Minder zin in seks hebben, de erectie snel verliezen of vroeg-tijdig klaarkomen: amper één op de acht mannen stapt ermee naar de dokter, en in veel gevallen na lang aarzelen. In het geval van erectieproblemen wachten mannen gemiddeld vijf jaar voor ze een arts raadplegen. 'Gedeeltelijk uit schaamte', zegt endocrinoloog Guy T'Sjoen. 'Mannen praten graag over seksualiteit op een grappende manier, maar ze zijn het zelden gewend om seksuele problemen en dieper liggende gevoelens te bespreken. In de media zien ze ook zelden mannen die dat wel doen: seksexperten zijn in de meeste gevallen vrouwen. Al is het probleem vaak ook van praktische aard: veel mannen weten gewoon niet waar ze met intieme kwesties terechtkunnen.'
...

Minder zin in seks hebben, de erectie snel verliezen of vroeg-tijdig klaarkomen: amper één op de acht mannen stapt ermee naar de dokter, en in veel gevallen na lang aarzelen. In het geval van erectieproblemen wachten mannen gemiddeld vijf jaar voor ze een arts raadplegen. 'Gedeeltelijk uit schaamte', zegt endocrinoloog Guy T'Sjoen. 'Mannen praten graag over seksualiteit op een grappende manier, maar ze zijn het zelden gewend om seksuele problemen en dieper liggende gevoelens te bespreken. In de media zien ze ook zelden mannen die dat wel doen: seksexperten zijn in de meeste gevallen vrouwen. Al is het probleem vaak ook van praktische aard: veel mannen weten gewoon niet waar ze met intieme kwesties terechtkunnen.' T'Sjoen staat in het UZ Gent mee aan het hoofd van het Andrologisch centrum, een mannenkliniek die mannen op basis van een aantal gerichte vragen snel de juiste weg toont. De brede waaier aan 'mannenproblemen' waarmee het team van endocrinologen, urologen, seksuologen en andere specialisten te maken krijgt, bundelde T'Sjoen in Onder de gordel, een onderhoudend, maar vooral verhelderend boek omtrent de mannelijke seksualiteit. 'Zelfs op seksuologische congressen wordt die soms vrij simplistisch voorgesteld', zegt T'Sjoen, 'alsof mannen alleen een aan- en uitknop hebben. Terwijl de mechanismen erachter net zo complex en gelaagd zijn als die van de vrouwelijke seksualiteit.' Tijd om de sluier van het kruis te lichten. Klopt niet, zegt T'Sjoen: 'Het komt voor op elke leeftijd, zowel bij zestigers als bij jonge mannen, en los van het feit of je veel of weinig ervaring hebt. Soms heeft premature ejaculatie inderdaad te maken met hevige opwinding. Bij die mannen is er doorheen hun leven vaak een leerproces: ze voelen hun opwinding mettertijd beter aan en stemmen hun handelingen daar tijdens het vrijen op af. Maar er zijn ook mannen die het gewend zijn om snel en jachtig te masturberen, bijvoorbeeld omdat ze het stiekem doen. Die programmeren hun lichaam als het ware om snel klaar te komen, ook wanneer ze met hun partner meer tijd hebben. En tot slot zijn er mannen die hun hele leven lang snel klaarkomen, bij elke vrijpartij. Daar kan medicatie in sommige gevallen helpen.' Goed om weten: een echte maatstaf ontbreekt. 'In het Sexpertonderzoek waar UZ Gent en UGent aan meewerkten, zei één op de tien mannen te snel klaar te komen, maar dat is subjectief. Voor de een is twee minuten te snel, voor een ander tien, en iedereen gaat er anders mee om. Ook hun partners trouwens. Ik ontmoet op consultatie genoeg mannen die binnen de minuut klaarkomen - de definitie van premature ejaculatie volgens de International Society for Sexual Medicine - en die dat toch niet als een probleem ervaren. Die verwennen nadien hun partner, en beginnen een halfuurtje later opnieuw. Koppels springen er vaak creatief mee om.' Uit onderzoek naar de duur van seks en de tijd tot klaarkomen blijkt dat er geen verschil is tussen besneden en niet-besneden mannen, zegt T'Sjoen. 'Wel ervaren besneden mannen minder gevoeligheid in de penis. Dat is logisch als je de intieme delen van mannen en vrouwen vergelijkt: ze zien er anders uit, maar eigenlijk zijn de structuren dezelfde.' Zo zijn de voorhuid van de man en de binnenste schaamlippen van de vrouw aan elkaar gewaagd: beide hebben een beschermende functie, voor de eikel dan wel de clitoris, en spelen door hun gevoeligheid een grote rol tijdens het vrijen. 