Dit is een verhaal over goed eten, maar zo begon het niet, jaren geleden. Gentenaar Jean-Luc Decroo kon maar met moeite een olijfboom van een bananenboom onderscheiden toen hij en zijn vrouw Astrid besloten (deeltijds) uit te wijken naar Italië. Hij verkocht het elektronicabedrijf dat hij in België uit de grond had gestampt en werd met de opbrengst daarvan eigenaar van een ruïne die hij met veel geduld zou restaureren tot droomhuis.
...

Dit is een verhaal over goed eten, maar zo begon het niet, jaren geleden. Gentenaar Jean-Luc Decroo kon maar met moeite een olijfboom van een bananenboom onderscheiden toen hij en zijn vrouw Astrid besloten (deeltijds) uit te wijken naar Italië. Hij verkocht het elektronicabedrijf dat hij in België uit de grond had gestampt en werd met de opbrengst daarvan eigenaar van een ruïne die hij met veel geduld zou restaureren tot droomhuis. Dit is een verhaal over goed eten, maar daar eindigt het niet vandaag. De Belg werd immers halsoverkop verliefd op Umbrië en ontpopte zich tot ware ambassadeur van de streek. Met zijn culinaire themareis 'A taste of Assisi' wil Jean-Luc die vurige liefde nu op zoveel mogelijk Belgen overdragen. Zijn enthousiasme blijkt verdomd besmettelijk te zijn. En toch is dit is vooral een verhaal over goed eten. Want centraal in de hele reis staat Casa Astrid, een prachtig domein waarop olijfolie wordt geteeld aan de allerhoogste standaarden. Dat vindt niet enkel Jean-Luc, maar ook verschillende voorname olijfoliesommeliers. Wie is de Belg die Italiaanse olijfolieboeren een schop onder de kont geeft? En hoe doe je dat, een van de iconen van de Italiaanse keuken maken als buitenlander? Met veel vallen en opstaan, zo blijkt. 'Initieel zochten mijn vrouw en ik een huis in Toscane, maar daar zaten toch wat te veel buitenlanders voor ons', steekt Jean-Luc van wal. 'Wij wilden iets echt. En toen zijn we verliefd geworden op Umbrië. Kijk maar eens om je heen: dit is de mooiste streek van Italië.'Het moet gezegd: er schuilt een waarheid in zijn woorden. Wie net als tijdens dit gesprek op een van de terrassen van het prachtig gerestaureerde hotel Borgo Antichi Orti zit en zijn blik laat dwalen, krijgt een waar spektakel te zien. Boven: de muren en torens van Assisi, de stad waar eeuwen geleden een ware revolutie begon. Onder: de rijke en ietwat wilde tuin van het hotel, met erin honderden eetbare planten. In de verte: een glooiend landschap dat op zuiders ritme in herfstmodus gaat. 'Dit is het echte Italië. De tijd heeft hier stil gestaan.'En toen was daar dan plots die vervallen hoeve in het natuurgebied Monte Subasio. Samen met de hoop te restaureren stenen kochten Jean-Luc en zijn vrouw ook een domein waarop volgens een buur ooit de beste olijfolie ter wereld werd gemaakt. 'Maar de plek die hij aanwees, was een jungle', lacht hij breed. Tijdens de verbouwing, die door de Italiaanse bureaucratie veel meer tijd in beslag nam dan op voorhand gedacht ('Ik heb zeker drie keer willen opgeven en verkopen'), begon Jean-Luc zich te verdiepen in olijfolie. 's Avonds las hij boeken over het onderwerp, maar overdag was de Gentenaar nog voltijds bouwheer. Daarom was hij dan ook erg blij met het aanbod van enkele buren om de olijven in zijn plaats te oogsten. 