In 2000 studeerde ik af aan Sint-Lukas en meteen daarna vertrok ik, schetsboek onder de arm, voor twee maanden naar Zuid-Amerika. Tot mijn eigen verbazing hoefde ik tijdens die reis vaak niet te betalen voor mijn hotelovernachting. Mensen gaven mij gewoon een gratis bed of een lift, in ruil voor een portret. Nooit had ik verwacht dat tekenen on the road zo'n intense ervaring kon zijn, maar daar in Zuid-Amerika kreeg ik de smaak te pakken. Ik besloot veel vaker op reis te gaan met mijn tekenmateriaal.
...

In 2000 studeerde ik af aan Sint-Lukas en meteen daarna vertrok ik, schetsboek onder de arm, voor twee maanden naar Zuid-Amerika. Tot mijn eigen verbazing hoefde ik tijdens die reis vaak niet te betalen voor mijn hotelovernachting. Mensen gaven mij gewoon een gratis bed of een lift, in ruil voor een portret. Nooit had ik verwacht dat tekenen on the road zo'n intense ervaring kon zijn, maar daar in Zuid-Amerika kreeg ik de smaak te pakken. Ik besloot veel vaker op reis te gaan met mijn tekenmateriaal. Reisschetsboeken zijn een populaire strekking binnen de kunsten. Ook Picasso en Hopper hielden een carnet de voyage bij en vandaag bestaan er Instagramaccounts zoals Urban Sketchers, waar reizigers hun schetsen posten. Helaas ontbreekt het mij vaak aan tijd om veel te tekenen. Ik run een eigen grafisch bureau, Uncompressed. Toch maakte ik dit jaar ruimte om twee maanden door Vietnam en Cambodja te trekken. In mijn eentje, want een hele reis zitten schetsen, maakt mij niet meteen de beste reisgezel. LAN HA BAYHet openingsbeeld van dit artikel is Lan Ha Bay in Vietnam. Iedereen kent het beeldschone Halong Bay, een van de zeven wereldwonderen. Deze baai ligt wat verderop, maar is even mooi. Ik schetste er van elf uur 's morgens tot het donker werd, rond vijf uur in de namiddag. Het was racen tegen de klok om het perspectief van alle drijvende woningen en boten binnen die tijd goed te krijgen, want ik teken live. Enkel de schaduwen heb ik achteraf toegevoegd, op basis van een foto. Ho Chi Minh City (HCMC), vroeger Saigon genaamd, was mijn eerste halte, en ik was meteen gecharmeerd van de chaotische smeltkroes aan wolkenkrabbers, bromfietsen, nachtclubs en eetkraampjes. De voormalige hoofdstad van Vietnam is nog altijd de grootste stad en bovendien de commerciële en culturele motor van het land. Vanuit mijn hotelkamer in Bui Vien Street teken ik in potlood dit avondtafereel, hoewel ik visueel geprikkeld word door zowat elke bus, elk gebouw en elke Vietnamees die ik op straat zie. Op The Box Market, een markt met creaties van lokale designers, ontmoet ik Stella en Sith, boegbeelden van de jonge generatie Vietnamezen die amper nog beseffen dat hun land ooit geteisterd werd door oorlogen en Frans kolonialisme. Stella heeft twee interieurshops en Sith is een illustrator wiens werk te zien is op vele billboards in het land, en op miljoenen limited edition Coca-Cola-blikjes. Beiden zitten in het bestuur van de markt en omdat het klikt tussen ons, worden ze mijn lokale gidsen in HCMC. In een van de oudste koffiebars van de stad, Cafe Vy, teken ik Stella's portret. Een drietal koffies later is het klaar. Vietnamese steden kennen een vreemde mix aan architecturale stijlen: Franse koloniale villa's staan er naast creaties van golfplaat, kleurrijke betonnen bouwsels met spiegelramen en moderne monumenten van staal en glas. Terwijl ik dit gebouw teken, gezeten op een laag plastic stoeltje op de rand van een stoep, waan ik mij in een scififilm uit het Oostblok, eentje met palmbomen en felle kleuren. Omamori