Column

Jean-Paul Mulders

‘Hoe kun je een overheid respecteren die zelfs van nummerplaten een koehandel maakt?’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

Mijn dochter van negen is geboeid door nummerplaten, zoals die mij lang geleden ook intrigeerden. Sommige dingen vind je als kind geweldig, maar ze verliezen hun glans bij het ouder worden: spionnen, magneten, het Eurovisiesongfestival, vleesetende planten, balpennen met vier kleuren en de geheimzinnige activiteit binnen in een draaiende vaatwasmachine. Ook zijn er de happertjes die je met duim en wijsvinger open en dicht moet vouwen om het antwoord op een vraag te krijgen. Ze bestonden al toen ik klein was en mijn dochter orakelt er nu ook nog mee.

“TV”, leest ze op de nummerplaat van de groezelige Mercedes die voor ons aanschuift bij de verkeerslichten. “Is dat toeval, of zou die dat zelf hebben gekozen?”

“Waarom zou iemand TV in zijn nummerplaat willen hebben?” vraag ik met een volwassen gebrek aan fantasie.

Hoe kun je een overheid respecteren die zelfs van nummerplaten een koehandel maakt?

Toen ik haar leeftijd had, moesten automobilisten genoegen nemen met een combinatie van letters en cijfers die je toevallig uitgereikt kreeg. Geen gedoe met grapjassen die 6INCH, HAHAHA of NRPLAAT als nummerplaat kiezen. Een kennis van mij spotte onlangs XINONIX in Antwerpen.

Hoe kun je een overheid respecteren die zelfs van nummerplaten een koehandel maakt? Soms denk ik dat het daar verkeerd is beginnen te lopen met ons vertrouwen in gestelde machten. Overheden moeten streng zijn en rechtvaardig, in plaats van het volk te pleasen met dijenkletsers op de auto.

“Vroeger had je soms ook grappige combinaties”, zeg ik aan mijn dochter. “Maar dat was dan puur toeval. Eigenlijk vind ik dat het leukste. Zoals het meer op de lachspieren werkt als iemand echt uitglijdt over een bananenschil dan in de Dikke en de Dunne.”

Mijn dochter kan er niet om lachen. Uitglijden vindt zij nooit grappig, niet bij zichzelf en ook niet bij anderen. Haar empathie is groot en strekt zich uit tot het staartbeen van haar medemens.

Ik zeg haar wat mijn ouders lang geleden zegden, namelijk dat combinaties als KAK, PIS of LUL geweerd worden uit nummerplaten. SUK of FUK kan wel nog door de mazen van het net glippen. Bij de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen liggen ze niet wakker van buitenlandse schuttingwoorden.

Het is intussen 7 uur 59, ik zet de radio aan om te vernemen wat er in de wereld gebeurd is. Daar krijg ik al meteen weer spijt van, want de nieuwslezer heeft het over spiking en verkrachting. Soms vraag ik mij af waarom ik mij nog klokvast op het uur laat terneerdrukken door naar het nieuws te luisteren. Onlangs staakte de publieke omroep. De afwezigheid van onheilsberichten ervaarde ik als een zachte landing in de Sea of Tranquility.

“Ik weet wat verkrachting is”, zegt mijn dochter. “Maar wat betekent spiking?”

Ik mompel iets over drankjes en pillen, beschaamd als ik tegenover mijn kind ben over de zoveelste uitwas van mensen die zich volgroeid noemen. Om de aandacht af te leiden, laat ik haar een cartoon zien die ik grappig vind. Twee katten kijken verbaasd naar een vader en zoon die op een zomers terras likken van een ijshoorntje. “Ik weet niet wat het is,” zegt de ene kat tegen de andere, “maar ze blijven het schoonmaken.”

Mijn dochter kan er gelukkig ook om lachen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content