Tussen 2 april en 30 oktober 2018 verschenen zes bijdragen van Peter Blasic op Knack.be en Weekend.be waarvoor wij niet langer garant kunnen staan. De man bleek een oplichter.

Onze website ging in de fout. Wij hadden deze man moeten doorzien en onze lezers de teksten moeten besparen. U verdient, zeker in deze woelige tijden, beter en daar verbinden wij ons toe met scherpere procedures.

We zijn nagegaan wat er precies is misgelopen. U kunt het verslag daarvan hier lezen.

Deze maand is het 26 jaar geleden dat de bloedige burgeroorlog die het uiteengevallen Joegoslavië teisterde ook om zich heen begon te slaan in de nieuw uitgeroepen staat Bosnië-Hercegovina. Nationalistische politici probeerden het land langs etnische lijnen te verdelen en Islamitische Bosniaks, orthodoxe Serven en katholieke Kroaten werden tegen elkaar opgezet en gingen een bloedige strijd met elkaar aan.

Toch wilde niet iedereen meegaan in de etnisch polarisering. Hoofdstad Sarajevo was, net als vele andere delen van Bosnië, etnisch divers en veel inwoners verwierpen daarom de nationalistische plannen. Daar betaalden ze een hoge prijs voor. Het Joegoslavische Volksleger en Servische paramilitairen zouden Sarajevo 46 maanden lang belegeren. Het beleg, dat precies 1.425 dagen duurde, was daarmee langer dan de belegering van Leningrad, nu Sint-Petersburg, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sarajevo's 380.000 burgers moesten zien te overleven zonder eten, elektriciteit, water of verwarming, terwijl ze zich verborgen voor sluipschutters en de meer dan 300 mortieren die dagdagelijks op de stad werden afgevuurd. Meer dan 100.000 mensen werden gedood tijdens de Bosnische oorlog, en alleen al Sarajevo had 11.541 doden te betreuren.

Maar ondanks dit aangrijpende oorlogsverleden weet Bosnië -hoofdstad Sarajevo voorop- zich in toenemende mate weg te zetten als toeristische bestemming. En daarbij speelt het oorlogsverleden een niet onbelangrijke rol. Populair zijn onconventionele attracties, zoals het oorlogshostel. Dat bootst volgens initiatiefnemer Arijan Kurbasic de leefomstandigheden tijdens het beleg van Sarajevo na.

Kurbasic: 'Gasten worden in uniform ontvangen in een geïmproviseerde bunker. Verlichting komt van kaarsen en spaarzame gloeilampjes op auto accu's. De hele nacht door speelt een bandopname het geluid van vallende bommen af', zegt Kurbasic, die bezweert dat gasten een onvergetelijke ervaring krijgen. In de avonduren deelt Kurbasic herinneringen uit de oorlogstijd, toen hij nog maar een kind was. 'Ik vertel verhalen en sta stil bij de invloed die oorlog heeft op de rest van het leven van mensen. Ik vertel ze over mijn vader, die soldaat was in het Bosnische leger. Zijn codenaam was Nula Jedan, Nul Één en de code was nodig om zijn etnische achtergrond te verbergen.' Tegenwoordig laat Kurbasic zich in het oorlogshostel door zijn gasten ook aanspreken met Nula Jedan. 'Het is een eerbetoon aan mijn vader', zegt hij.

Anders dan de burgers van Sarajevo in de periode '92-'95 hoeven bezoekers van de oorlogshostel niet bang te zijn neergeschoten of uitgehongerd te worden. Evenmin ervaren zij de voortdurende vrees familie of vrienden te verliezen; zij kunnen ieder moment vertrekken. Wel constateren bezoekers al snel dat de harde werkelijkheid van oorlog niet via de televisie over te brengen is. In het hostel slapen ze op een schuimrubberen matras op de vloer, bedekt met militaire dekens, terwijl ze in het donker luisteren naar het geluid van exploderende bommen. Voor de ramen hangt plastic folie, die de door bommen gesprongen ruiten moet vervangen. De wanden zijn volgeplakt met krantenartikelen uit de oorlog, zodat bezoekers zich een beter beeld kunnen vormen van de dagelijkse strijd waaraan de bewoners van het belegerde Sarajevo waren blootgesteld.

Tunnel of Hope © Getty Images/iStockphoto

Naast het hostel heeft ook de Tunnel van Hoop zich als een toeristische bezienswaardigheid weten te manifesteren. Deze passage werd in 1993 uit de belegerde stad richting vliegveld -dat neutraal gebied was- gegraven. Zo kon de stad worden bevoorraad en konden burgers vluchten. 'Die voorraden bestonden overigens uit internationale hulpgoederen die jaren over datum waren' zegt kunstenares Dunja Blazevic. 'Ingeblikt vlees werd ons gestuurd. De honden wilden het niet aanraakten, maar de mensen moesten het eten', zegt Blazevic, die verantwoordelijk is voor het ICAR Canned Beef Monument, een ironisch bedankje van de burgers van Sarajevo aan de internationale gemeenschap.

Een andere bezienswaardigheid bestaat uit de 'Sarajevo-rozen'. Overal in Sarajevo zijn nog steeds littekens van de oorlog zichtbaar. Tienduizenden huizen werden beschadigd en verwoest en de impact van mortiergranaten heeft vele kraters in de straten gemaakt. Daar waar bij een explosie dodelijke slachtoffers vielen, hebben kunstenaars de gaten in de weg gevuld met rode hars. Deze 'gedenkplaten', die de kraters van mortierinslagen markeren, heten in de volksmond 'Sarajevo-rozen'.

Sarajevo roses © Getty Images/iStockphoto

In toenemende mate worden deze 'rozen' echter verwijderd en vervangen door vers asfalt, maar de Amerikaanse toerist Scott Duncan heeft ze gezien en noemt ze impressive. 'Je voelt de oorlog nog overal in de stad, zeker als je in het oorlogshostel bent geweest', zegt Duncan. 'Het is triest te beseffen hoe zeer deze stad heeft geleden. Gisteren zag ik een gedenkteken ter ere van de eerste slachtoffers van de belegering van Sarajevo. Dat waren gewone mensen, die vreedzaam protesteerden, toen ze werden doodgeschoten door Servische scherpschutters', zegt hij, refererend aan de dood van de 23-jarige Kroatische geneeskunde student Suada Dilberovic en de 34-jarige ambtenaar Olga Sucic op de Vrbanja-brug in Sarajevo op 5 april 1992.

Vrbanja-brug © WAFeltman, Wikicommons

'En een stukje verderop vind je de plek waar de Romeo en Julia van Sarajevo werden gedood. Het jonge koppel -zij was moslim en hij Serviër- wilde alleen de Vrbanja-brug oversteken om het door Serviërs bezette gebied in Grbavica te bereiken. Ondanks dat het Bosnische en Servische leger afspraken hadden gemaakt om het koppel te laten passeren, werden ze beschoten.' Een gedenksteen vermeld dat het onbekend is wie de dodelijke schoten heeft afgevuurd. Het paar bleef acht dagen op de brug liggen, omdat het te gevaarlijk was hun lichamen daar weg te halen.

Toch gedenken niet alle bezienswaardigheden de gruwelen van oorlog. In een uitloper van de wijk Vraca die binnen het grondgebied van de huidige Bosnische Servische entiteit Republika Srpska valt, werd in juni 2014 een gedenksteen geplaatst om de plek te markeren waar generaal Mladic stond toen hij zijn troepen het vuur liet openen op de burgers van de stad. De inscriptie van het door Servische veteranen geplaatste monument luidt: 'Op deze plek heeft Ratko Mladic, commandant van het leger van de Republika Srpska, op 19 mei 1992 twee zelfgeorganiseerde bataljons uit Novo Sarajevo geïnspecteerd.'

Voor Duncan een onbegrijpelijke zet. 'Hoe kun je iemand eren die zoveel leed teweeg heeft gebracht', vraagt hij zich af. Mladic werd op 22 november 2017 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens deelname in, en zijn bijdragen aan joint criminal enterprises die het plegen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven als doel hadden. Duncan: 'Het is een oorlogsmisdadiger. Wat voor een signaal moet er van dat gedenkteken uitgaan?'

Kurbasic op zijn beurt probeert er niet te zwaar aan te tillen. Volgens hem is het recente toeristische succes te danken aan verzoening en openheid om over het verleden te praten. "We moeten waken voor subjectieve impressies', zegt hij. 'Dat brengt enkel pijn, terwijl we willen onderwijzen. Ik geef niemand de schuld.'