Spa in Hanoi is een non-profit waar blinden en slechtzienden worden opgeleid tot masseurs. Ik drink er een kop thee met de zaakvoerster, Huong Nguyen, die het salon oprichtte om mensen met een beperking een betere toekomst te geven. Ik boek een massage en vraag of ik nadien mijn masseur mag tekenen. Huong is enthousiast en stelt me voor aan Công, een verlegen kerel van 28 die me vertelt dat zijn moeder tijdens de Vietnamoorlog bespoten werd met Agent Orange, een chemisch ontbladeringsmiddel waarmee de Amerikanen toen bossen, en mensen, besproeiden. Jaren later bevalt Côngs moeder van een zo goed als blinde zoon. Na de massage gaat Công in de sofa zitten, in een standbeeldachtige positie. Ik durf niets te zeggen en begin hem te tekenen. Als ik klaar ben, voel ik me bijna schuldig, maar Công is dolgelukkig met zijn portret. Ik durf hem niet te vragen hoeveel hij er eigenlijk van kan zien. Vietnam is het culinaire mekka van Zuidoost-Azië. De streetfoodcultuur is er ongelooflijk gevarieerd en verschilt van regio tot regio. Twee gerechten vind je echter overal: Vietnamese koffie, die gemaakt wordt in een roestvrij apparaat dat boven op je glas wordt gezet, en Pho Bo, noedelsoep met rundvlees. Voor Vietnamezen het ideale ontbijt, voor mij de perfecte snack tijdens het tekenen. Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja, was ooit een parel aan de oevers van de Mekongrivier. Vandaag is het een verplichte stop voor toeristen die de morbide restanten willen zien van het regime van Pol Pot, die het land leidde van 1975 tot 1979. In Choeung Ek, ook wel de Killing Fields of de velden des doods genaamd, werden minstens 17.000 onschuldige burgers de schedel ingeslagen met hamers, bijlen en bamboestokken. Wie het terrein vandaag bezoekt ziet achter een glazen monument achtduizend teruggevonden schedels liggen. Ik ben uitgedroogd en misselijk op het einde van de toer, maar tijdens de busrit richting Sihanoukville maak ik deze tekening af, gezeten op een veel te smalle bank tussen een oma met kippen en een jonge moeder met haar baby en puppy. Cambodja maakt meteen een diepe en heel andere indruk op mij dan Vietnam. Het land is armer en corrupter en opende pas midden jaren 90 de landsgrenzen, na 25 jaar van oorlogen, genocide en armoede. Hoewel ik er uiteraard de tempel Angkor Wat teken, het kloppend hart van het land en symbool van nationale trots, vind ik deze tempel van Bayon, met zijn 54 torens en 216 Boeddhagezichten, de meest bevreemdende van alle tempels in Angkor. Hij ligt midden in de jungle, je geraakt er enkel met een tuktuk, maar na zes uur, gespreid over twee namiddagen, heb ik hem op papier. Enkele kilometers ten zuiden van Sihanoukville ligt Otres Beach, parel aan de kust. Ik logeer er bij Mama Clare's, een gezellig guesthouse met paalwoningen uit bamboe, uit de grond gestampt door Clare, een 52-jarige ex-muziekmanager uit Londen. Ze zei de ratrace in de Britse hoofdstad vaarwel en begon hier een nieuw leven. Haar bungalows wonnen recent de prijs voor beste eco-guesthouse in Cambodja en vormen de ideale tekenplek op het einde van mijn reis. De tuktukcultuur zie je overal in Azië, maar deze versie had ik nog nergens gezien: een stationwagen met een hut erop. De wegen in Cambodja zijn enorm stoffig met veel putten, wat vraagt om aangepaste vervoermiddelen. Ik teken deze tuktuk omdat ik hem erg mooi vind en reis er vervolgens mee naar Kerfuffle, de grootste technoparty van Zuidoost-Azië, diep in de jungle van Otres. Een geweldige ervaring, die je elke woensdag kunt beleven.