Een auto-ongeval werd schoenontwerper Guy Thiron bijna fataal. Na een lange revalidatie is hij ambitieuzer dan ooit. ‘Zonder de steun van enkele gouden mensen stond ik hier niet.’
Wat gebeurt er als je op middelbare leeftijd alles verliest wat je structuur en identiteit geeft? Het overkwam Guy Thiron. De Antwerpenaar, 52, bouwde een loopbaan op als ontwerper van ingetogen, elegante vrouwenschoenen. Tot hij eind 2023, een week voor kerst, frontaal tegen een boom reed. Dat hij kan navertellen wat er toen gebeurde, is een wonder.
Artsen spraken van een dashboardaccident: zijn verbrijzelde bekken en heup, gebroken ribben en arm waren het gevolg van de brute klap van het dashboard tegen zijn onderlichaam. In de ochtend van 18 december 2023 werd hij in levensgevaar naar het ziekenhuis gebracht, waar hij maandenlang verbleef en opnieuw moest leren lopen.

Kort voordien had hij nog zijn zomercollectie voor 2024 afgerond, die was klaar voor productie. Zoals elk jaar zou hij na de feestdagen aan zijn volgende collectie beginnen. Maar niet die winter. Nu lag hij daar, omringd door hulpverleners die zelf verbaasd waren dat zijn toestand überhaupt stabiliseerde.
Na de pandemie was Guy Thiron ook gescheiden van de moeder van zijn twee kinderen. In die nieuwe familiestructuur en in zijn rol als alleenstaande ouder was hij nog zoekende. Maar nu stonden er plots twee bezorgde tieners aan zijn bed. Toen hij maanden later eindelijk weer kon stappen, maakte een mentale crash zijn midlifecrisis compleet.
Toch spreekt hij vandaag, nog geen twee jaar later, met meer focus dan ooit over zijn passie voor schoenen en zijn internationale ambities. Dat Thiron er opnieuw staat – het merk én de man – dankt hij aan een handvol vrienden, enkele trouwe professionele contacten en heel veel geluk.
Ter ere van de tiende verjaardag van zijn label, en de opening van een tweede boetiek in Gent, ontvangt hij ons thuis in zijn art-decoappartement in Antwerpen, de plek waar hij sinds zijn ongeluk ook klanten verwelkomt.
Normaal is het een standaardvraag, maar niet na wat jij meemaakte: hoe gaat het vandaag met je?
Thiron: ‘Best goed. Wat mij overkwam, had heel anders kunnen aflopen. Ik heb ontzettend veel geluk dat ik fysiek vrij goed hersteld ben. En dat die ellende ook iets positiefs bracht: het dwong me om naar mezelf te kijken en dingen te veranderen. Het ongeval gaf me de drive om voluit mijn dromen na te jagen en Thiron internationaal op de kaart te zetten. Dat inzicht, en de concrete stappen om die ambitie waar te maken, kwamen natuurlijk pas later, niet in die eerste helse maanden.’

Het ongeval gebeurde ’s morgens. Weet je wat er precies gebeurd is?
‘Ik reed op de ’s Gravenwezelsteenweg in Wijnegem, rond half tien ’s morgens, een week voor kerst. Ik was onderweg in een klein autootje van mijn moeder om nog een cadeau te halen voor mijn schoonbroer. Om onverklaarbare reden ben ik tegen een boom gereden. Ik herinner me de details niet meer, alleen de stress en de drukte die ik elk jaar voel in de eindejaarsperiode. Ik kwam bij bewustzijn toen de brandweer mijn wagen opensneed en de mugarts zei: “We knippen je kleren kapot en leggen je op de brancard.” Later zag ik video’s van het ongeval op nieuwssites. Dat was heel bevreemdend. Ik ben die dag door het oog van de naald gekropen.’
Afkicken van morfine
Daarna begon een intense revalidatie. Hoe verloopt dat als je lichaam zoveel verschillende letsels opliep?
‘Als je levensgevaarlijk gewond raakt, wordt je lichaam helemaal doorgelicht om te kijken of je geen interne kwetsuren opliep aan organen. Daarna moest ik wekenlang plat in bed liggen, aan de morfine. Eerst moest mijn bekken, dat verbrijzeld was, met een fixatieplaat gereconstrueerd worden – de arts vond het een wonder toen dat lukte. Daarbij had ik nog een gebroken arm en ribben en een heuptrauma. Er volgden dus meerdere operaties. Om opnieuw te leren stappen, werd ik in een zwembad gehesen. Om maar te zeggen: ik kom van heel ver.’
Mijn doel was simpel: zo snel mogelijk weer werken. Al was het met krukken, die collectie moest af.
Het is al intens om gewoon te luisteren naar die details. Had je het geluk om goed omringd te zijn?
‘Ik kon meteen rekenen op mijn lieve moeder met wie ik erg close ben, mijn zus, mijn kinderen, die vandaag dertien en zestien zijn, en een handvol gouden vrienden. Zij daagden op naast mijn bed, dag na dag, hun steun was werkelijk fenomenaal. Zij kalmeerden me als ik begon te panikeren. Ik wilde zo snel mogelijk weer helder denken om te kunnen werken. Daarom wou ik af van de morfine. Maar afkicken was brutaal, ik denk dat het vergelijkbaar is met stoppen met harddrugs. Overschakelen op gewone pijnstillers was misschien nog het heftigste dat ik heb moeten doen. Mijn pijngrens is door die ervaring ook drastisch verschoven. Ik heb veel bewondering voor mensen die met chronische pijn leven.’

