Belg Mats Rombaut (32) begon zijn veganistische accessoirelabel in Parijs. Zijn sneakers worden wereldwijd verkocht door gerespecteerde zaken als Dover Street Market en Galeries Lafayette Champs-Elysées.
...

Belg Mats Rombaut (32) begon zijn veganistische accessoirelabel in Parijs. Zijn sneakers worden wereldwijd verkocht door gerespecteerde zaken als Dover Street Market en Galeries Lafayette Champs-Elysées. 'Ik ben zeven jaar geleden begonnen met Rombaut. Ik ben zelf veganist en ik wou dat mijn label dat ook zou zijn. Duurzaam, met zo weinig mogelijk afval. In het begin was dat moeilijk. Er waren minder geschikte materialen. Mijn eerste schoenen maakte ik van boomschors, natuurlijke latex en plantaardige kleurstoffen. Ze waren heel duur, in feite meer een concept dan een verkoopbaar product. We zijn traag gegroeid, maar nu gaat het goed.' 'Er is in die zeven jaar veel veranderd. Je vindt nu gemakkelijker synthetisch leer dat van goede kwaliteit is en lang meegaat. Het ziet er ook beter uit dan vroeger. Er is veel meer plantaardig leer. Op dit moment gebruik ik onder meer materiaal dat gemaakt is van afval van de appelsapindustrie. Ik heb destijds als eerste ananasvezel gebruikt, maar dat ziet er minder goed uit en het verslijt sneller. Ik experimenteer met paddenstoelleer. Dat staat nog niet op punt, maar het is een veelbelovend materiaal.' 'Het probleem is dat grote groepen en bedrijven brood zien in nieuwe materialen. Zij krijgen nu sneller toegang tot nieuwe ontwikkelingen, terwijl wij vroeger met Rombaut altijd eerst waren. Er is vooruitgang, maar het gaat traag, en het gaat er de meeste bedrijven niet om de wereld beter te maken.' 'Ik denk dat er veel verwarring is bij consumenten. Zowat elk merk heeft een sustainable lijn, maar er is niet echt een consensus waarbij iedereen naar één doel streeft. Iedereen doet zijn ding. Tegelijk is de structuur van de modesector onveranderd gebleven: alles gaat verder zoals vroeger. Zelf doe ik ook presentaties en collabs, maar dat is puur strategisch.' 'Met Rombaut wou ik de wereld verbeteren. Dat was het doel toen ik begon. Ik was 25. Nu ben ik realistischer, maar ik geloof er nog altijd in. Kijk naar Greta Thunberg. Zij heeft zóveel mensen geïnspireerd, een hele generatie gemobiliseerd. Het is mogelijk om in je eentje iets te veranderen.'rombautparis.comKunstleer op basis van petroleum is niet alleen milieuonvriendelijk, het is ook moeilijker te reinigen en minder ademend dan de real deal. Onlangs, op de internationale leerbeurs Lineapelle van Milaan, presenteerden de jonge Mexicanen Adrian López en Marte Cázares hun alternatief: vegan leer gemaakt van nopal, aka de vijgcactus. Nopal kent in hun thuisland ook culinaire en medicinale toepassingen. Het dient als kleurstof voor textiel en muurschilderingen of wordt verwerkt tot vezels voor de luchtvaart en biologisch afbreekbare rietjes of bestek. Het nationale symbool zit daarnaast in shampoo en crèmes, en dus dachten de ontwikkelaars: als het goed is voor de huid, waarom er dan geen leer van maken? Na twee jaar in het vijgcactusveld kwamen ze met Desserto, een natuurlijk ogend ecoleer. Het is even zacht, elastisch en ademend als de dierlijke variant, maar dan met een veel lagere CO2-uitstoot en een levensduur van minstens tien jaar. Het is uiteraard dierenleedvrij, zonder giftige chemicaliën, ftalaten of pvc en grotendeels biologisch afbreekbaar. Nog een groot (ecologisch) voordeel: de plant