De jonge Belgische modeontwerpster Ilke Cop biedt een eigenzinnige stem in de hedendaagse modemallemolen. Voor de productie van haar urban couture voor de non-conformist kiest ze voor Belgische ateliers.
...

De jonge Belgische modeontwerpster Ilke Cop biedt een eigenzinnige stem in de hedendaagse modemallemolen. Voor de productie van haar urban couture voor de non-conformist kiest ze voor Belgische ateliers. Zo kan ze garanderen dat er tijdens de productie van haar kledij geen kinderarbeid of moderne slavernij aan te pas komt. En ook voor de stoffen van ILKECOP selecteert ze enkel Europese makelij. Door dicht bij huis te blijven, verkleint de ontwerpster haar voetafdruk op gebied van transport. Thuis bij de ontwerpster in Brussel mogen we in haar kledingkast neuzen. Wat volgt is een gesprek over persoonlijke stijl en de toekomst van de mode-industrie. ILKE COP: Ik hou van mooie spullen, maar heb meer het gevoel dat die op mijn pad terechtkomen dan dat ik er actief naar zoek. De laatste jaren heb ik ook minder tijd en zin om te shoppen. Sinds ik met mijn eigen modelabel ben gestart, shop ik veel bewuster.Als veertienjarige puber ging ik uiteraard ook met vriendinnen shoppen op zaterdagnamiddag. We trokken naar Antwerpen en gingen op de Meir bij fast fashion ketens binnen. Toen was ik me helemaal nog niet bewust van de vervuiling en uitbuiting van de mode-industrie. Ik ga, nu ik ouder ben, nooit meer op pad met als doel om een nieuwe garderobe te shoppen. Nu is het meer een uitdaging geworden om zo min mogelijk uit te geven aan kleding en creatief te zijn met wat ik al heb. Oude stuks een nieuw leven geven doe ik graag. Ik geef toe dat ik een echte verzamelaar ben en moeilijk spullen kan wegdoen. In mijn kledingkast hangen nog stuks van toen ik een jonge tiener was. Soms herontdek ik oude kledingstukken en combineer ik ze op zo'n manier dat ik ze terug met plezier draag. Dan vragen mensen: 'O toffe outfit, is die nieuw?' Als je kleding door andere ogen bekijkt, kan je er vaak nog iets leuks mee doen. Daarom hou ik ook van tweedehandswinkels. Je vindt er unieke kleding op een eerder toevallige manier. ILKE COP:Ja, ik denk dat ik een eigen stijl heb, maar heb nog nooit nagedacht over hoe die in woorden te vatten. Ik zou hem eclectisch durven noemen, want ik combineer graag verschillende stijlen en verschillende lengtes. Inspiratie haal ik uit de hippiebeweging. Mijn stijl is niet super vrouwelijk; zo zal je me eerder in een broek zien dan in een rok. Maar omdat ik lang haar heb, veel accessoires draag en vaak lippenstift opheb, komt het wel vrouwelijk over. Met mijn vrouwelijke uiterlijk is het vaak too much als ik er iets braaf bij aantrek. Ik bied tegengewicht door wat stoerdere kleding aan te trekken. En ik zal altijd een speciaal element toevoegen, waardoor mensen even omkijken. Me aankleden is voor mij een beetje zoals me een personage aanmeten. Dat vind ik zo leuk aan mode, dat je jezelf kunt transformeren en een verhaal kunt vertellen met kleding. Maar vollédig een personage neerzetten doe ik niet. Om een spanningsveld te creëren, probeer ik er altijd iets vanuit een andere wereld in te brengen. Een lederen bikerjasje draag ik dan met een zachte wollen trui. Als ik zelf denk dat ik een super toffe outfit aanheb, krijg ik vaak weinig respons (lacht). Misschien omdat mensen het wat raar vinden. De meeste opmerkingen krijg ik ook van vrouwen; ik heb de indruk dat mannen er nog steeds minder op letten. ILKE COP: Voor mij hebben mijn kledingstukken altijd een verhaal of emotionele waarde. Dat is ook waarom ik mode ben gaan studeren. Ik heb altijd al een grote affiniteit met stoffen en kledingstukken gehad. Ik herinner me nog dat mijn