Was je zo gehaast om met morfine te stoppen omdat je als zelfstandige, die elk half jaar een collectie uitbrengt, geen tijd kreeg om te revalideren?
‘Precies. Die angst om niet even te kunnen pauzeren als je iets ingrijpends meemaakt, kennen alle kleine ondernemers. In dat ziekenhuisbed had ik eindeloos veel tijd om te panikeren over dat ik failliet zou gaan, dus mijn doel was simpel: zo snel mogelijk weer werken. Al was het met krukken of een rolstoel, die volgende collectie móést af. Want daarna presenteer je die op beurzen en bij vaste klanten. Doe je dat niet, dan valt de hele cyclus in elkaar. Gelukkig heb ik al jaren een rechterhand, Sybil Mortelmans, die me helpt met het ontwerpen en een ervaren shopmanager die de Antwerpse boetiek runt.
Door stil te moeten staan, zag ik wat ik allemaal had opgeofferd voor mijn carrière.
Maar verder had ik geen werkstructuur waarin ik makkelijk kon delegeren aan anderen. Ik bén mijn merk. Dus zodra ik thuis verder mocht revalideren, bouwde ik mijn woonkamer om tot showroom en kon ik daar klanten ontmoeten. Zij waardeerden die persoonlijke ontvangst, en tussendoor kon ik in bad gaan liggen als de pijn te erg werd. Drie keer per week naar de kinesist hoorde er ook bij. Nu ik er twee jaar later op terugkijk, voelt dat ongeval als een drastisch keerpunt: er is mijn leven voor, en mijn leven na.’
Nu of nooit
Waarin verschilt Guy Thiron anno 2025 dan met de man van vijf jaar geleden?
‘Het is een cliché, maar het zelfinzicht dat ik opdeed, is heel waardevol gebleken. In de eerste plaats voor mezelf – ik weet nu beter wat mij rustig en gelukkig maakt. Maar vooral ook voor mijn bedrijf. Door stil te moeten staan, zag ik wat ik allemaal had opgeofferd voor mijn carrière. Als het dan nog altijd niet zo goed loopt zoals je zou willen, moet je durven vragen: is het de moeite waard? Ja, besefte ik. Creatief bezig zijn maakt me gelukkig. Een vrouw die mijn boetiek binnenkomt op slippers en weggaat met schoenen die haar hele houding veranderen: dat geeft me zoveel voldoening.
Mijn psycholoog hielp me om mijn dromen realistischer te maken. Ze waren vaak te megalomaan.
Maar ik moest ook erkennen dat ik dit niet alleen kan. Tijdens mijn ziekenhuisopname hielden enkele goede vrienden me overeind. Het zijn mensen die ik al jaren ken en toen hun professionele expertise met mij hebben gedeeld. Ze dachten mee na over welke stappen ik moest zetten, alsof het hun eigen zaak betrof. Door hun steun zag ik in dat een merk een sterk fundament nodig heeft. In de beginjaren dacht ik dat ik alles zelf kon: ontwerpen, verkopen, marketing en sociale media. Deels uit passie, maar ook omdat de middelen ontbraken. Maar dat is geen duurzame manier om een schoenenmerk te laten groeien. Wat ik nodig had, was een team van experten en investeerders die geloven in het verhaal. En een duidelijke strategie die het merk naar de volgende fase tilt.’
Het is indrukwekkend om in nog geen twee jaar zo’n intense revalidatie te ondergaan, ambitieuze plannen te maken en een tweede boetiek te openen. Heb je het gevoel: het is nu of nooit?
‘Zo voelt het wel. Ik heb altijd geweten dat mijn schoenen kwaliteitsvolle producten zijn. Maar de rest van je puzzel moet ook op het juiste moment in elkaar vallen.
Er zijn veel getalenteerde mensen in de mode. Toch blijft het uitzonderlijk dat iemand er echt een carrière in kan opbouwen. Dat mijn focus nu zo scherp is, heb ik ook te danken aan de psycholoog die ik begon te zien toen ik na mijn revalidatie een mentale crash doormaakte. Door intensieve gesprekken met haar besefte ik dat ik niet gemaakt ben om alleen te werken. Ik heb die sociale pingpong nodig. Mijn entourage is cruciaal. Ik zag in dat ik taken deed waar anderen veel beter in zijn.’