'De afspraak was dat zij dan zeventig procent van de oogst mochten houden, en dat ik dertig procent zou ontvangen. Dat jaar kreeg ik dertig liter olijfolie. De totale oogst zou dus honderd liter geweest zijn. Even ter vergelijking: vorig jaar, toen ik zelf plukte, heb ik 3500 liter geoogst, maar goed, dat wist ik toen nog niet. En ik was zo fier als een gieter met mijn tonnetje. Mijn eerste olijfolie! Dus ik reed ermee terug naar België en liet hem daar proeven aan een kennis die er veel van kent. Bleek dat mijn buren mij een vaatje vervallen Tunesische olie hadden meegegeven. Tot zover mijn eerste oogst.'Toen het jaar daarna iets gelijkaardig gebeurde, besloot Jean-Luc het heft voortaan in eigen handen te nemen. 'En ik heb meteen heel goede olie gehad, al wist ik nog altijd niet wat ik deed.' Veel zelfstudie en ervaring doen de olie van Jean-Luc steeds beter worden. Wanneer hij in 2018 een goed team kan samenstellen voor de pluk en onderhoud van de bomen én een goede molen vindt om de olijven te laten persen, bereikt hij een voorlopig hoogtepunt. 'Toen ik in het vliegtuig zat op weg naar een cursus olijfoliesommelier in New York, kreeg ik het bericht dat ik zowel in Japan als in Italië een gouden medaille had gewonnen met mijn olie. Daarna volgde er nog een zilveren medaille in Japan en nog een gouden in Italië.' Wat olijfolie goed of slecht maakt, zit niet zozeer in de olijven zelf, aldus Jean-Luc. 'Een olijf wordt onschuldig geboren', herhaalt hij meermaals tijdens de vier dagen in zijn voetspoor. 'Maar vanaf het moment dat je hem plukt, verandert hij en dan zijn het de kleine details die het verschil maken. Je moet de oxidatie zoveel mogelijk voor blijven, wat betekent dat je snel naar de persmolen moet en ervoor moet zorgen dat er zo weinig mogelijk zuurstof bij komt kijken.'Tijdens een bezoek aan die molen, enkele kilometers van Casa Astrid, valt op hoe de andere aanwezige boeren hun olijven letterlijk geen seconde uit het oog verliezen. Terwijl de machines draaien, zitten ze op een rij stoelen aan de kant te wachten tot het moment dat ze hun vaten kunnen vullen met hun groene olie. 'Dat moét je doen,' aldus Jean-Luc, 'anders wordt er misschien mee geknoeid. Weet je nog, mijn eerste tonnetjes olie van mijn zogezegde oogst? Ik weet niet of het mijn buren waren die de olie toen hebben verwisseld, maar het moet iémand in de keten geweest zijn. Zeker als buitenlander is het slim om extra voorzichtig te zijn, want er zijn heel wat molens die bedenkelijk werken. Italianen produceren minder olijfolie dan ze zelf consumeren én exporteren daarnaast ook nog eens heel veel 'echte Italiaanse' olijfolie. Dan weet je dat er iets niet klopt.'Er komt dus meer kijken bij goede olijfolie dan enkel goede olijven, maar toch is de vrucht zelf uiteraard ook niet onbelangrijk. Van alle 632 soorten die in Italië voorkomen, koos Jean-Luc voor de typisch Umbrische moraido, een 'oerolijf' die traag groeit en moeilijk te plukken is, maar wel extra veel antioxidanten bevat. En dit jaar, zegt hij met een zweem van spijt in het hart, zal hij niet oogsten. Het was eigenlijk al te warm geweest om goed te zijn, maar de komst van de olijfvlieg, die zijn eitjes legt in de vruchten, heeft de streep finaal door de rekening getrokken. 'Het enige wat je kan doen tegen de olijfvlieg, is je terrein goed onderhouden, hopen op goed weer en chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken. En dat laatste wil ik niet. Dus hopen we maar extra hard. Helaas heeft dat dit jaar niet mogen baten. 