In lijstjes met de populairste Poolse steden duikt Łódź zelden op. Volledig onterecht, vindt onze reporter, die tijdens een driedaagse citytrip begeesterd raakte door deze fascinerende industriestad.
‘You love it or you hate it. En heel veel Polen hate it.’ Agata verrast me met haar eerlijkheid. We zijn net in een taxi gestapt en ik moet nog even wennen aan het feit dat de lokale toeristische dienst een gezant stuurde om mij persoonlijk welkom te heten op de luchthaven. Wilden ze zeker weten dat ik me niet bedacht had? Waren ze bang dat ik inmiddels had uitgevogeld dat Łódź (spreek uit: Woetsch) het lelijke eendje van Polen is en dat ik beter voor Krakau, Gdansk of Wrocław had geopteerd? Hoe dan ook: ik raak onverwijld geïntrigeerd, ook omdat mijn Ryanair-vlucht maar voor de helft gevuld was – eind augustus moet dat een unicum zijn. Twintig minuten later zwaait de taxideur open en sta ik in het midden van ulica Piotrkowska, de langste winkelstraat van Europa en volgens cynici de enige waardige attractie van Łódź.

Ik check in bij Stare Kino (‘oude cinema’), een hotel van historisch belang (later meer daarover), leg mijn koffer aan de ampele boezem van Marilyn Monroe (ter verduidelijking: ik lig in de Some Like it Hot-kamer) en ontmoet vervolgens mijn gids Piotr die erop gebrand lijkt om me van de charme van zijn stad te overtuigen. Veel moeite hoeft hij niet te doen: enkele ogenblikken later sta ik – duidelijk tegen zijn verwachtingen in – als een bezetene twee gebouwen in heerlijke sovjetstijl te fotograferen. Piotr snapt er niks van. De meeste Polen schamen zich voor al dat sovjetbrutalisme en naoorlogs modernisme. ‘Wil je niet liever de andere kant zien? We hebben ook heel wat classicistische façades, een hoop art nouveau, eclectische architectuur en historische paleizen.’ Nu ja, prima. Want: waarom kiezen?

Dorp wordt stad
Op mijn vraag waarom Łódź zo’n controversiële stad is in Polen, heeft Piotr een duidelijk antwoord. Ik laat ondertussen mijn blik glijden over het opmerkelijk eclectische Gutenberg House met zijn stalen draken en over de fantastische streetart op ulica Piotrkowska. ‘Łódź is een zeer atypische Poolse stad: ze heeft geen kastelen en geen oude markt. Het epicentrum is deze enorm lange straat van 4,2 kilometer, die twee pleinen – het Vrijheidsplein en het Onafhankelijkheidsplein – verbindt. En dat heeft dus alles met ons verleden te maken. Łódź kan in tegenstelling tot Krakau of Gdansk niet bogen op een lange, rijke geschiedenis. Het is groot geworden in de negentiende eeuw dankzij de textielindustrie die hier neerstreek. Ter verduidelijking: begin negentiende eeuw was Łódź een dorp met zeshonderd inwoners, honderd jaar later waren het er zeshonderdduizend. Plots stond de stad bekend als het Manchester van Polen.’

Dat Łódź al lang geen dorp meer is, voel ik al gauw aan mijn benen die pas wat rust krijgen in het vredige Staromiejski-park. Mijn blik is op het noordoosten gericht, waar van 1940 tot 1944 het op een na grootste (en langst bestaande) joodse getto van Polen lag. De ulica Piotrkowska heette toen nog Adolf Hitler Strasse. Meer dan tweehonderdduizend joden werden er als vee afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen. Slechts negenhonderd mensen overleefden het.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Łódź het epicentrum van de Poolse film, met de meest prestigieuze filmschool van het land.
Maar Piotr wijst naar de andere kant, eerst naar het Muzeum Miasta Łodzi, ondergebracht in de voormalige residentie van Izrael Poznański (de Pools-Joodse textielmagnaat of de ‘Katoenkoning’ van Łódź), dan naar de industriële site erachter, Manufaktura genaamd.

‘In de jaren negentig van de vorige eeuw is de textielindustrie hier ingestort, een gigantische ramp voor de stad. Veel inwoners zijn toen vertrokken. Łódź was destijds de tweede grootste stad van Polen, inmiddels zijn we ingehaald door Krakau en Wrocław. Maar dankzij de herbestemming van Manufaktura, de gigantische industriezone van wijlen Izrael Poznański, leeft Łódź nu weer op.’

Piotr en ik banjeren langs de imposante pakhuizen van Manufaktura, die tegenwoordig een hoop trendy winkels, restaurants, cinema’s, musea, gyms, bowlingbanen, klimmuren, theaters en andere vormen van volks amusement herbergen. De drukte is navenant. De rode bakstenen doen bovendien genoeg aan Manchester denken om de vergelijking te doorstaan. ‘Hier zie je de kracht van Łódź: creativiteit heeft ons gered.’

Horrortrein
Dat Łódź tegenwoordig behoorlijk hip is, wordt in de verf gezet bij OFF Piotrkowska, waar modeontwerpers, clubeigenaars, kunstenaars en edgy restaurateurs zijn neergestreken in een voormalige katoenfabriek die prima in een stad als Berlijn zou passen. Er wordt gedronken, gegeten en gefeest.