groeit vanzelf en heeft niet veel water nodig. De mix van nopal en katoen voldoet aan de technische en mechanische standaarden van de mode-, meubel-, lederwaren-, auto- en luchtvaartindustrie. Als die het duurzame en kostenbesparende materiaal inzetten, leidt dat tot 32 à 42 procent minder plasticafval en een daling van het waterverbruik met 20 procent. Prikkelend idee, toch? desserto.com.mxNa meer dan drie jaar onderzoek en testen, introduceerde het outdoormerk Napapijri (spreek uit: na-pa-pie-ri) eind vorig jaar de Skidoo Infinity, een recycleerbare jas van geregenereerd Econyl-nylon, vervaardigd uit afgedankte visnetten en ander afvalmateriaal. Nieuw is dat de jas bestaat uit één materiaal, en dus veel eenvoudiger kan gerecycleerd worden, én dat die recyclage door het merk zelf wordt georganiseerd. Om de jas na gebruik weer bij het merk te krijgen, ontwikkelde Napapijri namelijk een uniek retoursysteem. Bij aankoop van de Skidoo Infinity registreren klanten zich online. Vanaf twee jaar na de aankoop kunnen ze hun jas terugbrengen, waarna die wordt verwerkt tot nieuw garen en producten. In ruil krijgen ze een voucher van 100 euro om online te spenderen. 'De Skidoo Infinity is een volledig circulaire jas', vertelt Giulio Bonazzi, CEO van Aquafil, de producent van Econyl. 'Napapijri is het eerste merk dat een jas terugneemt om te recycleren. Als de jas aan het einde van zijn levenscyclus is gekomen, staat hij eigenlijk pas aan het begin. Dat is een nieuwe ontwikkeling.' napapijri.beMarine Serres voorjaarscollectie kreeg de titel Marée noire mee, oftewel 'olievlek', want milieurampen houden haar erg bezig en liggen aan de basis van een 'project van lange adem', waarin ze regenerated stukken verwerkt.Je bent een van de eerste ontwerpers die met gerecycleerde materialen werkten. Was dat vanaf het begin al je bedoeling?'Ja. Ik werkte al zo tijdens mijn studie aan La Cambre; ik had simpelweg geen geld voor iets anders. Het was geen politiek statement, want ik sprak er nooit over, tenzij men ernaar vroeg. Het ging voor mij om het transformeren van materialen die vroeger een deel waren geweest van iets anders, niet noodzakelijk van mode. Die verandering boeide me. In mijn vierde jaar gebruikte ik onder andere dekzeilen, waar ik regenjassen van maakte. Toen ik mijn eigen merk begon, besloot ik al vanaf de eerste show dat dit was wat ik ging doen. Om iets op te bouwen moet je iets doen wat je na aan het hart ligt en wat je kunt - en goed kunt.'Hoe hou je het vol, nu de lijn steeds uitbreidt?'Ik werk heel hard, en ik voer nieuwe systemen in. Ik onderhandel ook lang met ateliers en fabrikanten. Het is elke dag anders, en dat inspireert en maakt deel uit van de identiteit van het merk. Ook al komen we dagelijks voor problemen te staan. Als je niet dol bent op upcycling, vintage en dingen transformeren, heeft het geen zin. We hebben nu besloten dat onze upcycled-collectie Regenerated zal heten, en dat het betaalbaar moet blijven. Neem nu een van mijn projecten van de afgelopen zes maanden: ik wilde een jurk van regenerated sjaals maken die evenveel kostte als een stuk dat niet geüpcycled was.'Dus recycleren en transformeren is duurder dan iets nieuws maken?'Ja. In de normale productie komt de stof kant-en-klaar van de fabrikant en dan hoeft die alleen maar geknipt te worden in het atelier. Bij upcycling moet je eerst de stoffen vinden, ze per kleur sorteren en soms per materiaal, ze wassen en dan een