97 procent van de olijven die vandaag in de bomen hangen, is mislukt. En met vier prijzen op mijn naam kan ik het me niet veroorloven mindere kwaliteit te brengen.'Je las het misschien al tussen de regels door: Jean-Luc is niet zomaar een naar het buitenland gemigreerde Belg die een hobbyprojectje uitbouwt met zijn spaarcenten. Hij vertelt het alsof het niets is, maar hij controleert elke stap van het proces nauwgezet. Zijn perfectionisme is een inspiratiebron voor heel wat boeren uit de omgeving. 'Het is zonder pretentie dat ik dit zeg, maar ik ben voor sommigen de wake up call die hen doet zoeken naar verbetering. Ze zien dat mijn product succes heeft en dat ik er een verhaal rond kan ontwikkelen dat ook toerisme met zich meebrengt. Ik vind het fantastisch om te zien dat ze mijn werkwijze langzamerhand beginnen te kopiëren en dat er stilaan fantastische flessen gemaakt worden.' En dan, opnieuw met een lach: 'Al vinden ze het wel nog altijd raar dat ik medailles heb gewonnen.' Om te begrijpen wat goede olijfolie is, moet je ook weten hoe slechte olie smaakt. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Dat zit zo: de gemiddelde Belg is gewoon geraakt aan de smaak van slechte olijfolie. We kopen de vetstof doorgaans in de supermarkt, waar regelmatig flessen staan die op een bedenkelijke manier zijn gemaakt, of simpelweg te oud zijn om nog lekker te smaken. 'Als je ziet hoeveel werk er kruipt in een eerlijk product, weet je dat de supermarktprijzen niet kunnen kloppen', betoogt Jean-Luc. 'Olijfolie is een luxeproduct.'Tijdens 'A taste of Assisi' wordt er dan ook tijd uitgetrokken om het verschil te leren zien tussen een gezond kwaliteitsproduct dat een gastronomische meerwaarde biedt en een vetstof 'die kan dienen als lampenolie'. Die laatste woorden komen van agronoom en olijfoliesommelier Angela Canale, die werd opgetrommeld voor een tasting van olijfolie van over de hele wereld. 'Er zijn drie factoren om te bepalen of je met goede olijfolie te maken hebt,' gaat ze verder, 'en dat zijn de geur, de smaak en het gevoel in de keel.' Een goede olijfolie zit boordevol aroma's en ruikt fris. 'Elke streek geeft zijn eigen geur mee in een goed gemaakte olijfolie', vult Jean-Luc aan. 'Umbrië ruikt naar vers gras, artisjok en groene amandelen. Sicilië levert verse tomatenblaadjes op.' Ruik je niets? Dan heb je hoogstwaarschijnlijk ook niet te maken met extra vierge olijfolie. Ruikt het muf of naar natte sokken? Dan heeft je olijfolie misschien te lang in een magazijn gestaan, want hij is vervallen. Daarnaast smaakt goede olie vaak wat bitter, door het hoge gehalte aan polyfenolen, de stof die ervoor zorgt dat we olijfolie kennen als gezond product. Diezelfde stof zorgt ook voor een pikant gevoel in je keel. Als olijfolieboeren elkaar hun product laten proeven, haasten ze zich dan ook om hun keel zo hard mogelijk te raspen of te hoesten, als teken van appreciatie. Tijdens het proeven van de stalen flessen van Casa Astrid klinkt het alsof iedereen instant verkouden is geworden. Een hele goede olie maken, is echter nog iets anders dan hem kunnen verkopen. En dat is volgens Jean-Luc niet gemakkelijk in België. We bakken immers nog erg veel met boter. De gemiddelde olijfolieconsumptie in ons land ligt op 0,8 liter per jaar, terwijl dat voor een Italiaan 24 liter is. Daarnaast is er ook nog het al genoemde gebrek aan appreciatie van een echt goed product, waardoor we niet begrijpen wat de reële kost is. 