De volgende ochtend is het echter afgelopen met het hedonisme. Ik spring in een Uber met bestemming Radegast Station, een gerenoveerd treinstation dat tijdens de Holocaust extensief gebruikt werd om honderdduizenden Joden uit het getto naar horrorplekken als Chełmno en Auschwitz te transporteren. Tegenwoordig is Radegast een Holocaustmonument, met een originele locomotief, replica’s van transportwagons en de honderdveertig meter lange Tunnel van de Gedeporteerden. De site dwingt stilte en sereniteit af, maar in mijn geval ook nieuwsgierigheid: waar zijn alle andere toeristen? Auschwitz wordt elk jaar overrompeld door twee miljoen bezoekers. Ik heb Radegast voor mezelf.
Łódź is groot geworden in de 19de eeuw dankzij de textielindustrie. Plots stond de stad bekend als het Manchester van Polen.
Niet veel later sta ik aan de toegangspoort van de Nieuwe Joodse Begraafplaats, ooit het grootste Joodse kerkhof van het land en een van de grootste ter wereld, met tussen de 180.000 en 230.000 gemarkeerde graven. Ik volg een groepje bezoekers naar wat citytrippers het pièce de résistance zouden kunnen noemen: het mausoleum van Izrael Poznański (de eigenaar van Manufaktura en het naburige paleis) – mogelijk de grootste grafsteen ter wereld. De stilte van de dodenstad is oorverdovend, tot mijn camera klikt.

Hollywood van Polen
Ik wandel verder door het voormalige getto, overigens niet het mooiste stukje Łódź, langs Ocalałych-park (het Park van de Overlevers) om vervolgens tram 1 te nemen en me vlak bij EC1 te laten afzetten. Hier worden de inspanningen om het imago van grauwe industriestad van zich af te gooien, nogmaals duidelijk. Waar vroeger fabrieksschoorstenen rookten, staan nu – in dit stukje Łódź dat ‘Cultuurstad’ werd gedoopt – wetenschap, cultuur en creativiteit centraal.

Het indrukwekkende complex was ooit de eerste elektrische krachtcentrale van de stad (ElekroCiepłownia nr 1, vandaar de naam EC1), nu herbergt de site een planetarium, het Centrum voor Wetenschap en Technologie en het Nationaal Centrum voor Filmcultuur. Ik concentreer me op dat laatste, want de filmgeschiedenis waart door Łódź en heeft bovendien een link met mijn hotel Stare Kino. Dat zit zo: na de Tweede Wereldoorlog, toen Warschau in puin lag, verhuisde de hele Poolse filmindustrie hierheen – een stad op relatief korte afstand die grotendeels intact was gebleven en dus geschikt was als decor. Daardoor groeide ze snel uit tot het epicentrum van de Poolse film. In 1948 kreeg Łódź een filmschool, de meest prestigieuze van het land, met later bekende alumni als Roman Polański en Andrzej Wajda. De stad herbergt overigens ook nog het Muzeum Kinematografii, dat ik een dag later bezoek.

Verhipping
’s Avonds heb ik een reservering bij Przy Kominie, een uitstekend Pools restaurant in het hart van Monopolis, nog zo’n opmerkelijk cultureel complex, dit keer in een voormalige vodkafabriek. De trend in Łódź is me ondertussen wel duidelijk: neem een vervallen industriële site en turn die om in een hippe hotspot. Ik laat me mijn pierogi en eendenborstfilet welgevallen – ook de Poolse keuken heeft klaarblijkelijk een forse inhaalbeweging gemaakt – en keer op tijd terug naar Marilyn Monroe.

Want er valt in Łódź nog wel wat af te vinken. Księży Młyn bijvoorbeeld, waar de succesformule opnieuw werd toegepast: dit wijkje was ooit een fabrieksstad met fabrieken, arbeiderswoningen, scholen, winkels, een ziekenhuis en villa’s voor directeuren, maar is nu een openluchtmuseum voor liefhebbers van industriële architectuur. Księży Młyn is zelfs zo hip dat ik in de kleurrijke koffiebar Stacja Zero geen suiker kan krijgen in mijn koffie. Te ongezond.

Geloof het of niet: mijn laatste halte op deze toch verrassende citytrip is… een voormalig industrieel complex dat herontwikkeld werd tot hotspot. Łódź bakt het bruin op vlak van herbestemmingen, al huisvest The White Factory wel een mooi museum over de textielgeschiedenis van de stad. Het Central Museum of Textiles staat zelfs symbool voor de transformatie van Łódź. De komst van de textielfabriek in 1830 lag namelijk aan de basis van de ongebreidelde groei van de stad. En de rest is geschiedenis. Of toekomst. En heden. Ik kuier nog een laatste keer over ulica Piotrkowska terwijl ik me laaf aan klassieke kerken naast brute sovjetwoontorens, aan ruwe, haast vervallen gebouwen naast parmantig gerestaureerde herenhuizen, en denk terug aan de woorden van Agata. You love it or you hate it. Mijn verdict luidt: I love it.
Heen en terug
Erheen: Ryanair vliegt rechtstreeks van Charleroi naar Łódź, reken op een vlucht van anderhalf uur. Een makkelijk alternatief is een vlucht naar Warschau en dan een uurtje op de trein.
Verblijf: Hotel Stare Kino Cinema Residence ligt aan het verkeersvrije deel van ulica Piotrkowska, in het centrum van de stad. cinemahotel.pl
Meer info: lodz.travel