Twee jaar geleden schreef ik me in voor enkele stadstours van The Black Scroll Network, History & Tours, het bedrijf van Jamon Jordan. Deze historicus en voormalige leraar is gespecialiseerd in de Afro-Amerikaanse geschiedenis van Detroit. Vandaag heb ik met Jamon afgesproken voor een interview. We zien elkaar in een park aan de Birwood Wall, in het noordwesten van Detroit. We houden het coronaproof: in de buitenlucht, met mondmaskers en afstand. In april testte Jamon positief voor Covid-19. Hij genas, maar weet uit eerste hand hoe ernstig de ziekte is. Zijn moeder, een zestiger, is aan het virus gestorven.
...

Twee jaar geleden schreef ik me in voor enkele stadstours van The Black Scroll Network, History & Tours, het bedrijf van Jamon Jordan. Deze historicus en voormalige leraar is gespecialiseerd in de Afro-Amerikaanse geschiedenis van Detroit. Vandaag heb ik met Jamon afgesproken voor een interview. We zien elkaar in een park aan de Birwood Wall, in het noordwesten van Detroit. We houden het coronaproof: in de buitenlucht, met mondmaskers en afstand. In april testte Jamon positief voor Covid-19. Hij genas, maar weet uit eerste hand hoe ernstig de ziekte is. Zijn moeder, een zestiger, is aan het virus gestorven. De plaats van afspraak is geen toeval. De Birwood Wall werd in 1941 gebouwd om een zwarte wijk af te scheiden van een nieuwe witte wijk. 'Om te begrijpen waarom Detroit en veel andere Amerikaanse steden zo gesegregeerd zijn, moet je eerst het huisvestingsbeleid begrijpen', zegt Jordan (zie ook kader).Detroit speelde een cruciale rol in de Afro-Amerikaanse geschiedenis. De stad was een belangrijke etappe in de Ondergrondse Spoorweg, een clandestien netwerk van smokkelroutes en onderduikadressen dat in de negentiende eeuw slaven hielp bevrijden. De Afro-Amerikaanse activist Malcolm X had via de in Detroit opgerichte Nation of Islam nauwe banden met de stad en Dr. Martin Luther King Jr. gaf een eerste versie van zijn beroemde I have a dream-speech tijdens de Detroit Walk to Freedom, twee maanden voor hij die speech herhaalde in Washington. Op cultureel vlak is er natuurlijk Motown, het eerste Afro-Amerikaanse platenlabel dat de hele wereld veroverde. Vandaag is Detroit met 80% Afro-Amerikaanse inwoners een van de zwartste steden van Amerika. De Black Lives Matter-beweging leeft hier sterk. Van in het park neemt Jamon - nog altijd leraar in hart en nieren - mij op sleeptouw door de zwarte geschiedenis in Detroit, langs vijf historisch belangrijke locaties die aantonen hoe diepgeworteld racisme zit in het Amerikaanse huisvestingsbeleid. Tot laat in de twintigste eeuw kon de Afro-Amerikaanse bevolking in Detroit niet kiezen waar ze woonde. Clausules in verkoopakten van huizen of in huurcontracten sloten hen uit van de huizenmarkt, met als gevolg dat de grootste concentratie zwarten tot halfweg vorige eeuw samentroepte in Black Bottom. Het was een levendige, maar ook overbevolkte en arme wijk, die vandaag bestaat uit het gebied rond Lafayette Park, Elmwood Park en Greektown, de lower east side van Detroit. In de jaren vijftig werd de wijk met de grond gelijkgemaakt in het kader van krottenafbraak , stadsvernieuwing en de aanleg van een snelweg. De verdreven bewoners kregen nauwelijks alternatieven aangeboden en wat het stadsbestuur urban renewal noemde, omschreven zij als 'Negro removal'. Toen Black Bottom verlaten was, werd op de vrije grond onder meer Lafayette Park opgebouwd, de utopische en modernistische stadswijk die de legendarische Duits-Amerikaanse architect Mies van der Rohe er in 1956 neerzette. Black Bottom bestaat dus niet meer, maar foto's van hoe het was kun je bekijken in de Detroit Public Library. Wel nog te bezoeken is de Second Baptist Church in Monroe Street, de oudste zwarte kerk in de staat Michigan. 