'Het is voor mij betrekkelijk gemakkelijk om mijn product in België te verkopen aan iemand die er iets van kent. Je hoeft maar te proeven en je weet dat je iets goed in handen hebt. Mijn grootste concurrent in eigen land is goedkope supermarktolie, wat het dus behoorlijk gemakkelijk maakt. Maar dat geldt helaas dus enkel bij mensen die weten hoe goede olijfolie smaakt.'Wie een bezoekje brengt aan Casa Astrid, kan met eigen ogen zien hoeveel aandacht er kruipt in elke fles. Eén boom levert genoeg vruchten op voor ongeveer twee liter olie en het duurt 45 minuten om een boom met de hand - want voorzichtiger en daardoor beter voor de uiteindelijke olijfolie - te oogsten. Daarbij komt per boom ook nog eens 15 minuten snoeitijd. Reken daarbij dan nog transport naar de molen, het persen en bottelen en je komt algauw op een bedrag per liter uit dat significant hoger ligt dan in het supermarktschap. Wie dat verhaal eenmaal kent, is misschien wel bereid om dat die meerprijs te betalen, maar wat met mensen die niet zelf kunnen komen kijken in Assisi? Ook hen wil Jean-Luc bij zijn verhaal betrekken met het 'Adopt a Tree'-programma.Het concept daarvan is simpel: iedereen kan een van de 1.800 bomen op het terrein adopteren, waardoor je permanent verbonden blijft met Casa Astrid en drie jaar lang olijfolie 'van jouw boom' aan huis geleverd krijgt. Zo'n twee keer per jaar stuurt die je dan via Whatsapp een selfie en vertelt hij dat hij naar de kapper gaat (gesnoeid wordt) of eens goed gaat eten (bemest wordt). Voor elke geadopteerde boom wordt er bovendien een nieuw jong boompje aangeplant. Hoe simpel dat ook klinkt, het blijkt iets verdomd krachtig te zijn. Is het iets typisch menselijk om trots te zijn om je naamplaatje op iets te hangen, zelfs al stond het er al jaren voordat je zelf geboren bent? Misschien, maar zeker is alvast dat uitkijken naar dat eerste appje een beetje voelt als Sinterklaas. Al kan dat ook te maken hebben met de hartelijkheid waarmee Jean-Luc verzekert dat pleegouders altijd welkom zijn om hun koter te komen bezoeken. Als we tijdens een rondleiding op het domein van Casa Astrid een steile flank met daarop enkele tientallen jonge olijfboompjes passeren, schudt Angela meewarig het hoofd. 'Ze noemt mij een heroïsche olijfolieproducent', lacht Jean-Luc. 'Dit is eigenlijk een slecht stuk grond voor bomen, want hier is te weinig water en de bodem zit vol rotsen. En toch wou ik ze hier toch planten. Ze zullen uiteindelijk ook wel groeien, het gaat alleen wat langer duren. Ik heb geen haast. Deze bomen zijn voor de volgende generatie. Misschien worden dat mijn zonen, misschien ook niet. We zien wel. Wij zijn uiteindelijk maar gasten hier op aarde.'De drie overdonderende dagen van 'A taste of Assisi' zitten erop en zaten zo stampvol heerlijke maaltijden, aperitieven, lekkere wijnen en interessante mensen (zelfs een goochelaar passeert de revue) dat je Jean-Luc ervan zou kunnen verdenken dat hij zich extra heeft uitgesloofd voor de delegatie Belgische journalisten en influencers. 'Nee, dat is echt niet waar. Alles wat jullie hebben gekregen, zit in het standaardpakket dat ik wil aanbieden. Ik vind het gewoon fantastisch om de verhalen van hier te kunnen delen en was ook oprecht blij dat jullie er waren. Dit huis heeft mensen nodig.'Enkele dagen later stuurt Jean-Luc een berichtje om te laten weten dat hij, nadat hij had geproefd van de olijfolie die was voortgekomen uit de demonstratie, toch heeft geoogst en nu negenhonderd liter onverwacht goede olijfolie klaar heeft staan. 'En zeggen dat ik naar hier kwam om een boek te lezen.'