Zijn jurken uit plastic beter voor de planeet dan wollen truien? Materialenranking door EU zaait verwarring  

Een wollen trui minder goed voor de planeet dan een versie in polyester? © Getty
Sarah Vandoorne
Sarah Vandoorne Freelance journalist

Is een katoenen topje of een wollen trui milieuvriendelijker dan een broek van kunststof? Europese onderzoeken lijken het tegendeel te bewijzen, de voorstanders van natuurlijke vezels reageren misnoegd. ‘Als je logisch nadenkt, dan klopt dat toch helemaal niet?’

Katoen en wol hebben hun reputatie mee. Al duizenden jaren houdt wol ons warm, in de zomer gaan we maar al te graag gehuld in katoen. De stoffen zijn natuurlijk en ademend: katoen wordt geteeld en schapen geschoren.

Bovendien zijn ze biologisch afbreekbaar, benadrukt Stijntje Jaspers. Zij is medeoprichter van het Nederlandse Fibershed, een organisatie die streeft naar een meer lokale textielproductie van natuurlijke vezels. ‘Als je een trui van katoen of wol in de grond stopt, dan duurt het slechts drie maanden vooraleer het kledingstuk composteert.’

Kunststoffen zoals polyester en nylon zouden daarentegen meer dan driehonderd jaar nodig hebben om te desintegreren. Maar zeker weten we dat niet, menen plasticexperts, omdat er nog geen eeuw verstreken is sinds we kledij van kunstvezels begonnen te dragen.

Twee derde van onze kleerkast is plastic

Intussen is polyester alomtegenwoordig in onze kleerkast. Maar liefst 67 procent van de kledij die we dragen, bestaat uit kunstvezels. Het grootste deel daarvan is polyester. Ter vergelijking: minder dan een kwart (24 procent) bestaat uit katoen, minder dan één procent (0,9 procent) van onze kleerkast is gemaakt van wol.

Kunststoffen zijn doorgaans afgeleid van fossiele brandstoffen, een eindige grondstof, in scherp contrast met de katoenteelt of de wol die op schapen hun rug groeit. Het lijkt dus logisch dat de milieu-impact van polyester vele malen groter is dan natuurlijke stoffen.

Lees ook: Polyester is wat de mode- en olie-industrie verbindt: dit zijn de alternatieven

Maar zo simpel is het niet. De Europese Unie is volop bezig met vastleggen wat de beste stof in onze kleerkast is, als onderdeel van de Green Deal. Momenteel is er een rangschikking tussen stoffen in volle voorbereiding, die onder de Product Environmental Footprint valt – of kortweg ‘PEF’. Die maatstaf plaatst wol en katoen lager in het klassement dan polyester.

Dat blijkt althans uit de eerste testresultaten van het bedrijf Glimpact, dat de PEF-parameters toepaste op T-shirts van linnen, polyester, acryl, nylon, zijde, katoen en wol.  Enkel linnen kon polyester van de troon stoten volgens deze berekeningen. Wol scoorde wel tien keer lager dan polyester.

De redenering is dat schapen, en bijgevolg ook wolvezels, een enorme voetafdruk hebben. De grootste boosdoener is methaangas: per schaap kan dat gaan om dertig liter methaan per dag. De scheten die schapen laten hebben met andere woorden zo’n impact op het milieu dat de Europese regels wollen truien lager in de ranking plaatsen dan kledij van kunststoffen.

Sector reageert: ‘Absoluut rampzalig’

De Europese landbouwsector en andere belanghebbenden zijn niet te spreken over het klassement van de Product Environmental Footprint. Begin april uitten organisaties die natuurlijke stoffen promoten hun ongenoegen in het Europees Parlement. Ze verenigden zich onder de noemer ‘Make The Label Count’.

Christopher Stokes, vertegenwoordiger van het biokatoenlabel Global Organic Standard (GOTS), noemt de PEF een ‘absolute ramp’. Schapenhoeder Lesley Prior zegt ‘erg gefrustreerd’ te zijn. ‘Mijn boerderij bestaat al meer dan duizend jaar, al die tijd hebben schapen het onderhouden. Hoezo zijn zij slecht voor het milieu?’

Microplastics

‘Het idee om een onafhankelijke rangschikking te hebben is zeker niet slecht, maar er zijn te veel fouten gebeurd’, vindt Stijntje Jaspers. Naar de impact van plastic afval is niet gekeken, hernieuwbaarheid van de vezels evenmin. Ook microplastics spelen niet mee voor de eindscore. Voor elk polyester truitje dat gewassen wordt, komen er nochtans zo’n 23.723 microvezels vrij.

‘Intussen zijn er zelfs microplastics in ons brein gevonden’, benadrukt Elke Hortmeyer, specialist in katoen. Hortmeyer is woordvoerder van ‘Make The Label Count’ en neemt het op voor die natuurlijke vezel door te hameren op het het sociale aspect: de katoenteelt biedt werkgelegenheid aan 150 miljoen mensen die anders mogelijk in armoede zouden terechtkomen.

