Steeds meer mensen nemen medicatie zoals Ozempic die hun eetlust tempert en dat voelen ook de restaurants. Wat betekent het voor de menukaart als een groeiende groep gasten simpelweg minder eet? Krijgen we binnenkort overal de keuze voor een kleiner bord?
Een klein hamburgertje, een handvol frietjes, een glaasje bier of een mini-margherita: bij restaurant Clinton Hall in New York kan je sinds enkele maanden een teeny-weeny-mini-meal bestellen. De eigenaar Aristotle Hatzigeorgiou vertelde recent in de New York Times dat zo veel mensen uit zijn omgeving een GLP-1-medicijn nemen – denk Ozempic of Mounjaro – dat hij op restaurant bijna altijd iemand in zijn gezelschap heeft die geen hele maaltijd kan eten. ‘Na een hap of twee en een paar slokjes hebben ze genoeg,’ vertelt hij.
Om verspild voedsel te vermijden en te voorkomen dat mensen het beu zijn om de volle pot te betalen voor iets waar ze amper van eten of drinken, bedacht Hatzigeorgiou zijn mini-meal. Hij is niet alleen.
Al sinds 2023 merken Amerikaanse restaurants het effect van de nieuwe medicijnen. Logisch, want vandaag zouden volgens onderzoek van PricewaterhouseCoopers zo’n 10 procent van de Amerikanen een GLP-1-medicijn nemen, terwijl 30 tot 35 procent het overweegt.
Hoeveel mensen in ons land die medicijnen neemt, is niet duidelijk. Het RIZIV telde in de zomer van 2024 zo’n 70.000 mensen die Ozempic namen als diabetes- of andere medische behandeling. Wie GLP-1-medicatie neemt puur voor gewichtsverlies krijgt het niet terugbetaald. Over die groep bestaan dus ook geen cijfers.
Doggy bags
Heel simpel gezegd: GLP-1 medicatie beteugelt onze appetijt. Wie deze medicijnen neemt, consumeert volgens onderzoek niet alleen zo’n 20 tot 30 procent minder calorieën, maar verlangt ook minder naar processed producten, wit brood, drankjes vol suiker en alcohol.
PriceWaterhouseCoopers deed bij 3.000 Amerikanen die medicatie nemen onderzoek naar hoe het hun manier van eten en levensstijl beïnvloedt. 47 procent vertelde dat ze kleinere porties kozen en 29 procent geeft toe minder geld uit te geven aan eten. Uit onderzoek van Morgan Stanley bij 300 GLP-1-nemers blijkt dat 63 procent zegt minder te bestellen als ze uit eten gaan, 62 procent beweert minder alcohol te drinken en 61 procent laat minder take-away leveren aan huis.
Amerikaanse en Britse restaurants lijken zich de laatste twee jaar al aan te passen aan die realiteit. Sinds de GLP-1-medicatie op de markt is, zagen chefs halfvolle borden terugkeren naar de keuken en minder gangen en alcohol over de toonbank gaan.
Een New Yorkse chef vertelde het Financial Times HTSI-magazine dat een gezelschap van vier vandaag gemiddeld een paar voorgerechten, een pasta en een visschotel deelt, terwijl dat vroeger vier driegangenmenu’s waren. Ze kiezen ook voor minder koolhydraten en meer proteïne en groenten.
Halve desserts
Andere chefs vertellen dat vaste klanten wegblijven en zien zich genoodzaakt hun menu aan te passen. Restaurants die sharing dishes serveren, zijn min of meer vanzelf Ozempic & Co-vriendelijk. Als je in groep een assortiment bestelt, valt het helemaal niet op wie veel of weinig eet, en worden er ook geen halfvolle borden teruggestuurd naar de keuken. Er is altijd wel iemand in de groep die alles opeet.
Wie niet aan delen doet, biedt een gewone én kleinere portie van verschillende gerechten aan. Een steak van 80 gram bijvoorbeeld, of een half bord pasta. Je ziet op veel menu’s ook ‘halve’ desserts opduiken, en de doggy bag om je overschot mee naar huis te nemen wordt vanzelfsprekend. Ze serveren ‘kleine’ cocktails voor wie nog wel een mojito wil, maar minder goed tegen alcohol kan. De lijst mocktails wordt een stuk langer.