patchwork maken, want vaak is er niet genoeg stof. Daar komt nog bij dat de fabrieken meer geld vragen om een patchwork van verschillende panelen te snijden. We vinden wel oplossingen, maar het is een werk van lange adem. Alle kleren die van regenerated stoffen gemaakt zijn, hebben een tag op het etiket waarop staat waar de stof vandaan komt, wanneer die gemaakt is - voor zover we dat weten - en waar het stuk gemaakt is, zodat je de stof echt begrijpt en ziet wat ermee gebeurd is. We hebben nu drie collecties: de White Line, met kleding voor dagelijks gebruik, de Gold Line, met hybride stukken, en de Red Couture Artisanale, die een herinterpretatie van couture is. Regenerated is de gemene deler, zodat we het concept zo ver mogelijk kunnen doorvoeren, en de kleding betaalbaar kunnen houden.'Hoeveel stukken van de lente-zomercollectie zijn regenerated?'Ongeveer de helft. Dat is echt het minimum voor mij. Ik denk niet dat regenerated de enige oplossing is, er zijn ook andere methodes, zoals het gebruik van gerecycleerde of nieuwe vezels. We werken met Italiaanse fabrikanten voor de wol en met de Fransen voor moiré. We werken al van in het begin actief met hen samen en ze willen ook nieuwe uitdagingen aangaan. Ik denk dat het voor hen interessant is om geconfronteerd te worden met onze visie, en met ons, omdat we hoge eisen stellen en interessante resultaten bekomen. Ik stel mezelf elke dag vragen over wat er gaande is en wat ik doe. Tegelijkertijd moet ik realistisch blijven en een combinatie zoeken van mijn esthetiek, de boodschap die ik wil overbrengen en de manier waarop we produceren: een kledingstuk is meer dan een kledingstuk. Hoe is het gemaakt, waar komt het vandaan, waar verwijst het naar, dat telt ook.'Welk silhouet brengt jouw boodschap het beste over?'Look 28, een jurk die volledig van beddenlakens gemaakt is. Dat is voor mij hét symbool van een stuk dat je elke dag kunt dragen, dat niet duur is, maar dat toch typerend is voor ons: het is volledig regenerated en het klopt.'Negen Scandinavische merken, waaronder Filippa K en Bruuns Bazaar, lanceren samen een duurzame 70-delige collectie alleen beschikbaar via Zalando. De opdracht was duidelijk: creëer een samenhangende, duurzame lentecollectie voor vrouwen, waarbij geen toegevingen worden gedaan op design of kwaliteit. De negen merken, allemaal voorlopers in de groene mode, gingen voor 'een tijdloze aanvulling op ieders garderobe' in neutrale tinten en pastelkleuren, want de meest duurzame outfit is degene die al in je kast hangt.Zalando heeft meer dan 29 miljoen actieve klanten in zeventien landen en verzendt dus eindeloos veel pakjes. 'Een groot bereik brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee', bevestigt Kate Heiny, duurzaamheidsverantwoordelijke bij het e-commercebedrijf. Het Greta-effect heeft ook in de mode zijn doel niet gemist. Het aantal zoekaanvragen bij Google rond duurzame mode steeg het voorbije jaar met 66 procent. 