De modewereld is er een met twee gezichten. Wie met modeontwerpers praat en designteams bezoekt, ziet de sector van zijn meest creatieve kant: een wereld waarin designers bevlogen over hun inspiratiebronnen praten, ideeën vaak gedurende weken of maanden rijpen vooraleer ze tot een concreet ontwerp leiden en elk detail van een kledingstuk een gans denkproces verbergt. Ontwerpers met een langere staat van dienst hebben doorheen hun carrière vaak een eigen universum met een herkenbaar, maar uniek idioom ontwikkeld.
...

De modewereld is er een met twee gezichten. Wie met modeontwerpers praat en designteams bezoekt, ziet de sector van zijn meest creatieve kant: een wereld waarin designers bevlogen over hun inspiratiebronnen praten, ideeën vaak gedurende weken of maanden rijpen vooraleer ze tot een concreet ontwerp leiden en elk detail van een kledingstuk een gans denkproces verbergt. Ontwerpers met een langere staat van dienst hebben doorheen hun carrière vaak een eigen universum met een herkenbaar, maar uniek idioom ontwikkeld. Om maar te zeggen dat een ontmoeting met de creatieve geesten achter kleding - met zelfstandige ontwerpers, maar ook met huurlingen in dienst van een luxegroep en creatieve hoofden van grote ketens - vaak een overdonderende, maar deugddoende ervaring is.Tegelijk is de modesector ook een wereld met commerciële wetmatigheden, en al helemaal voor wie prêt-à-porter ontwerpt. Daar valt moeilijk te ontkomen aan de noodzaak om te verkopen en staat de creatieve vrijheid de jongste jaren onder druk van een steeds hoger werkritme. Raf Simons moest zijn eerste Dior-collectie op acht weken maken en gaf er wegens het helse tempo uiteindelijk de brui aan, maar nagenoeg alle labels zijn in hetzelfde bedje ziek.Zo worden zomer- en wintercollecties tegenwoordig aangevuld met zogenaamde pre-, tussen- of capsulecollecties en zet een beetje modelabel ook in op (meer toegankelijk geprijsde) accessoirelijnen. Daarbovenop komt een ontwikkeling waarbij ontwerpers ook verantwoordelijk zijn voor advertentiecampagnes en andere marketingtools, en dan is er nog de druk om spraakmakend te zijn tijdens de modeweken en op de sociale media. En dus hollen designers deadlines achterna en duiken ze van de ene meeting in de andere. Tijd om zich te laten inspireren en een collectie uit te werken is een luxe die veel ontwerpers zich niet meer kunnen veroorloven.Een echte verrassing is de koerswijziging van A.F. Vandevorst dan ook niet. Anderen ontwerpers namen de voorbije jaren een gelijkaardige beslissing. 'Commerciële beperkingen en het razende tempo van collecties laten je geen enkele vrijheid, noch tijd die nodig is om frisse ideeën te vinden en te innoveren', zei Jean Paul Gaultier in 2014, toen hij na 38 jaar een punt zette achter zijn prêt-à-portercollecties en besloot om zich te concentreren op haute couture. 'Zo kan ik mijn creativiteit en mijn drang naar research en experimenteren uitdrukken', zei de Fransman over zijn 'grootste voldoening'.Enkele maanden later namen het Nederlandse ontwerpersduo Viktor & Rolf hetzelfde besluit. Ook zij focussen zich sindsdien op hun couture- en parfumlijn. Opvallend: de motivering achter de beslissing leek als twee druppels water op die van Gaultier. 'We hebben op dit moment de behoefte om ons weer te focussen op onze artistieke roots', vertelde Viktor Horsting in WWD, en dat prêt-à-porter hun creativiteit beperkte. 'Door dat los te laten, krijgen we meer vrijheid'.Dezelfde balans maken ook An Vandevorst en Filip Arickx nu dus op. 'De laatste twintig jaar hebben ons geleerd dat we meer willen creëren en meer creatieve vrijheid willen verwerven', laat het duo weten in een persbericht waarin ook woorden als originaliteit en vakmanschap opduiken. 'We moeten onze eigen weg volgen, met minder beperkingen.'Wellicht is het ontwerpers die op de rem gaan staan niet alleen om hun creatieve output te doen. Nauw verbonden daarmee zijn hun persoonlijk welzijn en geluksgevoel. In haar veelbesproken Anti-Fashion Manifest wees de Nederlandse trendwatcher Lidewij Edelkoort al in 2015 op het 'vreselijk stressvol bestaan' van designers in het huidige fashion system. Modeconsultant Jean-Jacques Picart benadrukte in een interview dat de crisis in de mode niet alleen financieel, economisch en commercieel van aard is, maar ook sociaal.Ontwerpers zijn uiteraard niet de enige beroepsgroep die zelden of nooit vakantie neemt en moeite heeft om het contact met vrienden en familie te onderhouden. Maar misschien zijn ze wel extra kwetsbaar voor burn-outs, suggereerde de Britse modejournaliste Suzy Menkes: 'Omdat ontwerpers vaak heel gevoelig en emotioneel zijn, lijden zij het meest van al onder het moordende tempo. Hun takenpakket is gewoon te groot geworden.'Jongere ontwerpers als Anthony Vaccarello lijken alvast lessen te trekken uit het wedervaren van oudere collega's en zich bewust te zijn van de risico's. In een interview wezen de Parijse modeheadhunters Mathias Ohrel en Céline Toledano ons vorig jaar al op een aanstormende generatie van designers die in de eerste plaats gelukkig willen zijn: ontwerpers die minder hooi op hun vork zullen nemen, meer zullen samenwerken en delegeren of eerder voor freelancewerk zullen kiezen. Laat ons dus niet al te rouwig zijn om de koerswijziging van A.F. Vandevorst: designers die hun eigen geluk serieus nemen en waken over hun creatieve vrijheid, daar varen ook modeliefhebbers wel bij.