De smaak van de zomer: tips en recepten met prinsessenbonen

12/07/17 om 10:30 - Bijgewerkt om 11:25

Vandaag op het menu: de koninklijke, fijne prinsessenboontjes. De rasechte zomergroente kent maar een kort seizoen, maar met deze tips en recepten kan je er wel optimaal van genieten.

De smaak van de zomer: tips en recepten met prinsessenbonen

© Getty Images/iStockphoto

Tegenwoordig zijn prinsessenbonen wel het hele jaar door verkrijgbaar, maar eigenlijk is het een uitgesproken zomergroente. Tijdens de andere maanden van het jaar worden de peulvruchten geïmporteerd vanuit Italië, Spanje of zelfs Kenia, Tanzania en Zuid-Amerika. Beter dus om er nu volop van te genieten, nu ze gewoon van eigen bodem komen!

Met prinsessenbonen wordt eigenlijk een hele groep peulen bedoeld: ze gaan van een typisch groene kleur over geel (bij de boterbonen) tot zelfs paars. Leuk om mee te variëren en kleur in je gerechten te brengen!

Kort seizoen

Wie prinsessenbonen in de moestuin heeft, weet dat de oogst kort, maar wel royaal is. Daarom werden er in het verleden, toen van globale handel nog geen sprake was, heel wat methodes ontwikkeld om ze te bewaren. Denk maar aan drogen, pekelen, steriliseren en diepvriezen. Die laatste is erg gemakkelijk en doet de boontjes weinig oneer aan. Blancheer ze daarvoor twee minuten voor je ze invriest.

Prinsessenboontjes zijn er in verschillende kleuren, afhankelijk van het ras.

Prinsessenboontjes zijn er in verschillende kleuren, afhankelijk van het ras. © Getty Images/iStockphoto

Aankoop of oogst

Prinsessenboontjes worden bij voorkeur jong geplukt. Kies mooi gekleurde, glanzende, harde, regelmatig gevormde boontjes. De versheid kun je controleren door ze te breken: bij een verse boon verschijnt er op het breukvlak een druppel vocht.

Versgeplukte prinsessenbonen consumeer je het best snel, want wanneer je ze te lang in de koelkast bewaart, zullen ze verslappen. Je kan ze in de koelkast drie tot vier dagen houden in een open zak.

Bereiden

Prinsessenboontjes bereiden is poepsimpel! Was ze, breek de vezelige puntjes eraf en kook ze in een vijf- à tiental minuten beetgaar. De boontjes zijn gaar als ze geen piepend geluid meer maken als je er een vork in prikt, maar wel nog knapperig zijn. Spoel ze na het koken met koud water: zo behouden ze hun frisse kleur.Wat daar ook voor helpt, is wat natriumbicarbonaat toevoegen aan het kookwater.

Daarna kan je er nog alle kanten mee uit: je kan ze samen met een sjalotje stoven als bijgerecht, of er een eenpans-roerbakgerecht mee maken door eerst een fijngesnipperde ajuin, spek en gekookte krielaardappelen te bakken en er daarna de boontjes aan toe te voegen. Of je kan natuurlijk een van onderstaande gerechten bereiden! We geven je alvast twee klassiekers en drie wat apartere recepten.

Onze partners