Lokaal
Of ook Belgische restaurants ermee bezig zijn, vragen we Saskia Neirinckx. Zij geeft advies aan en doet de PR van heel wat toprestaurants in ons land. Beroepshalve spreekt ze heel wat chefs. ‘De mensen hebben meningen,’ lacht ze. ‘Ik zie nog geen restaurants die echt GLP-1-menu’s aanbieden, maar de trend van food sharing speelt in op gasten die minder kunnen eten. En om eerlijk te zijn: ik denk dat het driegangenmenu binnen een paar jaar even zeldzaam zal zijn als een rookruimte.’
Het mainstream worden van moderatie is al een decennium aan de gang, weten horeca-experten. ‘Niet iedereen eet evenveel en heel wat mensen letten sowieso op hun dieet,’ geeft Neirinckx toe. ‘Zelf ben ik iemand die vaak twee voorgerechten bestelt, bijvoorbeeld. Dat soort flexibiliteit zie ik nog toenemen. Wil dat zeggen dat er echt Ozempic-restaurants komen? Dat denk ik niet.’
‘Sharing menu’s zijn heel dankbaar voor grote groepen, omdat je gewoon kiest hoeveel bordjes je bestelt. Zelfs voor wie er met twee gaat eten kan z’n porties makkelijk aanpassen. Het sharing-idee is dus niet op de terugweg, integendeel. En niet elk restaurant zal z’n menukaart herbekijken, vermoed ik. Maar kijk naar wat er nu al gebeurt met vegetarische en vegan-gerechten, die je nu echt in elke zaak vindt.’
‘Of neem non-alcoholische dranken. Omdat er minder gedronken wordt, passen heel wat zaken hun kaart aan. Soms met een soort alcoholvrij bier en één mocktail, soms met verbluffend lekkere pairings op fine dining-niveau. Ik zie hetzelfde gebeuren bij restaurants: ze zullen allemaal iets gaan bieden voor wie minder wil eten, maar ze gaan dat allemaal op hun eigen manier doen.’
Kleine porties zijn niet goedkoper
Wie wil weten waar je nu al terecht kan voor kleinere porties, verzamelt de Nederlandse website kleineporties.nl adressen. Initiatiefneemster Sandra de Blaei had enkele jaren geleden zelf een maagverkleining en ontdekte zo dat er nog geen duidelijke informatie was waar mensen die minder kunnen eten terechtkunnen. Intussen verzamelde ze via social media al behoorlijk wat volgers, en ook in ons land zijn er 228 restaurants voor kleine eters geregistreerd.
Er speelt trouwens nog een factor mee. De economische crisis maakt geld een gevoelig punt, en dus zullen chefs hun menu ook daaraan moeten aanpassen, vindt Neirinckx. ‘Je zult duidelijk aan je klanten moeten uitleggen dat een kleinere portie niet per se de helft kost van een groter bord. Net omdat we meer op onze centen gaan letten, verwacht ik in de toekomst meer kleinere gerechten, maar zeker op elk menu ook iets wat alle klanten kunnen betalen.
Ik zie dus meer betaalbare dingen maar anderzijds ook meer luxeproducten. Want op restaurant gaan gaat niet alleen om wat je eet. Het gaat ook om het gezelschap, de ervaring, soms het gemak en soms het ritueel. Wij Belgen houden van goede service, we kleden ons graag op en doen graag eens fancy.’
‘We willen geld uitgeven aan vreugde en genot. Uit eten gaan doe je omwille van de ervaring, en de nadruk kan nog altijd op genieten liggen als de menu’s anders opgesteld worden en de porties flexibeler zijn. Mooie bordjes, veel égards, verwennerij: het gaat niet alleen over voeding, maar over welk gevoel het je geeft.’
Oesters en kaviaar
Er zijn nu al chefs die beseffen dat luxeproducten wel eens een boost zouden kunnen krijgen. Want als je maar een paar happen aankunt, waarom zou je dan geen oesters of een kleine brioche met kaviaar bestellen om jezelf ondanks de beperkte portie toch een gevoel van luxe te gunnen.’
Het legendarische Londense Otto’s, bijvoorbeeld, dat een rijke Franse keuken serveert met een Le Grand Bouffe-menu op de kaart, voerde in het voorjaar een ‘Feel Good menu’ in. Denk: Sint-jakobsschelpen, foie gras, kreeft, Bresse-kip en kokosijs. Ze omschrijven het als small exquisite ingredients, perfectly tailored en misschien is dat voor heel wat restaurants de toekomst.
Kleinere gerechtjes, maar dan luxe, en de nadruk op genieten: het is ook volgens Neirinckx een elegante en lekkere oplossing.