'In onze data zien we dat klanten kritisch zijn over de milieu-impact van kleding en op zoek gaan naar betere opties. Sinds 2016 hebben we onze 'duurzaamheidsvlag' om de bewuste shopper wegwijs te maken, maar een beetje minder slecht is niet meer goed genoeg. Daarom hebben we ons duurzame aanbod uitgebreid tot meer dan 20.000 producten, hebben we een eigen tweedehandsplatform gelanceerd en lopen er verschillende tests om heel het proces, van aanbod tot levering, te verduurzamen.' Een losgeraakte zoom, een kapotte rits of een gat is niet langer redenen om je kleren af te danken. In hun duurzaamheidsqueeste bieden steeds meer merken een eigen hersteldienst aan. Soms zelfs gratis. Wie de afgelopen maanden shopte bij de Gentse Bellerose-winkel, zag haar misschien zitten: de naaister. Op woensdag, vrijdag en zaterdag herstelt ze je oude Bellerose-stukken, hoe oud ook, helemaal gratis. Hangt er een ander merklabel in je kleding, dan betaal je een kleine vergoeding. Ook pas gekochte kleren worden aangepast terwijl je wacht. Mét een latte en een taartje welteverstaan, want de winkel heeft een koffiebar. Zijn er geen herstellingen, dan stikt de Bellerose-naaister luxeshoppingtassen van hun overstock. Die zijn te koop of te krijg bij een paar sneakers. De Gentse winkel - open sinds oktober - is een pilot. Wellicht krijgt elke Bellerose-boetiek een reparatiehoek. Het duurzame sneakermerk Veja kan in deze trend niet achterblijven. Dit voorjaar openen ze na hun eerste flagship in Parijs een outlet in Bordeaux, waar ze hun stock aanbieden: schoenen met een klein foutje of een verkeerde kleur, modellen die voor fotoshoots gebruikt werden, enzovoort. Maar je zult er ook je sneakers, zowel die van Veja als die van andere merken, kunnen laten schoonmaken en repareren. 'Momenteel worden jaarlijks honderden miljoenen sneakers weggegooid. 99,9% daarvan bevat plastic en belandt wellicht ooit in de oceaan', aldus Sébastien Kopp, medeoprichter van Veja. Ook schoenenmerk Camper start met een instore hersteldienst. Het eerste paar wordt volledig gratis hersteld en heb je binnen de 24 uur terug. In 2018 lanceerde H&M hun 'Take Care'-service: een plek in de winkels waar klanten zelf hun kleding kunnen repareren en waar je herstelsets kunt kopen. Na een pop-up in Hamburg opende een definitieve versie in de flagship in Parijs. Reduce, reuse, recycle Kleren herstellen is natuurlijk niet nieuw. En een schoenmaker vind je in elk dorp. Maar het is wél nieuw dat de merken zelf de handschoen opnemen, ingefluisterd door de circulaire economie. Wie wil dat niks op de afvalberg belandt, houdt vast aan de reduce, reuse, recycle-hiërarchie. Minder kopen en produceren, is prioriteit. Hergebruiken door te repareren of door te verkopen een goeie tweede. Recycleren is de minst ecologische optie, omdat het veel energie kost om van oude stoffen nieuwe te maken. Het luxe handtassenmerk Delvaux heeft al jarenlang zijn eigen reparatieservice. Kapotte exemplaren breng je binnen in elke Delvaux-boetiek. In hun Brusselse atelier gaan ze onder het mes en komen herboren terug bij hun eigenaar. Tegen betaling, weliswaar. Ook outdoormerk Patagonia is een voorloper. Ze hebben eigen reparatieateliers en fixen jaarlijks meer dan 40.000 stukken. Alle Europese herstellingen gebeuren in Portugal. Je betaalt alleen de verzendkosten. Op hun site vind je ook tientallen video's waarmee je zelf aan de slag kunt. Herstellen zit ook diep in het DNA van Nudie Jeans, dat elke broek gratis repareert, levenslang. In 2018 herstelden ze meer dan 55.000 spijkerbroeken. De dichtstbijzijnde Nudie Jeans Repair Shop is in Amsterdam, maar ze hebben ook een mobiele reparatiedienst die Europa doorkruist en ter plekke broeken repareert. Op hun site kun je bijvoorbeeld een gratis reparatiekit bestellen met onder meer patches, riemlusjes, de juiste kleuren oranje en blauwe draad én een handleiding. Ronald van der Kemp (55) heeft jarenlang in de coulissen