'Besneden mannen voelen letterlijk minder van seks', zegt T'Sjoen. 'Ze moeten harder werken voor een orgasme.' T'Sjoen noemt de besnijdenis van mannen net zo verwerpelijk als die van vrouwen, al begrijpt hij de culturele context: 'Het is een uit medisch standpunt meestal totaal overbodige ingreep die mannen veel plezier ontneemt.' Internetsites en steungroepen bevestigen dat veel besneden mannen ongelukkig zijn over de ingreep die ze als kind ondergingen. 'Maar die laten zich zelden horen. Andere mannen lachen hun klachten vaak weg, en juridisch gezien kunnen ze weinig beginnen, want dan moeten ze hun eigen ouders, die hiervoor toestemming gaven, vervolgen.' 'Voor het seksuele genot van de vrouw speelt de lengte of dikte van de penis nauwelijks een rol', zegt T'Sjoen. 'Vrouwen kunnen een bepaalde voorkeur of fantasie hebben, maar puur anatomisch bekeken kan een kleinere penis net zoveel plezier verschaffen als een grotere, zonder dat het de man in kwestie meer moeite kost. De vagina van de vrouw is rekbaar en past zich gewoon aan. Te groot kan sneller onaangenaam zijn voor een partner dan wat kleiner' Alle zorgen die mannen zich daarover maken, illustreren volgens T'Sjoen vooral hoezeer porno ons beeld van de normale maten vertekent. Die lopen in werkelijkheid flink uiteen: 'Voor Vlaamse mannen ligt het gemiddelde voor een penis in erectie op veertien centimeter, wat betekent dat een exemplaar van elf centimeter net zo doorsnee is als een van zeventien. Van een kleine penis spreken we pas als hij in erectie kleiner is dan zeven centimeter.' Je kunt maar beter vrede nemen met wat je hebt en desnoods creatief zijn bij het stimuleren van je partner, zegt T'Sjoen. 'Van penisverlengingen (in België alleen aangeboden door enkele privéklinieken, red.) zijn we afgestapt. De ingreep - het losknippen van het ligament waarmee de penis vasthangt aan het schaambot - is pijnlijk en moeizaam, en de winst, puur optisch bedrog eigenlijk, bedraagt hoogstens twee centimeter. Je kunt een kleine penis dus wat minder klein doen lijken, maar het wordt nooit een grote penis. De betrokkenen zijn ook nooit tevreden: in hun ogen blijven ze een man met een kleine penis.' Relatiebreuken wegens een te kleine penis heeft T'Sjoen echter nog niet meegemaakt: 'Klein geschapen mannen vrezen daar soms voor, maar als je doorvraagt, blijken relatieproblemen veel dieper te liggen. Toen alles nog goed zat, was die kleine penis helemaal geen punt.' 'Dan ben je toch gefocust op het voorkomen of uitstellen van een climax, en soms is dat al genoeg om klaar te komen. Het is ook zonde van het plezier: seks moet je in the moment beleven, dan wil je met je gedachten niet elders zitten. Daarom voel ik ook weinig voor pijnprikkels, zoals hard in de penis knijpen, of verdovende crèmes die de gevoeligheid verminderen. Eigenlijk wil je seks dan minder leuk maken, en crèmes kun je tijdens de daad overdragen op je partner, die dan ook minder voelt.' Wel kun je spelen met je opwinding en de intensiteit ervan. 'Er zijn eindeloos veel handelingen en standjes om af te wisselen. Tot opwinding komen, aandacht geven en krijgen, even afkoelen: seksuologen kunnen je heel wat tips geven.' 'Je leest weleens dat geregeld seks hebben de prostaat gezond houdt, maar van een oorzakelijk verband is geen sprake', reageert T'Sjoen. 'De enige link is wellicht dat mannen die lichamelijk en emotioneel gezond zijn doorgaans meer seks hebben. Net zoals een verminderde of beperkte seksuele activiteit vaak een lichamelijk probleem zoals overgewicht of diabetes of een psychologische remming weerspiegelt, kun je een hogere seksuele activiteit zien als een teken van fysieke en emotionele gezondheid.' Kort samengevat: een prostaat in topvorm draagt bij tot je seksleven, niet omgekeerd.Veel mannen ervaren ze zelf niet als een last, leert het Sexpertonderzoek: tien procent van de mannen ervaart erectiestoornissen, maar minder dan de helft daarvan noemt ze problematisch. 