‘Mijn psycholoog hielp me ook om mijn dromen realistischer te maken. Ze waren vaak te megalomaan. Hoewel ik hou van de cadans van de mode – elke zes maanden een nieuwe collectie, als de tik van een metronoom, die snelheid ligt me – heb ik geleerd mijn ambitie op te delen in kleinere stappen.’
Welke concrete stappen zette je om je merk professioneler te maken?
‘Een merk laten groeien vraagt om ervaren mensen. Na corona had ik dat budget niet, maar door me na het ongeval te laten adviseren en een financieel plan te maken, kon ik investeerders overtuigen. Daardoor kon ik het team uitbreiden en is er nu versterking in marketing, sales en financiën.’
‘Thiron bestaat tien jaar: het fundament is sterk, de klantenbasis trouw. Maar mijn manier van werken draait vandaag minder om geluk of toeval en meer om visie. Dat loont. Getalenteerde mensen willen werken voor een merk dat toekomst heeft. Zo ben ik bijzonder trots dat Raïssa Verhaeghe zich aansloot bij Thiron en vandaag instaat voor onze sales. Ze heeft bakken ervaring, onder meer bij Veronique Branquinho, Ann Demeulemeester en Raf Simons, en ook zij ziet het groeipotentieel. Dat maakt de samenwerking wederzijds interessant.’
Naar de avondschool
Je begon vijftien jaar geleden met een schoenenwinkel vol internationale merken. Was een eigen merk toen al het plan?
‘Ja. Anderen beginnen eerst een merk en nadien een winkel, ik deed het anders. Ik studeerde eerst productontwikkeling, belandde in de meubelsector en deed nog een marketingopleiding. Maar ik miste het concreet lanceren van een product. Omdat ik al lang gepassioneerd was door mode en vooral schoenen, volgde ik schoenontwerp in avondschool, in Lokeren. Daar merkte ik dat ik nog te onervaren was om meteen een schoenenlabel te starten.’

‘Dus ging ik eerst werken bij een grote schoenendistributeur. Zo leerde ik het Belgische schoenenlandschap kennen. In 2009 opende ik een boetiek met designermerken als Chie Mihara en Michel Vivien. Op een receptie vroeg Wim Somers van Theo Eyewear: “Wanneer start je je eigen collectie?” Dat was de duw die ik nodig had. In 2015 lanceerde ik mijn eerste lijn, die ik verkocht in mijn eigen winkel en via boetieks die ik op beurzen had leren kennen. Vijf jaar later was mijn collectie groot genoeg om de winkel alleen met Thiron te vullen. Ik liep een atypisch parcours.’ (lacht)
Je stond lang in je eigen winkel. Wat leerde je daaruit over vrouwen en schoenen?
‘Door mijn schoenen te passen aan de voeten van klanten kreeg ik directe feedback. Hoe hoog mag een hak zijn? Hoe ziet een schoen eruit waarmee je van het werk naar een receptie kunt? Mijn cliënteel bestaat vooral uit vrouwen in vrije en creatieve beroepen: advocaten, artsen, architecten, producers. Ze staan vaak lang recht en willen elegantie en comfort, geen schreeuwerige schoenen maar subtiele twists in vorm of materiaal.’
Ik wil dat mijn merk aanvoelt als een huis dat al generaties meegaat. Onlangs vroeg iemand of ik het atelier van mijn ouders had overgenomen. Een mooi compliment.
Na je Antwerpse boetiek opende je dit jaar een tweede, in Gent. Je merk bestaat ook tien jaar. Wat zijn je volgende plannen?
‘Naast nog enkele winkels in België wil ik vooral het buitenland verder uitbouwen, zodat mijn productievolumes kunnen meegroeien. Ik wil de collectie ook uitbreiden met accessoires en samenwerkingen. Alles wordt in Europa geproduceerd en tijdloos ontworpen, waardoor internationale groei mogelijk is. We staan dit seizoen ook terug op de internationale verkoopbeurzen in Milaan en Parijs. Tegelijk ben ik dankbaar dat grote Belgische multibrandwinkels als Van Loock, Moernaut, La Bottega en Carmi mijn collectie al jaren trouw inkopen.’

‘Ik kom niet uit een familie van schoenontwerpers, maar wil wel dat mijn merk aanvoelt als een huis dat al generaties meegaat. Onlangs vroeg iemand of ik het atelier van mijn ouders had overgenomen. Dat vond ik een mooi compliment.’
Je werd onlangs 52. Ben je, door wat je meemaakte, meer bezig met waar je staat in je leven?
‘Ongetwijfeld. Ook door die symbolische vijftig te passeren, ben ik meer gaan nadenken over wat me echt gelukkig maakt. Ik wil meer rust en focus, dingen uitpuren in plaats van telkens iets nieuws te beginnen. Niet de rust van “ik lees een boek in de zetel”, maar de voldoening opzoeken die ik krijg van concerten en festivals met vrienden. Elk jaar gaan we met een groep naar Primavera in Barcelona.’
‘Therapie leerde me ook mijn valkuilen en noden kennen, inclusief het soort partner dat rust kan brengen. Vroeger liet ik me wijsmaken dat ik moest sporten of mediteren voor mijn welzijn. Maar ik ben met gitaarlessen begonnen: dat sluit aan bij mijn liefde voor muziek. Samen met tijd voor mijn gezin zorgt dat voor balans. Ik hoef geen tienduizend dingen tegelijk meer te doen.’