Pulhof. Waar lieve mensen wonen vertelt een A5-poster me vanachter een raam waar ik voorbijloop. Antwerps Stadsgids Alex Elaut en Isabel De Laet van het vastgoedkantoor Immodôme wachten me op de hoek van de Koninklijkelaan en de Elisabethlaan op voor een architectuurwandeling door de wijk. 'In de volksmond spreekt men van het Pulhof links en rechts van de Grotesteenweg die Oud-Berchem verbindt met Kontich, maar eigenlijk bevond het domein van het kasteel Pulhof zich aan de linkerzijde', weet Elaut. 'Al hoeft dit stuk niet onder te doen als het op lusthoven aankomt. Enkele straten hebben er hun naam aan te danken: Troyentenhof, Strijdhof, Ruytenborgh en Hof ter Schriek.'
...

Pulhof. Waar lieve mensen wonen vertelt een A5-poster me vanachter een raam waar ik voorbijloop. Antwerps Stadsgids Alex Elaut en Isabel De Laet van het vastgoedkantoor Immodôme wachten me op de hoek van de Koninklijkelaan en de Elisabethlaan op voor een architectuurwandeling door de wijk. 'In de volksmond spreekt men van het Pulhof links en rechts van de Grotesteenweg die Oud-Berchem verbindt met Kontich, maar eigenlijk bevond het domein van het kasteel Pulhof zich aan de linkerzijde', weet Elaut. 'Al hoeft dit stuk niet onder te doen als het op lusthoven aankomt. Enkele straten hebben er hun naam aan te danken: Troyentenhof, Strijdhof, Ruytenborgh en Hof ter Schriek.' Het is in 1911 dat de gemeenteraad van Berchem de aanleg van deze nieuwe wijk net buiten de Brialmontomwalling - de huidige ring rond Antwerpen - goedkeurt. Er wordt ook meteen een internationale architectuurwedstrijd aan de uitbreiding gekoppeld: het stadsdeel moet namelijk uitgroeien tot een residentiële buurt voor de betere klasse. Van de oorspronkelijke ideeën van de winnende architecten, de Parisiens Henry Prost & Marcel Aubertin, komt uiteindelijk weinig in huis. De Eerste Wereldoorlog gooit de bouwplannen om, maar de intentie verandert niet tijdens het interbellum: de buurt moet uitblinken. Al blijft het zoeken naar een bouwstijl die dat eenduidig toont. Cottages rijzen hier naast herenhuizen in Franse stijl of art deco uit de grond, net als klokgevels en voorbeelden van de nieuwe zakelijkheid. De architecten die in het Pulhof aan het werk waren zijn niet allemaal even gekend bij het grote publiek, maar lieten wel een aantal parels na. Anderen kwamen zich er vestigen. Eduard Van Steenbergen, verantwoordelijk voor de Tuinwijk Unitas in Deurne, en Paul Meekels (1929), die zijn carrière ooit startte bij Léon Stynen en onder andere de Pius X-kerk ontwierp. Hij woont er nog steeds, net als die andere lieve mensen. Koninklijkelaan 42 Appartementsgebouwen van hoge standing doen hun intrede na de Eerste Wereldoorlog, al blijft hoogbouw beperkt in de Pulhofwijk. Deze Résidence werd in 1931 gebouwd en introduceert het concept van de appartement français, wat wil zeggen dat ze met één toegangsdeur zijn afgesloten van een gemeenschappelijke gang. Toen een bijzondere vernieuwing op het vlak van privacy. De keuken en waskamer werden klein gehouden omdat de was werd afgehaald en het huishouden de taak van de inwonende dienstmeid was. Zelf je handen uit de mouwen steken was ongepast. Architect Florent Vaes - familie van kunstschilder Walter Vaes - ontwierp nog gelijkaardige appartementsgebouwen in Antwerpen. Je vindt ze op de Britselei en de Jan Van Rijswijcklaan. Lodewijk Gerritslaan 54 Het oeuvre van Walter Van den Broeck is beperkt wegens zijn vroege dood in de Tweede Wereldoorlog. Hij bouwde voornamelijk kleine gezinswoningen, waaronder dit rijhuis in nieuwe zakelijkheid uit 1932. De woning in smalle Dudoksteen en diepliggende voegen was bijzonder modern, zeker met de garage die er oorspronkelijk deel van uitmaakte. Door de groeiende populariteit van de wagen werden mensen vanaf het interbellum namelijk bereid om trappen