'Zeker oudere mannen, een groep die door de geleidelijke daling van de testosteronspiegel en zaken als overgewicht en medicatiegebruik gevoeliger is voor erectiestoornissen, leggen zich er soms bij neer', legt T'Sjoen uit. Toch doe je er als man goed aan erectiestoornissen te bespreken met je arts. 'De erectie wordt door collega's terecht de antenne van het hart genoemd, want een stoornis kan andere lichamelijke problemen verraden. Hart- en vaataandoeningen bijvoorbeeld, waarvan erectieproblemen vaak het eerste teken zijn. In de penis zijn de bloedvaatjes immers kleiner en smaller, waardoor ze ook sneller dichtslibben. Samen met de testosteronspiegel testen we bij erectieproblemen ook altijd op diabetes, nog iets dat je er goed mee kunt opsporen. Wat mij betreft moeten artsen hun patiënten expliciet naar hun erecties vragen. Je haalt er enorm veel uit.' Krijg je wel nog ochtenderecties, dan kun je veel lichamelijke oorzaken al uitsluiten, legt T'Sjoen uit. 'Dan spelen er wellicht psychologische factoren voor je erectieproblemen. Denk aan stress, een gezinsleven waarbij seks compleet ondergeschikt is aan kinderen en andere prioriteiten, of faalangst na een vrijpartij waarbij de penis niet mee wilde.' In het laatste geval kunnen Viagra en aanverwanten helpen om de vicieuze cirkel te doorbreken, al pleit T'Sjoen voor een seksuologische aanpak. 'Voor veel mannen en koppels komt het erop aan weer te leren voelen en genieten, om niet op die erectie en penetratie te focussen en echt tijd te maken voor seks. Vaak heb ik een beetje overtuigingskracht nodig als ik een man dat vertel. Een voorschrift of met een buitenstaander over seks praten: veel mannen kiezen dan het eerste.' 'Een testosterontekort, bijvoorbeeld na een bestraling voor teelbalkanker, tast het seksuele verlangen en de erectie aan', vertelt T'Sjoen. 'Dat verband is duidelijk. Maar te veel testosteron, dat bestaat eigenlijk niet. Mannen hebben uiteenlopende testosteronspiegels, maar ook hun genetische gevoeligheid ervoor verschilt danig. Is die gevoeligheid laag, dan maakt je lichaam gewoon meer testosteron aan en omgekeerd.' Daardoor heeft een testosteronspiegel van 900 nanogram per deciliter in de praktijk hetzelfde effect als een van 300 nanogram: 'Meer testosteron geeft je niet meer zin in seks.' Bovendien bewaakt het lichaam zorgvuldig de testosteronwaarden die voor de man in kwestie net goed zijn. 'Dat zie je goed bij bodybuilders die testosteron spuiten om extra spieren te kweken. De aanmaak van testosteron gebeurt voornamelijk in de teelballen, en net die krimpen dan. Hun hersenen zetten de ballen als het ware op een lager pitje, omdat er toch genoeg testosteron het lichaam binnenkomt.' Kortom, hoe een man omgaat met zijn seksuele impulsen heeft weinig te maken met het testosteronniveau op zich. 'Wellicht spelen dan toch vooral de regels en normen die mannen meekrijgen van de samenleving en hun eigen omgeving, en ook hun leeftijd en ervaring. Mannen leren mettertijd wat wel en niet kan.' De vruchtbaarheid daalt, bevestigt T'Sjoen: 'Volgens identieke tellingen daalde de spermakwaliteit van gemiddeld honderd miljoen zaadcellen per milliliter in 1981 naar 47 miljoen in 2013. Als die trend zich voortzet, zitten we over dertig jaar op 23 miljoen. En de kritische grens om binnen het jaar op natuurlijke wijze zwanger te worden bedraagt vijftien miljoen.' De daling, te wijten aan omgevings- factoren en levensstijl, is niet toevallig het sterkst in de westerse wereld. Allerhande stoffen belagen onze hormoonhuishouding: endocriene verstoorders die het vrouwelijke hormoon oestrogeen nabootsen en via de industrie het milieu verontreinigen, maar ook onder meer in zacht plastic, cosmetica en kartonnen snackbakjes zitten. Toch klopt het volgens T'Sjoen niet dat mannen massaal problemen hebben om kinderen te verwekken. 'Of je veertig of tachtig miljoen zaadcellen hebt, is van weinig belang: het is echt een kwestie van geluk, en dan raakt negentig procent van de koppels binnen het jaar op natuurlijke wijze zwanger. Gaat het minder vlot, dan ligt de oorzaak in één op de twee gevallen bij de man, en voor de andere helft bij de vrouw.' Onvruchtbaar is trouwens niet de juiste term: 'Zo impliceer je dat er niets meer mogelijk is. Terwijl zelfs mannen met een enorm verminderde vruchtbaarheid meestal wel enkele zaadcellen hebben. Die volstaan om via een ivf-procedure een zwangerschap mogelijk te maken.' Laat je kwakje vooraf wel onderzoeken door een spermalabo, benadrukt T'Sjoen: 'De ivf-procedure kan nog steeds doorgaan, maar dan worden de oorzaken van de verminderde vruchtbaarheid ook onderzocht. Zaken als een spatader rond de teelbal, een goedaardig gezwel in de hypofyse of een voorstadium van teelbalkanker kunnen dan behandeld worden. Zo niet raakt de vrouw dankzij ivf wel zwanger, maar blijven eventuele gezondheidsproblemen van de man verborgen.' Idealiter hebben zaadcellen het minder warm dan onze lichaamstemperatuur, legt T'Sjoen uit: 'De teelballen hangen niet voor niets buiten ons lichaam.' Een spannende slip omhelst de ballen als het ware en duwt ze dichter tegen het bekken, waardoor de temperatuur stijgt. Door diezelfde opwarming is het ook niet aanbevolen om je smartphone in de broekzak te dragen of urenlang in de zetel voor televisie te hangen. 'Wie zit, sluit zijn ballen op in een broek, en hoe warmer het daar wordt, hoe meer zaadcellen afsterven.' En gamen? 'Dan ben je al een stuk beweeglijker, waardoor je de ballen verluchting geeft.' Belangrijke nuance: voor mannen met een normale vruchtbaarheid zit er weinig winst in. 'Voor hen zal een miljoen zaadcellen meer de kans op een zwangerschap niet vergroten. Maar voor mannen met een verminderde vruchtbaarheid kan dat miljoen het verschil maken. Hen raden we wel aan om een losse boxershort te dragen, de zetelverwarming van de auto af te zetten, geen lang warm bad te nemen en niet frequent naar de sauna te gaan. Al zijn de grootste boosdoeners toch levensstijlfactoren. Overgewicht bijvoorbeeld, omdat het lichaam testosteron dan omzet in oestrogeen, maar ook roken: niet-rokers hebben ongeveer dubbel zoveel zaadcellen als rokers, en vanaf tien sigaretten per dag daalt de kwaliteit van de spermacellen spectaculair.' 'Er is geen mannelijke tegenhanger van de menopauze', corrigeert T'Sjoen meteen. 'Bij vrouwen gaat het om een plotse omwenteling rond hun vijftigste: de menstruatie stopt, ze zijn niet vruchtbaar meer en maken bijna geen vrouwelijk hormoon meer aan. Bij mannen loopt het niet zo'n vaart. De testosteronspiegel begint al rond hun dertigste met 0,4 à 1,5 procent per jaar te dalen, maar dat is een langzaam natuurlijk proces waar de meeste mannen geen of nauwelijks last van hebben. Bij zestigplussers is de dalende hormoonspiegel slechts bij één of twee procent medisch significant.' In dat geval kan een behandeling met testosteron bijbehorende klachten als verminderd seksueel verlangen, verminderde spierkracht, zwakkere botten en depressiviteit verhelpen. Andere oudere mannen hebben echter weinig aan zo'n behandeling, zegt T'Sjoen: 'Hun seksueel verlangen zal wat toenemen, maar klachten die te maken hebben met de veroudering van het lichaam zullen blijven. Denk aan spiervermoeidheid of verminderd uithoudingsvermogen. Een oudere man met een lage, maar normale testosteronspiegel behandelen met hormonen, zoals in de Verenigde Staten massaal gebeurt, leidt dus alleen maar tot teleurstelling. Bovendien zijn er bij mannen met hart- en vaatziekten of prostaatproblemen ook risico's verbonden aan zulke behandelingen.' Veel nuttiger is het om op je algemene gezondheid te letten: 'De testosteronspiegel reflecteert meestal de algemene gezondheid. Hecht je eraan om ook op je oude dag seksueel actief te blijven, zorg dan voor een gezond eetpatroon en genoeg beweging. Dan is de kans dat je testosteronproblemen ontwikkelt een stuk kleiner.'