Denimlovers zweren niet alleen bij Denham omwille van de vernieuwende designs, maar ook voor het duurzaam imago. Het label introduceert regelmatig nieuwe duurzame technieken zoals Orta Blu, Ozone Denim en Eco-Ice. In hun fabrieken wordt gezocht naar nieuwe manieren om minder water te verbruiken, denim te recycleren en de stoffen op een minder vervuilende manier te verven. Dat gebeurt in Japan, Turkije en de Verenigde Staten, maar vooral in Italië.
...

Denimlovers zweren niet alleen bij Denham omwille van de vernieuwende designs, maar ook voor het duurzaam imago. Het label introduceert regelmatig nieuwe duurzame technieken zoals Orta Blu, Ozone Denim en Eco-Ice. In hun fabrieken wordt gezocht naar nieuwe manieren om minder water te verbruiken, denim te recycleren en de stoffen op een minder vervuilende manier te verven. Dat gebeurt in Japan, Turkije en de Verenigde Staten, maar vooral in Italië. Daar, in het natuurgebied Ticino Park vlakbij Milaan, ligt denimfabriek Candiani, waar al vier generaties van dezelfde familie op hun eigen manier innoveren. "Die drang naar vernieuwing loopt als rode draad doorheen onze geschiedenis," zegt de jongste leidende telg van de Candiani-familie, Alberto. "Tekenend daarvoor is hoe lang we hebben moeten zoeken naar foto's toen we voor ons 75-jarige bestaan een paneel met daarop enkele hoogtepunten wilden maken. We blijven maar vooruit gaan, en daarmee verlies je soms een stukje verleden."Elke generatie maakte op zijn eigen manier dat Candiani een toonaangevende denimproducent werd. In 1938 stampte pater familias Luigi Candiani zijn weeffabriek uit de grond. Onder het bewind van diens zoon Primo Candiani transformeert de typische werkkledij in de alledaagse jeans zoals we hem vandaag kennen en zijn opvolger Gianluigi maakte stretch denim steeds beter. Sinds 2000 waait er opnieuw een frisse wind doorheen het bedrijf, een wel een schone ook: Alberto wordt door medewerkers ook wel eens omschreven als Mister Sustainability. "Ik leg inderdaad een sterke focus op het milieu. Maar die naam hoeft er voor mij niet bij." (lacht) Wat je ook verwacht van een denim fabriek: die van Candiani beantwoordt vermoedelijk niet aan het idee in je hoofd. De opvallend kleine fabriek, die onder meer Denham in zijn klantenbestand heeft staan, ligt in het natuurgebied Valle del Ticino. Die bijzondere ligging alleen al heeft bijgedragen aan het groene beleid van het bedrijf: er zijn strenge plaatselijke regels waaraan Candiani moet voldoen. "Bovendien komen al onze medewerkers uit deze regio. Het zou dus gek zijn om de natuur die ons omringt niet in ere te houden," zegt marketing manager Simon Giuliani. Alberto Candiani beaamt dat: "Vroeger dacht niemand eraan om de katoen- en jeansindustrie milieuvriendelijker te maken. Mijn grootvader startte dit bedrijf in 1938 op deze plek, in een natuurgebied. Door onze ligging was Candiani sowieso al schoner dan eender welk ander bedrijf, want we moeten nu eenmaal al jaren rekening houden met de natuur rondom ons. Maar we beseften dat niet, want dit was nu eenmaal onze manier van werken." Candiani respecteert dus haar directe omgeving, maar daarmee stopt het duurzaam verhaal van de denimproducent niet. Als we Alberto vragen naar wat hij allemaal onderneemt om zo duurzaam mogelijk te werken, gaan zijn ogen glinsteren. Zijn merk kiest niet alleen steeds meer voor biologisch en fair geteeld katoen - nu ligt het aandeel fairtrade katoen op 35 %, binnen dit en drie jaar hoopt het bedrijf dat op te trekken tot 100% -, maar ook de technologie wordt systematisch vernieuwd in functie van de duurzaamheid. Candiani recycleert denimvezels en zoekt manieren om dat steeds efficiënter te doen, experimenten met artificiële vezels beginnen hun vruchten af te werpen en het water dat nodig is tijdens de verwerking wordt zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. "Maar duurzaamheid is zoveel meer dan dat!", aldus een even vurige Simon Gioliani. "Weet je wat ook duurzaam is? Personeel dat blijft komen." Simon wijst naar een van de vrouwen in voetbaltenue op een zwart-witfoto in de hal. Erop blinkt het winnende elftal dat ergens begin de jaren '80 het intern Candiani-toernooi won. "Zie je deze vrouw? Zij zit nu achter de receptie. En die vrouw waarmee ik hiernet praatte, is getrouwd met de man hier achter mij. De man die daar in de hoek zit, is de broer van die andere man die we daarnet tegenkwamen aan de kantoren. Hun zus zit op de administratie-afdeling, hun neven werken hier ook en hun vader is onlangs met pensioen gegaan." Het moet alleszins een fijne bedoening zijn in het Ticino Park, want 80 % van de Candiani-werknemers zal volgens Simon tijdens zijn of haar loopbaan geen enkele andere job beoefenen.Personeel dat iets geeft om de streek waarin en bedrijf waarvoor het werkt lijkt inderdaad