Liever katoen dan polyester, vindt ook Jaspers. ‘In producten waar geen plastic in hoeft te zitten, zit het er beter niet in. De economie wil af van olie en gas, maar in kledij gaan we het toejuichen? Als je daarover nadenkt, is dat gewoon niet logisch.’

Meer kleren, minder impact

Toch zijn de onderzoekers van de PEF niet de enigen die met een zekere mildheid naar kunststoffen kijken. Neem nu het rapport over kledingconsumptie dat de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) eind maart publiceerde, in opdracht van het Europese Milieuagentschap.

Eerst het slechte nieuws: het rapport toont aan dat we meer textiel dan ooit consumeren. In 2024 kochten we 19 kilogram per persoon, huishoudlinnen en schoenen inbegrepen. Als je dat uitrekent in T-shirts, kom je aan 126 stuks. Dat is twee kilogram (oftewel 13 T-shirts) meer dan in 2019.

Dat klinkt als een ramp voor onze planeet, maar er is ook goed nieuws. De impact van die grote hoeveelheid kleren is gedaald of hetzelfde gebleven. Dat wil zeggen dat kledij minder vervuilend is dan voorheen.

Een verklaring daarvoor vinden is niet evident, stellen onderzoekers Anse Smeets, Saskia Manshoven en Tom Duhoux. Als ze toch een poging doen, verwijzen ze naar de inspanningen van de sector om productieprocessen te verbeteren. Maar ook het stijgende aandeel van polyester kleding heeft vreemd genoeg een positief effect. Vezels uit kunststof hebben namelijk amper nood aan grond en water.

Tweemaal Tsjechië

De oppervlakte die de gemiddelde Europeaan nodig heeft om aan zijn kledinghonger te voldoen is 323 vierkante meter land per persoon. Voor alle EU-burgers samen komt dat neer op 144000 vierkante kilometer, oftewel twee keer de grootte van Tsjechië.

Per ton wol is er nood aan 278 hectare grond. Een ton katoen vraagt één hectare grond. Polyester wordt gewonnen uit fossiele brandstoffen en maakt geen gebruik van landbouwgrond, zo luidt de redenering.

‘We vergeten dat we oerwouden kappen en oceaanbodems kapotmaken om olie te ontginnen’, reageert Jaspers. ‘Dat is natuurlijk óók landgebruik.’ Dat de hoeveelheid grond als inherent negatief gezien wordt, kan er bij haar niet in. ‘Monoculturen putten de bodem uit, maar regeneratieve landbouw heeft juist een positief effect op het land.’

Wat het waterverbruik betreft, scoort polyester effectief beter dan katoen. De katoenteelt vraagt zo’n 1600 liter water per kilogram stof, polyester slechts 62 liter. Om 1 kilogram katoen te kleuren is bovendien 125 liter water nodig, bij polyester is dat ‘slechts’ 88 liter.

Toxisch textiel

Maar ook de kleurstoffen waarmee polyester kledij geverfd wordt liggen onder vuur: daarin zitten vaker schadelijke chemicaliën, zoals hormoonverstoorders en zware metalen.

In het verleden onderzochten Greenpeace en Testaankoop kledij van de Chinese webwinkel Shein, dat kleren verkoopt die voor maar liefst 81 procent uit kunststoffen bestaan. Bij Greenpeace bevatte 15 procent toxische stoffen die de wettelijke norm overschreden. Bij Testaankoop bleek 40 procent schadelijk, al was het merendeel wel binnen de limieten die de EU oplegt: slechts 1 op de 25 kledingstukken was niet conform de wetgeving.

Het onderzoeksinstituut Centexbel, dat ook de labotesten voor Testaankoop uitvoerde, testte eind vorig jaar vijf kledingstukken van Shein in opdracht van het Nederlandse tv-programma Pointer Checkt. Twee daarvan bleken toxisch: ze bevatten tot wel 325 keer meer weekmakers, een hormoonverstoorder, dan wettelijk toegelaten.

Lees ook: Sporten gezond? Hangt van je sportlegging af: ‘Chemicaliën die beloven dat je niet zult zweten zijn schadelijk voor onze huid’

Dermatoloog Olivier Aerts (UAntwerpen) bevestigt dat mensen met een textielallergie of irritatie meestal slecht reageren op synthetische stoffen. De boosdoeners daar zijn de kleurstoffen die eigen zijn aan kunststoffen: disperse kleurstoffen.

Niet zo natuurlijk

Tom Duhoux van VITO vult aan dat ook voor de verwerking van wolvezels schadelijke stoffen gebruikt kunnen worden, zoals detergenten en zware metalen als chroom. Stijn Steuperaert van Centexbel bevestigt dat ook natuurlijke vezels schadelijke stoffen kunnen bevatten. Zo vond hij biociden, een vorm van pesticiden, op wol en katoen terug.