te lopen om boven hun auto te wonen. Voor het interieur klopte Van den Broeck aan bij Florent Laforce (1902-73). Samen signeerden ze hun werk onderaan rechts van de gevel. Floraliënlaan 288 In de schaduw van de Koloniale Hogeschool en het Middelheimziekenhuis ligt een van de oudste begraafplaatsen uit de omgeving van Antwerpen. De opvallendste graftombe is die van de familie Coetermans, die actief was in de Antwerpse diamantsector. Architect Joseph de Lange (1883-1948), die vooral synagogen op zijn curriculum heeft staan, nam het ontwerp van de crypte voor zijn rekening. De beelden zijn het werk van Arthur Pierre (1866-1938), die ook de Boerentoren van beelden mocht voorzien. Van het beeld op de koepel van het familiegraf wordt gezegd dat het Jan Fabre inspireerde voor zijn sculptuur Man die de wolken meet die op het dak van deSingel prijkt. (Verderop, op het familiegraf van de aannemersfamilie Van Riel, staat een beeld van Albert Poels, de maker van de Lange Wapper.) Rysheuvelsstraat 66 Als jonge twintiger kreeg Paul Meekels de kans om in de Unité d'Habitation van Le Corbusier in Marseille te verblijven en de Chapelle Notre-Dame du Haut in Ronchamps te bezoeken. Het wakkerde zijn interesse aan voor de wisselwerking tussen licht en materie. Met architect Jul De Roover deelde hij de visie dat architectuur een 'gesamtkunstwerk' moet zijn. Zijn eigen woning uit 1978 is met haar duidelijk zichtbare betonskelet en appreciatie voor machinesteen een voorbeeld van het rationele minimalisme waarvan Meekels tijdens de seventies de vaandeldrager was. Pulhof herbergt trouwens nog andere ontwerpen van Meekels. Het gaat om twee flatgebouwen: de ene op de hoek van de Koninklijkelaan en de Hugo Verriestlaan, de andere op de hoek van de Prins Boudewijnlaan en de Floraliënlaan. Ruytenburgstraat 44 Als stadsbouwmeester van 't Stad en medeoprichter van de Société des Urbanistes belges ijverde Van Averbeke voor een architectuur die voldeed aan de noden van de moderne huisgezinnen. Zijn ontwerpen zijn doorheen de jaren in die zin ook enorm geëvolueerd. Van het eclecticisme van de negentiende eeuw over art nouveau en het modernisme, waaronder de Boerentoren en dit burgerhuis uit 1926, waarvan de gevel met horizontale en verticale lijnen speelt. De woning is niet meer in haar oorspronkelijke staat, de baksteenkeuze voor het volume boven de voordeur verraadt een latere uitbreiding.Strijdhoflaan 91 Het is in Liverpool, onder meer dankzij de Sunlight Village van William en James Lever (van de Sunlight-zeepfabriek), dat Van Steenbergen zijn inspiratie vond voor de Tuinwijk Unitas in Deurne. Het was zijn eerste grote opdracht. Gedurende zijn eerste jaren leunde hij eerder aan bij de Arts and Crafts, zoals je ook verderop kunt zien op nummer 55, het Huis Grauls uit 1921. Halverwege de jaren 20 versoberde zijn architectuur. Hij ging zich verdiepen in de bakstenen volumes, eenvoudige plattegronden en houten ramen die typerend zijn voor de nieuwe zakelijkheid. Zijn eigen woning uit 1925 is daar een kroongetuige van. Het huis staat op dit ogenblik in de steigers. Een van de nieuwe eigenaars - eveneens een architect - wijdde zijn eindwerk aan Van Steenbergen. De restauratie is met andere woorden in ideale handen. Ruytenburgstraat 29 Deze woning - die ook wat aan zijn eigen architectenwoning in de Camille Huysmanslaan doet denken - bouwde Stynen in 1936 voor een artsenfamilie. Het illustreert zijn moderne visie op de bel-etage waarbij de woonkamer op de eerste verdieping op een reeks pilotis rust en uitgebreid wordt met een boogvormige uitsprong op de zijgevel. Volgens de archieven van Erfgoed Vlaanderen zou naast de buitenarchitectuur ook de planindeling, de interieuraankleding en -afwerking met respect zijn bewaard. Archieffoto's tonen dat ooit een vlaggenstok de voorgevel heeft gesierd.