van de mode gewerkt. Vijf jaar geleden begon hij met RVDK, 's werelds eerste duurzame couturelabel.'Ik heb 25 jaar in de mode gewerkt en geleidelijk aan heb ik alles zien veranderen. Eerst was er de opkomst van de fast fashion en vervolgens heeft de luxemode dat zakenmodel volledig overgenomen. Alles ging veel sneller. Er was geen tijd meer om kleren te maken, om ze te verkopen, om ze te dragen, om erover na te denken. Het ging uiteindelijk alleen nog om marketing. Ik zag ook dat er een enorm overschot was. Wie draagt al die kleren?''Ik vond het hele idee van mode belachelijk worden: dat het vorige seizoen plots helemaal over was, of dat collecties absoluut een thema moesten krijgen, zodat journalisten er gemakkelijk over konden schrijven. Het systeem klopte niet meer.''Toen ik opnieuw voor mezelf begon, dacht ik: ik ga het doen met wat we al hebben. Ik ga kleren maken die iets betekenen, met een ziel. Maar het moest wel mode zijn. Ik wilde niet in een hoek worden geduwd waar ik niet thuishoorde. Ik wilde mode maken die opwindend was en iets nieuws zou vertellen, en zo mensen aan het denken zetten. Je moet mensen verleiden voor je je hele verhaal vertelt.''In sustainable fashion komt duurzaamheid meestal voor mode. Bij mij is het andersom. Ik wil mensen bereiken die vallen voor de droom die ik verkoop en die pas later inzien waar ik precies voor sta. Mensen die Michelle Obama, Céline Dion of Justin Bieber in mijn kleren hebben gezien. Die wil ik ook in mijn verhaal betrekken. Ik wil op een positieve manier verandering teweegbrengen.''Ik herinner me dat ik voor mijn eerste presentatie ook wat inkopers had uitgenodigd. 'Nou ja,' zei iemand, 'dit kan echt niet, er zit geen lijn in, het gaat alle kanten op.' Intussen zijn we vijf jaar verder. Ik sta er nog steeds en ik denk dat ik ook wel gelijk heb gekregen. Wat ik sinds het begin laat zien, is toch wel een beetje waar het naartoe moet.''Ik had ervaring, ik wist hoe de industrie werkte en dat het niet gemakkelijk zou worden. Ik dacht: ik moet gewoon beginnen. Ik ben kleren gaan maken, heel intuïtief. Ik wilde niet zozeer een collectie maken als wel een garderobe. Waar van alles in zit: heel prijzige stukken, maar ook betaalbare. Ik ben nu met investeerders aan het praten om alles te kunnen doen wat ik in mijn hoofd heb. Ik wil graag aan schaalvergroting doen om ook de grote massa te bereiken. Niet zozeer met kleding, maar met andere producten. We werken aan een parfum dat gemaakt is van afvalstoffen, aan producten gemaakt van sinaasappelschillen. We zijn op allerlei fronten bezig. De plannen zijn er. Nu moet het ook écht gebeuren. Ik wil aantonen dat sustainability sexy en exciting kan zijn. En high fashion. En dat het echt is. Dit is geen greenwashing, dit is gewoon wat wij doen.''Ik gebruik geen nieuw materiaal. Alles - ik kan zeggen: 98 procent - is gevonden en gerecupereerd. Je ziet best veel veranderen. Er wordt veel gepraat over nieuwe, duurzame materialen. Maar er scheelt altijd wel wat aan. Neem zo'n materiaal gemaakt van petflessen. Als je het wast, vliegen de plasticdeeltjes in het rond. Vals bont is erger voor het milieu dan echt bont. Ik weet ook wel dat het niet dé oplossing is voor alles, maar op dit ogenblik is mijn manier de enige die werkt: gebruiken wat er al is. Die schade is al toegebracht. Als je dan lokaal produceert, op kleine schaal en op hoog niveau, en je stopt je ziel erin, dan krijg je kleren die mensen niet de