Duurzaamheid is alomtegenwoordig. Het is een buzz-woord geworden en consumenten, bedrijven en overheden zijn er terecht van overtuigd: na de pandemie kunnen we niet terug naar business as usual. Het moet vanaf nu duurzaam. Door uitstekende initiatieven als het goedkeuren van politieke Green Deals, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen én door minder vlees te eten zorgen we samen voor een duurzamere wereld. Maar begrijpen we wel voldoende wat dat dan juist inhoudt, een duurzame wereld?

Sociale duurzaamheid

Het antwoord is wellicht nee. Duurzaamheid wordt in het publieke debat vaak vernauwd tot ecologische duurzaamheid. Zo definiëren we producten al gauw als niet duurzaam wanneer ze van veraf komen. Koffie, bananen, cacao en ook katoen (en bij uitbreiding dus kleding), zijn hiervan vaak de dupe. Het zijn immers producten die we hier niet kunnen produceren en dus noodgedwongen lange afstanden moeten afleggen vooraleer we ze kunnen gebruiken. Daarom zoeken we terecht naar alternatieven "uit onze achtertuin" en gaan we prat op hoe we onze voedselkilometers beperken door minder koffie te drinken, minder chocolade te eten en tweedehandskleding te dragen.

Klinkt 67 cent per dag als een eerlijk loon? Zo weinig verdient de cacaoboer die voor onze lekkere chocolade zorgt

Wanneer het echter gaat over de andere aspecten van duurzaamheid, meer bepaald de sociale en economische duurzaamheid van de producten die we kopen, rijzen er veel minder vragen over de producenten en arbeiders die hiervoor instaan. Werden hun rechten wel gerespecteerd, zoals het recht op vereniging/vakbond, werden er toch zeker geen mensen gedwongen tewerkgesteld en bovenal: kregen zij wel een correcte prijs betaald voor hun product/werk?

Een leefbaar inkomen, een mensenrecht...

Een leefbaar inkomen is nochtans een mensenrecht, dat al in 1948 werd vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens in artikel 23, waar letterlijk staat: "Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld".

De hete aardappel doorschuiven en elkaar met de vinger te wijzen, is niet het antwoord

73 jaar later zien we dat Ivoriaanse cacaoboeren gemiddeld ongeveer 67 eurocent per dag verdienen voor een hele dag zwaar labeur en dat ook plantagewerkers en bananenboeren in Latijns-Amerika onvoldoende verdienen om in een leefbaar inkomen te voorzien. In andere gecompliceerde toeleveringsketens, zoals koffie en katoen, vinden we een gelijkaardige situatie terug. Ook dichter bij huis verdienen bijvoorbeeld melkproducenten vaak onvoldoende. Klinkt dit als een eerlijke verdeling?

... én een voorwaarde voor duurzaamheid

Een leefbaar inkomen is een dermate belangrijk mensenrecht, dat het schenden ervan aan de basis ligt van andere mensenrechtenschendingen. Zo is het inzetten van kinderen op Ivoriaanse cacaoplantages direct te herleiden tot het feit dat veel te veel cacaoboeren in extreme armoede leven Een te laag inkomen zorgt niet alleen voor schendingen van mensenrechten, maar ook voor een negatieve impact op het milieu. Zo heeft het overmatig gebruik van pesticides bij de productie van bananen vaak te maken met het gedwongen worden om in extreme armoede te leven. Armoede sluit dan ook zowel ecologische als socio-economische duurzaamheid uit. Een échte duurzame kentering kan enkel wanneer sociale onrechtvaardigheid structureel wordt aangepakt en wanneer een leefbaar loon en inkomen wordt gegarandeerd.

Who's to blame?

Maar wie kan daar dan voor zorgen? En nog beter, wie is daarvoor verantwoordelijk? Want als je eigen middelen beperkt zijn, kan je moeilijk verweten worden om een T-shirt aan te kopen van vijf euro. Iedereen heeft immers recht op een kwaliteitsvolle en modieuze outfit en winkels in onze steden bieden dit nu eenmaal aan. De bedrijven misschien? Moeten zij niet zorgen dat koffieproducenten loon naar werk krijgen? Jazeker, maar overheden en met name het parlement moeten bedrijven regels en wetten opleggen die hen dwingen rekening te houden met hun impact op mensenrechten én op het milieu en hiervoor verantwoording af te leggen. Maar worden parlementsleden nu niet verkozen door u en ik? En leggen zij geen verantwoording af aan hun achterban?

Laten we op deze internationale dag van de eerlijke handel samen bouwen aan een positieve dynamiek waar duurzaamheid écht zin krijgt

#connectwhatsgood

Door de hete aardappel steeds door te schuiven en elkaar met de vinger te wijzen, zullen we er wellicht niet uit geraken. Burgers, consumenten, bedrijven, overheden en middenveldorganisaties: allemaal kunnen we een rol spelen om te zorgen voor duurzaamheid in onze samenleving én voor een beter inkomen voor producenten. Door onze burgerlijke verantwoordelijkheid, ons consumptiegedrag, het engagement van onze bedrijven en de regulering van onze overheden, kunnen we samen zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid. In plaats van te zoeken naar wie nu juist de grootste verantwoordelijkheid draagt of verlamd te worden door schuldgevoelens, zouden we ons daarom moeten focussen op het in verbinding brengen van alle positieve initiatieven, van de goede schakels. Laten we op deze internationale dag van de eerlijke handel daarom juist dat doen, "to connect what's good", en samen bouwen aan een positieve dynamiek waar duurzaamheid écht zin krijgt.

Duurzaamheid is alomtegenwoordig. Het is een buzz-woord geworden en consumenten, bedrijven en overheden zijn er terecht van overtuigd: na de pandemie kunnen we niet terug naar business as usual. Het moet vanaf nu duurzaam. Door uitstekende initiatieven als het goedkeuren van politieke Green Deals, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen én door minder vlees te eten zorgen we samen voor een duurzamere wereld. Maar begrijpen we wel voldoende wat dat dan juist inhoudt, een duurzame wereld? Sociale duurzaamheidHet antwoord is wellicht nee. Duurzaamheid wordt in het publieke debat vaak vernauwd tot ecologische duurzaamheid. Zo definiëren we producten al gauw als niet duurzaam wanneer ze van veraf komen. Koffie, bananen, cacao en ook katoen (en bij uitbreiding dus kleding), zijn hiervan vaak de dupe. Het zijn immers producten die we hier niet kunnen produceren en dus noodgedwongen lange afstanden moeten afleggen vooraleer we ze kunnen gebruiken. Daarom zoeken we terecht naar alternatieven "uit onze achtertuin" en gaan we prat op hoe we onze voedselkilometers beperken door minder koffie te drinken, minder chocolade te eten en tweedehandskleding te dragen. Wanneer het echter gaat over de andere aspecten van duurzaamheid, meer bepaald de sociale en economische duurzaamheid van de producten die we kopen, rijzen er veel minder vragen over de producenten en arbeiders die hiervoor instaan. Werden hun rechten wel gerespecteerd, zoals het recht op vereniging/vakbond, werden er toch zeker geen mensen gedwongen tewerkgesteld en bovenal: kregen zij wel een correcte prijs betaald voor hun product/werk? Een leefbaar inkomen, een mensenrecht... Een leefbaar inkomen is nochtans een mensenrecht, dat al in 1948 werd vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens in artikel 23, waar letterlijk staat: "Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld". 73 jaar later zien we dat Ivoriaanse cacaoboeren gemiddeld ongeveer 67 eurocent per dag verdienen voor een hele dag zwaar labeur en dat ook plantagewerkers en bananenboeren in Latijns-Amerika onvoldoende verdienen om in een leefbaar inkomen te voorzien. In andere gecompliceerde toeleveringsketens, zoals koffie en katoen, vinden we een gelijkaardige situatie terug. Ook dichter bij huis verdienen bijvoorbeeld melkproducenten vaak onvoldoende. Klinkt dit als een eerlijke verdeling? ... én een voorwaarde voor duurzaamheid Een leefbaar inkomen is een dermate belangrijk mensenrecht, dat het schenden ervan aan de basis ligt van andere mensenrechtenschendingen. Zo is het inzetten van kinderen op Ivoriaanse cacaoplantages direct te herleiden tot het feit dat veel te veel cacaoboeren in extreme armoede leven Een te laag inkomen zorgt niet alleen voor schendingen van mensenrechten, maar ook voor een negatieve impact op het milieu. Zo heeft het overmatig gebruik van pesticides bij de productie van bananen vaak te maken met het gedwongen worden om in extreme armoede te leven. Armoede sluit dan ook zowel ecologische als socio-economische duurzaamheid uit. Een échte duurzame kentering kan enkel wanneer sociale onrechtvaardigheid structureel wordt aangepakt en wanneer een leefbaar loon en inkomen wordt gegarandeerd. Who's to blame? Maar wie kan daar dan voor zorgen? En nog beter, wie is daarvoor verantwoordelijk? Want als je eigen middelen beperkt zijn, kan je moeilijk verweten worden om een T-shirt aan te kopen van vijf euro. Iedereen heeft immers recht op een kwaliteitsvolle en modieuze outfit en winkels in onze steden bieden dit nu eenmaal aan. De bedrijven misschien? Moeten zij niet zorgen dat koffieproducenten loon naar werk krijgen? Jazeker, maar overheden en met name het parlement moeten bedrijven regels en wetten opleggen die hen dwingen rekening te houden met hun impact op mensenrechten én op het milieu en hiervoor verantwoording af te leggen. Maar worden parlementsleden nu niet verkozen door u en ik? En leggen zij geen verantwoording af aan hun achterban? #connectwhatsgoodDoor de hete aardappel steeds door te schuiven en elkaar met de vinger te wijzen, zullen we er wellicht niet uit geraken. Burgers, consumenten, bedrijven, overheden en middenveldorganisaties: allemaal kunnen we een rol spelen om te zorgen voor duurzaamheid in onze samenleving én voor een beter inkomen voor producenten. Door onze burgerlijke verantwoordelijkheid, ons consumptiegedrag, het engagement van onze bedrijven en de regulering van onze overheden, kunnen we samen zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid. In plaats van te zoeken naar wie nu juist de grootste verantwoordelijkheid draagt of verlamd te worden door schuldgevoelens, zouden we ons daarom moeten focussen op het in verbinding brengen van alle positieve initiatieven, van de goede schakels. Laten we op deze internationale dag van de eerlijke handel daarom juist dat doen, "to connect what's good", en samen bouwen aan een positieve dynamiek waar duurzaamheid écht zin krijgt.