zus en ik als kind snuisterden in de kleerkast van mijn grootmoeder. Een vierde van mijn kledingkast bestaat uit kledingstukken die ik van mijn grootmoeder gekregen heb. Mijn mami is altijd heel erg meegegaan met haar tijd en haar kleding oogt ook nu nog niet gedateerd. Op die manier is mijn kleerkast ook redelijk duurzaam. Ik heb heel veel kleding die ik gekregen of geleend heb van familieleden of vriendinnen of zelf tweedehands heb gekocht. Het geven van een tweede of derde leven aan kleding inspireert me. ILKE COP: Helemaal samenvallen doet het niet. De manier waarop ik ontwerp is iets cleaner en minder eclectisch dan mijn eigen garderobe. Mijn kleerkast gaat meer alle kanten uit, terwijl mijn merk een rode draad heeft. Als ontwerpster probeer ik een verhaal te vertellen en alles in een bepaalde richting te sturen. Ik beperk me ook qua pasvormen tijdens het ontwerpen. Natuurlijk laat ik me wel inspireren door de pasvormen die ik zelf graag draag, zoals lange mouwen, kimono's en kleding die heel comfortabel zit. Dat vind ik sowieso heel belangrijk, want als kleding lastig is om te dragen haak ik zelf af. Ik word er bijvoorbeeld echt gek van als je bepaalde kleding enkel kunt dragen met een speciale beha. Ik draag mijn eigen ontwerpen ook zelf, maar combineer ze met stuks van andere ontwerpers. ILKE COP: Ik moet er verliefd op zijn. Het moet echt een sterk gevoel bij me opwekken. Kleding waar ik verliefd op word, maakt iets in me los. Ik vind het zalig om dat te koesteren. Omdat ik geen groot inkomen heb en maar een klein budget aan de kant heb gezet voor kleding, speelt de prijs ook een rol. Ik kan mijn eigen samples dragen en ik heb ook al veel kleding, dus ik vind het niet verantwoord om er veel geld te spenderen. Ik probeer ook niets meer te kopen in de fast fashion ketens. Soms gaat het niet anders, maar ik beperk het. Als ik dan toch iets nieuws koop, probeer ik te sparen voor stuks van jonge ontwerpers. Zo heb ik lingerie van het jonge Belgische merk Ophelia. Ik was gek van haar lingerie, dus ik heb gespaard om het te kunnen kopen. Aangezien ik zelf weet hoe moeilijk het is als jonge ontwerpster, wil ik lokaal jong talent echt graag steunen. Ik heb ook stuks van Léo by Léo en van Doriane van Overeem. Honest by van Bruno Pieters staat ook hoog op mijn wishlist, maar daar heb ik momenteel nog geen budget voor. Ik wissel vaak kleding uit met mijn twee huisgenotes en andere vriendinnen. Zo kunnen we af en toe iets anders aantrekken, zonder aan die overconsumptiemaatschappij deel te nemen en maar nieuwe kleding te blijven kopen. ILKE COP: De laatste jaren zijn er meer leuke duurzame merken op de markt gekomen. Ook wie niet super veel kan of wil betalen, kan duurzaam shoppen. Toch blijft het aanbod beperkt en zal er niet voor iedereen iets tussen zitten. Zelf kijk ik naar hoe transparant een merk communiceert. Het ultieme voorbeeld daarin is Honest by. Dat een merk transparant is over waar het gemaakt wordt en met welke stoffen is heel belangrijk. Voor de consument is het handig als winkels eerlijke merken groeperen. Mijn merk hangt bijvoorbeeld bij de fair fashion winkel Harvest Club in Leuven. In dit soort winkels kan je rustig snuisteren zonder je druk te maken over de herkomst van de kleding. In andere winkels kijk je ook best naar de labels in de kleding. Made in China, Made in India, Made in Bangladesh: Ik heb het hier moeilijk mee. Het kan zeker zijn dat ook daar duurzaam wordt geproduceerd, maar je kunt er nooit honderd procent zeker van zijn. Zeker in het geval van merken die niet duidelijk communiceren over hun productieketen ben ik wantrouwig als de kleding in derdewereldlanden blijkt gemaakt te zijn. Ik let ook altijd op