Interieurarchitect Tijen Taskin moest stevig weerwerk leveren om de negentiende-eeuwse overdaad van haar herenhuis met maar liefst 20 slaapkamers niet te laten overheersen. Haar tactiek: een evenwicht vinden.
Op de website van het immokantoor stond het pand omschreven als ‘majestueus herenhuis uit 1875 in eclectische stijl met 1700 vierkante meter bewoonbare oppervlakte en twintig slaapkamers.’ Een mens zou van minder onder de indruk zijn.

Binnen imponeren balzaalgrote ruimtes, parketvloeren tot zover het oog reikt, eikenhouten lambrisering per strekkende meter, massieve schoorsteenmantels met artisanaal houtsnijwerk, glas-in-loodramen, een glamoureuze marmeren trap en een monumentale wandschildering in de hal. Hotel Keppenne, gesigneerd Jules Jacques Van Ysendyck – Belgisch architect van onder meer de gemeentehuizen van Schaarbeek en Anderlecht – werd gebouwd voor een welgestelde familie en deed lang dienst als Italiaans consulaat.

Het is een van die iconische gebouwen die elke Luikenaar kent, zo ook interieurarchitect Tijen Taskin en haar man. Zij zochten een plek om hun nieuw samengesteld gezin en kantoor in onder te brengen en brachten uit nieuwsgierigheid een bezoek aan het huis.

Reanimatie
‘Het pand was verdeeld in kantoorruimtes, maar straalde nog altijd de grandeur uit van toen het gebouwd werd voor notaris Keppenne’, vertelt Taskin. ‘Wat mij tijdens de bezoekdag vooral opviel, was de sfeer. Alsof het huis leefde en, al was het in slaap gedommeld, snel wakker gemaakt kon worden.’

Tussen sprookje en realiteit lag echter een lang proces van ontwaken. Drie jaar om precies te zijn – net zo lang als de bouw van het huis – maar dat had zijn redenen. ‘Een woning volledig herinrichten is natuurlijk een fantastische uitdaging als interieurarchitect. Maar na mijn eerste enthousiasme, begon ik de omvang van de uitdaging in te zien. Alles is hier zo buitenmaats en imponerend dat ik aanvankelijk overweldigd was door de ruimte. Ik heb mezelf dan ook veel tijd gegeven om het huis te ontdekken – dat is trouwens advies dat ik ook aan mijn klanten geef. Allereerst keek ik naar hoe het licht binnenviel en hoe de ruimtes met elkaar verbonden zijn. Want je moet eerst zien en voelen hoe het huis werkt, ook al staat het leeg, voordat je het je kunt toe-eigenen. Ik deed ook een historisch vooronderzoek, samen met een architectuurstudent, op basis van archieven, oude plannen en gelijkaardige woningen van Van Ysendyck in Brussel.’

De uitdaging was het huis een nieuwe eigen identiteit geven en er een plek van maken waarin geleefd mag worden. ‘Hoe zouden we hier kunnen wonen en leven? Hoe zou ik klanten kunnen ontvangen of vrienden uitnodigen zonder mijn kinderen te storen? Dat was het soort vragen dat ik mezelf stelde. Het was vooral zoeken naar een evenwicht tussen privé en professioneel, functioneel en esthetisch. Uiteindelijk heeft elke functie zijn plek gevonden en, belangrijker nog, is er geen enkele verloren ruimte in dit huis.’

Eigentijds tegenwicht
Het huis is op de eerste plaats gebouwd om indruk te maken op bezoekers, daar laat de pompeuze neorenaissancistische voorgevel geen twijfel over bestaan. ‘Als nieuwe eigenaar kun je dan twee dingen doen: die grandeur proberen te overtreffen, met kristallen lusters, fluweel en messing, en er een soort museum van maken, of een eigentijds tegenwicht zoeken, met respect voor het verleden.’

‘Tijdens de renovatie ben ik nooit op zoek gegaan naar sterke contrasten of opvallende interventies. Beschadigde vloeren hebben we bijvoorbeeld altijd hersteld of nagemaakt, en niet vervangen door een modern alternatief in beton. De nieuwe vestiaire in de inkomhal is gemaakt van deuren uit de achterkeuken en ziet eruit alsof ze er altijd is geweest.’

‘De moeilijkste plek om in te richten was wellicht de leefkeuken, die in de grootste, maar donkerste ruimte van het huis zit en overheerst wordt door de monumentale negentiende-eeuwse haard van houtsnijwerk. Mijn antwoord is hedendaags maar discreet: een keukeneiland dat qua omvang in verhouding staat tot de schouwmantel, maar met een verouderd marmeren blad en bekleding van roestvrij staal om het licht te weerkaatsen. Klanten die ik het huis laat zien, denken dat het eiland hier altijd gestaan heeft.’

Geen rivalen
De inrichting brengt uiteenlopende tijdperken, smaken en stijlen bij elkaar. ‘Ik reis vaak naar Italië voor mijn werk en wat me daar altijd opvalt, is de manier waarop bewoners van historische palazzo’s complexloos vintage en moderne meubelen en hedendaagse kunst in huis halen. Alsof ze zeggen: we respecteren het verleden, maar er moet wel nu geleefd worden. Oud en nieuw in dialoog bij elkaar brengen, zonder te rivaliseren, dat is ook waar het in mijn werk om draait, of ik nu een privéwoning of een hotel inricht. Een Italiaanse vintage lamp op een overladen negentiende-eeuwse schoorsteenmantel: die combinatie werkt omdat ze elkaar niet tenietdoen, maar net aanvullen. Ik heb wel vaak aan de rem moeten trekken: ik heb de ruimtes zo sober mogelijk ingericht omdat het anders snel te veel en te druk werd.’

Een nieuwe, verbindende invulling geven aan de ruimte is ook wat Taskin op de benedenverdieping doet, waar haar werkruimte is en ze klanten ontvangt. ‘Notaris Keppenne was een kunstverzamelaar en zijn vrouw schilderde. Hij nodigde geregeld kunstenaars uit om hier hun werk tentoon te stellen. Ik zou er binnenkort graag opnieuw een expositieruimte van maken, met een persoonlijke selectie kunst, design en ambacht, dingen die me na aan het hart liggen en een eigen verhaal vertellen. Dat zeg ik ook tegen mijn klanten: een huis is een plek die op jou moet lijken, en waar je niet moet doen alsof.’