Sonja Noël runt al 40 jaar modetempel STIJL in Brussel: ‘Ik zag het als mijn missie om De Zes aan het grote publiek te tonen’

Al 40 jaar kun je in de Dansaertstraat niet om STIJL heen, het walhalla voor wie van Belgische mode houdt. Het Mode & Kant Museum wijdt terecht een expo aan de vrouw achter de boetiek en haar invloed op vier decennia mode. Hoe kijkt Sonja Noël daar zelf op terug?
Een expo gewijd aan een boetiek en haar oprichter, dat zie je niet vaak. Maar zonder Sonja Noël, eigenares van STIJL, had de Belgische mode er heel anders uitgezien. Sinds 1984 zet deze winkel in het hart van Brussel de toon: Noël is een voortrekker van de Belgische mode en ondersteunt ontwerpers vanaf hun eerste stappen. ‘Ze schreef mee de geschiedenis van de mode in Brussel’, zegt Caroline Esgain, conservator van het Mode & Kant Museum.
Aan de hand van ruim zestig ensembles en accessoires, bewust niet-chronologisch opgesteld, belicht de expo 40+ years STIJL het werk van verschillende ontwerpers. De curator van de tentoonstelling is Aya Noël. De modejournaliste, onderzoeker en curator groeide op met STIJL: ze is namelijk de dochter van Sonja. Om de expo voor te bereiden dook ze in de erfenis van haar moeder en haar vader, die in de schaduw werkt. Een enorme uitdaging, geeft ze toe. ‘Hoe geef je vorm en betekenis aan al die anekdotes en verhalen uit de familie en de persoonlijke archieven?’ Ze loste het op door elk hoofdstuk van het succesverhaal van de boetiek tegen het licht van de Belgische modegeschiedenis te houden.
Defilé met politie
Als Sonja Noël ons binnenlaat op nummer 74 in de Dansaertstraat – het is avond en de winkel is al gesloten – valt ons oog op de zwarte outfit die ze aanheeft: zou dat een Ann Demeulemeester zijn? Ze bevestigt ons vermoeden. Ze is altijd fan geweest van de strakke poëzie van de Antwerpse modeontwerper.
Speciaal voor Knack Weekend wil ze voor één keer terugblikken op het verleden, al druist dat in tegen haar principes, vertelt ze: ‘Ik heb nooit achteromgekeken. In de wereld van de mode kijkt men alleen vooruit.’ Ze steekt van wal, gezeten op een krukje dat perfect past bij de witte tafel die Ann Demeulemeester lang geleden ontwierp voor Bulo en die een centrale plaats inneemt in de winkel.
STIJL werd officieel ingehuldigd op 27 september 1984. STIJL, de naam alleen al is een manifest. Om de start te vieren organiseert Sonja Noël, bijgestaan door een vrolijke bende vrienden en kunstenaars, een modeshow in de Dansaertstraat. Amateurmannequins, gewoon van de straat geplukt, lopen met veel flair heen en weer over de stoep terwijl politieagenten het verkeer in goede banen leiden.
In het uitstalraam pronkt een selectie van jonge Zwitserse en Franse ontwerpers. Zij zijn de favorieten van de 23-jarige eigenares van de boetiek, die nog niet zo lang daarvoor een diploma kunstgeschiedenis behaalde aan de VUB. Sonja Noël ontdekte de talenten in haar etalage op een salon voor prêt-à-porter in Parijs, dat ze kort voordien voor het eerst had bezocht. ‘Ik was nog nooit naar zo’n salon geweest’, geeft ze toe. ‘Ik weet nog dat ik geweldig onder de indruk was van een inkoper die Jean Paul Gaultier droeg en een fez ophad. Met veel weidse gebaren maakte hij zijn keuze uit het aanbod. Ik hield hem goed in de gaten en maakte vervolgens mijn eigen keuze.’
Al snel fungeert STIJL als een soort laboratorium. De boetiek speelt de rol van ijkpunt, aantrekkingsplaats en incubator. Sonja Noël heeft immers een visie, zoals een curator die heeft. Ze deelt er haar voorkeur voor avant-gardisme en ook wel voor minimalisme: ‘Geen flashy ontwerpen, geen blingbling of logo’s die je van een kilometer afstand herkent.’ De mode die ze aanbiedt moet sterk, radicaal én draagbaar zijn. ‘Een kledingstuk dient niet om aan de muur te hangen’, beklemtoont ze. ‘Het moet goed staan op het lichaam. Ik vind het fijn wanneer iemand zich er goed in voelt. Mode moet de persoon die het draagt niet alleen kleden, maar ook kracht en uitstraling geven. Anders is ze mislukt.’
Als pionier mengde Noël alles door elkaar in haar winkel: namen, generaties, beginnende labels die ze beloftevol vond en ging promoten, en bekende ontwerpers met een eigen stijl. De lijst is lang, een vijftigtal namen, van A Propos (van Ernst Walder) tot Y/Project. Verschillende generaties Belgische ontwerpers naast internationale namen als Rick Owens, Helmut Lang of Romeo Gigli. Sonja Noël kent ze allemaal persoonlijk, respect en loyauteit staan bij haar voorop.