een solide basis om een product uit te werken dat over nog eens vier generaties nog steeds bestaat. Volgens een begeesterde Simon is er echter nog meer dan dat. "Maar daarvoor moet ik je laten zien wat we hier maken."De marketing manager - die geen bloed deelt met de Candiani's, maar zich wel als familie voelt ("net zoals iedereen hier") - neemt ons mee naar een magazijn waar rollen verschillende soorten denim opgestapeld liggen. "Zo gaat het normaal," begint hij, "Een klant koopt de stof, stuurt het naar een fabriek die de jeans maakt, daarna naar een wasserij en vervolgens naar de winkel. Het wassen van denim is erg bepalend voor hoe het eindproduct er zal uitzien. Daarom hebben wij stoffen ontworpen die afgestemd zijn op wat je ermee wil doen. Wil je een vintage look? Daarvoor hebben wij een verftechniek ontworpen waarmee je snel een vervaagde tint krijgt, zodat je achteraf minder water en tijd nodig hebt. Wil je een no fade-concept? Dan hebben we daar een andere techniek voor bedacht. Behalve telkens het juiste product aan te bieden, leiden we ook designers op om de beste keuzes te maken bij de zoektocht naar hun stof. Als ze te weinig kennis hebben en onze stoffen fout gebruiken, kan het duurzaam effect teniet gedaan worden."Het bedrijf is niet gierig met die kennis: met gedetailleerde informatieborden vol details over de katoenvezels, de verftechnieken en weefmethodes laten ze klanten de beste keuzes maken en gaan ze van modeschool naar modeschool. "De tijden dat niemand wist waar duurzaam geproduceerd textiel voor staat, komen op zijn einde. Steeds meer mensen willen weten waarom ze iets specifiek kopen, en dat zal alleen nog maar toenemen. En je moet jezelf wel informeren, want het systeem met labels en certificaten is te complex. Je mag niet verwachten van een klant dat hij alles weet over denim, dus proberen we wat je wél moet weten zo simpel mogelijk voor te leggen." Tijdens dat duurzaam denken verliest Candiani haar publiek niet uit het oog. Zoals Simon het erg zelfverzekerd stelt: "Je gaat de wereld niet veranderen met producten die wel groen, maar net iets minder mooi zijn. Wat wij maken, is groener én mooier." En dat kan ook, aldus Alberto: "In het Italië van de jaren '90 was groen denken een dure zaak. Je had bijvoorbeeld wel biologische producten, maar die waren enkel weggelegd voor de mensen die hun leven inrichtten in functie van de groene zaak. Vandaag staat de technologie aan onze kant en worden duurzame producten steeds competitiever. Things are changing."In die veranderende industrie beschouwt Candiani zichzelf als toonzetter. "Wij willen de sector blijven verbeteren," aldus Alberto. "Om eerlijk te zijn: de sector is op dit moment niet zo spannend als enkele jaren geleden. Sommige mensen klagen daarover, maar ik zie dat net als een grote kans. Nú is het moment dat er dingen kunnen gebeuren." En er is nog veel dat kan gebeuren, als het van diezelfde Alberto Candiani afhangt. Hij droomt luidop van de denim fitnessoutfits, skikledij of fietsuitrusting. Wordt indigo saai, dan proberen ze toch gewoon andere afwerkingen? Zullen designers weer meer hun eigen ding kunnen doen in plaats van fast fashion labels achterna hollen (en omgekeerd)?Een designer waar hij geen kwaad woord over kan zeggen, is Jason Denham. "De denim industrie bestaat uit drie soorten mensen: zij die er geen moer om geven, zij die er wel om geven en zij die er gek op zijn. Jason en ik zitten voor de volle 300 % in de derde categorie. We spreken dezelfde taal en zo komen we steeds met betere dingen. Als ik denk dat ik iets ongelofelijks cool heb bedacht, is Jason de eerste die ik bel en dan probeert hij het uit. Maar andersom gaat het ook: dan komt hij met een idee en werk ik het uit." De twee mannen leerden elkaar al jong kennen, nog voor Alberto in het bedrijf stapte en zijn vader opvolgde aan het hoofd van Candiani. "Ik heb Jason altijd als mentor bekeken, hoewel hij niet zoveel ouder is als ik. Hij is zo getalenteerd, en niet alleen vanuit designoogpunt. Het enige gezichtspunt dat ik als kind heb meegekregen, is dat van het ontwerpen van de stof. Er kleren van maken was de job van iemand anders. Dat veranderde helemaal toen Jason Denham in mijn leven kwam. Door hem zag ik in hoe belangrijk de stof is om een goede five pocket te maken."De nauwe samenwerking tussen Denham en Candiani is tekenend voor de visie van beide bedrijven op de toekomst van de sector. Door beter naar elkaar te luisteren, kunnen ze producten maken waarmee beide partijen tevreden zijn en die toch hun impact op het milieu zo klein mogelijk houden. Het motto van Candiani is niet voor niets 'the greenest in the blue world'. "Oké," besluit Alberto op het einde van de dag, "ik heb wel vrede met die naam Mister Sustainability. Ik ben klaar om de industrie groener te maken."