Vanaf 1 juli 2021 zal het verboden zijn om bij het vissen gebruik te maken van elektrische stroomstootjes. Dat is opmerkelijk in tijden waarin ecologische innovaties worden aangemoedigd, zeker omdat de pulskorvisserij bij zijn introductie een veelbelovend alternatief leek voor de huidige manier van werken in onze regio. Een woordje uitleg.
...

Vanaf 1 juli 2021 zal het verboden zijn om bij het vissen gebruik te maken van elektrische stroomstootjes. Dat is opmerkelijk in tijden waarin ecologische innovaties worden aangemoedigd, zeker omdat de pulskorvisserij bij zijn introductie een veelbelovend alternatief leek voor de huidige manier van werken in onze regio. Een woordje uitleg.Pulskorvisserij is een techniek waarbij elektrische schokjes worden gebruikt om platvissen zoals tong, die half verscholen in het zeezand leven, te doen schrikken. Daardoor zwemmen ze omhoog en belanden ze in het net dat vlak achter de elektroden net boven de zeebodem zweeft. De methode zou de vissen echter brandwonden, bloedingen en vervormingen aan het skelet opleveren, aldus de Europarlementsleden. Dat is niet diervriendelijk te noemen en dus willen ze de praktijk het liefst van al definitief verboden zien. Bijzonder om weten daarbij is echter wel dat het alternatief - de boomkorvisserij - dierenwelzijn ook niet bepaald hoog in het vaandel draagt. Daarbij wordt geen elektriciteit gebruikt om de vissen te doen opzwemmen, maar kabels die over de zeebodem slepen. Ook in die netten raken heel wat vissen gewond en ook in die netten stikken de dieren vaak door het gewicht van hun soortgenoten. Bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) is men sceptisch over de kritiek rond dierenwelzijn en pulskorvisserij. De brandplekken waar de parlementsleden het over hebben, werden nog nooit waargenomen tijdens laboproeven en zouden evengoed de uiterlijke kenmerken van een bepaald virus kunnen zijn. Dat bloedingen en vervormingen schering en inslag zouden zijn, 'is voor elke soort die niet kabeljauw of wijting (daarover later meer, nvdr) is, onzin.' Aan het woord is ILVO-onderzoeker Maarten Soetaert. Vissen die gevangen worden met een pulskor vertonen net een betere kwaliteit, doordat er minder stenen in het net terechtkomen. Dat is overigens ook de reden waarom pulsvissers betere prijzen krijgen voor hun tong.Soetaert is stellig: 'Puls is voor de meeste gevangen vissen niet ingrijpender dan de boomkor. De schok die een pulskor uitstuurt, duurt ongeveer een seconde en is voor ons te vergelijken met het aanraken van een schrikdraad. Aangenaam is dat niet, maar die ene seconde is wel peanuts vergeleken met de rest van het uur à anderhalf uur durend vangstproces waarin de vis uit het net probeert te ontsnappen.'Een belangrijke nuance dient te worden gemaakt voor kabeljauw en wijting, twee soorten die wél kunnen lijden onder het gebruik van de pulskor. Wanneer zij vlak naast de elektrode worden blootgesteld aan de elektrische pulsen kan dit letsels veroorzaken aan hun ruggengraat. . 'Maar ook dat moet weer genuanceerd worden,' aldus Soetaert. 'Kabeljauw is een bijvangst in de tongvisserij en er worden er dus niet zoveel gevangen met de pulskor. Bovendien is de meerderheid van de gevangen kabeljauw toch al ten dode opgeschreven bij het bovenhalen, of het nu om een puls- of een boomkor gaat: door het plotse drukverschil scheurt hun zwemblaas.' Met andere woorden: diervriendelijkheid is in de visserij vandaag hoe dan ook geen hoofdzaak. Omdat lang werd aangenomen dat de dieren geen pijn kunnen voelen, is wetgeving rond diervriendelijkheid onbestaande en gaan gevangen dieren vaak een lange doodstrijd tegemoet. Dit afschuiven op één bepaalde manier van vissen, is dus wat te simplistisch. Toch is diervriendelijkheid het luidst klinkende argument in het debat rond pulskorvisserij. Gaat het niet over de gevangen vissen zelf, dan over de andere zeedieren. De roep bij Belgische en Franse vissers dat de elektrische pulsen een kerkhof achterlaten waar ze passeren, klinkt luid. Zo ook bij North Sea Chef en chef van De Jonkman Filip Claeys: 'Belgische vissers geloofden van in het begin niet in de pulskorvisserij. Alles wordt geëlektrocuteerd, alles is dood. Ook garnalen, kleine visjes, krabbetjes of micro-organismen in de zee. Dat is toch ook niet duurzaam? Dat is niet respectvol naar de natuur toe.'Het zou inderdaad een ecologische ramp zijn als het klopt dat kleine en jonge dieren de lading elektriciteit niet overleven, maar, zo zegt Maarten Soetaert, 'dat is onzin. Kleine vissen sterven niet door de puls en ook herhaaldelijke blootstelling van garnaal en andere bodemdieren toonden geen verhoogde sterfte aan. Meer zelfs: hoe kleiner het organisme, hoe minder het de schok voelt: een dier dat meer volume