Vooral de reguliere katoenteelt hangt enorm af van bestrijdingsmiddelen. De plant beslaat 2,5 procent van het globale landbouwareaal. Toch vraagt het 15 procent van alle pesticiden en 25 procent van alle insecticiden die wereldwijd gebruikt worden.

Kwaliteit boven alles

Heel wat pro’s en contra’s voor de verschillende materialen dus. We leggen ze voor aan materiaalkundige Sander De Vrieze, tevens werkzaam bij Centexbel. In tegenstelling tot de EU weigert hij een rangschikking te maken die wol, katoen en polyester tegen elkaar afweegt. ‘Ze hebben alle drie hun positieve en negatieve kanten’, meent hij. ‘Wat veel belangrijker is, is hoe de stoffen gebruikt worden.’

De kwaliteit van de stof bepaalt mee hoe duurzaam hij is, vindt De Vrieze. Hij verwijst naar een leidraad van VITO en Flanders DC, die merken helpen waken over de kwaliteit van hun kleren. Het document lijst een aantal testwaarden op, bijvoorbeeld op het vlak van naadsterkte en kleurvastheid, om de levensduur van een kledingstuk na te gaan. Het gaat om aanbevelingen uit het labo, met het blote oog kan je die moeilijk nagaan. Of toch?

Als hobby bezoekt De Vrieze in het weekend regelmatig Kringwinkels. Daar merkt hij dat de kwaliteit van kledij enorm achteruitgegaan is. ‘Mannenjeansbroeken scheuren makkelijkst bij het kruis, maar extra laagjes stof rond de ritssluiting zie je amper nog. En dubbele stiksels zijn natuurlijk beter dan enkelvoudig gestikte naden, maar zelfs in de betere winkels vind je dat niet meer vaak.’ Als hij goede stukken vindt, zijn het vaak oudere kledingstukken. ‘Die kunnen zowel uit wol, katoen als polyester bestaan.’

In theorie gaan synthetische materialen langer mee dan natuurlijke, omdat de vezel sterker is. Maar ook dat zegt niks over de werkelijke levensduur, stelt Stijntje Jaspers. ‘Sportshirts gaan snel stinken, waardoor je ze sneller afdankt. Ook gooien we polyester kledij snel weg omdat het vaak goedkoop is. Een wollen mantel houden we juist lang bij.’

Van bacteriën tot polyester

Toch kunnen sommige kunststoffen net bijzonder duurzaam zijn. De Vrieze verwijst naar het materiaal PHA (of voluit: polyhydroxyalkanoate), een nieuwe vorm van polyester gemaakt van bacteriën die op afval groeien. De bacteriën voeden zich aan afvalstromen, van voedseloverschotten tot vaten oude motorolie. In hun groeiproces zetten ze dat afval om tot basismoleculen waarvan je PHA kan maken.

Net als katoen en wol, en in tegenstelling tot regulier polyester, is PHA biodegradeerbaar. ‘Al duurt het afbraakproces langer dan bij natuurlijke stoffen’, zegt Jaspers. Het risico om microplastics af te geven, is bovendien klein, aldus De Vrieze. De Vrieze noemt het ‘het meest hippe en gevraagde materiaal’ van het moment. ‘Een aantal grote bedrijven, waaronder het Amerikaanse Danimer en het Japanse Kaneka, zijn het volop aan het ontwikkelen.’

Momenteel is de vezel nog niet op de markt. Maar ook daarna zal het lastig speuren worden naar de stof. ‘Op het label zal het gewoon vermeld staan als polyester. Je kan dus niet weten of het een goede of slechte polyester is.’

Of kunststoffen duurzaam zijn, of duurzamer dan katoen en wol, daar zijn serieuze vraagtekens bij te plaatsen. Maar in de toekomst zal op zijn minst een deel van de polyesterproductie, de PHA-stoffen, goed zijn voor de planeet.

TIP

Helaas, een duidelijke ranking van welke stoffen nu het allerbest zijn voor het milieu bestaat nog niet. Of toch geen waar consensus over bestaat. Als modefan koop je dus best zo kwalitatief mogelijke kleding, die lang meegaat. Een ecologische voetafdruk hebben ze namelijk allemaal, daar kunnen we niet omheen.

Als er geen polyester in je kleding hoeft te zitten – wat bij functionele kleding zoals regenjassen en sportkleren moeilijk te vermijden is – kies dan liefst voor natuurlijke stoffen uit één type materiaal, zoals honderd procent katoen, linnen of hennep (met biolabel en/of deels gemaakt van gerecycleerd vezels). Of kies voor moderne stoffen die speciaal werden ontwikkeld voor hun duurzame karakter – als ze al op de markt beschikbaar zijn. Denk aan het hierboven vermeldde PHA, Tencel (een duurzamere variant van viscose), of meer futuristische materialen, zoals mycelium of labgekweekt katoen.

Lees ook: Bestudeer de stoffen en keer kleding binnenstebuiten: zo herken je kwalitatieve kleding

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise