Brecht bewoont een flat in het centrum van Antwerpen, in een vroeger pakhuis. Zijn flat kun je met een beetje fantasie ook beschouwen als een magazijn, eentje voor tableaus dan. Het zegt veel over het type verzamelaar dat Brecht Callewaert is. Velen die zich kunstverzamelaar noemen maar vooral hun sociale status willen opvijzelen, exposeren hun collectie compleet anders en kiezen steevast voor voyante ontvangstruimtes om hun bezoekers te imponeren. Bij Brecht Callewaert komt er amper iemand over de vloer en geniet hij vooral zelf van zijn collectie.
...

Brecht bewoont een flat in het centrum van Antwerpen, in een vroeger pakhuis. Zijn flat kun je met een beetje fantasie ook beschouwen als een magazijn, eentje voor tableaus dan. Het zegt veel over het type verzamelaar dat Brecht Callewaert is. Velen die zich kunstverzamelaar noemen maar vooral hun sociale status willen opvijzelen, exposeren hun collectie compleet anders en kiezen steevast voor voyante ontvangstruimtes om hun bezoekers te imponeren. Bij Brecht Callewaert komt er amper iemand over de vloer en geniet hij vooral zelf van zijn collectie. Brecht runt sinds 2012 samen met Yoeri Vanlangendonck een bijzondere galerie in het hartje van Antwerpen, waar ze de Belgische abstracte kunstenaars uit de naoorlogse periode 'verdedigen', zoals kunsthandelaars het noemen. "De eerste impuls van dit verhaal komt van Yoeri", legt Brecht uit. "Die raakte jaren geleden al gefascineerd door de schitterende abstracte kunst van de jaren 50, 60 en 70, van Belgische kunstenaars die min of meer van het toneel verdwenen leken." Nu is dat een hype, maar tot voor kort hadden de meeste musea in ons land alleen belangstelling voor cutting-edge hedendaagse kunst. Daar komt verandering in, onder meer door het navorsingswerk van kunstgaleries zoals Callewaert-Vanlangendonck en een aantal verzamelaars die al langer oog hadden voor de Belgische avant-garde. Dit verklaart de museale insteek van de galerie van Brecht en Yoeri. "Wat alles trouwens extra spannend maakt, want wij herontdekken als het ware vergeten kunst. We komen heel veel kunstenaars en collectioneurs op het spoor die destijds verzamelden. Dat zijn vaak bijzondere ontmoetingen. We laten dat ook zien in de galerie, want naast de werken exposeren we oude foto's en archiefmateriaal, net als in een museum." Toen ze in 2012 startten, leefden er nog heel wat tenoren. Een aantal van hen is inmiddels helaas overleden. "We hebben onze galerie opgestart met als eerste grote naam de Antwerpse kunstenaar Guy Vandenbranden, die hier om de hoek woonde en een grote rol speelde in de kunstbeweging G58. We bouwden een intense vriendschap met hem op en bewaren nu ook zijn archief. Ook Mark Verstockt en Gilbert Swimberghe kwamen hier over de vloer. Paul Van Hoeydonck zien we nog steeds heel regelmatig." Voor Brecht was de ontdekking van die naoorlogse abstracte kunst echt een openbaring. "Ik kom namelijk uit een heel andere wereld - ik studeerde aan Studio Herman Teirlinck en was jaren als acteur actief. Daarna belandde ik via Tim Van Steenbergen in de mode. Tien jaar lang behartigde ik zijn zakelijke belangen. Ondertussen begon ik eerst hedendaagse kunst en daarna, onder invloed van Yoeri, Belgische abstracten te verzamelen", vertelt hij. Na de breuk met Tim begon Brecht samen met Yoeri een eigen galerie. Met succes, want naast de expo's publiceren ze ook boeken over de kunstenaars. Als kers op de taart openen ze deze week een gloednieuwe expositieruimte. De architectuur van Brechts flat is eenvoudig opgevat, met één grote woonruimte en een open keuken. En enkele wanden die vol kunstwerken hangen, onder anderen van Mark Verstockt, Paul Van Hoeydonck, Guy Vandenbranden, Gilbert Swimberghe en Pol Mara. "Als je dagelijks met al die kunstwerken leeft, bouw je daar een relatie mee op, zeker als je die mensen ook persoonlijk kent of gekend hebt. Dat kun je moeilijk onder woorden brengen, maar op die manier ontsnap je helemaal aan de gewone werkelijkheid. Je komt in een andere wereld terecht die je een heel apart gevoel schenkt. Heerlijk is dat."