inneemt, vangt meer vermogen op. Noch labotesten, noch proeven in de praktijk bewijzen dat kleinere zeeorganismen hieronder lijden.'Diervriendelijkheid is dus niet bepaald een onderscheidende factor tussen puls- en boomkorvisserij. (Niet omdat ze beiden veel aandacht reserveren voor het dierenwelzijn, wel omdat ze dat beiden even weinig doen.) Er zijn echter wel grote verschillen tussen de twee methodes wat betreft de invloed op het milieu. Zeker op drie vlakken is gebleken dat pulskorvisserij minder impact uitoefende op haar omgeving. Zo is het bodemcontact van de boomkor veel intenser omdat de opeenvolgende kettingen zich centimeters diep in de bodem werken, terwijl de pulskor veel oppervlakkiger blijft. Daarbij heeft de pulskorvisserij veel minder zogenaamde 'bijvangst' op. Deze bijvangst kan dood materiaal zijn zoals stenen en lege schelpen, maar bestaat vooral uit ongewervelde bodemdieren zoals bijvoorbeeld krabben en zeesterren en schelpen en (kleine) vissen die geen commerciële waarde hebben. Sommige vissen worden bij het bovenhalen wel nog als 'nuttig' gezien, maar de meerderheid wordt beschouwd als afval. Sinds januari 2019 zijn vissers verplicht om die bijvangst aan land te brengen, maar er gaan nog wel verhalen de ronde dat het soms toch nog steeds gewoon overboord gegooid wordt. Tonnen (doorgaans dode, want maar weinig vissen overleven het net) vis die op die manier gedumpt worden het ecosysteem danig in de war. Een laatste belangrijk punt is dat de boomkorvisserij veel meer brandstof verbruikt: doordat er continu kettingen over de bodem slepen, is de weerstand namelijk veel hoger dan voor schepen met een pulskor, hoewel Belgische boomkorvissers hun verbruik ook al hebben weten terug te schroeven. Overschakelen op de pulskor bespaart een visser al gauw duizenden liters brandstof per maand. Naast het economische voordeel, ligt in deze kostenbesparing ook de grootste winst van de visser.Net omdat de pulskorvisserij er op ecologisch vlak veelbelovend uitzag, had Europa enkele jaren geleden een tijdelijke toestemming gegeven aan Nederland om ermee te experimenteren in de Noordzee. Frankrijk kreeg die toestemming echter niet en België was in die periode niet echt geïnteresseerd. Nu blijkt dat de efficiënte manier van vissen de Nederlanders een aardige duit oplevert, zorgt dat al enkele jaren voor een haar in de boter. Zeker nu Nederland al 84 vaartuigen met pulskor heeft rondvaren, een aantal waardoor het Nederlandse verhaal bezwaarlijk nog een 'experiment' genoemd kan worden. Dat brengt ons bij de kern van de zaak. Met haar monopolie op pulskorvisserij bloeit de Nederlandse sector, terwijl Franse en Belgische bedrijven het moeilijk hebben om rendabel te concurreren. Nederland heeft een enorme voorsprong gekregen en plukt daar de vruchten van. Zelfs als vissen met pulskor ooit officieel toegelaten zou worden, is het daarbij twijfelachtig dat de traditioneel kleinere Belgische en Franse visserijbedrijven de investeringen zouden kunnen doen die nodig zijn om hun boten uit te rusten met de nieuwe apparatuur. Daarom wordt de pulskor als een zware economische bedreiging ervaren voor een nu al fragiele sector. Het argument dat het zwaarste doorweegt - zwaarder dan ecologie of dierenwelzijn - is het argument dat het minst letterlijk wordt genoemd. De tegenstand is om begrijpelijke redenen groot, maar ze baseert zich lang niet altijd op de juiste argumenten. Tegelijk staat de visserij onder grote druk vanuit Europa om te verduurzamen en de bijvangst terug te dringen, iets waar pulskorvisserij wel een antwoord op lijkt te bieden. Dat maakt dat onderzoekers de techniek niet willen verketteren. Dat wil ook niet zeggen dat er geen fouten zijn gemaakt met de pulskorvisserij, zo zegt Soetaert. 'De Nederlandse vissers hebben hun privileges jaren lang te assertief uitgebouwd en hebben een deel van de kennis over deze resultaten en effecten van deze methode grotendeels afgeschermd. Daarnaast heeft de Nederlandse pulsvloot de voorbije jaren zijn visserijactiviteiten sterk geconcentreerd in de Zuidelijke Noordzee, voor onze kust . Dat, gecombineerd met de grote efficiëntie, heeft er inderdaad voor gezorgd dat de bestanden tong onder druk komen te staan en onze eigen vissers met lege handen achterblijven.''Maar' vervolgt hij, 'dat is niet de fout van de technologie op zich, wel van hoe er mee wordt omgegaan. Pulskorvisserij zou perfect kunnen als de totale capaciteit beter verspreid raakt over heel Europa en als er bepaalde gevoelige gebieden gevrijwaard worden. Er zijn dus zeker extra afspraken nodig, iets waar de Nederlanders wel voor open staan. Maar een volledig verbod zou een grote gemiste kans zijn en een stap achteruit in de verduurzaming van onze sleepnetvisserij.'