs, zowel op fysiek als op mentaal en sociaal vlak. Sinds de opkomst van gemaksvoeding en de bijkomende vervreemding van voeding zijn er namelijk enkele stille vijanden binnengeslopen: obesitas en sociale vervreemding. Obesitas leek eerst eerder een sluimerend gevaar, niet iets als een virus dat van mens op mens wordt overgedragen (hoewel sommige studies uitwijzen dat obesitas wel degelijk erfelijk is en dat je kans om obees te worden toeneemt als de mensen in je omgeving er ook aan lijden). De Wereldgezondheidsorganisatie heeft obesitas echter tot een pandemie uitgeroepen, en tot een van de grootste uitdagingen van onze eeuw. Het gevaar van obesitas loert dan ook om vele hoeken en de bijdrage van gemaksvoeding valt niet te ontkennen. Hoe gemakkelijker het is om aan lekker eten te komen, hoe vaker we er immers ook van kunnen en zullen genieten. Veel onderzoek focust dan ook op hoe we overgewicht kunnen aanpakken en voorkomen. Die aanpak is complex en zal vanuit verschillende spelers, waaronder de voedingsindustrie, reclame, marketing en het bredere mediaveld, gedragen moeten worden om erin te slagen deze pandemie de wereld uit te helpen. Ook wijzelf moeten ons gedrag veranderen: zoals bij elke pandemie is samenwerking door iedereen en vanuit elke laag van de bevolking van belang.Gemaksvoeding heeft ons vervreemd van voeding en van anderen. We weten steeds minder waar ons eten vandaan komt, en we eten steeds minder samen met anderen. Dit gezegd hebbende: in Vlaanderen en Nederland valt het nog enigszins mee. Dat wil zeggen: we besteden nog bijna een halfuur per dag in de keuken en ongeveer een halfuur per dag samen aan tafel. Dat geldt echter niet voor iedereen en het is ook beduidend minder dan wat onze ouders, nog maar een generatie terug, deden. In andere landen, de Angelsaksische in het bijzonder, is de tijd die wordt besteed aan koken en samen tafelen sinds de jaren tachtig zelfs drastisch afgenomen. En dat is niet vrijblijvend: te weinig samen eten blijkt aan ons mentale welbevinden te knagen en obesitas te voeden. Uit studies onder mensen die noodgedwongen meestal alleen eten, vaak ouderen, weten we dat zij zich vaker ongelukkig voelen. Als men deze personen opnieuw toegang geeft tot een (misschien andere) vorm van samen eten, zoals samen eten in de cafetaria van een zorgcentrum of gemeenschapskeuken, dan voelen ze zich opnieuw gelukkiger. De gedachte dat uitgerekend samen koken en tafelen wel eens belangrijk zou kunnen zijn in de strijd tegen obesitas, is een nog vrij nieuw en weinig belicht, maar zeker hoopgevend inzicht. Al jarenlang wordt het mediterrane dieet geprezen als een gezond dieet. We zijn er in minder mediterrane regio's volop olijfolie en aubergines door gaan consumeren, maar zonder het verhoopte succes: op de weegschaal heeft het maar weinig effect. Recentelijk zijn een aantal onderzoekers hun vizier op iets anders gaan richten: ze zijn minder aandacht gaan besteden aan wát het mediterrane dieet inhoudt, maar meer aan hóé het wordt gegeten. En dat is samen, en sociaal. Er wordt eerst samen gekookt, veel gelachen en dan samen gegeten. Het bereiden en opeten van het voedsel vraagt tijd en veel mensen: in de klassieke mediterrane keuken eet niemand alleen. Dat kennen we van de Italiaanse keuken. Er wordt samen gekookt met la mama en la nonna aan het hoofd, lang getafeld met een rits kleinkinderen en een hoop mannen en tantes erbij, en het eten zelf is niet los te koppelen van sociaal gedrag. In Italië is de Slow Food Movement gestart in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Carlo Petrini was de eerste activist die moeite deed om onze aandacht voor culinaire tradities en het genieten van lekker eten niet te verliezen. De beweging bestaat wereldwijd nu uit meer dan 1600 gemeenschappen (slowfood.com) en roept op om meer aandacht te besteden aan het genot van samen tafelen, met oog voor lekker en duurzaam eten. Hun manifest is geen gezondheidsmanifest, maar een manifest voor een goed leven. Het lijkt alsof gemaksvoeding ons bevrijd heeft van de sleur van het koken, zodat we meer tijd kunnen besteden aan wat 'echt telt': andere activiteiten met ons gezin, familie en vrienden. In de praktijk blijken we daardoor verder van elkaar, dikker en ongelukkiger te zijn dan ooit tevoren. Wat echt telt, is blijkbaar de tijd in de keuken waar we vanaf wilden zijn. Als je kookt voor anderen, communiceer je ook hoeveel je om hen geeft. De uren in de keuken zijn een vat vol liefde. Serveer je kant-en-klare kost, dan is het vaatje eigenlijk leeg, en is wat overblijft de seks. Zonder liefde.