de kwaliteit van de stof. Het is niet omdat een kledingstuk ethisch werd geproduceerd dat het ook lang zal meegaan. Het is heel erg jammer als een kledingstuk waar je helemaal gek op bent snel verslijt. Als ontwerpster heb ik misschien ook wel wat meer kennis van stoffen en materialen dan de gemiddelde consument. Ik hoor vaak van mensen dat ze kiezen voor natuurlijke stoffen in plaats van synthetische stoffen. Zo zwart-wit is het nochtans niet. In sommige gevallen is het net duurzamer om voor synthetische stoffen te kiezen. Zeker wanneer ze makkelijker in onderhoud zijn en minder warm moeten worden gewassen of zelfs niet gestreken hoeven worden. Het is heel lastig om regels te plakken op duurzaam shoppen. Het is altijd een kwestie van keuzes maken. Persoonlijk kies ik liefst voor een stof die lang mee zal gaan en makkelijk te onderhouden is. Ook al is het dan geen natuurlijk materiaal.Ik was mijn kleding sowieso heel erg weinig. Zelfs wanneer er een vlek op zit, zal ik die liever uitwassen met de hand. Vaak is het voldoende om kleding gewoon te laten luchten. Zeker kleding die los zit rond je lichaam of niet rechtstreeks in contact komt met je huid hoef je niet te vaak te wassen. ILKE COP: Ja, ik geloof namelijk heel erg in kleine beetjes. Ik weet dat ik als ontwerpster niet honderd procent perfect duurzaam kan produceren. Het is maar een klein merk en ik doe alles alleen. Als ik een stof uit Italië koop, dan kan ik niet garanderen dat de grondstof daarvan niet vervuilend werd gemaakt. Dat is lastig, maar zolang er niet volledig transparant gecommuniceerd wordt, zal dat zo blijven. Maar ik doe heel erg mijn best en geloof dat als iedereen zijn best zou doen, we wel degelijk een verschil kunnen maken. ILKE COP: Ik wil heel graag geloven dat duurzaamheid een voorwaarde in plaats van een keuze zal worden in de toekomst. Mijn hoop is dat als men in de toekomst iets wil ondernemen in de mode, dat het correct moet gebeuren. Dat er geen andere optie meer is.Zo ver zijn we nog niet, maar er is wel al veel aandacht voor en dat is alvast een mooi begin. Het bewustzijn groeit en er worden verschillende stappen in de goede richting gezet. Zal er een dag komen dat er niet meer vervuild of uitgebuit wordt? Tja, dat kan ik niet voorspellen. Het probleem is dat lokale besturen invloed hebben op de vooruitgang. Dat kan goed zijn, maar ook nefast. Kijk maar naar wat Trump in de Verenigde Staten probeert terug te draaien en te veranderen. Maar als we het positief bekijken, droom ik van een bottom-up verhaal, waarbij de vragen van de consument de industrie beïnvloeden en veranderen. Als ik een blik in de toekomst werp, hoop ik oplossingen te zien voor afgedankte kledingstukken. Dat is een aspect dat nog vaak vergeten wordt, maar het is ook niet simpel. Ik zou heel graag willen dat mensen afgedankte stuks opnieuw kunnen binnenbrengen en mijn kleding op een duurzame manier opnieuw gebruikt kan worden. Tot nu toe heb ik nog geen oplossing gevonden, maar ik breek er mijn hoofd over. Anderzijds heb ik me ook al in de positieve zin verbaasd over innovaties. Er zijn zoveel mensen met projecten bezig die me omverblazen en dat stemt me zeker hoopvol. De innovaties en de steeds meer bewuste consumenten kunnen samen echt verandering teweegbrengen. Vandaar mijn geloof in kleine beetjes. Ik denk oprecht dat die helpen. Wanneer ik uit mijn sociale bubbel stap en merk dat nog niet iedereen even bewust is, dan vind ik dat jammer. Maar erger vind ik bewuste mensen die zeggen dat het niet uitmaakt of zij hun steentje bijdragen of niet. Daar kan ik me erg in opwinden. Als iedereen zo denkt, verandert er inderdaad niets. Samen kunnen we daarentegen wel vooruitgang boeken.