'De kerk bevindt zich sinds 1857 op deze plek. Ze is opgericht door de leiders van de Underground Railroad', vertelt Jamon Jordan. 'In de negentiende eeuw gingen geloof en vrijheid hand in hand. Als je een gelovige christen was in de zwarte gemeenschap, dan hielp je slaven ontsnappen.' Ook de voormalige Miller High School in Dubois Street herinnert nog aan het leven in Black Bottom. Ondanks een chronisch gebrek aan middelen groeide deze school in de jaren dertig tot haar sluiting in 1957 uit tot een performante school voor Afro-Amerikanen in Detroit. Tot de alumni behoren politieke leiders, advocaten, leraars. Wanneer de Detroit Lions thuis spelen in Ford Field, of de Detroit Tigers in Comerica Park, is het zeer druk in de straten rond deze stadions. Waar de fans van respectievelijk American Football en baseball vandaag aan- en aflopen, volledig uitgedost in de clubkleuren, was dit stadsdeel tussen 1920 en eind jaren vijftig de Afro-Amerikaanse zaken- en uitgaanswijk Paradise Valley, vlak bij Black Bottom. In de jaren twintig verdrievoudigde de zwarte bevolking in Detroit, tot 120.000 inwoners: een instroom uit het zuiden van de VS, mensen op zoek naar een job in de auto-industrie. Paradise Valley had veel te bieden: restaurants, bars, nachtclubs, concertzalen, beautysalons, gokkantoren, dokters, kerken. Jazzlegenden als Duke Ellington, Ella Fitzgerald en Billie Holiday hebben er opgetreden. 'Deze zwarte wijk is er gekomen omdat grote stukken van de stad verboden gebied waren voor niet-blanken', zegt Jamon Jordan. 'Ze konden alleen terecht in een wijk die grensde aan de woonbuurt Black Bottom.' Begin jaren zestig werd Paradise Valley met zijn 350 handelszaken bijna volledig platgegooid voor de bouw van de Chrysler Freeway, een autosnelweg. In 1925 kocht de jonge en succesvolle zwarte dokter Ossian Sweet een huis op de hoek van Charlevoix en Garland Street, aan de east side van Detroit. Hij wilde weg uit het overbevolkte Black Bottom, om zijn pasgeboren dochter een beter leven te bieden. Zoals gangbaar in die tijd, zat er een clausule bij de verkoopakte: dit huis, in een witte buurt, mocht niet aan een Afro-Amerikaan verkocht worden. 'Dat was toen standaard', zegt Jamon Jordan. 'Sommige clausules waren vrij algemeen. Niet verkopen of verhuren aan zwarten. Andere waren zeer specifiek, met bepalingen dat een meid of butler er kon leven, maar die mocht alleen de achterdeur gebruiken.' Ossian Sweet en zijn vrouw beslissen zich niet te laten afschrikken en kopen het huis. 'Er was een achterpoortje. Dr. Sweet bood een stuk meer dan de vraagprijs. Hij betaalde de prijs van een villa voor een arbeiderswoning. De verkopers kozen geld boven racisme', zegt onze gids. Ossian Sweet verwacht tegenstand van de buren wanneer hij in zijn huis trekt. Hij heeft familie en vrienden rond zich verzameld en wapens in huis gehaald. Op de tweede avond gaat het al mis. Honderden mensen bekogelen het huis met stenen en flessen, vanuit het huis wordt op de menigte geschoten, er vallen een dode en een gewonde. Iedereen in het Sweet-huis wordt opgepakt en opgesloten in de gevangenis in afwachting van een proces voor moord. De zwarte burgerrechtenbeweging huurt steradvocaat Clarence Darrow in. 'Hij argumenteert op basis van zelfverdediging. Een huis is een verlengde van jezelf en je hebt het recht om dat te verdedigen.' Het wordt een juridische thriller, maar het komt tot een vrijspraak van Ossian Sweets broer, die aangaf de schutter te zijn, en de klacht tegen de anderen wordt ingetrokken. Een overwinning voor de burgerrechtenbeweging die discriminatie op de huizenmarkt met succes in de rechtbank aanpakte. Toch eindigt het verhaal voor dokter Sweet dramatisch. 'Het voorval heeft zijn familie vernietigd. Ossians vrouw sterft even later aan tuberculose, opgelopen in de gevangenis. Ook zijn dochter en broer sterven eraan. In de jaren die volgen zoekt de belastingdienst Ossian Sweet voortdurend op en zijn job als dokter wordt hem praktisch onmogelijk gemaakt. In 1960 stapt hij uit het leven.' Onlangs kreeg het Ossian Sweet House een beurs van een half miljoen dollar om van deze plek een burgerrechtencentrum en museum te maken. Het coronavirus stak een stokje voor de opening in september, verwacht wordt dat het centrum in 2021 opengaat. Dr. Rosa Gragg, een drijvende kracht achter Detroits burgerrechtenbeweging en adviseur voor drie Amerikaanse presidenten, kocht in 1942 een huis voor de vrouwenvereniging waar ze voorzitter van was. Het huis is goed gelegen, op de hoek van de statige Ferry Street en Brush Street. Ook dat contract bevatte een clausule die zwarten uitsloot. 'De buren en de stad probeerden in te grijpen, maar Rosa Gragg had een oplossing', zegt Jamon Jordan. 'Ze liet de voordeur in Ferry Street dichtmetselen en installeerde een ingang in Brush Street, waar die restrictieve verkoopbepalingen niet golden. Rosa Gragg opende met haar clubhuis voor The Detroit Association of Women's Clubs een hele nieuwe wijk voor welgestelde Afro-Amerikanen.' 'Het waren niet alleen huiseigenaars of buurtorganisaties die restricties inbouwden voor de zwarte bevolking. Ik durf te stellen dat de overheid de grootste motor was van de rassendiscriminatie op de huizenmarkt', zegt Jamon Jordan, verwijzend naar de Federal Housing Act uit 1934, een onderdeel van Roosevelts New Deal, een serie programma's die het land weer economisch op de rails moest zetten na de Grote Depressie. 'De overheid gaf de bouwsector, die op apegapen lag door de recessie, de opdracht om huizen te bouwen en stond borg voor de leningen die de kandidaat-kopers aangingen. De overheid legde ook lage intrestvoeten op. Op zich was het een progressief project. De arbeidersklasse kon, zelfs in deze moeilijke tijden, eindelijk huiseigenaar worden. Maar er zat een adder onder het gras: de gewaarborgde leningen golden alleen in raciaal homogene buurten, wat in de praktijk neerkwam op witte buurten. Een blanke en zwarte arbeider konden dan wel hetzelfde verdienen, de tweede kon geen huis kopen en moest verder huren.' Als reden voor die discriminatie werd aangehaald dat gemengde wijken niet stabiel zijn en veel spanningen kennen. 'Black Bottom was tegen de jaren veertig een homogeen zwarte wijk en sommige bewoners vroegen dus ook een lening aan. Maar de overheid gebruikte kleurcodes op stadskaarten, van stabiele tot riskante buurten. Voor leningen in rood gekleurde buurten - vandaar de term red lining - stond ze niet garant. Natuurlijk was heel Black Bottom rood ingekleurd.' In 1941 wordt de Birwood Wall gebouwd, ongeveer achthonderd meter lang, als rechtstreeks gevolg van de federale huisvestingspolitiek. 'Een blanke bouwondernemer had toen een contract om een reeks huizen te bouwen. Bij de start van de werken stelde een bureaucraat, die de buurt kwam controleren, vast dat er in de aangrenzende wijken zwarte families woonden in zelfgebouwde, krakkemikkige huizen. Bang om zijn contract te verliezen, stelde de ondernemer voor om een scheidingsmuur te bouwen. Wit en zwart netjes gescheiden, homogene wijken. Vandaag staan er nog stukken van de muur en de buurt wil dat zo houden, als symbool van de recente geschiedenis. In 2006 hebben de buurtbewoners er samen met artiesten kleurrijke muurschilderingen op aangebracht.'