volgende dag weer weggooien. Ik probeer kleren een langer bestaan te geven. Cardi B droeg onlangs een jurk van ons van een paar jaar geleden.''Ik wil graag samenwerken met grote merken: iets maken met hun overschotten, of dat nu kleren zijn, of stoffen, of trimmings. Om bijvoorbeeld een soort couturejeans te maken met een jeansmerk. Ik maak nu ook al jeans, maar met een groot merk kun je gaan schalen, dan maak je er geen tien, maar duizend. Ik zou het fijn vinden om bijvoorbeeld bij Vuitton eens te kijken wat daar allemaal overblijft. Het probleem is dat niemand graag praat over leftovers. Ik praat met een aantal mensen, maar ik moet zeggen dat het niet erg opschiet.''We verkopen sinds kort niet langer aan winkels, omdat ik merkte dat het tegen mijn principes begon in te gaan. Je hebt nu ook al een mid season-uitverkoop. Als je daaraan meewerkt, gaat je merk er gewoon aan. Bovendien valt de ene winkel na de andere om. We hebben het geprobeerd, maar het werkte niet voor ons. Die bron van inkomsten zijn we nu wel kwijt en dat is lastig. Maar ik merk ook dat de weg die we nu volgen beter is voor ons en alles waar we voor staan. Laat ik het zo zeggen: we gaan door met de strijd.'Daniëlle Bruggeman is lector mode aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Ze pleit voor emotionele duurzaamheid. In de discussie over duurzame mode gaat er veel aandacht naar nieuwe materialen en technologieën. 'Maar als je kleding niet herwaardeert, houden duurzame materialen de wegwerpcultuur in stand. Een stuk waar mensen zich aan hechten belandt niet snel in de vuilnisbak.' U vertelt dat de modewereld een groot ego heeft dat op de schop moet. 'Het modesysteem houdt een droombeeld in stand dat draait om geld, spektakel en sterontwerpers die collecties presenteren waarmee zij de identiteiten van consumenten willen bepalen. Mode is alleen bezig met zichzelf. Vaak gaat dit ten koste van een eerlijke omgang met materialen, grondstoffen en mensen.' We moeten meer belang hechten aan emoties in mode? 'In het debat over duurzame mode ligt de nadruk vaak op de productie van kleding. Maar mode gaat ook over de symbolische waarde die mensen eraan geven: wat betekent kledij voor hen, wat voelen ze erbij? In de fastfashioncultuur heeft mode amper betekenis, behalve hip zijn. Emotioneel duurzaam ontwerp wil meer waarde creëren voor het kledingstuk omdat je je er als consument mee verbonden voelt. Zo verleng je het leven van een kledingstuk. Je draagt meer zorg voor iets waar je om geeft.' Hoe ziet u emotionele duurzaamheid in de praktijk? 'Een merk als Carpet of Life maakt designobjecten, zoals handgeweven tapijten, van gebruikte kledingstukken die een speciale betekenis hebben voor iemand, omdat ze bijvoorbeeld van een overleden familielid zijn geweest. Weefsters in het zuiden van Marokko maken de tapijten, wat traditionele ambachten herwaardeert, meer bewustzijn creëert rond het maakproces van een textielproduct en uiteindelijk kledingstukken een tweede leven geeft.' U vermeldt lokale ontwerpers die kleinschalig werken. Is dit pleidooi voor een langdurige emotionele band met kleding toegankelijk voor alle modeconsumenten? 'Momenteel niet. Nu bereikt het vooral consumenten die al interesse hebben in duurzame mode. Er is een sterke prikkel vanuit de gevestigde commerciële belangen om vast te houden aan het huidige systeem. Gelukkig worden de grote spelers in de industrie zich steeds meer bewust van de noodzaak van een eerlijke mode-industrie. De ommezwaai komt er.'Fair trade, biologisch... Het is moeilijk om door de bomen het groene bos nog te zien. Daarom lanceerde Net-a-Porter Net Sustain. Dit platform verzamelt alle duurzame merken van de luxe onlineshop en legt uit waarom ze 'sustainable' zijn. Het merk moet daarvoor beantwoorden aan een of meerdere criteria, zoals gebruikte materialen of waar het wordt geproduceerd. Vorige maand werd het aanbod uitgebreid met 45 mode- en 27 beautymerken. Dat brengt het totaal op 100. Voor de gelegenheid werd aan zeventien van die honderd gevraagd een kleine collectie te ontwerpen met 'voor altijd'-stukken. net-a-porter.comDe start-up Reflaunt laat modemerken een graantje meepikken van de ontploffende tweedehandsmarkt. Een zet die hen in één klap een stuk duurzamer maakt. LVMH en Kering zijn al geïnteresseerd. Wist je dat de markt voor tweedehands kleren maar liefst twintig keer sneller groeit dan de klassieke retail? Sommige studies beweren zelfs dat binnen nu en tien jaar 'preloved' de nieuwmarkt voorbijstreeft. De grote verliezers in dit verhaal zijn de merken zelf. Zij hebben geen enkele controle over tweedehandsverkopen en verdienen er ook niks aan. Daar brengt Reflaunt verandering in. Deze start-up maakt software die kledingmerken (en boetieks) toelaat om de afgedankte stukken van hun klanten te verkopen. 'Ik wilde een brug slaan tussen de merken en de tweedehandsmarkt. Nu staan die twee werelden volledig los van elkaar. Dat is bizar, want het gaat om dezelfde klanten en dezelfde producten', aldus Stéphanie Crespin, CEO en een van de drie oprichters van Reflaunt. Ze is half-Belgisch en woont in Singapore. 'Met Reflaunt slaan modelabels drie vliegen in één klap. Ten eerste worden ze duurzamer, omdat hun oude kleren niet op de afvalberg belanden. Consumenten verwachten meer en meer van bedrijven dat ze duurzame oplossingen bieden en dat ze hun verantwoordelijkheid opnemen om hun voetafdruk te verkleinen. Ten tweede is er de klantenloyaliteit. Want als het tweedehandse item verkocht is, kiest de klant tussen cash of een hoger bedrag als shoptegoed. Tot slot helpt Reflaunt fakes tegen te gaan. Want enkel items die je online koopt bij het merk zelf, kun je weer doorverkopen.' Stéphanie Crespin richtte in 2013 al Style Tribute op: een webshop voor tweedehands luxekleding en accessoires. 'Ik ken de business en dus ook de zwakke plekken. Tweedehands kleding verkopen kost veel tijd en moeite: je moet het product zorgvuldig beschrijven, een correcte prijs bepalen, enzovoort. Reflaunt neemt die barrières weg. Wij gebruiken de bestaande beschrijving van het merk zelf en een algoritme bepaalt een marktconforme verkoopprijs. Daarna belandt het item op tientallen platforms wereldwijd en bij verkoop maakt Reflaunt het shippingetiket. Ons doel: doorverkopen in één klik. Want als het te veel gedoe is, laat iedereen die ongedragen items in zijn kast hangen. En dat is doodzonde. We moeten naar een cirkelvormige consumptiecyclus van kopen, dragen en doorverkopen. Klanten zijn daar al een hele tijd klaar voor en ook Reflaunt is al twee jaar beschikbaar, maar de merken waren er nog niet aan toe. Nu wel. De aanvragen stromen binnen.' En niet van de minste. Reflaunt zit aan tafel met LVMH en Kering, samen goed voor nagenoeg alle luxehuizen die je kent. Maar ook het middensegment toont interesse. COS lanceert de software in maart. In april volgen Ba&sh en Balenciaga.reflaunt.com