Art deco voor dummies: waarom de stijl 100 jaar na haar ontstaan nog steeds relevant is

art-decozwembad van RĂ©sidence Palace
De renovatie van het art-decozwembad van RĂ©sidence Palace zou dit jaar normaal gezien klaar moeten zijn. © Archiefbeeld BANAD Festival

Er is dit jaar geen ontsnappen aan: elk zichzelf respecterend museum zet de honderdste verjaardag van de art deco in de spotlights. Maar wat houdt die stroming precies in? En is ze, een eeuw na datum, nog relevant?

“Art deco is een populaire stijlperiode die, anders dan de meer organische art nouveau, gekenmerkt wordt door geometrische figuren, rijke kleuren en overdadige versiering. Er zijn voorbeelden in de toegepaste kunst, architectuur, interieur en mode”, aldus Wikipedia. We vragen het ook eens aan topexpert Werner Adriaenssens. Hij is hoogleraar geschiedenis van de decoratieve kunsten aan de VUB en werkt als conservator van de twintigste-eeuwse collecties in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Zijn onderzoek focust op de Belgische art nouveau en art deco.

‘Art deco was een heel eclectische stijl die aan veel modes onderhevig was. Het is dus niet zo eenvoudig om een duidelijke lijst stijlkenmerken te geven, maar qua periode gaat het om 1925 tot 1940.’

Villa Empain
Detail van het interieur van Villa Empain in Brussel. © laetitia van hagendoren

Het startschot voor de art deco werd in 1925 gegeven door L’Exposition Internationale des Arts DĂ©coratifs et Industriels Modernes: een lange naam voor een grootschalige tentoonstelling gewijd aan moderne decoratieve kunsten. Adriaenssens: ‘Die tentoonstelling had een duidelijk doel: de Franse decoratieve kunsten weer op de kaart zetten. Eeuwenlang waren die dominant geweest, maar vanaf de Franse Revolutie in de 19de eeuw waren de Fransen die positie kwijtgeraakt.’

De fout van 1900

‘Ze gebruikten de expo om een nieuwe stijl te lanceren’, vat Adriaenssens kort samen. ‘Die zette zich af tegen de art nouveau, en tegen de wereldtentoonstelling van 1900. Toen bleven veel Franse art-nouveaumeubelen onverkocht. L’erreur du 1900 werd die beurs zelfs genoemd. In de kunstgeschiedenis wordt art nouveau voorgesteld als een belangrijke stijl, maar hij was te elitair om ook commercieel succesvol te zijn. Art deco is het tegenovergestelde: die stijl speelt in op de markt en wil alle lagen van de bevolking aanspreken. Het doel was om een vormentaal te creĂ«ren die je op verschillende manieren kon invullen. Zo maakte het Belgische bedrijf De Coene eenzelfde kast in ebbenhout en in mahonie. Voor elke portemonnee wat wils. Er is geen stijl die zo diep is doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking.’

The British International School of Brussels
Detail van het interieur van The British International School of Brussels op de Emile Maxlaan in Brussel.
© Endre Sebok – Courtesy Banad

Het was de Franse overheid die de expo organiseerde, vertelt professor Adriaenssens. ‘Maar het initiatief kwam van de SociĂ©tĂ© des Artistes DĂ©corateurs. Die vereniging werd in 1901 opgericht en organiseerde tentoonstellingen om decoratieve kunsten dichter bij het publiek te brengen. Voor de ontwikkeling van de stijl grepen ze naar oude tradities, die ze moderniseerden. Maar ze keken ook naar de beeldende kunst. Zo namen ze de geometrische vormen over van het kubisme. Dat zorgde voor een scherp contrast met de art nouveau, die vooral zwierige lijnen hanteerde.’

Er is geen stijl die zo diep is doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking.

Art-deco-expert Werner Adriaenssens

De tentoonstelling was een enorm succes, met zestien miljoen bezoekers. Het brede publiek viel meteen voor de art deco, weet Adriaenssens. ‘Je moet dit ook zien in de tijdgeest. De miserie van de Eerste Wereldoorlog zat nog vers in het geheugen. Een expo over decoratieve kunsten bracht iets feestelijks. De stijl had alles in zich om de markt te bestormen en dat gebeurde ook. Zo goed als iedereen had art deco in huis. Bovendien had elk land een eigen versie met lokale accenten. Zo greep de Belgische art deco terug naar meubilair uit de tijd van Rubens en was hij dus wat zwaarder dan de elegante Franse versie.’ De art deco in Florida is dan weer kleurrijk met een strandvibe.

Lees ook: Vroeger was alles mooier: waarom steeds meer interieurarchitecten kiezen voor het neoclassicisme

Villa Empain
Detail van het interieur van Villa Empain in Brussel. © georges de kider

En dan te bedenken dat het woord ‘art deco’ toen nog niet eens bestond. ‘Tot midden jaren zestig heette deze stroming “le style vingt-cinq”, het jaar van de expo. De naam “art deco” ontstond pas in 1966, toen het Parijse MusĂ©e des Arts DĂ©coratifs een expo organiseerde over die fameuze tentoonstelling in 1925’, legt onze expert uit. ‘De ondertitel luidde “Bauhaus, De Stijl en Art Deco”. Dat laatste is afgeleid van “art dĂ©coratif“. Mensen begonnen die term plots te gebruiken.’

Ruimte voor kleur

Art deco lijkt met z’n strakke lijnen soms verdomd veel op modernisme. Hoe kun je die twee uit elkaar houden? ‘Het modernisme is een ideologische beweging die na de Eerste Wereldoorlog opdook en die zich wilde ontdoen van elke vorm van decoratie. Dat staat helemaal haaks op de art deco, een stroming die gestoeld is op het vieren van de decoratieve kunsten’, vat Adriaenssens samen.

Al maakt hij meteen ook een kanttekening. ‘De art deco evolueerde sterk. Aanvankelijk was de stijl heel decoratief met onder meer motieven van gestileerde bloemen. Onder invloed van het populaire modernisme dringen echter ook uitgezuiverde vormen binnen, waardoor er een tussenvorm ontstaat.’

Villa Cavrois, nabij Rijsel.
Villa Cavrois, nabij Rijsel. © Yann Monel / Centre des monuments nationaux 2025

De art deco waaide ook in andere richtingen mee, vertelt Adriaenssens. ‘Vanaf de jaren dertig, zeg maar de tweede helft van de art deco, komt er een focus op het horizontale, zeker in de architectuur. Er werd niet meer geschrankt gemetseld, maar met donkere voegen die de horizontale lijnen versterkten. Dit onder invloed van de Nederlandse architect Dudok. Dat horizontale wordt doorgetrokken in de decoratieve kunsten. Glazen bijvoorbeeld hebben geen hoge voet meer, ze staan zonder steel laag op tafel.’

Les Pavillons français van architect Marcel Peeters
Les Pavillons français van architect Marcel Peeters in Schaarbeek, een van de eerste wolkenkrabbers in de hoofdstad, kun je dit jaar tijdens het BANAD-festival bezoeken. © Endre Sebok – Courtesy Banad

Volgens Adriaenssens zien we vandaag een duidelijke herwaardering van art deco. ‘Jarenlang waren strakke, uitgepuurde interieurs in neutrale kleuren de norm. Nu is er opnieuw meer ruimte voor kleur en decoratie. Ook afgeronde vormen zie ik terugkomen.’ Designers als de Californische Kelly Wearstler en de Italianen Cristina Celestino en Fabrizio Casiraghi hebben duidelijk goed naar art deco gekeken.’

Lees ook: Wat schuilt er achter het masker? Kijk binnen in een Antwerps art-decoappartement vol Afrikaanse kunst

Hollands huis

De Belgische art-decoliefhebber heeft geluk: enkele gebouwen in ons land worden beschouwd als hoogtepunten van de art deco. Veel prachtige art-decovilla’s zijn helaas niet te bezoeken, omdat ze nog bewoond worden. Maar de Brusselse Villa Empain en Museum Van Buuren zijn ingericht als museum en vrij te bezoeken. ‘Deze gebouwen zijn twee voorbeelden van de flexibiliteit van art deco’, zegt Adriaenssens. ‘Bij Villa Empain is het grote luxe, terwijl de oorspronkelijke eigenaars van Museum Van Buuren hun architecten vroegen om een “Hollands aandoend” huis te ontwerpen, meer in Amsterdamse Stijl.’ Ook Villa Cavrois, vlak bij Rijsel, is een bezoek waard. Adriaenssens: ‘Opvallend is dat er veel art-deco-appartementsgebouwen zijn. Geen toeval, want wonen op een appartement was in BelgiĂ« pas in na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor was het not done. Twee mooie voorbeelden in Brussel zijn Palais de la Folle Chanson, en RĂ©sidence Palace – met een prachtig zwembad.’

Palais de la Folle Chanson
Palais de la Folle Chanson in Brussel. © Archiefbeeld BANAD Festival

En wat als je thuis nog een art-decokast hebt staan? Is die nog geld waard? Want zoals we eerder al schreven: in art deco is er ontzettend veel gemaakt. Maar de meubelen uit de meest luxueuze categorie zijn erg gezochte vintage-items. Adriaenssens noemt onder meer de Franse meubelmaker Émile-Jacques Ruhlmann. In 2011 werd er bij Christie’s een ligstoel verkocht voor ruim 2,8 miljoen euro. Maar wie houdt van art deco kan al mooie stukken vinden voor een paar honderd euro. En zo is art deco een eeuw na datum nog even democratisch als bij de lancering.

Lees ook: Binnenkijken bij een Belgische italofiel in Parijs: ‘Hier wonen is de heilige graal voor wie van literatuur en poĂ«zie houdt’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content