Haar lange vriendschap met ontwerper-kunstenaar Marina Yee is een mooi voorbeeld. Noël blikt terug op hun eerste ontmoeting. In 1984, tijdens de uitreiking van de Canettes d’Or, viel ze als een blok voor de collectie van Marina Yee. Ze wist onmiddellijk dat ze de collectie van de Antwerpse in haar boetiek wilde aanbieden. ‘Het leek wel of Marina de patronen uitrekte: extra lange jurken met geaccentueerde taille, ruime mantels met brede schouders en figuurnaden aan de buitenkant… Ik vond haar werk ongelooflijk, zo fascinerend!’
Met dank aan Sonja
‘Sonja en STIJL hebben van de Dansaertwijk dé geliefkoosde plek gemaakt van modeliefhebbers die op zoek zijn naar iets bijzonders. Haar engagement voor de Belgische mode en het belang dat ze hecht aan authenticiteit, maken van haar een speciale vrouw, een icoon.’Bianca Quets Luzi, rechterhand van Raf Simons
‘Sonja heeft van bij het begin ons label ondersteund en daar ben ik haar dankbaar voor. Ze was en is een topvrouw voor de onafhankelijke ontwerpers. Ze is dus onmisbaar in het Belgische modelandschap.’ Raf Simons
‘STIJL heeft veel betekend voor mij. De winkel is een instituut, een referentie. Een voorbeeld van hoe je een boetiek moet runnen.’ Jan-Jan Van Essche
‘Als je gekozen wordt door Sonja en bij STIJL in de rekken hangt, behoor je tot de belangrijke Belgische ontwerpers. Ze moet je universum wel eerst begrijpen, maar dan verdedigt ze je door dik en dun.’ Jean-Paul Lespagnard
‘Sonja is een pionier en haar winkel is zonder overdrijven een van de meest inspirerende ter wereld. Ze belichaamt wat de eigenares van een topboetiek moet zijn: ze heeft een scherpe visie, een onverschrokken wil om risico’s te nemen en een diep respect voor ontwerpers en hun verhaal.’ Toos Franken
‘Sonja is altijd eerlijk en rechtuit geweest. Ze zal nooit iets zeggen om bij iemand op een goed blaadje te staan. Toen we begonnen, was STIJL de modetempel van Brussel, maar ook een belangrijke internationale speler. En dat is de winkel nog altijd!’ A.F. Vandevorst
‘Wanneer Sonja in de showroom naar de collecties komt kijken, laat ze je eerst vertellen over het proces en de weg die je afgelegd hebt. Dat is uniek, zeker in deze tijd. Tegenwoordig stellen veel inkopers alleen maar vragen over cijfers, en daarop baseren ze hun aankopen. Sonja was er voor mij vanaf mijn eerste seizoen. Maar het is niet omdat ze loyaal is tegenover een ontwerper dat ze die niet op de proef durft te stellen. In die zin is zij altijd een barometer geweest.’ Tim Van Steenbergen
‘Als kind bleef ik vaak lang voor de boetiek staan en dan dacht ik: wat zou ik graag willen dat mijn kleren hier ooit verkocht worden. Het was bijna een doel dat ik mezelf stelde. Sonja was de eerste die mijn collectie bestelde. Dat was voor mij een kwaliteitslabel: mijn merk bestond, het was te koop, en niet om het even waar! Sonja schrikt er niet voor terug om risico’s te nemen. Ze kiest voor de meest conceptuele stukken en ze begrijpt die. Ze kent haar klanten heel goed en kiest voor de beste en meest coherente stukken, die echt het verhaal van de collectie vertellen.’ Marie Adam-Leenaerdt
‘Onze eerste ontmoeting was heel mooi. Ik had een Canette d’Or gewonnen en na het defilé tikte Sonja me op de schouder. Ze zei dat ze de hele collectie wilde kopen. Ik kon dat niet geloven. Ze heeft een onfeilbare neus voor zoiets. Toen de Belgische mode van start ging met de Zes van Antwerpen, waren we absoluut nog niet bekend, maar zij voelde wat we waard waren. Ze heeft zoveel voor ons gedaan, voor de eerste generatie ontwerpers en voor de generaties die erna kwamen. Ze wordt erg onderschat, want de roem gaat naar de ontwerpers, maar zij verricht pionierswerk. STIJL is de enige boetiek waar alles begon en alles samenkomt. Ze verdient een standbeeld!’ Marina Yee
De Zes in de etalage
België is in die tijd een creatieve broedplaats voor de mode. Sonja Noël is net iets jonger dan de Zes van Antwerpen, die dan nog niet zo heten. Ze ontmoet hen via Marina Yee, die haar vrienden van de Modeacademie in Antwerpen aan haar voorstelt. Ze nodigen Noël in 1986 uit op de British Design Show in Londen, waar ze getuige is van hun ondertussen legendarische debuut. Vanaf dan steunt ze de Zes door hun collecties in de etalage te zetten. ‘Ik beschouwde dat als mijn missie’, vertelt ze. ‘Zelf was ik overtuigd van hun talent, maar de rest van de wereld kende hen nog niet. Het was aan mij om hen in de schijnwerpers te zetten en aan het publiek te tonen.’
STIJL wordt een soort bedevaartsoord. Studenten van de modeacademies, leergierig als ze zijn, lopen er de deur plat. Vaak maakt Sonja Noël deel uit van de jury die hun eindwerk moet beoordelen en daar groeien hechte vriendschappen uit. Neem nu Tim Van Steenbergen, die ze had gefeliciteerd met zijn afstudeercollectie. ‘Die collectie was zo sierlijk en gedurfd’, vertelt ze. ‘Wat hij deed was ongezien, zowel qua materialen als qua vormen en zelfs de manier van presenteren.’
Of Olivier Theyskens, die bij STIJL kledingstukken uit de vrouwencollecties kwam kopen. ‘Met zijn engelengezicht kon hij alles dragen. Ik vond zijn eerste defilé geweldig, dat was bijna haute couture, met die stoffen die hij op de zolder van zijn grootmoeder had gevonden en met al die nietjes die het lichaam deden uitkomen.’
Of tot slot Raf Simons, die ze als een goede fee naar binnen smokkelde op de defilés van Helmut Lang en Jean Paul Gaultier. Hij was nog jong en onbekend, opgeleid als industrieel vormgever, maar dromend van de mode, en had geen toegangskaartje. Later zou ze helemaal weg zijn van zijn eerste collectie in 1995 – wie had toen kunnen denken dat Simons op een dag de artistiek directeur van Dior, Calvin Klein en Prada zou zijn? Misschien wel Sonja Noël. Zij had meteen in de gaten hoe bijzonder hij was en hoe uniek zijn stijl. ‘Een beetje ruw en tegelijk geraffineerd.’ Raf Simons vergat haar niet: hij leende haar zijn vintage etalagepoppen uit zijn show Mapplethorpe, SS17 om de ensembles van STIJL te showen in het Mode & Kant Museum.
Sonja Noël raakt niet uitverteld over haar verleden. Ze herinnert zich alles nog. De kleine Antwerpse studio van Dries Van Noten bijvoorbeeld, die net zijn merk had gelanceerd en haar zijn collectie tot in de details toonde en uitlegde. Of die ochtend in december 1988, toen ze met haar pasgeboren baby in de armen naar Parijs trok om er de eerste collectie van Martin Margiela te ontdekken. En de stoemp met worst die ze samen aten in La Cigogne, ergens in 2001. Als koppige ondernemer had ze toen het plan om een boetiek te openen, helemaal gewijd aan Martin Margiela. Ze hadden elkaar twee keer ontmoet om samen de winkel te ontwerpen. Hij had foto’s genomen van de ruimte en die op groot formaat laten afdrukken. Daarop schetste hij met witte viltstift hoe hij het allemaal zag. ‘Ik vond dat fantastisch’, zegt ze.
Lees ook: Zes insiders over ontwerper Raf Simons: ‘Hij is een en al bezieling’
Veertig jaar lang, zes dagen op zeven, heeft Sonja Noël het beste van zichzelf gegeven om de Dansaertwijk, die nu echt haar stempel draagt, te doen leven. Ze opende er nog andere winkels, van STIJL Homme en STIJL Underwear tot Haleluja en Margiela. Ze ondersteunde de oprichting van de organisatie Modo Bruxellae, die het Brusselse modedesign deed openbloeien en die de voorloper werd van MAD Brussels. Ze bedacht nog andere manieren om het label Made in Belgium in de schijnwerpers te zetten, ze organiseerde evenementen die modeliefhebbers niet snel zullen vergeten. Ondertussen zette ze drie kinderen op de wereld, diende ze als kompas voor generaties jongeren die zich wilden uitdrukken via hun kleding, en kleedde ze zowel moeders en dochters als vaders en zonen.
En het gaat nog altijd door. Nu de vernissage van 40+ years STIJL eraan zit te komen, moet ze zichzelf even in de arm knijpen. Veertig jaar alweer? Ze glimlacht: ‘Ik heb een mooi leven, dat wil ik zeker benadrukken. Een oprecht en authentiek leven ook, van een verkoper die boven haar winkel woont. Daar hebben we nooit spijt van gehad, anders woonden we wel in een villa in Tervuren.’
40+ years STIJL, Mode & Kant Museum, Violetstraat 12, 1000 Brussel, van 18 april 2025 tot 11 januari 2026.
Lees ook: De Limburgse Zes vieren de Belgische mode: wie zijn deze jonge modeprofessionals?
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier