Vrouwelijk en veelbelovend: 5 debuten die je niet mag missen op designforum For The Now

Véronique Leysen (Effortless Studio) ontwikkelde een hedendaagse make-upconsole. ‘Want zeg nu zelf: niemand heeft vandaag nog de tijd om zich zittend op te maken met een koffie en een geurkaarsje erbij.’
Véronique Leysen (Effortless Studio) ontwikkelde een hedendaagse make-upconsole. ‘Want zeg nu zelf: niemand heeft vandaag nog de tijd om zich zittend op te maken met een koffie en een geurkaarsje erbij.’ © Anneke D’Hollander
Amélie Rombauts
Amélie Rombauts Journalist Knack Weekend

Knack Weekend zat mee aan de jurytafel van designplatform For The Now dat het spannendste wat België aan design te bieden heeft verzamelt. Wij selecteerden vijf vrouwelijke debuten om naar uit te kijken.

Véronique Leysen (Effortless Studio) ontwikkelde een hedendaagse make-upconsole

Veronique Leysen
© Anneke D'Hollander

Ondernemen zit Véronique Leysen (39) in het bloed. Op haar cv staat al acteur, model, make-upartiest, influencer, modeontwerper en horecaondernemer. Sinds juni heeft ze ook een diploma interieurvormgeving en meubelontwerp op zak.

‘Als kind was ik continu in de weer met karton en zilverpapier om decors en kledij te maken. Alleen wist ik niet hoe ik dat talent in een job kon vertalen. Een sfeer creëren, daar was ik goed in, maar ik had zin in meer. Tussen mijn tweede en derde zwangerschap ben ik daarom met een opleiding in het open hoger onderwijs gestart bij Thomas More. Ik had verwacht om over kleuren en styling te leren, maar het was verrassend technisch: elke week opdrachten en maquettes inleveren. Vijf jaar lang had ik, naast mijn werk en gezin, nauwelijks een sociaal leven. (lacht)

Het was dus allesbehalve een moeiteloze periode. De naam van mijn ontwerppraktijk, Effortless Studio, verwijst naar mijn make-upsignatuur: een tikje nonchalant, nooit geforceerd. Ik hou niet van geplamuurde gezichten, wel van karakter en authenticiteit.

Make-uptafels werden ontworpen voor vrouwen, maar duidelijk niet door vrouwen.

Het was logisch dat mijn eerste ontwerpen een link zouden hebben met make-up. Ik heb altijd een zwak gehad voor make-uptafels – vroeger populair, maar ergonomisch een ramp en al helemaal niet gebruiksvriendelijk. De spiegel stond te ver, de opbergruimte was beperkt, en zitten zonder je benen te kunnen kruisen vond ik frustrerend. Ze waren dan wel ontworpen voor vrouwen, maar duidelijk niet door vrouwen. Ik wilde daarom een hedendaagse make-upconsole ontwikkelen. Want zeg nu zelf: niemand heeft vandaag nog de tijd om zich zittend op te maken met een koffie en een geurkaarsje erbij. (lacht)

De meeste consoles ogen rond of lieflijk. Ik wilde ze een scherper kantje geven, met een ontwerp voor vrouwen die hun mannetje staan. Vandaar het aluminium, de combinatie van strakke lijnen en afgeronde plooien, het rode accent. Vanuit de ene hoek is de console statig, vanuit de andere heeft de rode glossy afwerking iets uitgesproken vrouwelijks.

Dat rood is trouwens geïnspireerd op de kleur van mijn favoriete lippenstift, Mat75 van Dries Van Noten. In het RAL-systeem heet de tint “verkeersrood”. Als ik de lipstick draag of aanbreng, gaat alle aandacht naar de lippen. Met zo’n kleur kun en wíl je niet onzichtbaar zijn. Dan maak je een statement.

Daarnaast ontwierp ik een mobiele make-upbar, opgebouwd uit vier modules met een tafelspiegel waarvan de vorm is gebaseerd op een lippenstift. Met DeKnudt Mirrors ben ik momenteel in gesprek om een grotere variant van een van mijn staande spiegels te ontwikkelen. Al hoeven niet al mijn ontwerpen om make-up te draaien. Binnenkort ga ik mijn huis renoveren en mijn ambitie is om elk meubel door een eigen ontwerp te vervangen. Ik heb al ideeën voor een modulaire eettafel.’ (lacht)

Manhattan Console in aluminium, 4450 euro en bijbehorende SIlhouette Chair, 750 euro. effortlessstudio.eu @vl_effortless_designstudio

Debora Vancayzeele creëerde collectie CO, haar ode aan vreugde

Debora Vancayzeele op salontafel CO, haar ode aan vreugde.’ik hou ervan om iets abstracts, zoals een gevoel, te vertalen naar iets tastbaars, iets dat mensen kunnen begrijpen.’
© Anneke D’Hollander

Debora Vancayzeele (32) voerde onderzoek naar wat mensen verwondert en vreugdevol maakt. Het leidde tot CO, een eerste collectie die kleur, geometrische vormen en symmetrie combineert.

‘Ik wil het onzichtbare zichtbaar maken. Of anders gezegd: ik hou ervan om iets abstracts, zoals een gevoel, te vertalen naar iets tastbaars, iets dat mensen kunnen begrijpen. Ik ontwerp dus niet vanuit een vorm of kleur die ik toevallig interessant vind, maar altijd met een reden. In die zin neig ik misschien meer naar kunst dan naar productdesign. Al vind ik het wel belangrijk dat je mijn werk ook echt kunt gebruiken.

Voor deze collectie heb ik onderzocht wat mensen vreugde brengt. Via gesprekken met psychologen, onder wie Dirk De Wachter, kwam ik terecht bij een TED Talk van Ingrid Fetell Lee van het platform The Aesthetics of Joy. Daarin legt ze uit waarom bepaalde kleuren, vormen en verhoudingen mensen blij maken. Dat we ronde vormen aangenamer vinden dan scherpe, of dat we instinctief naar specifieke kleuren grijpen, heeft alles te maken met evolutionaire psychologie.

Ik hoop dat mijn meubels een herinnering kunnen zijn aan kinderlijke lichtheid en vrolijkheid.

Elk ontwerp uit mijn collectie is opgebouwd uit twee geometrische vormen die in balans komen en pas een functie krijgen wanneer ze worden gecombineerd. Die vormen symboliseren het volwassen zelf en het innerlijke kind, het evenwicht verbeeldt de relatie tussen beide. De kleuren koos ik intuïtief. Ze doen me denken aan mijn jeugd, aan de zomers van vroeger. Zo blik ik terug op het verleden, zonder dat de meubels nostalgisch aanvoelen.

Het klinkt misschien banaal of naïef, maar ik hoop dat mijn meubels een kleine herinnering kunnen zijn aan die kinderlijke lichtheid en vrolijkheid; een uitnodiging tot speelsheid, tot verwondering. Want naarmate we ouder worden, verliezen we dat steeds meer. En daar is vandaag net zo’n groot gebrek aan.’

Bijzettafel Pivot, salontafel/bank Delta en ligzetel Vertex, vanaf 2600 euro. Ze zijn te zien bij galerie Imaginair in Brussel. deboravancayzeele.com@deboravancayzeele

Anouk Meurice ontwikkelde designmethode Resitu

Anouk Meurice ontwikkelde designmethode Resitu. ‘Die bestaat uit drie stappen: bewaren, vertellen en verbinden.’
© Anneke D’Hollander

Architect Anouk Meurice (25) ontwikkelde geen meubel maar een designmethode, Resitu. Daarmee wil ze de herinnering aan gesloopte gebouwen omvormen tot tastbare, betekenisvolle objecten.

‘Ik heb Resitu bedacht toen ik hoorde dat het zwembad in mijn geboortedorp gesloopt zou worden. Er zou niets van die plek bewaard blijven, en daarmee zouden niet alleen mijn herinneringen verdwijnen, maar ook die van mijn familie, vrienden en alle dorpsgenoten die er ooit hadden leren zwemmen. Omdat ik dat zo jammer vond, overtuigde ik het gemeentebestuur om me een paar elementen te laten recupereren, zodat ik er objecten van kon maken voor het park dat in de plaats zou komen. Van de springplank en startblokken maakte ik buitenmeubilair dat er volgend voorjaar wordt geïnstalleerd.

Mijn methode bestaat uit drie stappen: bewaren, vertellen en verbinden. Eerst bewaar ik fysieke elementen uit het gebouw dat verdwijnt, daarna verzamel ik verhalen en herinneringen, om beide vervolgens te verenigen in een meubel of object dat teruggegeven wordt aan de gemeenschap.

Elementen uit de sloop verenig ik samen met de herinneringen in een object.

Deze lamp en drieluikspiegel (zie openingsbeeld van dit artikel, red) zijn het resultaat van een tweede project, deze keer in samenwerking met de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Deinze. De spiegel verwijst naar het speelgoedhuisje dat in de jaren zeventig bij de opening van de bib door een kunstenares werd geschonken. Hij is gemaakt van de restanten van de spiegelende plafondlatten. De lamp is vervaardigd uit de rode trapleuning die zo typerend was. De eerste bibliothecaris had iets met rood. Ze bestelde destijds alle boekenrekken en het metaalwerk in die kleur. Wie de oude bibliotheek nog gekend heeft, herkent de referentie meteen, maar ook zonder die kennis kun je de objecten waarderen. Het zijn dus geen souvenirs, maar volwaardige gebruiksvoorwerpen.

Resitu gaat over hergebruik, overlevering en herinnering. Het is niet alleen bedoeld voor gemeenten, maar ook voor mensen van wie bijvoorbeeld het ouderlijk huis wordt afgebroken of gerenoveerd. Ik heb niet de ambitie om massaproducten te maken: het materiaal dat ik bewaar is eindig, en dat mag zo blijven. Bovendien ben ik geen productontwerper, maar een architect die gewoon heel graag meubels maakt.’

Op For The Now worden kleinere varianten van de staande lamp voorgesteld. Vanaf 720 euro. @_resitu

Lotte Cobbaert ontwierp een stoel waarop je veilig kunt wiebelen

Lotte Cobbaert en haar wiebelende TOPPLEchair ‘Ik wiebel zelf ook weleens, een kennis met ADHD doet het continu. Er wordt vaak gedacht dat hij op die manier zijn energie kanaliseert, maar eigenlijk zorgt het wippen ervoor dat hij prikkels beter kan filteren en rustiger wordt.’
© Anneke D’Hollander

Lotte Cobbaert (24) ontwierp een stoel waarop je veilig kunt wiebelen. Dat is niet alleen interessant voor mensen die actief willen zitten, maar ook voor wie zich beter wil concentreren.

‘TOPPLEchair is ontworpen voor mensen, en vooral kinderen, die in de klas wiebelen op hun stoel. Ik doe het zelf ook weleens, en een kennis met ADHD doet het continu. Er wordt vaak gedacht dat hij op die manier zijn energie kanaliseert, maar eigenlijk zorgt het wippen ervoor dat hij prikkels beter kan filteren en rustiger wordt. Daardoor kan hij zich beter concentreren. We wiegen baby’s om hen te kalmeren, maar vergeten dat ook kinderen en volwassenen er baat bij hebben. Wiebelen op een gewone stoel maakt echter putjes in het parket en je kunt vallen. Dat maakt ouders, leerkrachten en omstaanders nerveus. (lacht)

Het ontwerp is ontstaan vanuit dat specifieke probleem, maar groeide uit tot een stoel voor iedereen die graag actief zit. Wie op het kantelpunt wiegt, beweegt voortdurend de benen, wat de bloedsomloop stimuleert. Dankzij de smalle rugleuning kun je je armen vrij bewegen, maar ook andersom zitten of wippen.

We wiegen baby’s om hen te kalmeren, maar ook volwassenen hebben er baat bij.

Omdat de stoel licht en draagbaar, maar toch stevig moest zijn, koos ik voor dennenhout. Hij wordt volledig koud verlijmd, zonder schroeven of bouten, waardoor hij makkelijk recycleerbaar is. Ondanks het massieve uiterlijk is hij hol vanbinnen, en hij is stapelbaar.

Op termijn zou ik de TOPPLEchair graag in een grotere oplage geproduceerd zien, bijvoorbeeld in gerecycleerde kunststof. Dat zou hem nog lichter, goedkoper en onderhoudsvriendelijker maken, en geschikt voor binnen en buiten. Zo zou hij ook toegankelijk kunnen worden voor scholen, kantoren en bedrijven. Tot het zover is, maak en schuur ik elke stoel met de hand in mijn atelier.’

Vanaf 399 euro (volwassen versie) of 349 euro (voor kinderen). Verkrijgbaar in naturel hout of in kleur. @studioloc.o

Liesbet Braeckman maakt akoestische wandobjecten

Liesbet Braeckman: ‘Ik werk zoals een schilder die zijn verf en kleuren mengt: ik combineer mijn stoffen op basis van kleur, textuur en dikte. Daarna ga ik aan de slag met de faux chenille.’
© Anneke D’Hollander

Liesbet Braeckman (51) herontdekte het naaien toen ze haar cateringzaak tijdelijk moest sluiten omwille van de pandemie. Haar akoestische wandobjecten schommelen tussen kunst en design.

‘Ik pas in mijn werk de faux chenille-techniek toe. Die bestaat al eeuwen en werd vroeger vooral gebruikt door Britse quiltmakers, maar evengoed in couturehuizen. Je legt verschillende lagen stof op elkaar, stikt ze centimeter per centimeter door, knipt ze vervolgens deels open en borstelt ze met een harde borstel zodat de lagen gaan rafelen. Zo ontstaat die kenmerkende, levendige textuur. Het is bijzonder arbeidsintensief, waarschijnlijk is dat de reden waarom de techniek bijna verdwenen is. (lacht)

Tijdens de pandemie experimenteerde ik met oude kleren van mijn kinderen, daarna schakelde ik over op interieurstoffen uit afgedankte staalboeken. Vandaag werk ik met deadstock van meubel- en gordijnstoffen, afkomstig van producenten en weverijen uit West-Vlaanderen. De stoffen hebben meestal een mankement. Ze zijn beschadigd door de zon of water, of ze hebben een verouderd dessin.

Linnen en wol hebben mijn voorkeur, al gebruik ik soms ook synthetische stoffen om een draderig effect te creëren. Ik werk zoals een schilder die zijn verf en kleuren mengt: ik combineer mijn stoffen op basis van kleur, textuur en dikte. Daarna ga ik aan de slag met de faux chenille. De laatste stap is het werk op mdf bevestigen, soms voeg ik mousse toe om extra volume te creëren. Aan een groot werk ben ik makkelijk een week bezig.

Ik zie mensen tijdens tentoonstellingen vaak even aarzelen. Maar ja: aanraken mag.

Omdat ik met recuperatiemateriaal werk, kwam mijn werk meteen terecht in een coworkingspace in Mechelen, gerund door architecten die met duurzaamheid bezig zijn. Ik stelde al tentoon in galeries als Imaginair en Arthus Gallery in Brussel. Momenteel hangt mijn werk in een groepsexpo in Rotterdam. Maar door te experimenteren met formaat en vorm ontdekte ik dat mijn wandobjecten niet alleen artistiek interessant zijn, maar ook een sterke akoestische werking hebben. I

s het nu kunst of design? Moeilijk te zeggen. Het balanceert ergens tussenin. Voor de een is het een akoestische oplossing die als kunstwerk kan doorgaan, voor de ander kunst met akoestische kwaliteiten. Hoe dan ook: je mag ze aanraken. Tijdens tentoonstellingen zie ik vaak hoe mensen, aangetrokken door de kleuren en textuur, even aarzelen. Mag het wel? Ja dus. Ze zijn zacht, maar robuust genoeg.’ (lacht)

Prijzen tussen 1800 tot 4500 euro. liesbetbraeckman.com @liesbet.braeckman.art

For The Now kun je op 22 en 23 november gratis bezoeken in Maison de la Poste, Tour & Taxis, Brussel : https://forthenow.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise